TWIJFEL (1)
1973-11-16
• Historie van de twijfel 1) - Jaargang 17
- nummer 42
Over T w ij f e l wil ik met u gaan spreken.
Dit is één van de eigenaardige onderwerpen, die verre van nieuw zijn en toch altijd actueel blijven.
Het wás een onderwerp in de twintigste eeuw vóór Christus, evenals het er een is Anno Domini 1973.
Twijfel plukte de vrucht van de Kennisboom.
Twijfel hurkte neer onder het tentdak der patriarchen.
Twijfel leerde in de scholen der Griekse. filosofen.
Als een dikke, drukkende mist hing hij over de eeuwen, die direkt aan de komst van Christus voorafgingen.
Tegenover het aan twijfelkoorts e.v. wegterend heidendom, juiste de Christelijke gemeente haar twaalfvoudig: Ik geloof!
Maar de vijand kwam en zaaide onkruid tussen de tarwe. Uit dat éne gifzaad kiemden twee woekerplanten.
In kroon en kelk elkanders tegenbeeld en toch gevoed uit één wortel.
Het waren Bijgeloof en Twijfel, die het geloof trachtten te verstikken.
Schrikkelijk is hun uitwerking geweest, zij schenen het geloof geheel te hebben overwoekerd.
Tot de Hovenier in Zijn hof kwam, de dag brak aan en de schaduwen vloden.
Vlóden . .. maar niet voorgoed.
In nieuwe tijden stak het bijgeloof zich in nieuwe vormen. Het trad op in de overschatting van de menselijke rede en van de natuurlijke deugd. De vuurpijlen van de moderne gedachte schoten in kleuren-wirwar langs de horizon van de nieuwe tijd.
Fél was hun licht ... maar koud!
Rijk scheen hun glans ... maar ijl!
Stoute dromen deden zij ontstaan in de harten der mensen en zij doofden de oude lampen met haar stille schijn.
Maar de nieuwe ster verschoot.
Uit de duizend-en-één-nachtdroom is de mens ontwaakt in de schemering van de Twijfel, en de oude lampen... waren geloofd.
Gelijk in menig opzicht zo vindt onze eeuw óók in haar twijfelen slechts haar weerga in de eeuwen vlak vóór Christus' geboorte, toen uit 's wereld donkere wolken het Licht der lichten opging.
En als der wereld avondschaduw zal de twijfel zich ook legeren over de laatsten van ons geslacht Totdat hij voorgoed weggevaagd zal worden door het teken van de Zoon des Mensen, verschijnende aan de hemel. Dan zullen het laatste vraagteken en het jongste raadsel hun antwoord en oplossing vinden in Hem.
• Definitie van de twijfel
Wat is nu eigenlijk het karakter van de twijfel?
Twijfel is onzekerheid in het denken en besluiteloosheid in het doen. Geen geloof en geen ontkenning.
Hij schudt geen neen en spreekt ook geen ja.
Hij houdt niet rechts en evenmin links, hij kiest vóór noch tégen.
Het is een gedurig schommelen tussen twee mogelijkheden, een slingeren tussen twee polen, een hinken op twee gedachten.
Het is, zoals ik reeds zei, een wandelen in de mist. Wie in de mist wandelt, ziet noch vanwaar hij komt noch waar hij heengaat.
Zijn herkomst zowel als zijn doel blijven hem verhuld. Hij weet niet of hij vordert of zich misschien in cirkelgang beweegt. Hij ziet er niets van, als aan de hemelkoepel boven hem vriendelijke sterren stralen en evenmin of een akelige afgrond zich aan zijn voeten opent.
Hij schrijdt voort op de gis.
En daarbij doorweekt de nevel zijn gewaad.
H(ij snuift kille damp op en daarbij wordt hem de borst beklemd.
Zo is de levensgang van de twijfelaar!
• Twijfel en kritiek
Uit dit karakter van de twijfel volgt, dat Twijfel heel iets anders is dan Kritiek. Wel stelt men ze gewoonlijk op één lijn en deelt ze bij dezelfde familie in. Doch verre van bloedverwanten te zijn, moeten ze veeleer beschouwd worden als antipoden.
O ja, men stelt wel gaarne de gelovigen voor als mensen, die kritiekloos alles aannemen, terwijl de twijfelaars zouden zeggen: "Dat moet ik nog eens bekijken".
Maar er mag met recht getwijfeld worden aan het onderscheidingsvermogen van hen, die deze voorstelling huldigen.
Immers voor kritiek is nodig een zogenaamd kriterium: een maatstaf.
Kritiek is alleen mogelijk op de grondslag ener overtuiging ..
Het mes der kritiek kan alleen scherp geslepen worden op een steenharde overtuiging, niet op een ijlen twijfel.
Juist omdat de twijfelaar een maatstaf ontbeert, moet hij zich van kritiek onthouden.
Hij buigt niet voor de wonderen der Heilige Schrift, hij ergert zich aan Aärons staf, aan Bileams ezelin en Jona's vis. Maar hij kan krachtens zijn standpunt de mogelijkheid niet ontkennen van de genezingen te Lourdes of de geheimzinnigheden der moderne magie.
Hij heeft slechts één embleem: het vraagteken!
Slechts één dogma: "Wij weten het niet!"
• Geloof en kritiek
Vals noemde ik de voorstelling alsof geloof en kritiek op gespannen voet zouden verkeren.
Wijs mij in gans de wereldliteratuur één voorbeeld van kritisch onderzoek aan, dat ook maar enigermate nabijkomt aan 1 Korinthe 13.
Zoek onder de kinderen der mensen naar één kritikus, zo meedogenloos waar als Paulus. Een borst, zwellend van hemelmelodieën, van de Serafijnen afgeluisterd - beklópt hij, Of hij wel op de bodem des harten de liefde hoort resonneren.
Als verborgenheden, met diep ontzag te melden, vloeien van de lippen des profeten - dan scherpt hij het oor of in de extase wel het zoet geluid der liefde doortrilt.
De aalmoezen, ja de schatten, aan de kerk geschonken, weegt hij gram voor gram na op het goudschaaltje der liefde.
Zelfs op de vlammen van de brandstapel, waarbij allen stil en stom. worden, richt hij zijn vlammend oog of het wegkrimpend offer van Gode-waardig is, dan niet.
Hij oefent niet slechts censuur op de zonden - hij oefent censuur op de gaven, op de aalmoezen, op de martelaren, ja, op de engelen Gods!
"Al ware het, dat ik de talen der mensen en de gave der profetie had ... , al ware het, dat ik al mijn goederen uitdeelde tot onderhoud der armen ... , al ware het dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verband zou worden."
Laat hen, die zo gaarne botte 'Onderwerping griffen in de trekken van de gelovigen,eens denken over dat koninklijke woord: "Al ware het, dat een engel uit de hemel u een evangelie verkondigde buiten hetgeen wij u verkondigd hebben - die zij vervloekt!"
Voor hem is niets heilig inderdaad - dan alleen zijn God!
• Er is geen blind geloof
Ten onrechte spreekt men dan ook wel van een "blind geloof".
Waar geloof is nooit blind.
Het zogenaamd blind geloof is een tweelingbroertje van de twijfel.
De Bijbel beschrijft ons geen blind geloof.
Mózes ging niet geblinddoekt achter God,maar hij ging: als ziende den Onzienlijke.
Als Elisa en zijn jongen omsingeld zijn in Dothan en de jongen vraagt: "Ach mijnheer, wat zullen wij doen?" geeft de profeet hem dan de raad maar niet te kijken? Integendeel, hij bidt juist: "Heere, open toch zijn ogen, dat hij zie."
De Schrift bindt ons nimmer een blinddoek voor, doch scheurt die áf. Gelovigen jubelen: "Eén ding weet ik, dat ik blind was, maar nu zie."
• Twijfel en wetenschap
Gelijk Twijfel zich een kritisch air geeft, zo neemt hij ook gaarne een wetenschappelijke pose aan.
Maar dit is schijn: twijfel is niet gegrond op wetenschap.
Hoe zou het ooit kunnen?
Wetenschap zegt: wij wéten, het staat vast.
Twijfel zegt: wij weten niet, het is onzeker.
Als wetenschap twijfelt, is zij geen wetenschap, doch hoogstens vermoeden en onderstelling, Als Twijfel weet, is hij geen twijfel meer.
Twijfel zet juist een vraagteken achter de wetenschap, evenals hij dat plaatst achter het geloof.
1) De Heer N. Baas, de bekende straatprediker in Amsterdam. eenmaal de veelgelezen "columnist" in De Reformatie - iedere oude Reformatie-lezer kent nog zijn prachtige stukjes "Even Parkeren" - gaf ons verlof het hier volgende fijne artikel in "Opbouw" te plaatsen. Dank U wel goede oude Vriend en Broeder!