Paulus' brief aan de Galaten
1973-08-17
Geen nieuw gebod, maar een oud 5: 13, 14 - Jaargang 17
- nummer 29
Het opschrift boven dit gedeelte geplaatst is ontleend aan 1 Joh. 2 : 7-10. Daar handelt de apostel Johannes over het gebod der liefde, wat Paulus in dit gedeelte ook doet.
Paulus is de prediker der vrijheid.
Het evangelie is de boodschap van de vrijspraak.
Dat kan op twee manieren bedorven worden.
De eerste is dat men met een beroep op de christelijke vrijheid meent nergens meer aan gebonden te zijn. Dan krijgt men het geseculariseerde vrijheidsideaal: vrijheid is dat doen waar je zelf zin in hebt. De boodschap van de vrijspraak uit de genade, in ongeloof aangehoord, kan zorgeloze en wetteloze mensen maken. In de gemeente van Corinthe kwam het al voor dat men hoererij bedreef onder christelijke naam. 1 Cor. 5: 1, 2; 6 : 12, 13. En de kerkgeschiedenis kent het droeve bericht van de dwepers uit de Reformatie-tijd, die met een beroep op de christelijke vrijheid de veelwijverij verdedigden.
Aan de andere kant zijn er altijd weer mensen, die zich angstig afvragen, hoewel ze niet "uit de wet" willen leven: wat is goed?
Wat mag wel en wat mag niet?
Wat is nu de weg van het echte evangelische leven?
Nu, dat is de weg van de liefde.
In liefde onderwerping aan de wil van God.
Want de hele wet is in één woord samen te vatten: Gij zult uw naaste liefhebben als u zelf.
Paulus blijft consequent prediken van uit de Schriften. Want wat hij in vers 14 zegt stond al te lezen in Lev. 19: 18. En de Heiland heeft zo de wet samengevat in Matth. 22 : 34-40. Zie ook Matth. 19: 16-22. Het woord vervullen is waarschijnlijk in dit geval het beste weer te geven met het "onder één hoofd samen te vatten".
Paulus zal ongetwijfeld het verwijt te horen hebben gekregen dat hij met zijn prediking van de vrijheid in Christus tegen de wet in ging en zorgeloze en goddeloze mensen maakte. Daarom is zijn beroep op het Oude Testament hier natuurlijk van belang. De vrijheid in Christus betekent geen bandeloosheid (13), maar betekent in liefde God dienen en de naaste. Zijn strijd tegen wetticisme is geen strijd tegen Gods wet (14).
Verdeeldheid 5 : 15
We hebben al gezien dat de leer van de Judaïsten de eenheid in de gemeente verstoorde en naar zijn wezen ook verstoren moet. Als ze zo door gaan kan dat het einde van de gemeenten betekenen, al blijven de muren van de kerkgebouwen wel overeind staan. Broedertwisten zijn nu eenmaal altijd de felste twisten. En dan komt men als bloeddorstige dieren tegenover elkaar staan. Men komt ook tot bloeddorstige handelingen.
Zou het te vreemd zijn als Paulus hier zelf aan zijn verleden denkt? Ook hij heeft als een bloeddorstig dier de gemeente vervolgd, voor hij tot staan gebracht werd op de weg naar Damascus.
De weg uit deze afschuwelijke situatie is de weg van de liefde.
Geest en vlees 5 : 16-21
Het is goed bij de volgende verzen te bedenken dat het woord vlees meer dan één betekenis kan hebben in de Bijbel. In deze brief is leven naar het vlees het pogen een eigen gerechtigheid voor God op te richten; denken voor eigen zaligheid te kunnen en te moeten zorgen. Dan heb je Christus niet meer nodig. Elke christen en elke gemeente heeft steeds te maken met de strijd tussen de Geest en het vlees. Deze staan tegenover elkaar. En het gaat er nu maar om of we overheerst willen zijn door de Geest of overheerst willen zijn door het vlees. Het staan in de vrijheid is hetzelfde als door de Geest wandelen. Gal. 3: 1-3.
Wie eigen zaligheid wil bewerken moet heel de wet houden. 5: 3.
Maar wie zich door de Geest naar Christus en naar het echte christelijke leven laat leiden, behoeft dat niet. Want de wet is door Christus vervuld.
De werken van het vlees zijn evident, direct duidelijk (19).
Bij het begeren van het vlees behoeven we niet in de eerste plaats te denken aan sexuele zonden, hoewel die er niet van uitgesloten zijn. Wat Paulus opsomt in 20 en 21 maakt wel duidelijk, dat hij niet ineens overgaat op een heel ander onderwerp, maar juist die zonden de nadruk krijgen, die de eenheid in de gemeente verstoren en die zonden tegen de naaste zijn.
Wie de ander liefheeft.. heeft de wet vervuld. Rom. 13 : 8. De lijst die Paulus opsomt in 20 en 21 is ook niet compleet zoals blijkt uit de woorden "en dergelijke", maar het zijn allemaal de zonden tegen het liefdegebod.
De Geest is gekomen om nieuwe mensen te maken voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Wie niet van genade wil leven, wie zich niet door de Geest laat leiden, moet er rekening mee houden dat hij het koninkrijk Gods niet zal binnen gaan. 1 : 8, 9.
Op te merken valt ook dat er gesproken wordt over de werken van het vlees (meervoud) en de vrucht van de Geest (enkelvoud).
Leven naar het vlees werkt disharmonie op alle gebied. Door de Geest laten leiden heeft tot gevolg dat er harmonie ontstaat. Paulus keert zich nog steeds tegen de verdeeldheid die gezaaid is in de gemeenten van Galatië. Hij wijst de weg tot herstel van de eenheid.
De enigheid des geloofs.
Horizontalisme? 5 : 22
Door bijna alle uitleggers wordt gewezen op het feit dat in dit vers vooral de zonde tegen de naaste wordt bestreden. Is de liefde tot God niet het eerste gebod? Nu, het antwoord op de vraag is wel duidelijk. Het eerste en het grote gebod is aan het tweede gelijk. En als Paulus, na zo uitvoerig de rechtvaardiging van de zondaar in Christus heeft verkondigd en verdedigd, dan weet hij ons ook te zeggen dat we in Christus hebben de dagelijkse vernieuwing van het leven. We hebben in Hem alles.
Van een waarachtig "horizontaal" leven zou geen sprake zijn, als het niet eerst met God in orde is. Integendeel: het geheel van de brief kan ons rustig tot de stelling brengen: wie niet in rechte verhouding met God leeft, die leeft ook niet in de rechte verhouding met de naaste of positief gezegd: wie in rechte verhouding met God leeft, uit genade alleen, die laat die genade ook doorwerken in zijn omgang met de naaste. De gemeente dient een gemeenschap te vormen.
Door de Geest leven 5 : 23-26
Tegen zodanige mensen is de wet niet. Er is ook te vertalen "tegen zulke dingen" is de wet niet. "Tegen dit alles is geen wet gericht".
Het is ook mogelijk geen keus te doen en te zeggen: "tegen zulke dingen en mensen keert zich geen wet". (Van Stempvoort; De Beus).
Duidelijk is in ieder geval wat Paulus hier bedoelt.
Wat er verder volgt is dunkt me te beter te begrijpen als men denkt aan de Bijbelse leer van de doop.
We zijn met Christus gestorven, begraven en opgewekt. Dat wordt in de doop ons zichtbaar voor ogen gesteld. Rom. 6: 1-4. De doop is van het heil in Christus teken en zegel, garantiebewijs.
De Galaten waren alle gedoopt in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. En dat samen gedoopt zijn moet dan ook de twisten in de gemeenten doen ophouden. Dan worden wilde dieren· van nature, mensen die in geloof en liefde leven, die elkaar niet tarten en benijden. Dan leven we in het spoor door Christus gewezen en door de Geest gepredikt.
Dan hebben we grote vrede met God en met de medechristenen.