Een weerzinwekkende zaak

1973-08-03
  • Jaargang 17
  • nummer 28
Veertien dagen geleden reageerde ik in deze rubriek met grote dankbaarheid op een artikel dat prof. Douma in "De Reformatie" schreef.
Hij keerde zich daarin namelijk tegen de geest van hoogmoed, onbarmhartigheid, fanatisme, sectarisme die nog allerwege in de "binnenverbandse" vrijgemaakte kerken heerst. Het is de geest welke vele "vrijgemaakten" er toe brengt alle christenen, alle gelovigen, buiten hun eigen kerken als "buiten-kerkelijken" te diskwalificeren; te poneren dat er geen geloofsgemeenschap en geen gemeenschap der heiligen bestaat dan alleen binnen de eigen kerken; dat men met nietkerkgenoten niet samen kan bidden en dat de eigen "Vrijgemaakte" kerken de énige ware kerken in ons vaderland zijn.
Nadat ik dat artikel had geschreven kreeg ik een stuk in handen waaruit blijkt dat deze "geest" nog beangstigend virulent is in de kerken waartoe prof. Douma behoort.
Het gaat daarin over een dieptepunt in de openbaring ervan als nog zelden werd bereikt.
Omdat ik mij met iedere vezel van mijn bestaan aan de "vrijgemaakte" gemeenschap verbonden voel en het beste met haar voor heb, wil ik deze uiting van die boze geest hier signaleren. Want deze geest moet altijd en overal, om Gods wil en om der wille van de mensen, worden weerstaan.

Ten gevolge van de heerschappij van de hier bedoelde mentaliteit wordt reeds sinds vele jaren een "zuiveringsactie" in de "vrijgemaakte" kerken in praktijk gebracht.
Die bestaat hierin dat de mensen die deze onkerkelijke en onchristelijke geest weerstaan, officieus of officieel in de vrijgemaakte wereld werden en worden uitgerangeerd.
Dat geschiedde zelfs ook met lieden die' zonder zich direct tegen deze geest te keren zich er in ieder geval niet door lieten beheersen.
Ik zal enkele momenten uit dit zuiveringsproces noemen.
Reeds vele jaren geleden werden mensen die niet door deze geest waren bezield uit allerlei funkties en posities weggewerkt. Zo. kreeg b.v. ds Visee - die blijkens een gehouden enquête daarvan de meest gewaardeerde medewerker was! - zijn congé als medewerker van het meisjesblad "de Poortwake".
Van de éne on de andere dag werd de redaktie van "De Reformatie" aan kant gezet. Dat geschiedde zelfs zonder dat de nieuwe redaktie ook maar op enigerlei wijze daaromtrent contact opgenomen had met de afgedankte.
Jarenlang had ik mijzelf van harte en met alle kracht ingezet voor de Geref. Kweekschool van Enschede. Zelfs hield ik de "herdenkingsrede" bij het tienjarig jubileum ervan. Van meet af was ik de voorzitter van de commissie die het examen voor het diploma "Gereformeerd Onderwijs" afnam. Maar nadat het bestuur van deze kweekschool dat examen had "overgedaan" aan het landelijk verband van geref.
schalen werd ik zonder opgaaf van redenen als zodanig aan kant gezet. De "verdachte" lieden werden voorts zonder uitzondering niet herbenoemd in de verschillende synodale deputaatschappen enz. enz. Als men niet "meehuilde met de wolven in het bos" werd men - juridisch, formeel korrekt - buiten spel gezet waar dat maar mogelijk was.
Een dieptepunt in deze "zuiveringsaktie" vormden de manipulaties van de generale synoden van Delfshaven, Amersfoort en Hoogeveen. De Delfshavense presteerde het een met alle regels van het kerkrecht vloekende schorsing van een predikant goed te keuren. "Amersfoort" joeg een wettig door een particuliere synode afgevaardigd synodelid uit haar midden weg. En "Hoogeveen"
stootte op gronden die kant noch wal raakten een groot aantal kerken uit de gemeenschap der kerken uit. Aan prof. Jager en mij werden de rechten van een emeritus-hoogleraar ontnomen. 1) Na deze synodale wandaden werden de zuiveringsakties met griezelige konsekwentie en meedogenloze felheid voortgezet.
In de Stichting Gereformeerde Kinderbescherming waarvan het bestuur en de funktionarissen ervan meer dan vijftien jaar in menselijk volmaakte harmonie hadden samengewerkt, spande een minderheid van het bestuur met het personeel samen en stootte de meerderheid van de bestuursleden uithun bestuursfunktie.
In de schoolwereld werden de "buitenverbanders" als lid van de school verenigingen geroyeerd, Hetzelfde geschiedde in het Geref. Maatsch. Verbond, het Geref. Sociaal-economisch Verband, de Geref. Emigratievereniging enz. Zonder meer ridikuul was het besluit van de Geref. Reisvereniging dat alleen leden van de "binnenverbandse" kerken daarvan lid konden zijn en alleen zij aan de door deze vereniging georganiseerde reizen mochten deelnemen!
Hoe de "zuivering" in het G.P.V. plaatsvond heb ik in den brede beschreven in Opbouw van de laatste maanden. Laning was een der eerste slachtoffers daarvan.
Een onherstelbaar ver lies voor deze partij. Ten gevolge van de overwinning van deze geest werd het G.P.V. voluit in de sektarische hoek gedreven en daardoor steriel gemaakt. Ook daar is het nu officieel door woord en daad duidelijk zo. geworden dat alleen leden van de "enige, ware kerk in Nederland" daarvan legitiem lid kunnen zijn. En dat alle andere christenen, gelovigen, gereformeerden, het in het gevolg van deze partij nooit verder kunnen brengen dan tot houthakkers en waterputters van de gereformeerde élite die zich in deze partij heeft georganiseerd.

Zoals ik reeds schreef is dezer dagen de hierboven gesignaleerde "zuiveringsaktie" tot een ongekend dieptepunt voortgeschreden.
Dat is geschied in de manipulaties die binnen het bestuur van de stichting d'Amandelboom plaats grepen.
Zoals men weet is d'Amandelboom een woonoord voor bej aarden, gevestigd te Bilthoven. Het is in het leven geroepen door diakenen en anderen uit de vrijgemaakte kerken van Noord-Holland en Utrecht. Ja, men denke daar goed aan: ook uit de kerken van Noord-Holland waarvan de meesten door de synode van Hoogeveen uit de gemeenschap der kerken werden gestoten.
Als adviseur ben ik bij de geboorte van d'Amandelboom nauw betrokken geweest. Ik heb van nabij gezien hoe er door de broeders uit Noord-Holland en Utrecht geploeterd en geofferd is om het project van deze stichting van de grond te krijgen. Ik heb met bewondering gezien welke zeeën van tijd en kracht mannen als Kootstra, Van Aken, De Bok, Smit en anderen met liefde hebben geofferd voor deze zaak. Ik heb het ook meegemaakt hoe deze arbeid werd gezegend! Een uniek mooi stuk grond kon opeens voor een snotprijs worden gekocht. En een woondorp kon worden gebouwd dat misschien wel enig is in zijn soort in ons land!
En nu is volgens hetzelfde procede dat o.a. in de Stichting Geref. Kinderbescherming werd toegepast de meerderheid van het bestuur door de minderheid uit het bestuur gejaagd!
Hoe dat in zijn werk is gegaan kan men lezen in de hier volgende "Verantwoording" die de uitgestoten bestuursleden 7 juli j.l. aan de bewoners, de directie en het personeel van d'Amandelboom hebben toegezonden:

"Broeders en zusters, Het is u niet onbekend dat er al geruime tijd moeilijkheden zijn en verschil van mening binnen het stichtingsbestuur, De moeilijkheden spruiten voort uit het feit dat het bestuurslid Mr P. W. Smits en 5 andere bestuursleden, H. van Donkelaar, J. Feenstra, P. Hoekstra. J. Hogendoorn en mevrouw J. M. Visscher-Bolt, die zich bij hem aansloten, beweerden dat die bestuursleden die lid waren van een gereformeerde kerk, wier afgevaardigden niet op de meerdere vengaderingen ontvangen werden, de zogenaamde “kerken buiten het verband", hadden opgehouden lid van het bestuur te zijn, omdat deze kerken geen verhand onderhouden met de Gereformeerde Kerken in Nederland.
Onzerzijds is dit op grond van de statuten betwist. Omdat deze statuten ten aanzien van het bestuurslidmaatschap duidelijk de nadruk leggen op het gereformeerd-vrijgemaakt zijn, en het kerkverband daarin nauwelijks ter sprake komt.
Jarenlang hebben wij er op gewezen dat de stichting organisatorisch geen kerkelijke stichting is en dat het daarom reeds onnodig was orn uit elkaar te gaan.
Er bestond bij ons geen enkel bezwaar om met het voltallig bestuur in alle opzichten samen te wenken, En dat uitsluitend en alleen in het belang van de bewoners voor wier welzijn wij ons, voor ons deel, verantwoordelijk achtten, en om daarmee de taak te volbrengen welke wij uit. de Hand des Heren hadden ontvangen.
Het heeft niet mogen baten.
Ons vragen en vragen om bij elkaar te blijven om samen onder het oog van onze Heiland voor Zijn kinderen te blijven zorgen werd afgewezen en soms bot geweigerd.
De bestuursleden die volgens Mr Smits en de zijnen uit het bestuur moesten worden verwijderd hebben zich in de gesprekken over deze zaak aangesloten en beroepen op het gereformeerde kerkrecht zoals dit in de Doleantie door Professor Rutgers en in de Vrijmaking door de Professoren Greijdanus en Schilder geleerd werd, De kerm daarvan is de zelfstandigheid en onafhankelijkheid (rechtsbevoegdheid) der plaatselijke kerken en dat verder de toetreding tot een kerkverband een vrijwillige acte is, die in vrijheid terug te nemen valt.
Wat een gereformeerde kerk is wordt beslist door haar grondslag, niet door een synodale gebondenheid.
De waarde en de betekenis van het kerkverband wordt daarbij zeker niet ontkend.
En bovendien hadden deze kerken het Kerkverband niet verlaten of verbroken, maar waren hun afgevaardigden geweerd van de meerdere vergaderingen, en dat, buiten elke bepaling van de Kerkorde om. Daarom te meer verwierpen zij de stellingen van Mr Smits en de zijnen, en hielden staande, dat de kerken waarvan zij lid waren naar de grondslag van het kerkrecht en de rechtspraak ten volle gereformeerde kerken en vrijgemaakt waren.
Ondergetekende leden van het bestuur stelden verder dat de kerkelijke scheur er niet had mogen zijn geen gronden had die voor God konden bestaan, zodat zij daarom ook geen gevolgen in het bestuur mocht hebben. Verder, dat zij ook daarom gaarne en van harte de samenwerking in het bestuur met en voor allen, tot welzijn van de bewoners en de toekomstige bewoners wilden voortzetten, Helaas werden wij meermalen met wantrouwen bejegend.
In het laatst van 1971 wendde Mr Smits en de zijnen zich tot de Rechtbank te Utrecht om zijn standpunt door de Rechtbank te doen bevestigen. Wij hebben alles gedaan om hem daarvan af te houden, Het mocht niet baten.
De Rechtbank wees op 17 mei 1972 vonnis en wees zeer beslist het standpunt van Mr Smits en de zijnen af. De Rechtbank oordeelde niet alleen scherp rechtskundig, maar had ook alle aandacht aan het gereformeerde kerkrecht geschonken, met name aan de bronnen van het gereformeerd kerkrecht, wals deze historisch zijn geworteld in Gods Woord en de belijdenis.
Wij hoopten dat alles weer tot rust zou komen.
Mr Smits en de zijnen legden zich echter niet bij dit vonnis neer en gingen in beroep bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Grievend is dat aan 't Gerechtshof werd ingegeven dat het bestuur bij de oprichting in 1956 duidelijk de nadruk heeft willen leggen op het kerkverband. Niets is minder waar. Het woord "kerkverband" stond zelfs niet in de ontwerpstatuten welke in de betreffende vergadering zijn behandeld en goedgekeurd. Het is er nadien na over leg tussen de notaris, de secretaris, en de andere leden van het Dagelijks bestuur aan toegevoegd.
De overige bestuursleden hebben daar geen enkele bemoeienis mee gehad en er dus niets mee bedoeld.
Het Hof wees op 9 mei 1973 vonnis.
Het sprak onder meer uit dat onder de Gereformeerde Kerken in Nederland, moet worden verstaan "het overkoepelend samenwerkingsverband van de vrijgemaakte kerken" en stelde derhalve Mr Smits en de zijnen in het gelijk.
Deze kerkrechtelijke beschouwingen kennen wij uit de jaren voorafgaande aan de Doleantie en uit de jaren vóór de Vrijmaking. Zij zijn door Rutgers en la ter door Greijdanus, Schilder en Deddens volledig afgewezen.
Het vonnis van het Hof te Amsterdam en het standpunt van Mr Smits en de zijnen is het "Ikabod" van Doleantie en Vrijmaking.
Intussen is de mogelijkheid om op het "feitelijke standpunt" van het Hof terug te komen, dus daartegen in beroep te gaan, uiterst moeilijk en een proces van langdurige aard.
De door Mr Smits en de zijnen gewraakte bestuursleden, J. den Bok, Zr. A. P. Goedhart, K. Folkerts, (20 mei 1973 overleden), J. van Oord, E. Krol, H. C. Smit en M. bij de Vaate, hebben om deze en meer redenen besloten deze onbroederlijke twist ofwel dit geding voor de wereldse rechter niet voort te zetten en hun bestuurslidmaatschap, krachtens dit vonnis, na bijna 20 jaar arbeid neer te leggen.
De voorzitter S. Kootstra en de penningmeester C. van Aken, die met hen alles hebben gedaan om tot een broederlijke oplossing te geraken en voortdurend op verzoening hebben aangedrongen en die, omdat zij de actie van Mr Smits en de zijnen onrechtvaardig en onnodig vonden, aan die actie niet walden meewerken, kunnen dit uitwerpen door Mr Smits en de zijnen in hun geweten niet aanvaarden, Zij zien daarin tevens de grond voor een verdere samenwerking in christelijke zin van goed onderling vertrouwen wegvallen.
Dit is de reden dat zij vandaag in de bestuursvergadering van 7 juli 1973 als bestuurslid aftreden.
Hoeveel leed deze gang van zaken ons doet zult U, die ons kent, kunnen begrijpen.
Wij geven deze zaak over aan de Here.
Wij nemen dus nu afscheid van U en bevelen U aan in Gods bescherming.
Hij moge over d'Amandelboom en over U allen zeer genadig Zijn vleugelen uitstrekken en U in Zijn gunst bewaren, Met hartelijke groeten in Christus, mede namens Kootstra en Van Aken.

J. den Bok, Bilthoven
A. P. Goedhart. Rijswijk Z.-H.
J. van Oord, De Bilt
E. Krol, Amersfoort
H. C. Smit, Utrecht
M. bij de Vaate, Haarlem

Met diepe droefheid maar ook met intense weerzin heb ik kennis genomen van de wandaden die in dit stuk worden vermeld.
Hierin is niets christelijks, niets kerkelijks, zelfs niets humaans.
Men denke zich de gang van zaken eens goed in: de minderheid heeft het aangedurfd op grond van een hiërarchische theorie en praktijk, waartegen de vrijgemaakte kerken in de jaren veertig als leeuwen hebben gevochten en waarvan juist zij het slachtoffer zijn geworden, hun broeders in Christus met behulp van de wereldlijke rechter uit het bestuur van een christelijke, een gereformeerde stichting te smijten!
En dat wordt door hen gedaan om zo de "vrijgemaakte" kerken "zuiver" te houden!
Dat is een moment in de, volgens hen, door God geëiste "doorgaande reformatie"!
Deze gang van zaken is niet alleen weerzinwekkend. Ze is, ik zeg dit uit volle overtuiging: slecht.
Ik zou alle vrijgemaakten "binnen het verband" in alle ernst willen vragen: Probeert U vanavond met deze "Verantwoording" voor U de HEERE te danken voor het vonnis dat de Rechtbank ten aanzien van de uitgestoten broeders velde.
Zo worden broeders beloond die jaren- en jaren lang volkomen belangeloos hun beste krachten laan deze christelijke liefdearbeid hebben gegeven.
Over de meer dan vijftien duizend gulden hoge proceskosten waarvoor deze broeders persoonlijk aansprakelijk zijn, spreek ik maar niet eens.
Ik wil dit artikel besluiten met een woord van warme dank en hulde aan de "binnenverbandse" broeders Kootstra en Van Aken, die in deze zaak het liefdegebod van Christus voor ogen hebben gehouden en dáárom in dit kwalijke gedoe geen aandeel hebben gehad.


1) Ik las onlangs in "Kaart van Kerkelijk Nederland" dat de synode van Hoogeveen ten aanzien van mij uitsprak dat ik "de geëiste genoeg; doening met betrekking tot de bescherming van de leer en de trouw aan de orde der kerken niet (had) gegeven." Wat de synode allemaal heeft gezegd is mij onbekend. Toen het vonnis viel was ik niet in staat de dikke bundel paparassen die mij werd toegezonden te lezen. En later had ik er geen lust toe. Wel herinner ik mij dat een van de synodale prominenten eens tegen mij zei dat het met mijn confessionaliteit wel in orde was maar dat die niet voldoende functioneerde!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief