De honderdjarige zondaar
1973-09-14
• Teleurstellende informatie?- Jaargang 17
- nummer 33
Vóór mij, op Schiphol, stijgen en dalen vreemde vogels van diverse pluimage naar en uit de hemel.
Maar wat is de hemel? En als je nu eens met je beide benen op de maan zou staan?
In de hemel is het schoon, zongen we vroeger - wat we er dan ook bij dachten. Ouder geworden raak je er nog steeds niet over uit gedacht.
Dus is het een verrassing bij Jesaja (65 : 17-25) te lezen: zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Nu zal ’t wezen nu krijgen we informatie van hogerhand.
Eilaas - 't vervolg lijkt alleen te gaan over een nieuwe aarde. Wat dat betreft reiken zelfs de onthullingen in Openbaringen (21 : 22) niet verder. Begin je aan de andere kant: in den beginne schiep God de hemel en de aarde, dan is het vrijwel hetzelfde lied. Dus nemen we het veelbelovende opschrift van het eerste echte hoofdstuk van Genesis: dit is ontwikkelingsgeschiedenis van hemel en aarde ... (2:4) - maar waar blijft de informatie over de hemel? Tot je je realiseert dat het God niet erom begonnen is ons een Baedeker van zijn hemels domein te geven. Hij laat op dat punt alle ruimte voor verrassingen. Maar wat wij wel te horen krijgen is, hoe de verhouding tussen God in de hemel en de mens op aarde zich ontwikkelt (Gen. 2: 4-4 : 26).
• Herstel van de goede verhoudingen
Wij zijn mensen-op-aarde, en geen engelen. Een Jesaja (6: 1 v.v.),een Paulus (2 Cor. 12 : 2 v.v.), een Johannes (Op.) is een blik in de hemel gegund - maar ook zij kunnen en mogen ons er weinig van vertellen. Maar waarom zouden we niet tevreden zijn met wat ons wél wordt onthuld? 't Hoge zowel bij Jesaja als Johannes gaan om een nieuw Jeruzalem - maar is 't niet fijn dat we 't ons op zo'n manier wél kunnen voorstellen?
In de bijbel is de belijdenis: "ik geloof in God de Vader, Schepper van hemel en aarde" blijvend actueel.
Schepping is niet alleen een lied van de verleden tijd. God spreekt en het is er, Hij gebiedt en 't gebeurt, zingt Israël in Ps. 33 - in hoge mate actueel op de puinhopen van Jeruzalem. "Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap" - daarop spitst de vernieuwing van hemel en aarde zich toe. Het glorieuze verleden wordt op een majesteitelijke manier achterhaald: 't zal niemand meer in de zin komen.
Zo durft zelfs Jeremia over de ark van het verbond des HEREN Gods troon te spreken (Jes.3:16 v.) - in zijn dagen ongehoord.
Liep het tussen de oude hemel en aarde uit op een breuk - als alles nieuw is, is de blijdschap wederzijds.
God is blij als de mensen blij zijn en omgekeerd.
• Geen ontijdig einde
Klaagzangen, het geluid van geween of van geschrei worden niet meer gehoord ... Kunt U het zich voorstellen gelet op de huidige situatie? Daar zal niet langer een zuigeling zijn die slechts weinige dagen leeft - kinder - sterfte was ook toen geen onbekend verschijnsel.
Wat niet wil' zeggen: een vanzelfsprekendheid - wat is er triester voor ouders dan wanneer hun lang gekoesterde verwachting zo'n navrant einde vindt? ... noch een grijsaard (volwassene, wijze) die zijn dagen niet voleindigt - en zeg nu niet dat Jes. 65 hier theologische (!) onzin spreekt. Want zo spreekt de Schrift zélf. De een sterft "oud en der dagen zat" (Gen. 25: 8; 35 : 39). zoals een Churchill of Adenauer. Maar de ander, een John F. Kennedy, ziet zijn levensdagen verkort, nog niet ter helfte volbracht (Ps.55: 24; 89: 46; 102 : 24,25; Spr. 10: 27). Dat is verstaanbare taal, ontleend aan onze dagelijkse ervaring, taal van hoofd en hart. In overeenstemming daarmee schrijft o.a. prof.
B. Holwerda: niet de dood op zichzelf maar de gewelddadige, ontijdige dood is een verschrikking voor de Israëëliet. En niet alléén voor een Israëliet.. ..
• Een vreemde paradox
God begrijpt dat nog veel beter dan wij. Daarom schildert Hij een situatie die, ogenschijnlijk paradoxaal, in wezen de alles overtreffende trap is voor de mens van toen en nu. De tegenstelling luidt immers: want de jongeling zal als honderdjarige sterven, zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige door de vloek getroffen worden. Wij zouden direct vragen: is er in het nieuw Jeruzalem dan nog ruimte voor dood, zonde, vloek?
Maar de israëliet begrijpt het opperbest: al is de zonde nog zo snel, Gods vloek achterhaalt haar ter plaatse. De vreze des HEREN vermeerdert (ja, ja!) de dagen maar de jaren der goddelozen worden verkort (Spr. 10 : 27). Lettend op die bijbelse levenservaring zegt God: zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige door de vloek getroffen worden. En wat dunkt U van een honderdjarige "jongeling"? Dat is toch duidelijk, niet?
• Tragische cultuurmonumenten
Maar er is nog meer dat ons leven nu een hier problematisch maakt - niemand die dat beter weet dan God. Hij gaf de mens opdracht en mogelijkheid te arbeiden, zich te midden en met behulp van het geschapene te ontplooien.
't Wordt echter wel vreemd wanneer de producten van de menselijke inventiviteit hun scheppers overleven... Wij spreken trots van cultuurmonumenten en omringen ze met de grootste voorzorgsmaatregelen tegen de tand des tijds zonder ons zelfs maar bewust te zijn van het tegelijk lachwekkende en tragische daarvan.
Of - in Israëls taal -: wij bouwen huizen en anderen nemen er hun intrek in, leggen wijngaarden aan en anderen eten de vrucht van onze arbeid. Zo is 't nu eenmaal?
Zo is 't leven? Maar niet met Gods zin. Hij heeft geen belang bij cultuurmonumentenrelequiën van doden, maar Hij is pas blij wanneer de mens, zijn schepping, zich voortdurend ontplooit in zijn schepping. De huidige situatie is juist voor Hem uitermate verdrietig en teleurstellend.
Hij doorziet nog beter dan wii hoe de dood is geklommen in de venster van onze paleizen en andere cultuur monumenten (Jes. 9: 21 v.)
• Harmonisch slot accoord
Zo mag het niet blijven! Worden zelfs spreekwoorden cliché's, zoals "boompje groot, plantertje dood" - Hij kent een grootser perspectief: de leef-tijd van mijn volk zal zijn als de levensduur der bomen!
De zin-loosheid, de vruchteloosheid van menselijke arbeid wordt óók verleden tijd - zo zeker dat Paulus zelfs voor het hier en nu al zegt: Onze arbeid is niet ijdel, zinloos in de Here. Mijn volk, mijn knechten zullen dat beleven, belooft God. Niet de aanbidders van God (vs 11, een syrische god van het lot) maar de aanbidders van God. Levensgemeenschap met Hem betekent all één leven. Dat zullen ook de vrouwen ervaren, wier "arbeid" het is kinderen ter wereld brengen. Waar Gods zegent verschijnt, verdwijnt de vloek van de dood. Waar een boeteling bidt, komt een verbazingwekkend antwoord (Ps. 20:7).
Zelfs de dierenwereld (is Israël niet van ouds een herdervolk) zal delen in deze harmonie(vgl. Jes. 11 : 6-9). Of er dan op de nieuwe aarde dieren (en bomen, Op. 22:2) zullen zijn? Belangrijk is dat kwaad en verderf verdwijnen, te beginnen bij het centrum van het evangelie: Gods heilige berg tot aan de einden der aarde!