Paulus' brief aan de Galaten
1973-07-20
Vervolging 4 : 28-31 - Jaargang 17
- nummer 27
We zijn kinderen van de belofte.
Evenals Izak. De belofte maakt ons levend. Wij geloven, dat het waarachtig geloof de mens wederbaart en maakt tot een nieuw mens. Maar dan ook alleen het geloof en het wetticisme niet.
Alleen: we moeten niet verwachten, dat als we kinderen der belofte willen zijn, en uit het geloof alleen willen leven, dat ons dan in dank zal worden afgenomen.
De tegenstelling in de tent van Abraham werkt ook nu nog.
Het is niet onmogelijk dat de Galaten ook om redenen van het vermijden van de vervolging naar de dwaalleraars hoorden en hen volgden. De Joodse religie was een legitieme religie in het Romeinse Rijk. Dat was van het Evangelie nog niet te zeggen. (Gal. 5 : 11).
Paulus noemt Ismaël's houding tegenover Izak vervolging. Ismaël spotte met Izak's staat in Gen. 21 : 9. Paulus noemt dat hier vervolging.
Bij vervolging behoeven we niet altijd aan inquisitie te denken.
Aan gevangenschap, martelingen en ter dood brengen. Het kan ook op een heel andere manier. Als ie gaat spreken van het "alleen", alleen door het Woord, alleen uit genade, alleen uit het geloof, dan behoef ie niet te rekenen dat je dat altijd in dank wordt afgenomen.
Vervolging is alle smaadheid, die we terwille van Christus hebben te dragen. Die dan ook Zelf buiten de poort van Jeruzalem heeft geleden.
Wat Ismaël deed was het kind van de belofte uitlachen en met hem spotten. Nu zegt Paulus: in wezen gaat het nog net eender nu. Het conflict in de gemeenten van Galatiërs in wezen hetzelfde conflict dat zich voordeed tussen Ismaël en Izak.
Maar in de gemeente mag die vervolging niet geduld worden. Sara eiste dat Hagar en haar zoon zouden weggezonden worden. Abraham had daar niet veel zin in.
"Dit nu mishaagde Abraham zeer ter wille van zijn zoon". Maar in dit. geval was Sara's verlangen ook het verlangen van de HERE.
God zeide tot Abraham "Laat dit niet kwaad zijn in uw ogen, om de jongen en om uw slavin; in alles wat Sara tot u zegt moet gij naar haar luisteren, want door Izak zal men van uw nageslacht spreken" (Gen. 21 : 12).
Spreekt Paulus hier ook van kerkelijke tucht? Ik dacht van wel.
In deze zin: de dwaalleer van het Judaïsme mocht niet geduld worden in de gemeenten. Men moest er wat aan doen. Luisteren naar Paulus, leven uit de "alleen's" en alles wat daartegen strijdt uit de gemeenten wegdoen.
Want de erfenis is voor de kinderen van de vrije. Ze moeten zich niet weer een slavenjuk op zich laten leggen.
Actueel
Het is duidelijk dat we goed doen hier het vermaan van Paulus uit de brief aan de Romeinen tot ons door te laten dringen. Vijandschap van buiten is niet het ergste wat een gemeente kan overkomen. Het binnensluipen van de hoogmoed, waardoor we menen zelf voor onze zaligheid te moeten zorgen zit ons in het bloed gebakken. "Let dan op de goedertierenheid Gods en Zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft: anders zult ook gij weggekapt worden" (Rom. 11 : 22). Vleselijke hoogmoed is een zonde die ons makkelijk nabij is. Dat is de blijvende actualiteit ook van de brief aan de Galaten.
Vrijheid 5 : 1-12
Paulus komt duidelijk aan het einde van zijn verweer tegen de dwaalleer. Opdat wij echt vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Vrijheid is in de H. Schrift niet hetzelfde wat de tijdgeest er onder verstaat: doen en laten waar je zelf zin in hebt.
Paulus zal daarop in het vervolg nog terug komen. Maar de christelijke vrijheid is het vrij zijn van de schuld der zonde, van de heerschappij der zonde en van de heerschappij van de dood. Het heeft helemaal niets met losbandigheid te maken. Paulus had hen gepredikt dat Jezus Christus de wet heeft vervuld en dat ze in Hem vrij zijn van de heerschappij van de demonen. Van de wereldgeesten.
Maar dan is het ook dwaasheid om weer een slavenjuk op te laten leggen. Dan ben je weer even ver als voordat men kwam tot het geloof in Christus.
Antithese
Dan wordt de antithese heel scherp gesteld. Als ze zich werkelijk laten besnijden als redmiddel, dan hebben ze aan Christus niets. Dan moeten ze zelf doen wat Christus voor ons gedaan heeft. Het is echt óf-óf. Of Christus helemaal of helemaal niet. Wie het van eigen gerechtigheid verwacht staat buiten de genade. De Geest predikt ons Jezus, de volkomen Heiland. In Hem hebben we de vrijspraak. In Hem alleen. En dan doet het er niet toe of je Jood bent van geboorte of heiden van geboorte. Maar waar het op aankomt is het vertrouwen op Christus alleen.
Paulus is nog steeds verbaasd en verontwaardigd. Ze waren zo goed begonnen. Nu moeten ze zich niet laten overreden door mensen die niet de waarheid van het Evangelie aantasten. En aan die aantasting moet echt een halt worden toegeroepen. Anders gaat het als met een klein stukje zuurdeeg.
Dat bederft alles. En zij die de Galaten in deze verwarring hebben gebracht, moeten niet rekenen op het ontgaan van de straf, hoe hoog ze ook in aanzien mogen staan. Met al het gezag van de apostel stelt Paulus de zaken zo. Hij is apostel van Jezus Christus.
Hij is gekruisigd en opgestaan.
Voor ons. Dat is aanstotelijk voor het vlees. Maar het kruis mag toch niet van kracht worden beroofd (Rom. 1 : 16, 17).
Een gesnedene mocht niet in de vergadering des HEREN komen staat in Deut. 23 : 1. Zo moeten deze dwaalleraars niet meer werkzaam kunnen zijn in de gemeente des Heren. Wie de gemeente van Jezus Christus verwoest, door de waarheid van het Evangelie aan te tasten, door te verkondigen "Jezus Christus èn nog iets ter behoudenis", tast Jezus Christus Zelf aan.