Rondom "Israël"
1973-10-26
Wie dinsdagavond 14 oktober j.l. Vara's "Achter het Nieuws" heeft gehoord zal dat niet gauw vergeten.- Jaargang 17
- nummer 39
Eerst zag men het joodse echtpaar Heimans op het scherm zoals dat vóór enkele weken opgewekt en blij vertelde dat ze met hun twee kinderen in Israël echt "vrij" waren geworden. Ze waren eindelijk bevrijd van de op de duur benauwende druk dat je als Jood in het buitenland altijd als "Jood" wordt aangezien en je als zodanig steeds op je hoede moet zijn bij wat je doet of zegt.
Daarna zagen we ze in de oorlogsdagen.
Zichtbaar aangeslagen.
Hun beide jongens stonden nu aan het front. En met een schokkende gelatenheid verklaarden ze dat ze aan een nederlaag eenvoudig niet konden denken omdat die voor hen het einde, de ondergang betekende.
Daarna sprak prof. Rubinstein.
Een "dief". Een scherpe kritikus van de regering van Golda Meir.
Hij pleitte steeds voor een mildere houding ten opzichte van de Arabische staten. Was eveneens een scherp kritikus van de Amerikaanse politiek in Vietnam.
Zichtbaar bewogen las hij uit Arabische kranten die een paar dagen vóór de oorlog waren uitgekomen, stukken voor waarin verklaard werd dat Hitlers kijk op en behandeling van de Joden juist was geweest. Want Joden waren altijd een verderf voor de mensheid geweest. En toen de Vara-interviewer hem vroeg hoe hij dacht over de Amerikaanse hulp gaf hij het bewogen antwoord: Israël is nu gelijk aan een man die op het punt staat te verdrinken.
En nu is er in heel de wereld maar één hand die ons redden wil en dat is de hand van Amerika!
Toen ik dat hoorde dacht ik aan de donkerste darren uit de tweede wereldoorlog. Toen was er ook maar één hand die Europa van het nazisme ontdoen kon en wilde.
Dat was dezelfde hand.
Maar we hoorden en zagen ook iets van het afgrijselijke lot der Palestijnen die al een kwart eeuw in de ellendigste omstandigheden leven. En die door de grootmachten der wereld gemanipuleerd worden als een pion op het schaakbord van hun cynische wereldpolitiek. Ik las ook de bittere klacht van een Palestijnse vrouw over de onvoorstelbaar rijke oliesjeiks, die in staat zijn half Europa te kopen, maar deze ras èn geloofsgenoten op geen enkele manier hielpen, maar ze overlieten aan de uiterst sobere hulp van de UNRA. Golda Meir verklaarde eens: Wij hebben als volk van nauwelijks één miljoen zielen twéé miljoen vluchtelingen opgenomen en aan een bestaan' geholpen. Kunnen de 180 miljoen Arabieren dat niet met een half miljoen van hun volksgenoten doen?
Ook de grote figuren uit de Wereldraad van Kerken hebben zich over het conflict in het Midden-Oosten uitgesproken. En natuurlijk hebben zij iets gezegd dat naar hun overtuiging uit het Evangelie voortvloeide. Zij gaven een politieke Evangelieverkondiging.
Prof. Berkhof verklaarde: "De opheffing van de Staat Israël is iets dat wij het Joodse volk in de omstandigheden van nu absoluut niet mogen aandoen." Prof. Berkhof beaamde de vraag of hij besefte daarmee minstens indirect het gehele krijgsbedrijf in Israël te steunen. "Als je een onderliggende steunt, dan loop je inderdaad gevaar de oorlog te verlengen", aldus prof. Berkhof. Volgens hem loop je in het tegenovergestelde geval het gevaar een verwerpelijke vrede te brengen.
"Je moet niet altijd om vrede vragen. Je moet net zo hard vragen om recht, altijd weer om de levensruimte voor de onderdrukte".
Berkhof acht het noodzakelijk dat er een plaats in de wereld blijft waar elke vluchteling van het almaar vervolgde Joodse volk altijd welkom is. Zelfs als de Arabieren zeer vreedzaam gezind zouden zijn jegens de Joden, dan zouden ze volgens hem nooit een onbeperkte immigratie van J oden kunnen toestaan in een Arabische staat.
Prof. Berkhof onderstreepte, dat het een oudtestamentisch gegeven is dat het Joodse volk en Israël bij elkaar horen en "dat we er eenvoudig aan zullen moeten wennen - politiek allemaal, de Arabieren vooral - dat dit telkens opnieuw zichtbaar zal worden".
Behalve prof. Berkhof liet ook een andere "grote" uit de kringen van de Wereldraad zich horen.
Een collega en broeder van prof. Berkhof, namelijk de Russische metropoliet Nikodim. Deze is behalve een topfiguur in de Wereldraad ook president van "De Praagse Christelijke Vredesbeweging"
die ook in westerse landen, waaronder ook Nederland.
Deze Vredesorganisatie is een van de vele "mantelorganisaties" van het wereldkommunisme. Na de val van Doebsjek werd die "gezuiverd".
De secretaris ervan, dr Tonda werd weggejaagd. En de voorzitter, de bekende prof. Hromadka, bedankte als zodanig. De trouwe satelliet van Bresjnjef c.s. Nikodim nam diens plaats in.
Over de houding van deze z.g. Vredesbeweging las men in de kranten het volgende: "De president van de Praagse Christelijke Vredesbeweging, de Russische metropoliet Nikodim en de algemeen secretaris, de Hongaar dr Karoly Toth, hebben vanuit Praag o.a. in een verklaring gezegd dat de Vredesbeweging consequent de rechtvaardige zaak van de Arabische staten, die onderworpen waren aan militaire agressie van Israël, en hun eisen betreffende de teruggave van de door Israël bezette gebieden heeft gesteund, evenals de rechten van de Palestijnen. De Praagse Christelijke Vredesbeweging heeft consequent elke poging om de agressieve politiek van Israël een godsdienstige interpretatie te geven, ongegrond verklaard", aldus de duidelijke Sovjet-Russische beinvloedde verklaring."
Wanneer men de woorden van deze twee prominenten in de Wereldraad overweegt worden we op indringende wijze geconfronteerd met de hachelijke onderneming van het "vertalen" van het Evangelie ten opzichte van een politieke constellatie.
Wie geeft ten aanzien van het conflict in het Midden-Oosten de boodschap van het Evangelie door?
In wiens woorden horen we de stem van de Goede Herder?
Het meest benauwende in de ellende van het Midden-Oosten is dat ten slotte, naar de mens gesproken, de machtsverhoudingen daar worden bepaald door Rusland en Amerika. En die handelen bij en over en zonder Egypte en Israël. Als deze grootmachten het ééns worden zullen èn Egypte èn Israël gedwongen worden zich te schikken naar hun wil.
En de Verenigde Naties?
Die zijn naar het vlijmscherpe woord van oud-minister Kleffens een bek zonder lichaam. Huizinga's bekende woord: "de rouw der kleine naties is pas begonnen" is weer angstig actueel.
Laten wij bidden om een waarachtige vrede in het Midden-Oosten.
Laten wij bidden om de "Vrede voor Jeruzalem".
Ds Plooy heeft in zijn aangrijpende meditatie van de vorige week aangegeven hoe we dat naar de Schrift mogen, kunnen en moeten doen.