Het Gezin

1973-10-19
  • Jaargang 17
  • nummer 38
• Wotel

Tegenwoordig heb je naast de gewone hotels ook nog speciale soorten. Men noemt ze motels, botels en zo zijn er nog verscheidene andere benamingen.
Daar is er ook nog één, waar u waarschijnlijk nooit van gehoord hebt, maar waarin u misschien zelf wel verblijft. Dat is het wotel.
Met dit nieuw gevormde woord bedoel ik het woning-hotel, de woning, waarin men leeft alsof het een hotel is.
Vader heeft zijn eigen, vaak ongeregelde, werktijden. In de avonduren roepen vergaderingen hem weg. Mochten het niet de vergaderingen zijn, dan is er wel iets anders, dat hem van het gezin wegroept.
Moeder wil ook niet altijd thuis blijven. Ze vertoeft daarom ook veel buitenshuis, hetzij om te werken, hetzij om andere redenen.
Mochten ze toevallig toch 's avonds thuis zijn, dan vangt de t.v. hen wel op.
De kinderen komen weer op hun tijd thuis. En dat kan soms erg laat zijn.
Het geregelde patroon van samen bij elkaar zijn op bepaalde tijden ontbreekt. Het huis is een hotel geworden, waar ze in en uitlopen, slapen, soms ook eten en waarin verder iedereen zijns weegs gaat.
De contacten tussen ouders en kinderen zijn schaars geworden.
Elkaars taal begrijpen ze steeds minder.
Het huis is een soort hotel geworden.
Het wotel heeft zijn intree gedaan.

• De gevolgen

Daarmee is de ontbinding van het gezin ingeluid.
Een jongerenprobleem?
Of een ouderenprobleem?
Zou het niet primair een gezinsprobleem zijn?
De gevolgen van deze "wotels" zien we o.m. in het kerkelijk leven.
Naar catechisatie is die woteljeugd moeilijk te krijgen.
Van jeugdverenigingen moeten ze helemaal niets hebben.
Bezoeken van bars en soortgelijke amusementen ligt meer in hun lijn.
De kerk zegt hen weinig.
Wat moet je als kerk hieraan doen?
Ja, die zal hier wat aan moeten doen, maar zal toch de taak van het gezin niet kunnen overnemen.
Wat doen de ouders hieraan?
Die zullen er in de regel geen tijd voor hebben. Wotelmensen hebben het meestal te druk met materiële zorgen. Veel geld verdienen en uitgeven vergt al het uiterste van hen.
Men zal zich wel beperken met te klagen over de jeugd van tegenwoordig.
Een "wotel" als hierboven beschreven mist nu precies datgene wat de jongeren nodig hebben.
Ik vrees, dat alle maatregelen, die door kerken of organisaties ondernomen worden, falen, wanneer het gezinsleven niet meer op normale wijze gaat functioneren.

De betekenis van het gezin

Kuyper heeft eens gezegd, dat in het gezin de wortel en de kiem ligt van heel het maatschappelijk leven. Nu is dat wat overdreven uitgedrukt, maar wel is waar, dat het gezin als opvoedingsinstituut onvervangbaar is.
Geen kerk, geen school, geen jeugdorganisatie en vast geen bar of bioscoop kan het gezin vervangen.
Leest u maar eens na in de Bijbel wat er van de jeugd terecht komt, als het gezin niet goed functioneert.
Het slechte gezinsleven in de tenten van Isaac had voor alle gezinsleden kwalijke gevolgen.
De geschiedenis van Eli en zijn zonen loopt uit op een drama.
David, die zijn toevlucht neemt tot een harem en daarmee het gezinsleven ondermijnde heeft dit op pijnlijke wijze ervaren door het gedrag van zijn kinderen. Het waren toch alle kerkelijke gezinnen.
Wanneer ik in mijn praktijk in aanraking kom met vroeg ontspoorde huwelijken, dan blijkt heel vaak, dat de jongelieden zelf al geen goed gezinsleven gekend hebben.
Nu begrijpe men mij niet verkeerd.
Wanneer kinderen afdwalen kan men niet zeggen: dat is de schuld van de ouders. Een goed gezinsleven geeft geen garantie, dat de jongeren niet ontsporen.
Maar een gezin, dat zijn woning als "wotel" gebruikt levert wel heel vaak ontspoorde jongeren op.
Ouders, tracht van uw woning echt een gezinscentrum te maken.
Een "wotel", een gelegenheid voor eten en drinken, is echt onvoldoende.

• Een christelijk gezinsleven

"Waar liefde woont gebiedt de Heer den zegen".
Dat geldt wel zeer in het bijzonder van het gezin, dat naar zijn aard een liefdesgemeenschap is tussen ouders en kinderen.
De Schrift noemt deze gemeenschap een afschaduwing van de liefdesband tussen Christus en Zijn gemeente.
Deze verhouding komt ook uit in een onderling hulpbetoon van alle gezinsleden. Ook in financieel opzicht.
Kinderen zijn thuis geen kostgangers.
Ouders zijn niet de bedienden van hun kinderen.
Wederkerig hulpbetoon zonder dat men vraagt om wedervergelding is in een gezin onontbeerlijk.
Dit betekent niet, dat er in het gezin geen gezag moet zijn.
Integendeel, ook hier is een gezagsverhouding noodzakelijk.
Wanneer de ouders afstand doen van het moreel gezag over hun onvolwassen kinderen, dan tasten ze daarmee de structuur van hun gezin aan.
Ouders hebben ervoor te zorgen, dat hun kinderen trouw naar kerk en catechisatie gaan. En ze zijn ook niet van hun verantwoordelijkheid af, als hun jonge kinderen de straat opgaan.
Natuurlijk hangt deze gezagsuitoefening af van de leeftijd.
Geleidelijk zal deze beperkt moeten worden en tenslotte zich beperken tot het geven van adviezen.
En ook dat met mate.
Voorts moet de vader een priester in zijn gezin zijn. En dan een echte priester. Niet een soort Elifiguur.
En evenmin een despoot, die geen tegenspraak duldt.
Hij moet voorhouden en voorleven, hoe we hier op aarde met God en de naaste moeten leven.
Hij is het ook, die met het gezin moet bidden. Centraal moet hier staan de huisgodsdienstoefening, die bij de maaltijden plaats vindt.
Daar mag in een hotel geen tijd voor zijn, een gezin, dat daar geen tijd en gelegenheid voor heeft, ruïneert zichzelf.
Vergeten mag ook niet worden het gesprek van ouders en kinderen.
Daar moet in een gezin steeds met elkaar gesproken worden.
Dat moet zo geregeld en intens gebeuren, dat er als het ware een huistaal ontstaat. Dat men uitdrukkingen gebruikt, die alleen in dat gezin duidelijk zijn.
De gezinswoning moet een tehuis zijn, waar de kinderen, als ze het ouderlijk huis verlaten hebben toch met enige weemoed naar terugzien.
Een echte gezinswoning lijkt heel weinig op een hotel, waar de mensen elkaar slechts incidenteel ontmoeten.
Het gezin is een gemeenschap, waar onderlinge liefde en hulpbetoon kenmerkend zijn.
Wanneer wij dat zo overzien, en ik noem maar enkele facetten, dan zullen wij moeten erkennen, dat aan ons gezinsleven nog al het een en ander mankeert.
Het is gemakkelijk de jeugd zelf aansprakelijk te stellen, of de omgeving, of de kerk of wie dan ook.
Op vele jongeren is heel wat aan te merken.
De kerk is wel eens in gebreke en heeft niet altijd voldoende oog voor de problemen van onze jeugd.
Maar zullen we niet beginnen bij een reformatie van ons eigen gezinsleven?


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief