BEKPAIP

1973-08-24
  • Jaargang 17
  • nummer 30
Als men u vraagt hoe een Schot er uit ziet, dan rijst voor uw oog, tien tegen een, het beeld van een man in plooirok, met een onmogelijk muziekinstrument omgord. Jawel, zo ziet een Schot er soms uit. De plooirok, in het schots kylt genoemd, is verre van algemene dracht; die wordt bewaard voor bruiloften, plechtigheden, begrafenissen en feestdagen. Op een doordeweekse dag kunt u stad en land doorrijden, zonder één te zien te krijgen. En nog zeldzamer treft u de doedelzak aan, in het schots bagpipe genaamd; uitspraak zie boven.

Die bagpipe is anders een merkwaardig muziekinstrument - en veel meer dan dat. Hij bestaat uit een leren zak, waarin vijf pijpen zijn vastgezet. De zak is bekleed. met schotse stof: wollen ruit stof, in de kleuren en het patroon van een bepaalde clan oftewel familie.

Die leren zak, een typische windzak, heet in het schots bag. De eerste pijp dient om de zak vol lucht te blazen, opdat de andere pijpen kunnen gaan spreken. Dat gaat met een terugslagventiel, want als de speler even iets wil zeggen kan hij rustig blijven doorspelen. Hij houdt de zak onder de linkerarm en drukt er zachtkens op, om de wind met enige overdruk door de sprekende pijpen te doen stromen. Een van de sprekende pijpen is naar beneden gericht en heeft een reeks gaten: hierop speelt de Schot zijn typische diatonische danswijzen en volksliederen.
Diatonisch wil zeggen: de tonen van de toonladder zijn ermee te spelen, maar geen verhogingen en verlagingen. De omvang van het repertoire is ruim een octaaf. De toon is niet die van een fluit - maar meer van de hobo, iets verwant aan de klarinet. De speelpijp heeft namelijk een paar rietjes in het kopstuk, waartussen de toon gevormd moet worden. Die toon is dus scherp, bewegelijk, smijdig, nasaal en doordringend; van nabij wel wat erg brutaal, maar op verre afstand nog te horen. En erg mooi te horen. U kent misschien het woord schalmei? Welnu, de melodiepijp van de doedelzak is zulk een schalmei, vroeger aan herders toegeschreven.

Nu kent u al de betekenis van twee pijpen: de blaaspijp voor de windvoorziening en de speelpijp. die een schalmei is. Maar de opstaande andere drie pijpen? De grootste ervan geeft een vaste toon, zo lang er gespeeld wordt: de do of grondtoon. De beide andere pijpen geven doorlopend de octaaf toon van het instrument, de hoge do. Voordat de bagpiper gaat spelen, dus als hij zijn luchtzak volblaast, beginnen deze drie pijpen zich al te laten horen; eerst vals, later zuiver. Net als een organist die, voor hij aan zijn prelude begint, een pedaaltoets kiest voor de holte van zijn voet.

Die laatste vergelijking houdt meer in. Want bij die organist spreken we van een orgelpunt, wanneer hij een bastoon vasthoudt om daarboven een homogeen en samenhangend spel op te bouwen. Welnu, de bagpipe-muziek is altijd gebaseerd op een orgelpunt. De grondtoon is er niet uit weg te denken. De ene octaafpijp geeft een verheldering aan de grondtoon; de andere octaafpijp geeft, in samenhang met de grondtoon, een merkbare versterking van die grondtoon. Om dit aan te tonen zou een natuur- en wiskundig intermezzo nodig zijn; maar u moet me ditmaal maar zo geloven.

Er zijn mensen die beweren, dat de bagpipe eentonige muziek geeft.
Niets is minder waar. De drie vaste pijpen, zo zagen we, geven al twee tonen. Maar de schalmeipijp geeft 8-10 tonen en dat is niet mis! Een hele toonladder en niet minder dan dat. Dus inclusief de fa en de sol.

Wat betekenen die fa en die sol eigenlijk?

In de muziektheorie spreken we van de sol als van de "dominant", dat is de heersende toon in de toonreeks en dus in de melodie. En de fa wordt onderdominant genoemd: een al even belangrijke toon, maar op naastgelegen terrein dominerend. Beide bepalen ze de gang van de melodie, beide domineren ze - waarbij u niet te veel aan het woord dominé moet denken. En de toon do, de grondtoon, is het rustpunt in elke melodie.

Die drie tonen, do, fa en sol, betekenen samen de ganse wereld van de muzikale volzinnen. Bij elke volzin, die het zeggen waard is, is sprake van een these (een bewering), een antithese (een tegenspraak) en een synthese (een conclusie). Anders gezegd: van een dubbelzijdige belichtingen van een sluitrede.

Iets dergelijks vindt u in elke muzikale volzin. De drie thesen worden belichaamd door fa, sol en do. Er zijn middelpuntvliedende krachten, die de melodie doen bewegen in het spanningsveld van fa en sol; er is ook de middelpuntzoekende kracht, die de melodie tot het rustpunt terugbrengt: de do. Talloze componisten hebben aan de doedelzakmuziek een plaatsje onder de zon gegund. Denk aan E. Grieg met zijn Holbergsuite; denk ook aan L. v. Beethoven's Ecossaisen, Schotse Dansen, die zich uitsluitend tussen fa, sol en do bewegen.

