NIET GEWOON
1973-09-28
Het brood dat ik eet - Jaargang 17
- nummer 35
is geen gewoon brood.
Het kleed dat ik draag
is geen gewone stof.
Het dak boven mij
is niet gewoon van hout en steen.
De bloem in mijn tuin
is geen gewone bloem
en het lied van de lijster
geen gewone zang.
In dat brood geurt
de liefde van Vader.
In mijn kleed
is geweven Zijn zorg.
Het dak boven mij
is Zijn hand die beschermt.
Een simpele bloem verklaart
de schoonheid van Vader
en dat lijsterlied
echoot Zijn stem.
In alles wat Vader geeft
geeft Hij zichzelf.
Dus heb ik contact met Hem
in mijn brood, in mijn kleed,
in mijn huis,
in een bloem,
in een vogellied.
Ik ben nooit van Hem los,
Ik ben in niets van Hem los.
Alles van mij is van Hem
en voor Hem.
Vader, mijn Vader!
Kind, Mijn kind!