... voor koningen en alle hooggeplaatsten
1973-08-31
• De bidders van het laatste uur - Jaargang 17
- nummer 31
Efficiënte geldbelegging is in deze tijd van geldontwaarding een van de meest nijpende problemen.
Dus had ik veel geluk toen ik voor de luttele som van drie kwartjes opnieuw in het bezit kwam van een schat van humor, geoffreerd nog wel door de Schot Bruce Marshall in diens "De werkers van het laatste uur."
In dit boek groeit de kleine, onaanzienlijke abbé Gaston, oorlogsinvalide, uit tot een christen van groot formaat - door kleine woorden, kleine daden. Hardnekkig weigert de abbé zwarthandelaren, duitse soldaten, Gestapo-officieren, communisten, de centraal-verwarmde dame van lichte zeden en haar collega's als oud vuil op één hoop te gooien. Das Gebot der Stunde is bij hem niet geboren uit theologisch-philosophische overwegingen, maar uit de steeds actueel-concrete vraag: wa t zou Christus zeggen, doen?
Even weldadig is zijn aarzeling in de chaotische verwarring, veroorzaakt door twee wereldoorlogen, definitieve uitspraken te doen over de verbijsterende menselijke, sociale en politieke problematiek.
Hij weet de laatste antwoorden ook niet, maar laat ze over aan God. Hoewel toegewijd lid van de r.k. Kerk, stijgt de abbé in al zijn simpelheid ver uit boven wat hem geleerd is: als zo vaak, gelukkig, blijkt de Leer sterker dan de (ge)leer(dheid). En bovenal: deze werker van het laatste uur is ook een bidder van het laatste uur.
Hij moet Paulus goed begrepen hebben: ik vermaan u dan allereerst gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten. " 1 Tim. 2: 1-7.
• Voor alle mensen ...
Ja, zo schrijft de jood van Tarsen, Paulus, aan zijn assistent, de halfjood Timotheüs. En hij schrijft dit met het oog op gemeenten die gehoord hebben dat het heil is uit de joden - maar die daaraan soms een judaïserende tendens verbonden. Voor hen schrijft Paulus, en dat vóór alle (andere) dingen: ik vermaan u te bidden voor álle mensen. Niet alleen voor joden, niet 'voor één nationaliteit, niet voor één groep mensen, maar voor elke groep, elke soort.
Dat is hier onmiskenbaar de betekenis van het woord "alle": mensen van elke rang, stand, positie, nationaliteit. In overeenstemming met wat hij elders schrijft: in Christus is er geen Jood of Griek, vrije of slaaf, man of vrouw. Bij God is geen aanzien des persoons: Hij tilt de kin van de voor Hem geknielde niet op, om eerst te kijken wie Hij voor zich heeft. Het geeft geen winst of je jood bent, het bezorgt je geen verlies als je maar slaaf bent.
Desondanks licht Paulus er toch één groep uit, die hij met alle nadruk noemt: Koningen en alle hooggeplaatsten, Waarom?
• ... niemand uitgezonderd!
Dát Paulus toch deze groep apart noemt, heeft zo zijn reden. Timotheüs verblijft in Efeze (tegen wil en dank, 1 : 3). De geaardheid van de bevolking (Hand. 19; 1 Cor. 15 : 32) vroeg om een regering met straffe hand. Bovendien schrijft Paulus deze brief denkelijk t.t.v. Nero. Dat zegt al genoeg: ieder kent de vijandige instelling van deze beruchte keizer t.a.v. de christenen (en niet alleen hen!), en weet hoe de hooggeplaatsten, Nero's vertrouwden in en buiten Rome, de hele scale van hoge ambtenaren in het hele rijk zijn wrede bevelen slaafs of met ongekende ijver ten uitvoer brachten.
Moet men voor zulke lieden bidden ... ? 't Ware te begrijpen dat men deze ene groep van de voorbede uitsloot. Maar het "voor alle mensen" kent geen uitzonderingen.
Juist zij, die krachtens hun hoge positie zoveel goed of kwaad kunnen doen, hebben er récht op dat Ohristus' gemeente de heersende nood aan God voorlegt, het goede voor hen zoekt, hen opdraagt aan God en dank zegt voor "Gods dienaresse u ten goede".
Paulus predikt geen opstand der christelijke horden, maar christelijke onderdanigheid: opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden. Wel een leven dat niet verontrust wordt door oorlog, opstand (Efeze), vervolging en verdrukking.
• God wil het
Dat is inderdaad het eerste doel.
En voor velen het enige. Maar Paulus wijst op wat daarachter ligt: ... in alle godsvrucht en waardigheid. Dus: in de vreze des HEREN, die zichtbaar wordt in het leven, de omgang met de andere mensen. Het doel van dit gebed is: volop en voluit christen te mogen zijn, een christelijke levensstijl te kunnen en mogen voeren op elk terrein zonder daarin van hogerhand beknot, gehandicapt, tegengewerkt te worden.
En deze instelling is goed en acceptabel voor God, onze Redder, die (immers) wil dat álle mensen gered worden: ook koningen en excellenties. De bidders van het laatste uur moeten volledig staan ach ter Gods oecumenisch program: ... uit alle rang en stand, volk en natie.
Zo liggen de stukken toch? Er is maar één (echte) God. En waar er maar één God is, is er ook maar één heilsweg, één weg ter redding, één Middelaar tussen God en (alle) mensen: de mens Christus Jezus, die zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen.
Voor koningen en onderdanen, groot-industriëlen en werknemers, millionairs en hongerlijders, geleerden en simpele zielen.
Wie zó bidt, is in overeenstemming met Gods wil. God staat erachter - het is niet zinloos. Hij wil immers dat álle mensen tot erkentenis der waarheid komen.
Dát is hun redding.
Heeft Paulus dat niet zelf ervaren, zelfs toen hij door toedoen van vijandige overheden in Rome gevangen zat? "U groeten al de heiligen, inzonderheid die aan het huis des keizers verbonden zijn" (Philipp. 4: 22)!
• De tijd is er rijp voor
Dat was voor Paulus even troostrijk als vanzelfsprekend: de gegeven situatie staat zo'n gebed niet in de weg, maar vraagt erom!
Want het getuigenis van Gods wil tot redden is te rechter tijd gekomen: op de van God bestemde tijd en dus ook ten tijde van een Nero. Juist nu, zegt hij, is 't de geëigende tijd om te bidden voor koningen en alle hooggeplaatsen.
God wil zèlf dat alle mensen gered worden - dus is 't gebed niet uitzichtloos.
God zelf ook heeft 't parool gegeven: een getuigenis waartoe ik nu uitgerekend als heraut en gezant (aan)gesteld ben - als een leermeester der heidenen in geloof en waarheid. Hoe zal Paulus hier gedacht hebben aan zijn roeping.
Juist hij (1 : 12 v.v.) is "een uitverkoren werktuig om mijn Naam te brengen voor heidenen en koningen ... " (Hand. 9: 15).
Paulus is Gods garantiebewijs in eiven persoon! Z6 had God het zich voorgesteld. En dus bleef Paulus' gebed zelfs in Rome's gevangenis niet zonder uitwerking.
De tijd is rijp voor de werkers van het elfde uur om te bidden voor koningen en alle hooggeplaatsten.
Niet iedereen is in de gelesenheld te spreken met de leden van het koninklijk huis of met ministers. Dat zijn er maar enkelen. Maar wel ieder kan bidden - te rechter tijd - om wijsheid, erkentenis der waarheid voor "onze geëerbiedigde koningin" en haar raadslieden. Daar heeft zij recht op! En God wil het!