Terug naar de bekpaip, voor het ons boven het hoofd gaat. Die bagpipe nu bevat al de muzikale mogelijkheden, welke een melodie nodig heeft om melodie te zijn. De middelpuntzoekende kracht, de kosmos in elk muzikaal avontuur, is nooit te negeren. Die klinkt als een rotsvast gegeven door alles heen. Net als bij de Schotten - want ondanks wilde tochten door hoogveen en moerassen, over heide en bergen, is de granieten rots altijd terug te vinden als betrouwbare basis voor de holte van hun voet. En de middelpuntvliedende krachten zijn ook volledig aanwezig in de bagpipe-muziek: de fa en de sol vormen de aantrekkelijke verten van zee en bergen. Net als bij de Schotse Hooglanders.
Want hoe honkvast ze ook mogen zijn - ze zijn overal te vinden: te land, ter zee en in de lucht, in Novo-Seotia en India en waar de Britse troepen zich ook vertonen.

In het dorpje Salen op het eiland Mull hoorde ik op een zomeravond een weemoedige bagpipe klinken. Zo gauw mogelijk zette ik de auto veilig weg en zocht op de klank de speler op. Stond daar een oud manneke in de deuropening tegen de zonsondergang zijn klanken uit te storten. Niet te geloven hoe die klanken passen bij de sombere kleur van de natuurstenen huizen, de ,groene varenvelden, de welige bloemenpracht, de nevelige verten en dat alles onder de laatste gouden zonnestralen. Het ongeschoren, nietige manneke blies en speelde heel zijn hebben en houden uit. Ernstig, waardig, onstoffelijk en sereen. Hij zag ons niet. Hij speelde de oude, eeuwenoude schotse dansen. Zijn
rechtervoet je trapte nauwelijks merkbaar de maat bij de samengestelde dansritmen. Zijn blik ging over ons heen naar de top van de Ben More. Zijn vingergrepen waren vlug en zeker - hoewel zijn handen beefden. Zijn tonen waren scherp als zijn jukbeenderen. Wat dacht u: daar volgde toch zeker een babbeltje op?

Of er meer bagpipe op het eiland gespeeld werd? - Neen, hij meende de enige te zijn. - Of er vroeger dan wel een groep was geweest?
- Hij was de laatste van het stel. - Of hij hier soms geboren was?
- Zijn hoofd knikte richting huis, dat zijn achtergrond vormde. - Een onuitgesproken vraag: of hij hier in Salen ook dacht te sterven?Een even onuitgesproken antwoord: of wist u soms wat beters? - Of hij ooit van het eiland weggeweest was? - Met effen smoeltje: nooit!
Hij had namelijk bij de Marine gediend, zei hij verduidelijkend. (Zo kan alleen een matroos u in de luren leggen). Om ons te redden hebben we hem iets aangeboden en gevraagd, voor ons nog een enkel stuk te spelen. Dat deed hij met veel plezier en wij konden hem fotograferen.

Die bagpipe-muziek is dus bij oude mensen te vinden - maar ook de jeugd krijgt er weer belangstelling voor. Binnen het raam van een ontwakend nationaal bewustzijn. In de krant van Oban las ik, dat niet alleen het keltisch weer facultatief op de middelbare scholen wordt onderwezen (en men gebruikt daarvoor niet het engelse woord celtic - maar het keltische woord gaellic) maar dat ook door de jeugd een groep is gevormd, die de doedelzak beoefent. Er is inderdaad een nationalistische beweging gaande, die Schotland voor de keltische Schotten wil reserveren en die "English, go home" op de rotswanden kalkt.
Maar behalve deze laatste negatieve activiteiten heeft het Schotse nationalisme ook de goede kanten: dat er eerbied wordt gekweekt voor het natuurschoon, de vogelstand, de flora, de honderden kilometers lange openbare voetpaden, de oude gebruiken, de keltische taal, het gewoonterecht en de bagpipe.

Die bagpipe. Ook op parades en taptoes is dat instrument, aangevuld met monumentale trommen. onmisbaar. Toen onlangs de hertog van Argyll overleden was en zijn as per sloep van Inverary naar een eilandje in Loch Fyne werd vervoerd, geschiedde het afscheid te voet en in optocht naar de kust. Voorafgegaan door een bagpiper in kylt.
Heel de adel van het mainland (men kan daar niet van vasteland spreken maar noemt het mainland, dat overigens net zo vast is als het continent) mitsgaders de stadsbestuurders. de notabelen, de pachters en de kleine luyden volgden de stoet totdat de vier witte sloepen met het petit comité zee kozen. Met de bagpiper op de plecht van de eerste sloep!

Bij belangrijke bruiloften wordt niet alleen aangekondigd welke predikant in welke kerk het huwelijk zal bevestigen, maar tegelijk welke pip er de plechtigheid zal opluisteren en wie de master of ceremony is.
Bij de jaarlijkse Highland Games (enorm belangrijke toogdagen die niemand wil missen) is altijd sprake van drie onderdelen: sportwedstrijden, Schotse dansen en bagpiping. En tenslotte staat ergens bij Fort William (men zegt, dat deze plaats naar Willem III is genoemd) het oorlogsmonument-dat een Amerikaan, een Canadees en een Brits soldaat verenigt. Het wordt door velen bezocht, als een bedevaartspiek.
U moest het ook maar eens doen. Aan de voet van het monument staat een Schot op de bagpipe te spelen, dag en nacht. Niet steeds dezelfde natuurlijk en waarschijnlijk look niet 's nachts - maar verder toch wel.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief