De dichter en vader

1973-10-05
  • Jaargang 17
  • nummer 36
In het jaar 1933 verscheen er bij Ploegsma te Zeist een boek dat de titel droeg "de Moeder".
Het is een verzameling proza en poëzie over de figuur van de moeder, bijeengebracht door W. L. Bolding-Goemans.
Of er ook een verzamelbundel bestaat met verhalen en gedichten over de vader, is mij onbekend. Er is over hem, dacht ik, heer wat minder gepoëtiseerd dan over de moeder.
Toch zijn er twee gedichten die U beslist moet kennen. Zij zijn van de belgische dichter, Marnix Gijsen. Ik laat ze hier volgen met een enkel toelichtend woord.

Geschenk van mijn Vader

Wij zaten samen, zwijgend, bij het vuur;
mijn lieve vader
en ik.
Bij elk klokgetik
kwam zijn stervensuur
nader en nader.

Hij was rustig en goed;
lijk de moeder
die haar kindje heeft gedekt tot de kin,
en die heengaat op lichte voet,
stil en verblijd,
zo wist hij zijn denken en daden bedolven
onder Gods warme barmhartigheid.

Hij stond langzaam uit zijn zetel op,
recht en sterk lijk hij had geleefd.
Zijn fijne hand
heeft gebeefd
op mijn hand:
een nevel over een ontwakend land.

Toen heeft hij zijn laatste daad gedaan:
hij gaf me zijn uurwerk,
eenvoudig, zonder één woord,
en monklend is hij te rusten gegaan,
Maar toen ik hem zacht naar bed geleidde,
wist ik,
hoe een Engel, zingend, aanschreed achter ons beiden.

Want moedig had mijn vader,
in mijn handen
afstand van daad en tijd gedaan.
Trots en wenend ben ik heengegaan.

Een aangrijpende weergave van een biezondere gebeurtenis.
Je ziet die twee, de vader en de zoon, bij de haard zitten. Je hoort de klok tikken.
Hij is aloud, de vader, en niet zo sterk meer. Zijn uren lijken geteld.
Er wordt weinig gezegd. Maar het is toch heel fijn, zo samen. Er gaat een weldadige warmte uit van de blijmoedige, oude man. Hij weet zijn denken en doen, dat merk je aan alles, bedolven onder Gods warme barmhartigheid.
Wat gaat er in hem om? Zoekt hij naar woorden om zijn zoon te zeggen dat zijn einde hem heel dichtbij schijnt?
Als hij opstaat heeft hij de woorden nog niet gevonden. Of misschien wel, maar belet de ontroering hem die uit te spreken.
Hij zegt het daarom met een gebaar. Hij neemt zijn horloge in z'n bevende hand en reikt het de zoon, En dat gebaar zegt oneindig veel meer dan welk woord ook.
Als hij de vader naar bed geleidt hoort hij nog wat mompelen. En het is of een Engel achter hen aankomt.
En de zoon begrijpt: Vader deed afstand van daad en tijd, in mijn handen. Is het niet om te huilen van trots?
Als vader is overleden ziet de zaan met grote eerbied naar hem terug.

Mijn Vadertje

Mijn vadertje, hij was rechtvaardigheid.
Hij had den zwaren last op zich geladen,
een eerlijk man te zijn
in woord en daad.
Dat is het schone, dwaze kwaad
waar na ons Here Jezus Christus,
de sterkste man aan ondergaat.

Zijn oog was rustigblauw; een verre zee.
Zijn woord van blijheid soms plotse fusee
in stalen nacht.
Hij lachte rood en zoende onverwacht
mijn dwaze haren en mijn jong gedacht.

De hoge schepen die de Schelde droeg,
hij wist hun Iaden schoon en vast te sturen.
Hij had hun namen lief,
om mee te spellen ... als een kind naïef;
Karatschi, Pantos. Calcutta, lijk schone koralen.

Hij wist de haven; heimwee en verdriet,
bij vroegen morgenmist
en in den avond onder luid en rauw sirenenlied.

Hij heeft de bossen van zijn jeugd bemind.
Hij kende bomen lijk wij mensen kennen.
Hij wist de winden en den oogst,
en wou mijn hand aan 't ruw bedrijf des jagers wennen.

Mijn vadertje; hij was rechtvaardigheid.
Hij had de goede liefde tot de still' en ware dingen.

Onder de schaduw van een dorpse kerk
ligt zijn sobere zerk.
Ik weet hoe zijn gedenken mij gelijk een lichte wolk behoedt.
Zijne rode, bange handen hield hij stervend Christus tegemoet.

Wat mooi om zo terug te kunnen denken aan je vader. Hij was een oprecht man geweest. Ook een opgewekt man. Z'n woord was blijheid, soms plots een schaterlach.
Als ze samen naar de haven gingen, ze woonden in Antwerpen, noemde hij de scheepsnamen met het intense plezier van de kenner.
Hij was goed thuis in de haven, de haven waar de schepen in- en uitvoeren, maar ook in de haven van het hart. Als heimwee en verdriet het leven teisterden, als de angstaanjagende sirenes hun rauwe lied zongen, dan wist hij waar hij terecht kan.
Dat wist hij ook toen de laatste minuten van zijn leven aanbraken.
Zijn rade, bange handen hield hij stervend Christus tegemoet.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief