TELEKINESE

1973-10-12
  • Jaargang 17
  • nummer 37
In onze reeks artikelen, bij dromen en intuïtie begonnen, zijn we blijven steken ergens bij de helderziendheid. Nu ging het ook niet om een aaneengesloten serie. Integendeel: de stof, die onder de parapsychologische noemer behoort, werd langzamerhand tussen andere artikelen door gespeeld. Niet zonder grote oorzaak. Sommige zaken moeten nu eenmaal voorzichtig worden gedoseerd, willen ze niet opbreken.
Vandaag geeft iemand een kreet, waarvan ieder wakker schrikt. Morgen zegt ieder hetzelfde, zonder dat iemand er wakker van ligt.

Zo ook met de "parapsychologische" artikelen. Er kwam enig verzet van lezers, zoals te begrijpen is; er zijn immers dingen gezegd, die onder ons nog geen gemeen goed zijn. Maar er kwamen ook blijken van belangstelling. Zoals eveneens te verstaan is; want onder ons bestaat onwetendheid ten aanzien van die zaken, welke theologisch onvoldoende gepruimd zijn. Hetgeen niet inhoudt, dat we de schepping allereerst theelogisch moeten laten voorkauwen, voordat we aan exploratie mogen doen.

Als we de "serie" vandaag vervolgen zouden we iets willen vertellen uit het hoofdstuk van de telekinese. Dat is het verplaatsen van voorwerpen op afstand, onmiddellijk, dus zonder fysieke hulpmiddelen.
Laten we gemakshalve zeggen: alleen door gedachtekracht.

Eerst, de geschiedenis, die in de kolommen van dit goede blad reeds is afgedrukt: dat mijn vrouw met beide handen boordevol afwas bij de klemmende keukendeur belandde, zich afvroeg hoe ze die zonder scherven te maken moest openen, waarna de deur... "vanzelf"
openging. U herinnert het zich?

Daar zijn sommige lezers afschuwelijk van geschrokken. Zo iets moest niet mogen! Dat Jona door een vis werd opgeslokt, bewaard en na drie dagen uitgespuwd - dat is alles mogelijk: Dat de Spaanse armada uit de 80-jarige oorlog "door de adem des Almachtigen is verstrooid"
- dat mocht natuurlijk. Dat de wateren rond Leiden in die tijd door dezelfde adem werden verplaatst - dat was heerlijk. Maar dat de keukendeur opengaat, wanneer een huisvrouw daar het meest behoefte aan heeft - dat zou uit de Boze zijn? Kom nu.

Men kan er lang over praten: of die deur nu onmiddellijk door mijn vrouw zelf is geopend - dan wel door een ander, wie dan ook. Hier is een simpele vorm van telekinese, lijkt het me. Was het niet mijn vrouw maar een ander - dan weet de Schrift ons te zeggen: dat er .
gedienstige geesten, engelen zo gezegd, rondom ons zijn: die over ons waken en voor ons zorgen. Hetgeen dingen zijn, die we maar letterlijk moeten nemen. Anders zijn we voor de demonen evenmin op onze hoede.

Het tweede voorbeeld kent u waarschijnlijk nog niet. Een zendeling vertelde het mij. Hij kwam in het huis van een "zelfmoordenaar" te wonen. De man zou zich door de kop hebben geschoten; de kogel had een gaatje in het plafond achtergelaten.

Toen de zendeling eens herrie in zijn kippenhok hoorde en een bunzingachtig dier vermoedde dat de laatste tijd aan zijn pluimveestapel knaagde, nam hij zijn kogelbuks en trachtte voor het open raam de kleine dief te vellen. Het lukte niet en onnadenkend liet hij de loop door zijn hand glijden, tot de kolf de grond raakte. Een onbekookte handeling: want een geladen en gespannen wapen behoor je zorgvuldig te hanteren. Inderdaad kwam de kolf met zo'n klap op de grond, dat het schot afging.

Zeg nu nooit: dat schot móest wel afgaan. Zeg liever: in zo'n geval kán het schot vanzelf afgaan. Maar als u het wilt proberen, zult u het vele, vele malen moeten doen - eer het schot "vanzelf" afgaat.

Hier was het dan "vanzelf" afgegaan. De kogel (schrikt u maar niet, de zendeling is zelf al geschrokken) floot langs zijn oor en maakte een gaatje in het plafond. Waar? Vrijwel op de plaats waar al een gaatje zat!

Zo iets brengt u toch aan het denken, niet? Eerste vraag: is die "zelfmoordenaar" door een toevallig afgaande kogel gedood? En was hij dus geen zelfmoordenaar? Tweede vraag: is die trekker door iemand anders overgehaald? Zo ja: eenmaal of tweemaal? Derde vraag: heeft de zendeling intuïtief de handeling van 't eerste slachtoffer herhaald en heeft hij die bij geluk overleefd?

U ziet; vragen te over. In elk geval kan niemand meer volhouden, na zulk een onbedoelde reconstructie van de eerste gebeurtenis, dat de eerste bewoner een zelfmoordenaar moet zijn geweest. Integendeel: meer dan voorheen moet gerekend worden met een omstandigheid, buiten de wil van de overledene.
De eeuw van het rationalisme heeft voor alle onverklaarbare verschijnselen een physische verklaring geëist. Was die verklaring niet te leveren - dan werd de zaak eenvoudig geloochend. Wat boven onze logica zou gaan is onbestaanbaar - zo werd geredeneerd - en mag daarom niet mogelijk wezen. Op die wijze werden een eeuw geleden in Engeland de onmiskenbare spookverschijnselen tot humbug verklaard: een verstandig mens gelooft niet in spoken. Op die wijze vindt u bijvoorbeeld de geschiedenis van de waarzegster van Endor (het gesprek met Saul en de overleden Samuël) algemeen door theologen tot bedrog verklaard; u treft nauwelijks één uitzondering aan bij wijlen ds J. Smelik, in de serie van Wever.

Wat u met zekerheid kunt vaststellen is het volgende. De trekker van die pastorale buks is overgehaald. Niet met handen. Niet met de bedoeling van de zendeling. Er kan een toevalsfactor meespelen van een op de zoveel-tienduizend gevallen. Maar dan niet twee maal in hetzelfde huis op dezelfde plaats! Dan wordt het een op de zoveel-miljard gevallen.

En wat u met zekerheid moet geloven is: dat er demonen om ons heen zijn, 'die het ons moeilijk kunnen maken. Geestelijke boosheden, die erger zijn dan vlees en bloed. Maar vooral moet u met zekerheid geloven: dat Gods engelen ons van stap tot stap bewaken. Het rijk van het licht is machtiger dan het rijk van de duisternis.

Het derde geval is veel aangrijpender. Ook dit is echt gebeurd en in mijn allernaaste omgeving.

Een moeder had haar jongste zoon verloren. In 1944 door de bezetter.
De jongeman was op zaterdagmorgen gearresteerd en werd op zondagavond zonder proces doodgeschoten. De moeder was uiteraard hevig geschokt door dit plotselinge en wrede en zinloze verlies. Haar verdriet en opstandigheid culmineerden in het verwijt: dat haar zoon niet de gelegenheid had gekregen, tenminste afscheid van zijn moeder te nemen!

Dit heeft haar weken lang als een obsessie gemarteld. Totdat ze een droom kreeg. En die droom ga ik u vertellen. Met het verzoek van mij aan te nemen: dat deze geschiedenis onder betrouwbare getuigen is vastgelegd.

Ze droomde dat de voordeur open ging en dat haar zoon thuis kwam.
Ze kon haar ogen niet geloven en riep: kom je toch van je moeder afscheid nemen? Ja moeder. zei de zoon en omhelsde zijn moeder innig en langdurig. Jongen wat fijn, zei de moeder; ik wist wel dat je niet weg zou gaan zonder je moeder gedag te kussen. Ja moeder, zei de zoon weer en knuffelde zijn moeder of het zijn meisje was. Hij vertrok eindelijk weer door de voordeur. De moeder schreide tranen van geluk, omdat ze tóch haar zoon voor het laatst had mogen omhelzen.

Ze werd wakker met een lach op haar gezicht en haar kussen nat van tranen. Op dat ogenblik bemerkte ze, dat ze met haar wang op een hard voorwerp lag. Ze greep het vast. Het was het ingelijste portret van haar zoon, dat boven haar bed had gehangen en daar af was "gevallen" .

Meteen maakte ze haar man wakker. Ze toonde hem het portret, dat ze op haar kussen onder haar wang had gevonden en vertelde hem de vertroostende droom. Ze is altijd blij gebleven, dat haar zoon nog eenmaal is "teruggekomen", om afscheid te nemen. Zo heeft ze het verdriet kunnen dragen en verwerken. Beiden, de vader en de moeder, hebben mij herhaaldelijk het voorgaande bevestigd.

Nu mag u van mij die droom even vergeten, Maar wilt u mij dan zeggen: hoe kwam dat portret van de muur af, op het kussen van de vrouw? Zonder dat ze daar van wakker schrok? Zonder dat ze het zelfs opmerkte? Zonder dat ze het liggend van de muur kon nemen?

Hier schiet elk verstand waarschijnlijk tekort. Hier citeren we welbewust Shakespeare: dat er meer tussen hemel en aarde is dan wij weten.

Jawel. Maar de wetenschap bedient zich, bij gebrek aan logische bewijzen, van hypothesen, veronderstellingen. Die zegt: er zijn twee mogelijkheden. Ofwel de "animale", namelijk dat "het onderbewuste" van de moeder de foto van de muur heeft getild en geliefkoosd. Ofwel de spiritistische hypothese: dat de "geest" van de zoon het portret heeft losgemaakt en aan zijn moeder gegeven.

U ziet wel, dat beide "mogelijkheden" genoeg stof tot discussie leveren.
Bovendien heeft de Bijbel-lezer nog een derde hypothese, namelijk dat een engel heeft ingegrepen om de moeder te troosten. En die laatste hypothese behoeft heel geen onderstelling te zijn; de beloften van God zijn inclusief zijn hulp door middel van engelen.

Aan u de opgave om na te denken, welke van de drie mogelijkheden u het meest waarschijnlijk voorkomt. En als u toch aan het nadenken gaat. . . .. Misschien over "Grootvaders Klok", die stilstond, toen grootvader dood was?
Nu ja, u ziet maar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief