Over het samenleven van kerken

1973-11-02
  • Jaargang 17
  • nummer 40
De lezers vinden in dit nummer een "Ingezonden" van drs D. J. Buwalda. Hij reageert daarin op een artikel van mij waarin ik inging op een beschouwing van prof. Douma. Drs B. betitelt mij in zijn stuk als een "hooggewaardeerd vriend". Ik weet dat hij dat méént als hij zo iets zegt. En hij weet dat ik het ook méén als ik hem zo noem. Ik ben blij dat hij mij zó aanspreekt en dat ik het hem óók zo kan doen. Dat is een goed uitgangspunt voor een broederlijk gesprek.

Ik wil beginnen met deze, mijn gehele antwoord beheersende, opmerking dat de kern van de door hem uitgebrachte kritiek op het artikel waaruit hij citeerde mij in 't geheel niet raakt. Ja, volledig aan mij voorbij gaat!
Buwalda verklaart van mij dat ik heel mijn leven lang door woord en geschrift, ook door mijn voorbeeld, betuigd heb, dat zo'n papieren orde volstrekt niets betekent als niet de Geest van Christus in de raderen is.
Ik ben - en dit zeg ik zonder van enig polemiek-trucje gebruik te maken! - hartelijk blij met dit oordeel over een belangrijk aspect van mijn werk. Buwalda brengt bizonder goed onder woorden wat ik althans geprobeerd heb te doen. En ik ben ook blij dat hij daarbij verklaart dat wat hij zó prijst zelfs óók nog in het artikel waarop hij zijn aanvallen richt te vinden is!
Maar juist omdat hij dit alles verklaart is mij zijn kritiek zo onbegrijpelijk. Zou ik opeens, en dat nog wel in één, heel vlug geschreven, krantenartikel, verloochenen wat ik al zó lang in alle tijden en wijzen betoogd en veredigd heb? En zou ik zo weinig de strekking van mijn geschrijf doorzien dat ik nota bene in één, artikel tegelijk verloochen én verdedig wat ik altijd geleerd heb?
Tegelijk tegen hetzelfde ja en neen zeg? Zo iets is toch onmogelijk.
Ik kan daarom niet anders doen dan er van uitgaan dat tussen Buwalda en mij een groot misverstand in het spel is. Van mijn kant of van de zijne. Dat laat ik in het midden. Dat doet er trouwens ook niet toe. En omdat ik momenteel de zaken zo zie, zal ik proberen dat misverstand uit de weg te ruimen.
De oplettende lezer zal wel hebben opgemerkt dat het Buwalda vooral om twéé dingen gaat.
Over de "kerkorde" en dan vooral over de kerkorde voor zover die het samenleven der kerken raakt. En voorts over onze verhouding tot de kerken en broeders "binnen het verband".
In verband met de plaatsruimte zal ik nu eerst het "Ingezonden" van drs D. J. Buwalda laten volgen en D.V. volgende week eerst iets over de éérste kwestie zeggen en daarna over de tweede.

INGEZONDEN

Wat te doen, als een hooggewaardeerde vriend, van wie ik juist in de zaak van de KERK van Christus zoveel geleerd heb, haar een averechtse richting wijst?
Mij dunkt: Niet zwijgen, maar spreken.
Temeer, omdat het ons allen raakt.

Onder het opschrift "Toenadering?"
schrijft C.V. in de rubriek Kerkelijk leven van ar. 27, 17e jrg., 20 juli 1973, pg. 215 o.a. het volgende:

"Ik ben het van harte eens met prof. Douma dat kerkelijke eenheid punt één op het kerkelijk agendum is (a). Ik kan hem daarbij verzekeren dat de "buitenverbandse" kerk van Kampen en ook de zusterkerken daarvan onveranderd instemmen met de Gereformeerde confessie en de oude kerkorde in ere houden (b).
Zoals prof. Dourrna weet zijn ook de kerken "buiten het verband", net als de zijne, bezig die kerkorde te herzien (c) om die zo mogelijk nog meer in overeenstemming te brengen met de Heilige Schrift (d), daarbij zioh vooral beijverend om daarin nog meer zekeringen aan te brengen (e), zowel tegen iedere vorm van hiërarchie (f) als tegen onschriftuurlijke vrijbuiterij (g) Als vrijgemaakte kerken hebben wij inderdaad door onze hardheid, onze hoogmoed, onze ruzies de grote kansen die Christus ons in de kerkelijke verwarring en neergang gaf verspeeld door aan zijn opdracht aan zijn kerk niet trouw te zijn. (i) En wat veel en veel erger is: Wij hebben daarmee Gold bedroefd, Zou het niet nodig zijn ons met alle ernst af te vragen of de kerkelijke misère waarin wij verkeren niet een oordeel Gods over ons is? (j)."

