C. RIJNSDORP ALS KULTUURKRITIKUS 1)
1973-08-03
• Inleiding - Jaargang 17
- nummer 28
Dr C. Rijnsdorp heeft in ons land een grote bekendheid. Hij mag dan voornamelijk als literator bekend zijn, de strekking van zijn werk gaat veel verder. Als christen peilt hij literatuur en andere kunstuitingen als kultuurverschijnselen.
In een interview met dr G. Puchinger zei hij: "Ik zou mezelf willen karakteriseren als een levend gelovig mens, die werkt zolang het dag is en probeert antwoord te geven op de vragen die van het leven uit op hem toekomen, daarbij gebruik makend van het hele apparaat dat in de loop van een lang leven te zijnen dienste is gekomen." (G. Puchinger, Christen en Kunst. Delft 1971, blz. 214).
In 1894 werd hij in Rotterdam geboren, doorliep daar lagere school en ulo en was jaren lang werkzaam op handels-, scheepvaart- en bankkantoren. De heer Rijnsdorp is een autodidakt, Hoofdzakelijk- 's avonds en in de weekenden kon er gestudeerd worden. Aanvankelijk in de muziektheorie, later vooral in de literatuur.
Voor de tweede wereldoorlog was hij nog medewerker aan het dagblad De Standaard, later aan het Diemer-Kwartet en aan radioprogramma's van de NCRV. Romans, gedichten en essays staan op zijn naam en bleven niet onopgemerkt. Velen beseften, dat deze literator iets te zèggen had. In 1965 bekroonde de VU zijn werk met een eredoktoraat in de letteren.
Voor de christen-politici van vandaag en voor politiek geïnteresseerden, ja voor elke christen die voor de problemen voor zijn tijd belangstelling heeft, heeft dr Rijnsdorp iets te zeggen. Ik vraag daarom allereerst aandacht voor zijn trilogie "In de greep van het reus ...achtige" (Kok, Kampen 1966), "In het spanningsveld van de Geest" (Kampen 1968), "Wij zijn de vaders" (Kampen 1972) en vervolgens voor zijn laatstverschenen boek "Balkon op de wereld" (Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1973).
• In de greep van het reus-achtige
In de geschiedenis der mensheid zijn er "reuzen" te onderscheiden.
Dit zijn mensen, die door hun daden en geschriften grote en duurzame invloed op anderen hebben gehad. In de geschiedenis van het christendom kan men b.v. Paulus, Augustinus, Luther en Calvijn noemen. In andere landen geldt dit voor Boeddha en Mohammed.
Maar meer dan Calvijn is het calvinisme een historische macht, hetgeen ook voor het lutheranisme geldt. Het zijn machten, die iets reus-achtigs hebben. Hetzelfde kan van de Islam en van het Boeddhisme gezegd worden.
Zo kan men leven in de geborgenheid en in de beschutting van het reus-achtige van de calvinistische of gereformeerde traditie met een meer of minder herkenbaar gedrags- en denkpatroon. Gezinnen, kerken, scholen en vriendengreepen belichamen deze beschutting en houden haar tegelijk in stand.
Natuurlijk zijn er in elke traditie soorten of gelaagdheden te ontdekken.
Zo bestaan er verschillende vormen van calvinisme. Het reus-achtige van deze historisch gegroeide machten blijft.
Christenen leven natuurlijk ook in de greep van het reus-achtige.
Zij zijn in kerken en politieke partijen georganiseerd en houden zodoende het reus-achtige voor hun nageslacht in stand. Wij hebben van onze kerken en organisaties bouwwerken gemaakt, die hoog en onbeweeglijk zijn. Synodes, reglementen en belijdenisgeschriften, pausen en concilies zijn onevenredig belangrijk geworden.
Natuurlijk is een traditie op zichzelf niet verkeerd, zelfs onvermijdelijk, maar men kan er zich aan overgeven. Wanneer men zich er kritiekloos door laat leiden vervalt men tot traditionalisme. Dat is konserveren, hetgeen men terecht konservatief noemt.
De mens is een historisch wezen.
Een christen is dat in een zeer bepaalde betekenis. Er is in de geschiedenis nl. iets gebeurd, dat zijn leven wezenlijk bepaalt: hij leeft met de herinnering aan het kruis en de opstanding van Jezus Christus. Dat wil hij vasthouden.
