Jezus zien in al zijn rijkdom

2013-03-23
  • Jaargang 57
  • nummer 6
Volgens de liturgische kalender staat Jezus in het centrum van de aandacht vanaf de veertigste dag voor Pasen tot de vijftigste dag na Pasen. Welke weg is Hij gegaan en wat betekent dat voor ons? Daarover gaat deze theologische meditatie, waarbij ik me laat inspireren door hoofdstuk 12 uit de nieuwe Christelijke Dogmatiek van G. van den Brink en C. van der Kooi.

Wat iemand heeft betekend in je leven, kun je pas zeggen als je van enige afstand terug kunt kijken. Zo is het ook gegaan met Jezus. Zij die met Jezus omgingen, beseften dat ze getuige waren van iets bijzonders, maar tastten naar de betekenis van wat ze meemaakten.
Dat veranderde na Jezus’ dood en vooral na zijn opstanding. Toen ging hun het licht op.
Hoe zou Jezus de geschiedenis zijn ingegaan als het Evangelie zou ophouden met zijn sterven? Hij zou bekend zijn geworden als een religieuze virtuoos (naast bijvoorbeeld Mozes, Boeddha en Mohammed), die zijn leven gaf voor de goede zaak. Maar het verhaal van Jezus stopt niet bij zijn sterven. Er wordt ons verteld dat Jezus is opgestaan uit de dood. Niemand is erbij geweest (daarin verschilt de opstanding van het kruis), maar de woorden van de engel bij het graf zijn richtinggevend. ‘Tel de tekenen maar bij elkaar op’, zegt de engel.
‘Jezus’ eigen woorden, zijn bijzondere manier van sterven, het lege graf en die wonderlijk reële verschijningen.’ Zo komt het verhaal in de wereld: ‘Hij is opgewekt’. En als dat werkelijk waar is, wordt alles anders!
Terugkijkend vanuit Pasen wordt de leerlingen duidelijk dat ze in Jezus echt met God zelf te maken hadden. Vanuit die gedachte hebben de evangelisten de evangeliën geschreven. Als Hij werkelijk is opgewekt, kan dat niets anders betekenen dan dat het einde der tijden – die naar Joods geloof zal beginnen met de opstanding van de doden – is aangebroken. Als Hij werkelijk is opgewekt, heeft er op één of andere manier een doorbraak plaatsgevonden naar een nieuwe tijd, naar de ‘komende eeuw’, naar ‘de nieuwe hemel en de nieuwe aarde’, waarvan de profeten hebben getuigd.
Maar wat is die doorbraak dan precies?
Wat is er concreet voor ons anders geworden? Dat heeft naar het eenparig getuigenis van evangelisten en apostelen alles met de dood van Jezus te maken. Maar hoe komt de dood van Jezus aan het kruis ons ten goede?

Lam en Paaslam
Op allerlei manieren hebben de leerlingen van Jezus (evangelisten en apostelen) geprobeerd de dood van Jezus te duiden. Ze hebben daarvoor een keur aan beelden gebruikt. Daarbij hebben ze aangehaakt bij woorden van Jezus zelf maar ze hebben ook zelf – geleid door de Geest – naar beelden gezocht.
Die zijn vooral ontleend aan het Joodse offerritueel in de tempel, maar ook aan de Joodse ‘theologie’ en aan de sociale en politieke werkelijkheid van die dagen.
Het bekendste beeld is dat van Jezus als het ‘Lam Gods’ (Johannes 1:29). Het is een verwijzing naar het ritueel van Grote Verzoendag. De schrijver van de Hebreeënbrief verwijst hier ook naar, alleen is Jezus hier niet het Lam, maar de hogepriester. Ook Paulus verwijst naar dit ritueel, maar bij hem is Jezus noch priester noch Lam, maar het verzoendeksel (Romeinen 3:25).
Jezus’ dood aan het kruis is als het ware een herhaling van het Joodse ritueel op Grote Verzoendag, maar dan op kosmische schaal. Zoals de zonde van het volk op de zondebok wordt gelegd, zo wordt de zonde der wereld op Jezus gelegd. En met het bloed van Jezus vloeit ook de ‘zonde der wereld’ weg. Het maakt ons ‘rein’, geschikt om in Gods nabijheid te verkeren. We zijn gereinigd en mogen het leven op een nieuwe manier voortzetten.
Let op het enkelvoud en op het perspectief.
Wat is die ene zonde? Wat kan het anders zijn dan dat we ons hart voor Hem gesloten houden, ons van Hem hebben afgekeerd? En wat is het perspectief? De hele wereld: er breekt voor de héle wereld een nieuwe tijd aan!
Maar dit niet het enige beeld. Jezus wordt ook vergeleken met het Paaslam (1 Korintiërs 5:7). Dat is het lam dat op het Joodse paasfeest geslacht werd en dat op zijn beurt verwijst naar het lam dat op de dag van de uittocht werd geslacht. Het bloed van Jezus is volgens dit beeld te vergelijken met het bloed van het lam dat bij de uittocht uit Egypte aan de deurposten werd gesmeerd (Exodus 12,13). Destijds ging de verderfengel voorbij en op dezelfde manier gaat de dood (het oordeel van God) aan ons voorbij.
Zoals het volk Israël via het bloed van het lam aan de deurpost bevrijd werd uit de macht van de farao, zo worden wij via het bloed van Jezus bevrijd uit de macht van het kwaad. En zoals de Israëlieten in die paasnacht het oude zuurdeeg weg moesten doen, zo moeten wij ook het oude zuurdeeg van ons slechte leven wegdoen om als nieuwe mensen de reis te aanvaarden naar het beloofde land, het Koninkrijk van God.
Jezus zelf gebruikt het beeld van verbondsoffer.
Dat vertelt nog weer een ander verhaal. In oude tijden werd een verbond bekrachtigd door een offerritueel, waarin bloed werd uitgewisseld.
Het bloed van het offerdier verbond twee partijen voor altijd aan elkaar.
Zo is Jezus› dood een verbondsoffer, waardoor God en mens voor altijd aan elkaar verbonden zijn.
Daarom zegt Hij van de drinkbeker bij het avondmaal: ‘Dit is het nieuwe verbond in mijn bloed.’ Lees ook wat de profeet Jeremia schrijft over dit nieuwe verbond, dat de wet van God in de harten van mensen geschreven zal staan (Jeremia 31).

Rechtszaal
Naast deze offermetaforen zijn er de metaforen die niet aan het offerritueel ontleend zijn, maar aan het sociale en maatschappelijke leven. Er is het beeld van de vriend die zijn leven inzet voor zijn vrienden. Nooit zul je vergeten dat je het leven te danken hebt aan degene die voor jou zijn leven heeft gewaagd.
Er is ook het beeld van de plaatsvervangende knecht. Wij hebben de straf van de dood verdiend, maar Jezus neemt die in onze plaats op zich, zodat wij vrijuit gaan. Nooit zul je dat moment vergeten dat je vrijgesproken werd en als vrij man/vrouw de rechtszaal kon verlaten. Jezus zelf gebruikt verder het beeld van de loskoop. Zoals een toenmalige slaaf kon worden vrijgekocht, worden wij vrijgekocht uit de macht van het kwaad. Wij leven onder een nieuwe Heer en dat is zo ongelooflijk veel beter!

Ook dit is echter nog maar de helft van het verhaal, want ik heb het nog niet gehad over Jezus’ mens-zijn. De opstanding uit de dood is ook Gods goedkeuring van de manier waarop Jezus als mens heeft geleefd. Hij heeft ons laten zien wat waarachtige liefde is, wat echt leven met God is. In Hem is het ‘mens-Gods-zijn’ eindelijk ten volle gelukt.
Paulus omschrijft dat met beelden ontleend aan de toenmalige Joodse theologie. Jezus is de ‘tweede Adam’ en de ‘nieuwe mens’. Dat is evenzeer een doorbraak. Want die ‘nieuwe mens’ kan ook in ons geboren worden, gestalte krijgen en groeien.
Dat ik hier niet zoveel aandacht aan dit aspect geef, is niet omdat ik het niet belangrijk vind – integendeel, in de klassieke gereformeerde theologie is dit thema vaak verwaarloosd – maar omdat ik in dit artikel niet alle ruimte heb. Ik verwijs naar wat Van den Brink en Van der Kooi schrijven over de ‘nieuwe humaniteit’ die in Jezus aan het licht getreden is (pagina 428-
431). Een bezinning die we hard nodig hebben nu we in onze cultuur zoeken naar wat ‘menselijkheid’ eigenlijk inhoudt.

Sluisdeuren
De betekenis van Jezus is slechts uit te drukken in een rijkdom aan beelden.
Maar om goed te kunnen verkondigen en getuigen heb je toch ook een zekere ordening nodig. Kunnen we ook zeggen waar deze beelden op neer komen?

Van den Brink en Van der Kooi opteren voor de term ‘verzoening’.
Verzoening is ‘herstel van relatie’; vijanden worden vrienden. Op hun eigen manier vertellen al die beelden over het wegnemen van een blokkade, waardoor de relatie met God definitief hersteld wordt, waardoor we bevrijd worden van een macht die ons gevangen houdt om op weg te kunnen gaan naar het beloofde land, in een nieuwe tijd waarin de sluisdeuren van Gods genade wijd opengaan.
Of om het in geloofstaal te zeggen: als kinderen van God die het elke keer erbij laten zitten, gaan wij op weg naar het beloofde land, in het vaste vertrouwen dat God voor altijd onze Vader is en ons nooit zal verlaten. Wij gaan met open armen, om onderweg al zijn overvloedige gaven te ontvangen. Zo worden Gods bedoelingen met ons mensen werkelijkheid en worden we bevrijd tot waarachtig mens-zijn in geloof, hoop en liefde.

Lessen
Er zijn volgens Van den Brink en Van der Kooi nog meer manieren om de betekenis van Jezus op het spoor te komen en die laten weer andere dingen zien. Aandacht voor de metaforen is maar één manier, maar wel een belangrijke.
Op wat voor manier helpen deze overwegingen mij nu verder? Ik wil vier lessen noemen.
1. Wanneer wij beseffen dat de Bijbel in beelden spreekt over de betekenis van Jezus’ dood, worden wij bewaard voor misverstanden. We kennen allemaal wel het verwijt dat de ‘christelijke God’ een wrede God zou zijn, omdat Hij zijn eigen zoon geofferd heeft. Wie doet zoiets nou?
Als je beseft dat de bijbelse offerbeelden ‘beeldspraak achteraf’ zijn om de betekenis van Jezus’ dood en opstanding duidelijk te maken, hoef je zulke gedachten niet te hebben.
2. Wie beseft dat we in beelden spreken over wat God in Christus voor ons gedaan heeft, mag ook open staan voor nieuwe beelden die de Geest wil geven. Zo spreken Van den Brink en Van der Kooi over de ‘trinitarische verzoeningsleer’. De kerngedachte daarvan is dat aan het kruis iets gebeurde tussen Vader, Zoon en Geest. Door de kruisdood van de Zoon heeft de drieënige God de dood en de zonde van de mensheid in Zichzelf ‘opgevangen’, ‘gedragen’ en zo onschadelijk gemaakt.
In de ‘boezem’ van de drieënige God worden de schuld en de dood verzwolgen. Dat God in Zichzelf het oordeel opvangt dat Hijzelf heeft opgelegd, is een daad van ontroerende liefde. Een enorme last wordt van ons afgenomen. We mogen ‘hypotheekvrij’ bestaan.
3. Wie spreekt over beelden, roept als vanzelf de vraag op naar de werkelijkheid waarnaar die beelden verwijzen. Daarbij moeten we niet proberen het mysterie van de verzoening inzichtelijk te maken, maar moeten we kijken hoe de Heilige Geest ervoor zorgt dat deze beelden in ons leven werkelijkheid worden.
‘Rechtvaardigheid, blijdschap en vrede door de Heilige Geest’ (Romeinen 14:17).
4. Heeft het zin om je te bezinnen op de betekenis van Jezus? Moeten we niet veeleer bidden om de Geest?
Mijn antwoord is: wie de Geest ontvangen wil, richt zijn spirituele aandacht op Jezus. We zijn zeer bezig met vragen als: hoe krijg ik vrede, hoe ervaar ik blijdschap, hoe verwerk ik teleurstelling, welke gaven van de Geest zijn voor mij, etc. Dat zijn uitnemende verlangens.
Maar de boodschap van het Nieuwe Testament lijkt mij nu juist dat deze dingen naar ons toe komen in een concentratie van onze aandacht op Jezus. Maar dan wel een Jezus in al zijn rijkdom. De langdurige aandacht van de oude, liturgische kalender voor Jezus heeft echt diepe zin. Hij is onze vrede.

Ds. Job Smit (MA) is geestelijk verzorger bij Viattence Heerde, verpleeghuis Wendhorst.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief