Actuele Gispeniana
1973-08-17
Toen ik mij in deze vakantie weer verdiepte in de geschriften van Gispen om de beloofde Persschouw samen te stellen viel het mij weer op hoe ongelofelijk levend, modern en actueel is wat hij schrijft. Je vraagt je al lezend voortdurend af: is dit ongeveer honderd jaar geleden geschreven - en dan nog wel door een "afgescheiden" dominee? Die "afgescheidenen"- Jaargang 17
- nummer 29
zijn naar de voorstelling van velen het summum van dogmatische bekrompenheid, kerkelijke benepenheid en wettische vroomheid. Ik zou tegen de mensen die dat karikatuurbeeld van de "separatisten" koesteren willen zeggen: lees Gispen.
Dan zullen jullie voor goed van dit waandenkbeeld worden genezen.
Omdat wat ik van Gispen citeren zal zo actueel is, zet ik het onder "Kerkelijk leven". Want het is mijn stellige overtuiging dat dat voor ons huidige kerkelijke leven van grote betekenis is. In de ordening van de fragmenten dielk hier zal laten afdrukken zit geen systeem! Wat volgt wordt geciteerd in was onze oosterburen noemen: "zwangsloser Folge".
• geen massale kerken
Toen Gispen in Amsterdam kwam werd hij steeds weer geconfronteerd met de massale Hervormde Kerk, "de grootste protestantse kerk ter wereld". En de eigen christelijke gereformeerde kerk groeide, méé door zijn prediking, stormachtig, en dreigde ook een massakerk te worden. Gispen zag het enorme gevaar dat in die gang van zaken school: de gemeenschap gaat kapot; de kerk wordt niet meer gekend als iets waarin men helemaal betrokken en waarvoor men ten volle verantwoordelijk is; de pastorale zorg wordt een onmogelijkheid; de offervaardigheid vermindert; de bureaucratie groeit al meer; de leiding komt in handen van slimme "leiders" enz. enz. 1) Gispen schreef begin 1880 het volgende: Denk u eens de Hervormde gemeente van Amsterdam, met haar plm. 150.000 zielen en haar 28 predikanten.
En verbeeld u nu eens die éne gemeente verdeeld in kerspelen van 2000 zielen. Stel u voor dat de Herv.
gemeente daar een 75 kerken had, door de gehele oude en nieuwe stad verspreid. (In Schotland is het zo. In Amerika ook.) Eenvoudig en net ingericht, waar een arm mens ook horen en zien kon, waar men 's winters niet behoefde te klappertanden en nooit zijn gezondheid op proef behoefde te stellen of in gevaar brengen.
Iedere kerk haar eigen predikant, kerkeraad. Zondagsscholen en Christelijke verenigingen en werkzaamheden onder kerkelijk opzicht en tucht. En dan zulk een toestand overal door het ganse land naar de omstandigheden van iedere plaats; al1es ingericht naar het beginsel van Christelijke democratie en "Self-help". Arme en rijke parochieën zoals God de mensen en de aardse goederen verdeeld heeft. En dan al die kerspelen verenigd door één band des geloofs, één zuiver godsdienstage belijdenis, zonder politieke bestanddelen en allen vertegenwoordigd in een algemene Synode, waar iedere gemeente haar predikant en ouderling heenzond, een synode die waarlijk beoefende de schone spreuk: "eenheid in het noodzakelijke, vrijheid in het middelmatige, in alles de liefde."
Om dit stukje goed te begrijpen moet men weten dat in die dagen in vele Hervormde Kerkgebouwen aparte plaatsen waren gereserveerd voor de armen. Met grote fijngevoeligheid had men op de banken die voor deze kategorie kerkleden waren gereserveerd het woord “armen" geschilderd.
Op die wijze kon worden voorkomen dat deze zich onder de verkondiging van het Evangelie en bij de viering van het Heilig Avondmaal brutaal onder de "nette mensen" mengden. De zit- of staanplaatsen voor deze armen waren zo uitgekozen dat men van daaruit de dominee nauwelijks zien of horen kon. Ik heb in mijn boekje over de A(lgemene) B(ijstands) Weet) geciteerd hoe Sikkel tegen dat schandelijke gedoe raasde. Het socialisme, zo zei hij, is opgekropen langs de binnenmuren van de kerken waar de armen van het laatste wat hun nog was overgelaten, namelijk hun eer, werden beroofd.
Het is om Gispens tirade te verstaan ook nodig te weten dat de kathedralen in die tijd niet werden verwarmd. Dat kon ook niet.
Om te weten wat dat betekent moet je b.v. in de hongerwinter een kerkdienst hebben meegemaakt in een gebouw waarin het een graad of 10 vroor. Mijn innig geliefde Utrechtse broeders en zusters hebben dat in de Janskerk existentiëel meegemaakt en ..... overleefd, Maar - om op 't eigenlijke thema van Gispens expectoratie terug te komen - is wat Gispen schrijft niet "to the point"? Als men gedaan had wat Gispen schreef zou kerkelijk Amsterdam er nu totaal anders hebben uitgezien dan thans het geval is. Kuyper schreef later in diezelfde geest. En hij voegde er bij dat als zo'n 75 of 100 zelfstandige gemeenten door gelovige, trouwe herders en een actieve kerkeraad zouden zijn geleid het atheïstische socialisme er nooit die geweldige bloei zou hebben beleefd! Op grond van een irreële kerkrechtelijke theorie is ook de Geref. Kerk van Amsterdam tientallen jaren een "massa" gebleven. Jaar op jaar stond in het kerkelijk jaarboekje hetzelfde aantal leden aangegeven! Ik meen 20.000. En zeker ook daarom is nu de situatie van die kerk zo aller-droevigst, Belangrijk is ook wat Gispen over een algemene synode schrijft ..
Daar kunnen vooral wij "heil uit putten". Ik ben erg dankbaar dat door onze kerken reeds veel van de "macht" van een generale synode is afgenomen. B.v. de zending.
Dat is zonder meer een zegen!
En evenzo de verzorging van de emeritipredikanten. De prachtige vergaderingen van afgevaardigden van alle kerken waarin wij de zaak van de opleiding hebben besproken deden bij mij de vraag rijzen of óók de kwesties die de opleiding raken niet veel en veel beter besproken kunnen worden in zulke samenkomsten "ad hoc".
Daar moeten we maar eens over nadenken!
En ik hoop er nog wel eens over te schrijven.
• naar Calvijn - vooruit!
Zoals ik vroeger reeds schreef had Gispen zijn "theologische opleiding"
- als je dat zo noemen mag! - genoten bij ds Kloppenburg in Amsterdam, een dominee van de afgescheiden kerk "onder het kruis".
Zijn vader had zich bij die kerk aangesloten omdat de oorspronkelijke afgescheiden kerk van Amsterdam in die tijd geteisterd werd door verschrikkelijke ruzies.
Van Velzen - hij leefde toen in zijn zwarte tijd - was daar de oorzaak van. Gispen vond in die kruiskerk een prediking en een "theologie" die geheel beheerst werd door een verkiezingstheorie die tot gevolg had dat het geestelijke leven van de kerkmensen zich concentreerde in de benauwende vraag: ben ik door God uitverkoren of verworpen?
Gispen haalde zijn theologische wijsheid uit een boekje dat tot titel had: "Kern der Christelijke Leere, dat is de waarheden van den Hervormden godsdienst eenvoudig ter neder gestelt, en met oefening der ware Godzaligheid aangedrongen door Egidius Franeken, bedienaar des H. EvangeIiums te Maassluis. De tiende druk. Met Privilege der Staten van Holland en West-Friesland, en uitgegeven naar Kerkenordening dezer landen". In de volksmond werd dat boekje "Franckens Kern" genoemd. Mijn vader had er ook een exemplaar van. Ik heb er vaak in gelezen. Om een woord van Kuyper te gebruiken: Het is zo dor als een geraamte, maar ook zo nuttig als een geraamte!
Vooral in de tijd toen Gispen in Kampen dominee was, is hij tot geheel andere opvattingen gekomen!
Hij raakte daar bevriend met Helenius de Cock, En deze leidde hem in in de theologie van Calvijn! Mee als gevolg daarvan werd Gispen "bekeerd" van de na-reformatorische scholastiek en de subjectivistische religiositeit tot de reformatorische belijdenis en het Schriftuurlijke leven uit de belofte van het evangelie. De neerslag daarvan vindt men in zijn prachtige verklaring van de Ned. Geloofsbelijdenis. Een juweeltje! lik kan het niet controleren want ik schrijf dit stuk in mijn vakantieverblijf, maar ik meen dat daarvan liefst vijf drukken van verschenen zijn!
Meermalen gaf Gispen uiting aan de nieuwe visie, het nieuwe geloof dat hem als gevolg van deze bekering ten deel viel.
Ik laat en paar van zijn exclamaties hier volgen.
In De Bazuin van 21 mei 1880 leest men het volgende. Het werd geschreven naar aanleiding van de pogingen van Kuyper en de zijnen om een Gereformeerde Universiteit op te richten.
Zoals men weet werd deze in dat jaar op 20 oktober als Vrije Universiteit geboren.
Het is weer een stuk vol nuchtere, schriftuurlijke wijsheid.
Sprak ik in mijn vorige brief van de Vrije Universiteit op Gereformeerde Grondslag, als van iets verblijdends, Laat mij u thans mogen duidelijk maken waarom ik dit deed.
Indien het moest, zou ik ook kunnen zeggen waarom ik er mij niet onvoorwaardelijk dn verblijd, of waarom ik mij verheug met beving.
Maar niemand behoeft voor zijn plezier pessimist te zijn, dat kan ik u van harte verzekeren. Als men zich, in den gelove, ergens in verblijden kan, hebben we dit als een zeer dierbaar geschenk van God te erkennen.
En wie, die gereformeerd wenst te zijn, zou er zich dan niet in verblijden dat de Gereformeerde geloofsleer weer de aandacht begint te trek!ken van mannen van wetenschap en talent, en niet meer besloten wordt binnen de kring van dienstknechten" en "dienstmaagden"?
Niet dat ik nu alles verwacht van de "Gereformeerde grondslag".
De ondervinding heeft geleerd dat men zelfs op de grondslag Christus, hout, hooi en stoppelen kan bouwen.
Ook: dat men op "Gereformeerde grondslag" zowel een modern determinisme als antieke Antinomianerij, onuitstaanbaar methodisme, niet minder dan walgingwekkend mysticisme bouwen kan. Maar dat op de voorgrond dringen van "Gereformeerd" zal er toe bijdragen, om in wetenschappelijke kringen meer bekend te doen worden wat toch eigenlijk Gereformeerd is. Ook zal de ijverige bestudering der oude Gereformeerdener veel toe kunnen bijdragen om sommige bekrompenheden en onhebbelijkheden van de hedendaagse Gereformeerden te corrigeren.
Inzonderheid verwacht ik veel goeds van de bestudering van Calvijn, namelijk van de echte, ware Calvijn, van Calvijn, wals hij is. Niet van de nagemaakte Calvijn, die sprekend gelijkt op een Hollandse burgerman, die Hellenbroek (een bekend catechismusboek, nog gebruikt bij oudgereformeerden - C.V.) van buiten kent. Als Calvijn nagevolgd wordt, dan krijgen we weer een gezonde kritiek, een vrije, frisse Schriftverklaring, dan zal aan de kinderen dezer eeuw wéér een Evangelie verkondigd worden, waarvan mensen zullen opschrikken, vooral zulke mensen, die menen dat Calvinistisch bestaat in het alleen en enig prediken der leer van verkiezing en verwerping."
Als je dat voor bijna honderd jaar geschreven verrukkelijke stukje leest, dan gaan, om met de psalmist te spreken, de gedachten zich weer in je vermenigvuldigen.
Om maar iets te noemen: ik heb jaren geleden wit oude Herauten, correspondentie enz. nageplozen met hoeveel zorg en energie mannen als Kuyper en Rutgers hebben gezwoegd om voor de V.U. een grondslag te formuleren zo solied als een stuik beton, en zo zorgvuldig dat een afwijking van wat klassiek gereformeerd is bij de ondertekenaars ervan menselijkerwijs onmogelijk was. Het moest een grondslag zijn die het kon uithouden tot de jongste dag! En wat is geschied? Vóór een eeuw voorbijging is er van die grondslag geen spaan meer over en heeft de V.U. een grondslag die de felste tegenstanders van de oprichting ervan met plezier zouden hebben ondertekend.
Bizonder scherp gezien is ook Gispens visie op de betrekkelijk geringe waarde van een solide grondslagformule - en we kunnen er bij zeggen: van een belijdenisgeschrift.
En van de ondertekening daarvan! Er zijn in Nederland honderden, misschien wel duizenden, kerken, verenigingen, organisaties met een 24 karaat gereformeerde grondslag. De bestuursleden ervan ondertekenen die meer of minder plechtig. Maar die grondslagomschrijving is 0, zo vaak tot een zinloze formule geworden, een lege huls. Met de belijdenis is het net zo. De (synodaal) Geref. Kerken eisen nog steeds ondertekening van de belijdenis - maar men kan daarin openlijk zeggen dat belijdenishandhaving uit de tijd is. En ik heb preken gehoord die er van a tot z tegen in gingen.
Maar ook de kerken van dr Steenblok - "De Geref. Gemeenten in Nederland" - vragen de ondertekening ervan! En Steenblok leerde indertijd dat je Gods verkiezing het best kon vergelijken met het gedrag van een boer die van een nest jonge honden er een paar uitkiest om te houden en de rest ervan de nek omdraait.
Een tijd geleden las ik het volgende verhaal: Aan de geref. school voor HAVO solliciteerde een lerares voor geschiedenis. De rector praatte met haar over haar werk én zei toen en passant dat, als ze benoemd werd, ze de drie formulieren van enigheid moest ondertekenen. Ze zei "Praat daar maar eens over met uw vader".
Die vader was nl. predikant. Een poos later kwam de juffrouw weer bij die rector en zei heel opgewekt: "Ik heb met mijn vader over die ondertekening van die stukken gepraat, hij zei dat het geen kwaad kon!" En vol vreugde zette ze haar naam onder "die dingen".
In verband met een studie las ik onlangs de oude gezangenbundel van de Ned. Herv. Kerk nog eens door. Die bundel bevat o.a. de berijming van de gezapige godsdienstigheid der brave, zelfvoldane burgerij uit het begin van de vorige eeuw. In de voorrede ervan kan men evenwel lezen dat de verzamelaars alle opgenomen versjes nauwkeurig hebben getoetst aan de drie formulieren ze worden er met name in genoemd - en er niets in hebben gevonden dat met die belijdenisschriften strijdt. Natuurlijk hebben de brave onderzoekers dat voor honderd procent gemeend!
Van de studie van de theologie van Calvijn, waarvan Gispen zo veel verwachtte, is in de eerste decenniën van de V.U. niet veel gekomen.
Onder leiding van Kuyper werd wel de - vaak griezelige"disputatiën" van "de theologen uit de bloeitijd" uitgegeven Junius, Voetius, Zanchius etc. De eerste verdedigde dissertatie aan de V.U. handelde over de opleiding tot de dienst des Woords! Er werd toen een strijd gevoerd op leven en dood over de levensvraag of de dominees moeten opgeleid worden aan een "seminarie" ("Kampen") of aan een UNIVERSITEIT ("Amsterdam"), weet u. En de verdere dissertaties gaven biogafieën van de tweederangs theologen, weer uit die hoogvereerde "bloeitijd".
Een reeks die culmineerde in die van Maccovius. de volbloed scolastens, de man die volgens zijn tijdgenoten 'n "belurina vita" leidde, hetwelk, overgezet zijnde zeggen wil: het leven van een beest.') De eerste dissertatie van de V.U. die over de Schrift handelde kwam toen de V.U. 25 jaar oud was. En toen de eerste over Calvijn werd verdedigd was de V.U. bijna veertig jaar oud. Maar dat geschiedde dan ook onder de "afgescheiden" Bavinck en werd gemaakt door een "zoon der Scheiding"!
Ja 't ging met de V.U. anders dan met de Universiteit van Calvijn.
Daaraan werkten drie professoren in de "onderbouw": één voor 't grieks, één voor 't hebreeuws en één voor het latijn en aanverwante artikelen. En in de "bovenbouw"
was er alleen een prof. voor het Oude Testament (Calvijn) en een voor het Nieuwe (Beza). Toen de eerste glans van deze universiteit af was kwam er eentje bij voor "de theologie".
Dat betekende toen: voor de dogmatiek.
Dat stuk van Gispen over de studie van Calvijn is magnifiek. En je voelt dat komt uit zijn hart! Je proeft dat er een stuk autobiografie in zit en er een hoop over de toekomst in wordt vertolkt.
Ik eindig voor ditmaal met nog twee uitspraken van Gispen. Ik geef ze zonder kommentaar. En ik hoop dat onze lezers - om het met de woorden van de afgescheiden dominee uit mijn jeugd te zeggen - ze "als de reine dieren mogen herkauwen".
Hier is het eerste: Het komt mij soms voor, dat er geen onbarmhartiger mensen op de wereld leven dan Godgeleerden. De Vivisectoren onderzoeken de waarheid op de levende dieren; maar Godgeleerden snijden in zielen en halen soms het hart uit 's mensen lijf! Ook mochten de dagen nog eens komen, dat de theologen alle apriorismen over de Schrift, alle menselijke vindingen, Lieten varen, en uit de Schrift zelve het volk onderwezen in de Godzaligheid des levens, door de kennisse Gods en van Jezus Christus, die Hij gezonden heeft!
Het tweede is dit: Gij herinnert u hoe we, in onze jonge tijd, op de gezelschappen, de oude vromen dikwijls hoorden zeggen, dat alle Ieunsels en steunsels moeten wegvallen, en de zondaar ontbloot moet worden tot op de fundamenten toe. Datzelfde schijnt ook met de kerk te moeten gebeuren. De leunsels en steunsels zullen meer en meer moeten wegvallen, gelijk als bij de mens,die waarlijk zich verloren gevoelt, en dan met de gerechtigheid van Ohristus alleen bekleed wordt. Het Protestantisme is de erfenis geworden van een geslacht, dat te klein was om die schat te aanvaarden en wel te gebruiken.
Van de Schrift is men teruggekeerd tot de scholastiek, van de scholastiek tot het rationalisme en zo vice versa tot op deze dag.
Ja - tot op deze dag.
Daar weten wij, "buitenverbanders", alles van!