Om sober te kunnen blijven, heb ik enkele letters aangebracht ter verduidelijking, Want ik wil met alle nadruk verklaren, dat ik van deze en dergelijke tournooi en als in dit artikel, meer dan verzadigd ben.
Mij het liefst ervan distantieer. Het is heilloos!
Maar ik kàn mij hieraan niet onttrekken: Het geldt hier niet - slechts - een journalistieke discussie. In kerkelijke bladen krijgt de lezer wel eens de indruk alsof het redactioneel geschrevene min of meer in het verlengde ligt van de preek in de Kerk, en op hetzelfde niveau wordt geacht, En tevens, dat de scribent namens allen meent te mogen spreken. Ditmaal wel "ons aller Moeder". En dat over onze hoofden heen. En met prof. Douma!

Ad a. Is het waar, dat kerkelijke eenheid punt één op het kerkelijk agendum is? Eenheid, zoals in dit artikel wordt gezocht?
Mij dunkt, Christus heeft Zijn Kerk een heel andere taak gegeven (cf i) Marc. 16: 15 vv Juist het feit, dat de Kerk van Christus niet midden in de wereld haar post blijft vervullen, met déze geweldige taak voor ogen, maar zich nog steeds uitslooft zich tot een indrukwekkende organisatie aaneen te sluiten, heeft al haar aandacht, tijd en krachten verslonden.
Als een breekijzer heeft dit gereformeerde eenheidsideaal gewerkt. De grootzegelbewaarders aan de top formuleerden telkens, wat die eenheid tegenover de h.d. dreigende deformatie feitelijk inhield, en gaven het wachtwoord door aan de lagere magistraten, op het horen waarvan de beminde gelovigen zich gedwee dienden aan te sluiten: buiten de kerk geen zaligheid.
Deze hiërarchie, gereglementeerd in kerkorde en wat daarvoor doorging, heeft de Kerk van Christus in haar kracht gebroken, haar voor velen tot een lachertje gemaakt, haar boodschap vertroebeld, vele ernstige gelovigen geërgerd en weggejaagd, haar jeugd volstrekt onverschillig of tenminste wantrouwig in de kou laten staan. Bomans' boek heeft ook ons waarlijk wel wat te zeggen!
Niet een eenheidsconstructie op papier en in practischer sleur vormt het bolwerk Sion in de wereld, maar de Kerk van Christus van plaats tot plaats. Dáár regeert Hij door Woord en Sacrament. Zó heeft Hij de Grieks-Romeinse wereld overwonnen, en zó zal Hij de poorten der hel van deze eeuw trotseren. En als Hij het dáár niet doet, omdat Zijn dienaren het elders zoeken, dan zet Hij Zijn welbehagen voort in de secte.

Ad b. Is deze verzekering wel gegrond?
lik lees in het "blauwe boekje", de adressenlijst van Gereformeerde kerken in Nederland, onder Breda:

"Geleerd door de ervaringen, die tot de vrijmaking leidden, en gesterkt door anderhalf jaar gezegend gemeentelijk leven bij het Woord des HEREN alleen, beloofde de kerkeraad niet zonder meer aan de zusterkerken, opnieuw in alles "de kerkenordening te onderhouden", maar riep hij op tot wederkeer tot het Woord Gods, en waarschuwde tegen rekonstruktie van een hiërarchisch kerkverband.
5 april 1965 vond een scheuring plaats in verband met de plaats die kerkeraad en gemeente geven aan de belijdenisgeschriften en kerkenordening der Gereformeerde Kerken: beneden Gods Woord als énig richtsnoer".

Uit zijn artikelen blijkt (pg 218, kol. 2) dat CV deze kerk en genoemde scheuring onder zijn aandacht heeft gehad.
Beschouwt hij haar nu als één der zusterkerken als in b bedoeld? Verzekert hij dus aan deze professor, dat deze zusterkerk onveranderd in, stemt met de Gereformeerde confessie, en dat zij de oude kerkorde in ere houdt?
Ik dacht dat juist hier een uiterst belangrijk verschil naar voren komt, dat prof. Douma èn de lezers van dit artikel duidelijk voor ogen moeten hebben, o.a. die te Kampen. Immers, ook daar geldt deze stellige verzekering niet, daar althans op de kerkeraad deze zaak nog in discussie is.