Daarin is hij konserverend en tegelijk progressief, want de komst, de progressie van het Koninkrijk is niet tegen te houden. Hij kijkt er naar uit. Dit is zijn levensperspektief.
Het bepaalt zijn levensrichting, Daarom staat elke christen op de drempel van dàt verleden naar dié toekomst. Hij is dus een historisch wezen, maar tevens een luisterend wezen. Hij moet luisteren naar het Woord van God en naar de leiding van Zijn Geest.
Dr Rijnsdorp zegt, dat het Woord van Hem, weerlichtend door het dichtste zwerk van het reusachtige heen, onze wereld en ons leven kan verlichten. Een niet gemakkelijke weg, die ons brengt in het spanningsveld van geestesstromingen in deze tijd.
• In het spanningsveld van de Geest
Christus heeft ons gewezen op Zijn Woord en op Zijn Geest. Hij heeft ons verlaten, opdat wij Zijn Woord en Geest zouden volgen.
Wij moeten in ons leven Zijn boodschap zo goed mogelijk realiseren, ter voorbereiding van Zijn wederkomst. Anderszijds leven wij als west-europeanen in de greep van reus-achtige machten (calvinisme, Iutherariisme, katholicisme, humanisme), die elkaar op allerlei manieren hebben beïnvloed. Daar staan wij dan: in het spanningsveld van de Geest!
Christendom en humanisme hebben lang naast elkaar bestaan.
Sommigen hebben geprobeerd een synthese tussen beide tot stand te brengen.
Het humanisme, de oorsprong en de bestemming van de mens zoekend in de mens zelf, is in zijn optimistisch geloof in de mens zwaar gedeukt. De tweede wereldoorlog heeft de grootsheid van de autonome, op zijn ratio vertrouwende mens ontmaskerd en zijn tragiek getoond.
De grootsheid van de geweldige industrialisatie, maanreizen en kommunikatiesatellieten heeft als tragische tegenhanger: "Auschwitz", "HirosjilTha", de groter wordende kloof tussen rijke en arme landen.
En het christendom? Het vertoont in veel opzichten een verstard leven binnen de bouwwerken van de kerkelijke organisaties. Anderzijds hebben de sekularisatie en de onderlinge verdeeldheid een grote ontkerstening veroorzaakt.
De grootste kerken van Europa worden door ontelbare toeristen bezocht als antieke meubelstukken van onze kultuur. Het zijn huizen van bekijks en verbazing, i.p.v. huizen van gebed en bijbelstudie.
Dr Rijnsdorp stelt dan ook vast, dat de westerse kultuur in likwidatie is. Leven wij dan niet meer in de greep van het reus-achtige?
Ja, maar wanneer wij grote perioden van de geschiedenis der mensheid overzien, ontdekken wij dat het reus-achtige van de historische machten scheuren vertoont en dat het in steeds sneller tempo afbrokkelt. De eeuwen voeren een striptease uit, zegt Rijnsdorp.
"De eeuwen ontkleden zich voor de Koning der eeuwen. Zij leggen hun tijdelijke gewaden af als de herfstbossen hun blaren. Zo doorschrijdt het koninkrijk Gods zijn aardse seizoenen. Zouden wij niet in eeuwen mogen denken? De eeuwen denken in ons."
Natuurlijk zijn er theologen, die de afbrokkeling van het christendom theologisch benaderen. Moderne theologen, die van de ellende van de sekularisatie een theologische deugd weten te maken en die de kern van het Evangelie tot medemenselijkheid verklaren. Dr Rijnsdorp noemt als voorbeelden Altizer en Harvey Cox, die op heldere wijze de sekularisatie van hun eigen denken tonen, maar voor een christen geen opheldering geven. Alleen hij geeft ons de noodzakelijke opheldering, wanneer hij een visie presenteert, een strekking verschaft, een weg wijst. Deze theologen hebben ons niets te bieden.
De heer Rijnsdorp wil als christen-schrijver een weg wijzen. Hij wil afstand nemen van de (afbrokkelende) reus-achtige kultuurmachten.
Wij kunnen natuurlijk niet zonder meer met het historisch gegroeide afrekenen, maar we moeten evenmin on de ons overgeleverde organisatievormen vertrouwen. Anderzijds spreken wij soms te eenzijdig over christelijke organisaties als uitingen van een emancipatiestrijd. terwijl we de geloofsintentie negeren, De christenen moeten in hun hele leven, in de kerkelijke gemeenten, in politieke partijen en in andere verenigingen weer leren leven vanuit een persoonlijke verbondenheid met de levende Christus.
Daarin ligt de zin van de geschiedenis en van ons leven. Dit wil ook zeggen, weigeren de kwesties van alledag en de politieke problemen alleen maar "parterre" te bekijken. Streven wij naar de dienst aan de progressie van het Koninkrijk van God, Wiens Woord om erkenning vraagt, wil het als richtinggevende kracht herkend worden? Daarbij behoort het tot de Levenskunst van de christen waakzaam te zijn om te zien hoe en waar de Geest van God werkt. Staande op de smalle landtong tussen leven en dood, staan wij in dit spanningsveld van de Geest. Wij!
• Wij zijn de vaders
In het eerstgenoemde boek realiseert dr Rijnsdorp zich met schrik hoe sterk de mensen altijd geleefd hebben in de greep van het reusachtige.
In het tweede boek beschrijft hij vooral hoe deze machten afbrokkelen en geeft hij zich rekenschap van die situatie, waarin de vanzelfsprekendheid van levenspatronen verbroken is. In het derde boek ligt het volle aksent op de christen van vandaag, die verantwoordelijk is voor het gestalte geven aan de toekomstige samenleving.
Wij ziin de vaders! Wat wij doen of nalaten is beslissend voor de komende generaties. Wij moeten dus de weg wijzen en dat betekent in elk geval, dat wij onze tijd goed moeten verstaan. Daarvoor is het niet nodig, dat er mensen zijn die veel weten, maar mensen die hun tijd begrijpen, de achtergronden kennen en de tekenen der tijden verstaan. Universiteiten leiden op tot geleerden, maar te weinig tot wijzen.
Er is te veel oppervlakkige maatschappijkritiek en politieke en organisatorische vernieuwing, maar te weinig evenwichtige rijping van visie en innerlijke overtuiging.
Het is niet zo belangrijk te weten wat wij ahlemaal gepresteerd hebben en wat wij in ons bezit denken te hebben. Wij zijn zo gauw geneigd te zeggen, dat wij een kerk hèbben en een partijlidmaatschap hèbben, een positie en wellicht nog veel meer bezitten. Wij hebben veel, zoveel dat wijzelf er achter schuil gaan.
Wij hebben zoveel vergaderingen en andere belangrijke zaken, dat wij aan onszelf voorbij lopen. W1e zijn wij ten diepste eigenlijk? Wij hebben geen kerk, politieke partij of vakbond. Wij moeten een kerk zijn en ook een partij en vakbond zijn! Dus niet opgaan in en zonder meer vertrouwen op organisaties en reglementen. Dit zijn slechts prothesen, zegt Rijnsdorp.
D.w.z. zij zijn kunstmatig, vaak wel belangrijk, maar niet wezenlijk.
Christelijke kerken en partijen zullen in de komende tijd nieuwe organisatievormen aannemen. Al deze kerkelijke en politieke aktiviteiten blijven gekenmerkt door voorlopigheid en onvolmaaktheid.
Organisatorische bouwwerken groeien gemakkelijk tot iets reusachtigs uit. Wij scheppen het reus-achtige zelf en leven vervolgens in de greep ervan. De uitdaging is daarom steeds te streven naar het betere. Daarom is het christenleven dynamisch en uitziend naar: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.
Wij zijn de vaders. D.w.z. leven met het gezicht naar de toekomst.
Het Evangelie heeft ons in deze ruimte gezet.
In het volgende nummer van Opbouw verschijnt het tweede gedeelte van het artikel.
1) Onder deze titel schreef ik een artikel in Anti-Revolutionaire staatkunde (het juni/juli nummer van dit jaar). Met toestemming van de redaktie van het genoemde blad wordt het artikel (enigszins gewijzigd) ook in Opbouw gepubliceerd.
Het werd geschreven n.a.v. het laatstverschenen boek van dr Rijnsdorp "Balkon op de wereld" (deel 21 van de serie Christelijk Perspectief.
Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1973. 293 blz.), dat de redaktie van ons blad kreeg toegestuurd, Het artikel is tevens bedoeld om een overzicht te geven van enkele belangrijke publikaties van dr Rijnsdorp.