Eén voor allen
2013-03-09
Bekend is dat onze Heiland bij zijn publieke optreden vaak met de Farizeeërs in botsing is gekomen. Opvallend is echter dat deze godsdienstige middenstand geen hoofdrol heeft gespeeld bij Jezus’ veroordeling. Daar komt het Sanhedrin veel meer naar voren, en daarbinnen de priesterlijke families die de dienst uitmaakten. Hier ontmoeten we hogepriester Kajafas, die onbewust en ongewild een waardevol woord spreekt.- Jaargang 57
- nummer 5
Kajafas was in het jaar van Jezus’ veroordeling hogepriester.
Het is denk ik niet zo dat hij alleen maar voor dat jaar hogepriester was, want hogepriesters werden voor het leven benoemd. Maar ‘in dat jaar’ was het dus Kajafas.
Bij de beraadslaging van de Joodse Raad over wat men toch met Jezus aan moet – met Jezus, wiens groeiende invloed moet worden gevreesd – is het deze Kajafas die voor de oplossing zorgt. Zijn overweging, die de stoot tot het proces tegen Jezus heeft gegeven, houdt ons in deze overdenking bezig.
Columbus
Er zit iets triomfantelijks in de manier waarop Kajafas zijn sturende opmerking maakt. Alsof hij het ei van Columbus heeft uitgevonden. ‘Dat we daar nu niet eerder op gekomen zijn!’ Het had naar zijn collega’s toe wel iets vriendelijker gekund, trouwens. ‘Gij weet niets…’ Het zal je maar gezegd worden.
Maar de overweging zelf is, van het standpunt van Kajafas bezien, zeer juist: ‘Het is beter dat één mens sterft voor het volk dan dat het hele volk verloren gaat.’ Zo gaat het toch in het leven? Jona stelt toch hetzelfde voor als hij de matrozen overtuigt dat hij in zee geworpen moet worden? Tot behoud van de andere schepelingen? Eén voor allen, dat spaart levens.
Ook bij de opstand van Seba (in de nasleep van de revolte van Absalom) zegt Joab tegen de stad waar Seba naartoe gevlucht is: ‘Lever hem alleen uit, dan zal ik van de stad wegtrekken’ (2 Samuël 20:21). Abel Bet Ma’acha heette die stad en ze zou met de grond gelijk zijn gemaakt als men die uitlevering geweigerd had.
Ook de keizer van Rome zou Jeruzalem met rust laten, denkt Kajafas, als eerst die Jezus maar zou zijn opgeofferd. De godsdienstige leiding van het Joodse volk zit in een verpolitiekt denken gevangen en kan Jezus niet anders zien dan als staatsgevaarlijk. Dat zijn Koninkrijk niet van deze wereld is, zoals Hij verderop in het proces zegt (Johannes 18:36), dringt niet tot hen door.
Draai
Het is nog waar ook wat Kajafas zegt, schrijft de evangelist Johannes. Maar dan wel anders dan de hogepriester het bedoelt. Onbewust en ongewild spreekt de man een waardevol woord over Jezus uit. Als hogepriester van dat moment komt er een profetie over zijn lippen.
Hoezo? Was het gewoon dat hogepriesters profetische uitspraken deden? Goed, hij hanteerde de urim en de tummim – orakelinstrumenten uit de oude tijd – maar dat was lang geleden. Nee, de Here God geeft door zijn Geest Kajafas deze profetie in. Zoals God in vroeger tijden de mond van Bileam gebruikte om over Israël prachtige heilsprofetieën uit te spreken, zo wordt nu Kajafas, omdat hij aan het hoofd staat van het Joodse gemenebest, ingeschakeld om dingen te zeggen die kunnen dienen om het heilsgeheim onder woorden te brengen. Want dat ‘één voor allen’, dat is een bekende klank in het Evangelie.
Ik laat het horen uit Paulus’ tweede brief aan de Korintiërs: ‘…wij zijn tot het inzicht gekomen dat één voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die voor hen gestorven is en opgewekt’ (2 Korintiërs 5:15).
In de zin ‘één voor allen’ heeft het woordje ‘voor’ twee betekenissen: ‘in plaats van’ en ‘ten behoeve van’. Kajafas bedoelt: Jezus gaat sterven ‘in plaats van’ het hele volk. Maar de Geest van de profetie laat Kajafas zeggen: Jezus gaat sterven ‘in plaats van’ en óók ‘ten behoeve van’ heel het volk.
Dat ‘ten behoeve van’, dat geldt ook nog wel een beetje voor Kajafas’ woord, maar dan heeft het louter betrekking op het lijfsbehoud van het volk; het zou verschoond blijven van een verwoesting van ‘hun plaats’ door de Romeinen. Christus’ dood ten behoeve van het volk, dat gaat veel verder, dat heeft betrekking op het eeuwige behoud van allen die in Hem geloven.
Eigenlijk prachtig dat Gods goede Geest deze draai aan het woord van Kajafas geeft! Daar spreekt geen haat tegen de Joodse Raad uit. Eerder iets van: jullie zitten vlak bij het heilsgeheim! Wat jullie ten kwade bedoelen, keert de Heer ten goede. Zo wordt de overgang van verwerping van Jezus naar zijn aanneming voor de Joden in zekere zin gemakkelijk gemaakt.
Eerst de Jood maar ook de Griek
Johannes geeft er ook nog een uitbreiding aan, namelijk dat de Heiland niet alleen in plaats van en ten behoeve van het Joodse volk is gestorven, ‘maar ook om de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen’. Johannes kan het niet laten om de grenzen van Gods kerk wereldwijd uit te zetten.
De ‘verstrooide kinderen Gods’, dat zijn volgens de profeten de uit het land verdreven Israëlieten. ‘De HERE bouwt Jeruzalem; Hij verzamelt Israëls verdrevenen’ (Psalm 147:2). Dus toch nog Joden, zegt u, geen kerk uit de volken. Ja, maar de gedachte bij de profeten is geweest dat deze verstrooide Israëlieten bij de terugkeer uit hun ballingschappen belangstellende heidenen mee zouden brengen.
Bij de profeet Sefanja lezen we over de volken: ‘Van gene zijde der rivieren van Ethiopië zullen mijn aanbidders, de dochter van mijn verstrooiden, mijn offer brengen’ (Sefanja 3:10, NBG-vertaling 1951 en Statenvertaling). De kerk uit de volken is daar de geestelijke dochter van de verstrooiden van Israël. Dat wordt in het boek Handelingen bevestigd, want de kerk uit de volken is daar steeds rond de synagoge ontstaan.
‘De verstrooide kinderen Gods’, zo kan sinds Adams val en de spraakverwarring van Genesis 11 heel de mensheid getypeerd worden. Maar zij worden door Jezus thuisgebracht!
Als Kajafas dat eens had kunnen zien!
Drs. Henk de Jong is emeritus predikant van de NGK Zeist.
| ‘De overpriesters en de Farizeeën dan riepen de Raad samen en zeiden: Wat doen wij, want deze mens doet vele tekenen? Als wij Hem zo laten geworden, zullen allen in Hem geloven en de Romeinen zullen komen en ons zowel onze plaats als ons volk ontnemen. Maar één van hen, Kajafas, de hogepriester van dat jaar, zeide tot hen: Gij weet niets, en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat één mens sterft voor het volk en niet het gehele volk verloren gaat. Doch dit zeide hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen. Sinds die dag dan beraadslaagden zij om Hem te doden.’ (Johannes 11:47-50, NBGvertaling 1951.) |