KERK EN KERKORDE

1973-09-28
  • Jaargang 17
  • nummer 35
Er wordt in de kerken, vooral ook in onze tijd, veel gesproken over de orde in de kerk, over de kerkorde, In nagenoeg alle kerken. In de Rooms-Katholieke - daarin kwam onlangs een geheel nieuw concept daarvan voor de dag. In de Ned. Herv. Kerk. Die ontving van haar synode een dik boek met "kerkelijke ordinantiën". In de Geref. Kerken. Die kregen een tijd geleden de definitieve tekst van een nieuwe kerkorde waarin de synode als de "hoogste" kerkelijke vergadering wordt omschreven.
En ook in onze kerken is er een zoeken en tasten om tot een betere, een meer Schriftuurlijke, en met de behoefte van de nieuwe tijd rekening houdende, kerkorde te komen.
Het spreekt van zelf dat een kerk een kerkorde moet hebben.
Of, laat ik het beter zeggen: het is zo dat iedere kerk een kerkorde bezit!
Er bestáát geen enkele kerk zonder zo'n kerkorde.
Een kerk - en ik heb dat zeggend in de éérste plaats het oog op een plaatselijke kerk - moet allerlei bepalingen maken. Bijvoorbeeld of er één of twee kerkdiensten op de zondag zullen gehouden worden. En of er in één van de twee diensten aan de hand van de catechismus zal gepreekt worden of niet. Ze zal voorts moeten vaststellen hoe de ouderlingen en diakenen zullen worden gekozen.
Door de kerkeraad? Dat gebeurde vroeger vaak. Door de kerkeraad met achteraffe goedkeuring van de gemeente? Door de gemeente uit dubbele getallen of uit dubbeltallen? Ze zal voorts ook moeten vaststellen hoe in gevallen van geheime of openbare zonden van gemeenteleden moet worden gehandeld. Voorts moeten er bepalingen worden gemaakt over de bediening van de doop en het heilig avondmaal. Een formulier gebruiken of niet? En zo ja: welk? Een avondmaalstafel, of "rondgaan" met brood en beker?
Hoe moet het deelnemen aan het avondmaal worden geregeld.
Openbare belijdenis? Gasten? Er zal voorts moeten worden vastgesteld welke liederen er in de kerk gezongen zullen worden en welke bijbelvertaling men in de eredienst zal gebruiken. En hoe men met zusterkerken zal omgaan enz. enz.
Natuurlijk is het mogelijk dat een kerkeraad of de gemeente al die dingen aan de "dominee" overlaat.
Er zijn wel kerken geweest waarin dat metterdaad gebeurde!
Maar dat is een heel erge vorm van hiërarchie! De eerste en ergste vorm van hiërarchie is de "dominocratie"! In deze val zal de grote massa der kerken nu niet en zo makkelijk meer tuimelen! Het is ook denkbaar dat een kerkeraad dat alles op eigen houtje vaststelt. Maar ook dat is een vorm van hiërarchie. Wij geloven dat er een "algemeen priesterschap der gelovigen" is. Of, zoals dat onder gereformeerden getypeerd wordt: een "ambt aller gelovigen".
En dat krachtens dat ambt de gemeente "mondig" is en zij dus bij dat alles "inspraak" moet hebben.
Inderdaad: een kerk moet nu eenmaal een kerkorde hebben.
En ze heeft die dan ook altijd.
Keurig geformuleerd in een boekje.
Of vastgelegd in een aantal genotuleerde afspraken. Of misschien wel ongeschreven. Engeland heeft zelfs een ongeschreven grondwet.
Ja, een kerk moet een kerkorde hebben. Er is immers nergens en nooit een samenwerking mogelijk zonder afspraken, zonder bepalingen op welke manier men zal samenwerken.
Zelfs in een gemeenschap van louter volmaakte, heilige mensen moeten er verkeers- en omgangsregels zijn!

Maar bij het samenstellen en hanteren van zo'n kerkorde moet wel aan iets worden gedacht dat van allesbeheersend belang is.
Men zal daarbij namelijk met alle ernst op de prioriteit moeten letten.
Men zal, om het concreet te zeggen, er diep van doordrongen moeten zijn dat een kerkorde niet meer dan een dienende functie bezit. Men moet haar vooral niet tot een door God beschikte "lex aeterna", een eeuwige wet verheffen.
Zelfs niet tot een reglement of statuut. Ze kan en mag niet meer zijn dan een "raam", een "kader" dat dient om de kerk de gelegenheid te geven om op de beste, d.w.z. met haar goddelijk karakter en taak het meest overeenkomende, wijze te leven en handelen. Kortom: om voluit kerk te kunnen zijn in de tijd en op de plaats waar God haar heeft gesteld.
Aan het opstellen en hanteren van een kerkorde moet evenwel voorafgaan een helder, gelovig inzicht in wat Gods Woord, het Evangelie, zegt over, de kerk, haar roeping, haar opdracht, haar leven in eigen kring en in de wereld.
Een inzicht, dat tegelijk ook een gelovig staan in, en een leven met en voor en door de kerk is. Als dat niet het geval is, is het kerkorde-maken en -hanteren een dor, een onvruchtbaar, ja, in feite een onchristelijk ding.
Een cursus in de welsprekendheid en een daardoor gevormde oratorische perfectie betekenen niets, zijn opgeblazen dikdoenerij als men niet weet wat men met behulp van de welsprekendheid zeggen moet. Welnu evenzo is een kerkordelijke perfectie volmaakt zinloos, ja, zelfs dodelijk gevaarlijk wanneer men het fundament van de kerk uit het oog verliest, wanneer men niet meer ziet en beleeft wat de kerk is, wat zij wil, waarvan zij spreekt, wat zij moet doen.
Daarom moet het werk aan de "basis": het verkondigen van het evangelie, de beoefening van de geloofsgemeenschap, het onderlinge elkaar dienen met alles wat men is en heeft, het een-licht-zijn-in-de-wereld, volstrekte prioriteit hebben over formele regels en bepalingen.
Anders lopen alle kerkelijke activiteiten uit op onvruchtbare leegheid op een eindeloos en weerzinwekkend formalisme, een hakketakken over gedrags- en organisatievragen dat hete hoofden en koude harten kweekt. Wie kan er nog interesse hebben voor een kerkorde als dat waarvoor de kerkorde als middel fungeert uit het zicht raakt. Een volmaakt georganiseerd "niets" is een makaber ding. Wanneer men in plaats van zich geheel en al op het leven, de boodschap, de arbeid der kerk te richten zich vooral of uitsluitend concentreert op kerkordelijke kwesties speelt men een kinderachtig en gevaarlijk spel met een spookbeeld.
De vragen ten aanzien van de orde van de kerk dragen evenwel een geheel ander karakter als wat in en door een georganiseerde kerk geschiedt levend is, als wat haar "substantie" uitmaakt dynamisch is, als men daarin waarachtig vanuit het centrum, het Evangelie leeft, of, anders gezegd, als zij vol is van de Heilige Geest. Dan gaat het bij een kerkorde om de vraag hoe de door de Geest gewilde activiteit het meest vruchtbaar kan worden. Inderdaad dan gaat het met een kerkorde heel anders dan wanneer een kerk lijkt op een uitgedoofde krater, waaruit eenmaal de gloeiende lava opspoot! Wat betekent een perfect georganiseerde, op het moderne leven afgestemde kerk als zij in feite niets meer te zeggen heeft, als de hoorders van de prediking terecht kunnen zeggen: "Ik kom in die prediking niet voor.
Wat die man zegt gaat buiten mij leven om. Ik hoor er de stem van de goede herder niet in"?
Het staat dan met de kerk als met een kerkgebouw dat architektonisch volmaakt en volledig naar de eisen van de eredienst ingericht is, maar waarin niemand binnengaat dan alleen de weinige toeristen die interesse hebben voor kerkbouw.
Of een kerk levend is - dat hangt in de eerste plaats daarvan af of in haar de Heilige Geest werkt en daarom in haar de levende verkondiging van het Evangelie plaats vindt. Wie uitdrukkelijk of feitelijk ontkent dat de kerk een predikende kerk is, wie uitdrukkelijk of feitelijk ontkent dat de kerk de gemeenschap is van hen die metterdaad op Gods boodschap antwoordt in gebed, lied en in al haar handelen, houdt zich bezig niet de echte kerk, maar met een lijk. En dan is een kerkorde een dood, ja een verderfelijk ding.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief