Vrouwendienstplicht

1973-09-07
  • Jaargang 17
  • nummer 32
Onlangs luisterde ik naar een radio-uitzending van mr dr Benno Stokvis' "Recht en Slecht" die elke week vrijdag om tien voor een te horen is. Die was zó interessant en belangrijk dat ik er hier iets over schrijven wil.
Mr Stokvis sprak erover dat momenteel de vrouwen in Nederland gelijke rechten hebben als de mannen. Het zal binnenkort ook zo zijn dat het loon dat ze ontvangen voor eenzelfde soort werk gelijk zal zijn aan dat van de mannen.

Maar - zo zei hij - als de vrouwen dezelfde rechten hebben dan is het niet meer dan billijk dat ze ook dezelfde plichten krijgen. En nu is het zó dat de jonge mannen, althans een groot aantal van hen, anderhalf jaar van hun leven moeten geven in de dienst aan ,het volk. Ze moeten "in dienst". Welnu dan is het zonder meer billijk, ja een eis van rechtvaardigheid dat ook de vrouwen "in dienst" gaan. Natuurlijk niet "in het leger". Maar in de zorg voor de hulpbehoevende medemens.

Mr Stokvis had dat zeggend vooral het oog op de verzorging van zieke en demente ouden van dagen.
De nood onder deze stakkers is ontzaglijk groot. En die wordt nog steeds groter. Want het percentage van onze bevolking dat boven de zeventig jaar is wordt steeds hoger. Hij vertelde dat er massa's bedden leegstaan voor deze ouden van dagen, maar dat ze niet "bezet" kunnen worden omdat er geen verzorgsters zijn!
En er is behalve deze nood nog allerlei andere. Het aantal gezinnen dat hulp nodig heeft wordt b.v. door de talrijke verkeersongelukken ook al steeds groter.
Ik wil wel eerlijk bekennen, dat dit betoog van mr Stokvis mij niet alleen hevig boeide, maar ook ontroerde. En ik heb de overtuiging dat wat hij zei volkomen juist is.
De meisjes die op deze wijze "in dienst" gaan behoeven hun intrek niet te nemen in kazernes! Veelal kunnen ze of dicht bij huis in een verpleegtehuis worden te werk gesteld of zelfs in het ouderlijk huis blijven.
En wat ook zeer belangrijk is: het is voor hen zelf ook buitengewoon belangrijk. Er is voor een mens niets zo heilzaam als het belangeloze dienen, het helpen van, het zich inzetten voor de hulpbehoevende, vaak zielige medemens.
Het zal mij benieuwen of deze gedachten van mr Stokvis aanslaan.
Er wordt véél gesproken over medemenselijkheid. Er worden heel veel bewogen woorden geuit over de nood en ellende van de "verre naasten". De waarachtigheid daarvan zal pas blijken als men bereid is de "dichtbije naaste" te helpen.
Maar ik wil hierbij nog wat zeggen.
Ik wil in dit verband nog een vraag stellen, deze: Zou het niet prachtig zijn als gelovige meisjes vrijwillig dienst namen om de ouden van dagen, gehandicapten, zieken, onvolledige gezinnen te helpen?

Waar begint men?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief