GEBED VOOR ISRAËL
1973-10-19
O HERE der heerscharen - Jaargang 17
- nummer 38
Die de hemel uitspant
en de aarde grondvest
en de geest des mensen in zijn binnenste formeert ....
en alles ja alles is in Uw hand.
Wateren die zich verheffen,
volken die zich verheffen tegen Uw volk,
ze zijn allen in Uw hand.
Maar in het verborgene van Uw hand
daar is Uw volk, Uw Israël.
Wie zou niet beven, Heer,
wanneer Uw hand de volken reikt
de drank, die hen bedwelmt,
de steen, waaraan ze zich vertillen en die hen verplettert, Jeruzalem, de stad, door U eenmaal verkoren tot woonplaats voor Uzelf om bij Uw volk te wonen ... ?
Gij slaat ze met verblinding
en met dronkenschap
van euvle moed en haat die 't hart verteert
en rondom alles zet in brand
van bommen en granaten ...
Och open, Heer, de ogen van die Uw volk benauwen vóórdat zij zélve vallen
in 't graf dat zij voor Israël delven.
Gedenk Uw volk, 0 Heer,
gedenk, wat in Uw Woord geschreven staat.
Uw Israël is ver van U geweken,
maar nooit zó ver
dat niet Uw hand hen vinden kan
en trekken zal terug tot U.
Reikt niet Uw trouw veel verder, Heer,
dan hun ... èn ónze ... ontrouw?
Wie kan Uw Israël redden?
Wie hen vrede geven voor altijd?
Wie
dat Hij, die in hun land gewandeld heeft,
als hunner één,
die wondren deed en woorden sprak
als dit:
"Mijn vrede geef Ik u."
Stort, Heer, toch van Uw Geest uit over hen,
de Geest van Uw genà en hun gebeden,
en open Gij hun ogen
voor de doorboorde Man van Golgotha.
Verwek 0 Heer, bij Israël
de rouwklacht over Hem, die zij doorstaken,
buiten de stad Jeruzalem.
Dán smelt de joodse trots
als sneeuw weg voor de zon,
dán komt Uw volk ten val,
niet voor Egypte en voor Syrië
niet voor Irak en Jordanië,
maar voor de Gekruisigde.
Ontsluit alsdan voor hen, 0 Heer,
de bron, die hen ontzondigt,
van bloed dat hen en ons
van schuld bevrijdt.
En vul de stad Jeruzalem
van rouwklacht èn van jubelstem,
en doe op alle straten horen,
laat zingen straks de tempelkoren:
één Naam is onze Hope!
Stel toch, 0 Heer, Jeruzalem ten zegen
voor al de volken daar om heen,
en maak het
niet tot wijn die dronken maakt
en niet tot steen die hen verplettert,
maar tot licht dat lokt
en heil belooft!
Dan komen ze uit alle landen
ja van de allerverste stranden
om U 0 God te eren!
't Groot-Loofhuttenfeest breekt aan
van alle kanten stromen ze aan,
van Irak en van Syrië
uit Egypte en Jordanië,
en buigen zich eerbiedig neer
om sámen met Uw volk, 0 Heer,
U eeuwig lof te zingen!
De oorlog brak uit ... op de dag der Verzoening.
Loofhuttenfeest ... in de woestijn van de strijd.
O God, breng de wáre Verzoening
tussen U en Israël
tussen Israël en de volken.
Doe dagen, 0 Heer, de Dag
van de grote wereldvrede.
Doe dagen, 0 Heer, de Dag
van het Feest van het wonen bij U,
in hutten van loof en van lof.
Doe dagen, 0 Heer, de Dag
dat Israël en de hele wereld
vrede mag vinden
in één en dezelfde Naam,
want Hij is onze Vrede
die muren van haat wegbreekt
door Zijn offer van verzoening.
Hoor boven het strijdgewoel
in "het Midden-Oosten uit
het bidden van Uw volk, 0 Heer,
om vrede, om vrede
voor Jeruzalem