Ad C. De uitdrukking "net als de zijne" lijkt mij een volgend stapje naar gelijkschakeling. Om prof. D. tot meer toenadering te brengen tot onze kerken, of de onze tot de zijne?
Via een kerkorde? En welke kerken zijn dat, die bezig zijn te herzien.
Mag een convent als zodanig worden aangemerkt? Ligt hier niet juist de angel van de hele zaak der Kerk?
Wat zijn dat eigenlijk, "meerdere vergaderingen"? - Even gesteld, dat dit convent zulk een meerdere vergadering is - Wat is dat eigenlijk: afgevaardigden, die in de qualiteit van dominee of ouderling de Kerk van Christus van de plaats hunner inwoning vertegenwoordigen? Heeft hun ambt een rekbaar domein? En kunnen zij het uitoefenen in een daartoe georganiseerde vergadering elders, tactisch "meerdere"
vergadering geheten? Zijn ze dáár ambtsdragers? Hoe dan eigenlijk. Buiten en zonder hun gemeente?
Is het niet absurd? En eigenmachtig?
Zulk een "meerdere" vergadering is beslist niets meer dan een heel gewone vergadering van particulieren, al zijn ze honderd maal dominee of ouderling. "Zelfs" hoogleraren in de theologie-praeadviseurs kunnen daar geen KERK vergaderen.
Zulke vergaderingen kunnen nuttig zijn om een zaak te bespreken, b.v. de zending van een predikant, en dergelijke. Maar die beperking dient telkens en telkens in het oog gehouden: ze zijn zonder énig accoord, ze vormen geen overkoepelend orgaan, geen bestendig in te roepen rechtsinstituut, of een instantie, benodigd om het geloof te versterken van de deelnemende kerken, laat staan, om er op toe te zien.
Juist hier ligt de haard van mogelijke scheuring. En dat is gebleken ook. Zouden we daar ook: eens een les uit kunnen trekken?

Ad d. Maar nee, we moeten de kerkorde herzien.
En die was toch immers al zo goed?: hij moet zo mogelijk nóg meer in overeenstemming gebracht met de Heilige Schrift!

Ad e. De term "zich beijveren" is treffend in dit verband. Hier is de organisatie op volle toeren. Voor nóg meer zekeringen.
Blijkbaar is hier dus wel een electrisch veld!
Zeker. Want hier beijveren zich mensen om de KERK van Christus te transporteren naar een orgaan, dat Hij niet garandeert. Ik denk onwillekeurig aan de actie van Hofni en Pinehas, Christus gedoogt niet, dat met Zijn Kerk wordt gemarchandeerd.
Daar komt de satan tussen.
Dáárom zijn de koolspitsen zo zwaar geladen!
Zekeringen? Die barsten altijd. Dan spreekt men in de formules van de papieren "kerk"orde, en legt daar het dynamiet onder van de duivel.
Schrijft CV hier niet zichzelf voorbij? Zijn leven lang heeft hij door woord en geschrift, ook door zijn voorbeeld betuigd, dat zo'n papieren orde volstrekt niets betekent als niet de Geest van Christus in de raderen is.
Hij zegt het duidelijk in (h) en (i).
Juist die papieren orde heeft de zon; den opgeroepen! De broeders van de overzijde hebben zich daardoor laten voortslepen, voortgejaagd door hun Judaïstische ijverzucht.

Ad f en g. (f) zal bedoeld zijn voor de overzijde van de spellijn, (g) voor deze zijde. Of begrijp ik dit niet goed? Wat is hier met vrijbuiterij bedoeld? Is die als zodanig reeds onschriftuurlijk, wáárin ze dan ook bestaat? Of is er ook een soort van vrijbuiterij, die niet onschriftuurlijk behoeft te zijn?
Eerlijk gezegd, hoor ik ketenen rammelen voor de tot dusver nog steeds door God in vrijheid gestelde Kerk, Die in volle vrijheid haar koninklijke orde hoort in het Woord Gods.

Ad j. Het oordeel Gods.
CV is, zegt hij, "ontzaglijk blij" met prof. Douma's verklaringen zus-en-zo.
Wie weet, animeert die blijdschap prof. Douma om nog een verklaring af te leggen. B.v. van het feit, dat juist hij het "attestenbesluit" zo vaardig wist te hanteren op de synode van Hoogeveen. Dat wás een leep besluit! Daarin werd de (Gereformeerde) Kerk van Kampen, met haar kerkeraad, onder curatele gezet van enige, uitgezochte - ze moesten natuurlijk van de partij zijn - hoogleraren van de Theologische Hogeschool. Toen de lectoren-in-qualiteit hiertegen protest aantekenden, adviseerde hij, als voorzitter van de desbetreffende commissie, de Hoogeveense synode de door het curatorium genomen maatregelen, goed te keuren: ontslag wegens staking en woordbreuk, zonden waarover het oordeel Gods zou komen".
Met heilbede.
Waaróm toenadering te verwachten, en dat wel via een kerkorde, van déze zijde! Zal met zulk een kerkorde als dommekracht het judaïsme wel wegglijden? Dat zo stellig het oordeel Gods durft te hanteren om eigen kerkorde kracht bij te zetten?
Een kerkorde, die de Kerk desnoods van de prediking van het evangelie berooft? (Nieuw-Guinea)!
Het lijkt mij in strijd met de ernst van wat wij met deze broeders hebben beleefd om ons allereerst op hén te oriënteren, met hén in de pas te gaan lopen, met hén een nieuwe papierwinkel op te zetten over het gemeenschappelijk verleden. We zijn gauw genoeg weer geassimileerd met Egypte: het geheugen is kort en de sleur aantrekkelijk. Het generaal excuus van synodes over vroegere wandaden vergt weinig geloofskracht, en kan door een pressiegroep allicht worden afgedwongen. Best mogelijk ook nu weer. Maar wat schieten we daarmee op? Met zulk een restauratie van het verleden?
Punt één op een agendum van de Kerk van Christus is Kerk zijn. Heel gewoon.
De Kerk, waarvan wij en onze kinderen leden zijn.
Waar we 's zondags samen het Woord van God horen en de tekenen zien van Zijn liefde.
Waar we Zijn lof zingen en samen Hem aanbidden.
De liefdesgemeenschap van ps. 133.
Zodat de vragen van de één ook de vragen van de ander zijn, en hem animeren tot een oplossing te komen.
Met name de vragen van de kinderen.
Die ze zo ineens kunnen stellen aan tafel, of onder de afwas. Zo onmiddellijk, zo rechtuit, soms ook zo uit hup angst vandaan.
In Egypte gaat dat niet.
Daar zijn trouwens geen kinderen.
Die worden in de Nijl geworpen.
Zo bepaald het Farao.
Daar is het werken geblazen. Stapelen.
Al maar stapelen: Acta. Acta vormen de pyramieden naar de eeuwigheid, zegt Farao Maar in de Kerk krijgen de kinderen het woord. De toekomst. En in de Kerk gaan de volwassenen luisteren met de oren van de kinderen (toekomstmuziek) en kijken door hun ogen (toekomstpanorama) of de preek het actuele Woord van God is, dan wel afstands of beschimmeld, hoogdravend of wezenlijk echt. Want het Woord Gods is actueel en krachtig, en tweesnijdender dan enig scherp geformuleerd artikel.
Zo'n kind kan ineens zeggen: "In de kerk van mijn vriendje helpen de vrouwen de dominee ook mee".
Dan zeg je bij jezelf: Dat is dan zeker geen zusterkerk. Maar misschien wel een goede-vriendin-kerk. En een goede geburin is beter aan een verre, soms wel snibbige, zuster, En stel je voor, dat je zo'n vraag aan een zusterkrans zou voorleggen. Die zouden er zeker het reglement bij halen en in het register opzoeken v ... ; vrij ... , vrijbuiterij: Onschriftuurlijk, Hoe komt het dat de jeugd van de Kerk vervreemd?
En óp hoort in bewegingen als Youth for Christ?
Is de Kerk wel duidelijk? De perspicuitas van Gods Woord?
Heeft ze het Evangelie niet versperd door vele institutionele vertinsels en organisatorische gewoonten? Alleen de onbegrijpelijke taal al, voor slechts weinige volwassenen doordringbaar.
Afgestemd op gevorderden.
Punt één op het agendum van de Kerk van Christus is: radicale opruiming op korte termijn van alles, wat onze jeugd belemmert te zien, dat het Evangelie van Christus haar énig behoud is in alle nood van nu Als ik C.V. wat ken, dan is hij het ten diepste, misschien wel grondig met mij eens. Wedden?

D. J. Buwalda

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief