Over het samenleven van kerken (4)

1973-11-23
  • Jaargang 17
  • nummer 43
Ook in dit nummer van Opbouw wil ik nog een aantal - de laatste - opmerkingen maken over het samenleven en samenwerken der kerken.

26. Zoals ik reeds aantoonde kan naar reformatorische opvatting iedere plaatselijke kerk zijn eigen kerkorde maken en vaststellen.
Want niet een kerkorde maar de belijdenis is de band die kerken samenbindt. En in die confessie staat niets over de concrete inhoud van een kerkorde. Er wordt alleen van gezegd dat het "nuttig" en "goed" is dat de kerken er een hebben.
Maar dat vooropstellend, zou ik dit willen vragen: Wat is meer Geestelijk, meer kerkelijk, meer broederlijk: dat een kerk zegt: ik maak een eigen kerkorde en wat ik daarin zet gaat geen enkele andere kerk, gaat niemand aan, ik ben baas in eigen huis of, dat een kerk zegt: wij heb de wijsheid niet in pacht, wij hebben niet alléén de Heilige Geest ontvangen, wij staan in het leven en de arbeid en de strijd van de kerk niet alléén, wij vormen met andere kerken samen het éne ondeelbare lichaam van Christus, - en daarom willen we zo'n kerkorde niet alléén opstellen, daarom willen we er met de zusterkerken over spreken, daarom willen we samen zoeken naar wat voor het leven der kerk in dit opzicht het meest profijtelijk is - uiteraard met behoud van onze zelfstandigheid en vrijheid?
De lezer geve op deze vraag zelf een antwoord.

27. Zoals ik ook reeds eerder gezegd heb bestaat er geen kerk zonder kerkorde. Het is zelfbedrog te beweren dat men die niet heeft. Er zijn in iedere kerk regels vastgesteld over de inrichting van de kerkdiensten, over de verkiezing van de ambsdragers, over de viering van het Avondmaal, over de bediening van de doop enz. enz. Zo zijn er nu ook altijd regels opgesteld voor de samenwerking van kerken.
Er is eenvoudig geen samenleven en samenwerken van kerken mogelijk zonder bepaalde afspraken.
Welke de concrete inhoud is van die regels of afspraken is punt twee. Punt één is dat men altijd afspraken maakt en maken moet! Zo ten aanzien van de frequentie van gemeenschappelijke vergaderingen; wie daaraan deel zullen nemen: wie in die vergaderingen de leiding zullen hebben; wat men daarop zal bespreken; welke betekenis de conclusies zullen hebben waartoe men na de bespreking van bepaalde problemen, zaken, geschillen enz. enz. gekomen is. Deze dingen zijn zó vanzelfsprekend dat ik me werkelijk niet kan voorstellen dat een nuchter, zakelijk denkend mens daarover anders oordelen kan. Zelfs in de hemel zullen er "verkeersregels" zijn.

28. Ik wil het zo juist gezegde met een voorbeeld verduidelijken.
En wel met wat de kerk van Kampen gedaan heeft ten aanzien van de zending.
De zending is - daarover zijn we het allen eens - een wezenlijke, zelfs een éérste opdracht van de kerk. Een kerk is eenvoudig geen kerk meer als ze deze taak niet aanvat. De kerk van Kampen ging nu bij de vervulling van haar zendingstaak uit van de Schriftuurlijke gedachteóók die taak vóór alles een opdracht is van de plaatselijke kerk. Maar tegelijk was zij er zich van bewust dat zij deze taak niet kón - en ook niet mócht! - volbrengen zonder daarvoor een samenwerking van kerken in het leven te roepen. En zo kwam ze er toe kerken uit te nodigen met haar in het volbrengen van haar zendingsopdracht samen te werken, haar daarbij "steun te bieden".
En ze heeft toen in overleg met die "steunbiedende kerken" een regeling opgesteld volgens welke dat steunbieden door zusterkerken zou worden gerealiseerd. Men kan dat ook zó zeggen: ze heeft een "orde", een "kerk-orde" opgesteld ten aanzien van haar zendingsarbeid.
Wat zij als "orde" voor haar zendingswerk vaststelde is eenvoudig een hoofdstuk van de in de kerk van Kampen geldende - al of niet schriftelijk gefixeerde - kerkorde.

29. Om nu niet in het abstrakte te blijven hangen zal ik die kerkorde laten afdrukken. Hier is zij:
1. De Gereformeerde Kerk van Kampen zal als zendende kerk naar een zendingsveld in... een prediker van het Evangelie uitzenden.
2. Zij behoeft daartoe de steun van andere Gereformeerde Kerken.
3. De Gereformeerde Kerk te Kampen verplicht (!) zich jegens die kerken, die zich verbonden (!) hebben haar voor het zendingswerk te' steunen:
a. deze kerken minstens viermaal per jaar op te roepen tot een vergadering ter bespreking van het werk;
b. zo dikwijls de stand en de voortgang van het werk zulks vereisen, de kerken samen te roepen;
c. de steunbiedende kerken volledig over het werk zo van de zendende kerk als die van haar arbeid(st)er(s) op het zendingsveld in te lichten;
d. aan de steunbiedende kerken volledig, minstens eenmaal per jaar, opening van zaken te geven aangaande de zendingsfinanciên;
e. op de sub a en b genoemde samenkomsten de steunbiedende kerken te horen in alle zaken het zendingswerk betreffende;
f. eenmaal per jaar, indien de raad ener steunbiedende kerk zulks wenst, inlichtingen over het zendingswerk te geven in een door deze raad samen te roepen gemeentevergadering.
4. De Gereformeerde Kerk te Kampen draagt uitsluitend de verantwoordelijkheid voor het zendingswerk. Aan haar verblijft - met inachtneming van het in sub 3 uitgesprokene - elk beschikkingsrecht, de beroeping, het ontslag en de eventuele tuchtoefening over de arbeid(st)er(s) in het zendingswerk.
5. De steunbiedende Geref. Kerken verplichten zich harerzijds bij beëindiging van de steun voor het zendingswerk een termijn van minstens twee jaar in acht te nemen.

30. Wat we in deze regeling voor ons hebben is, zoals ik reeds zei, een stuk kerk-orde. Het is ook een stuk kerk-verband. Een verband tussen kerken ten aanzien van een bepaald facet van haar leven en werk (Een kerkverband is altijd beperkt tot een of meer facetten van het leven en werk der kerk. Het is altijd partiëel, nooit ofte nimmer totalitair. Totalitair is het alleen in een "kerkelijke organisatie" waarin de "kerkelijke macht" in één persoon of in één bestuur is geconcentreerd die boven de kerken staan.
D.w.z. in een "organisatie" die vloekt met een Schriftuurlijke, Reformatorische gemeenschap van kerken).
Men lette er op dat de Kerk van Kampen zich tot heel veel "verplicht".
En dat de "steunbiedende kerken" zich "verbonden" hebben de Kerk van Kampen in haar zendingswerk te steunen.
Is dit verkeerd geweest?
Is dit "verband" uit de Boze?
Werkt men zo de Heilige Geest tegen?
Wie durft op deze vragen ja zeggen?

31. In het artikel waarin ik reageerde op de beschouwingen van prof. Douma sprak ik over "vrijbuiterij" ten aanzien van de orde in de gemeenschapsoefening der kerken.
Ik had dit schrijvend het oog op het feit dat kerken die zich "verbonden" hadden de Kerk van Kampen in haar zendingsarbeid te steunen deze steun staakten zonder de ook door haar geaccepteerde opzeggingstermijn in acht te nemen. Kerken dus die de ook door haar gegeven belofte braken.
Ik dacht daarbij ook aan de Kerk van Groningen-Zuid die de door haar ook aan ds v. d. Ziel gegeven belofte hem nooit te zullen schorsen zonder de toestemming van de genabuurde kerk, brutaal brak. Ik dacht aan wat in de kerk van Kampen en met de kerk van Kampen in de voorbije jaren gebeurd is. Is het billijk de waarschuwing tegen deze en soortgelijke "vrijbuiterij" als een "rammelen met ketenen" te kwalificeren?

32. In een uitvoerig artikel in Opbouw heb ik een tijd geleden met de stukken aangetoond dat de oorzaak van de kerkelijke ellende die wij in de voorbije decenniën hebben beleefd in geen enkel opzicht kan gezocht worden in de destijds in de Gereformeerde Kerken geldende kerkorde.
Integendeel: die ellende vond juist óók haar oorsprong en oorzaak in het niet precies en eerlijk naleven daarvan! In 1926 werd de kerkordelijke bepaling omtrent het schorsen van een predikant overtreden en opzij gezet.
In 1936 de bepaling dat een synode alleen die zaken mag behandelen die de kerken op haar agendum hebben geplaatst. In 1944 werd art. 31 van de kerkorde krachteloos gemaakt. En door de laatste synoden van de vrijgemaakte kerken werd de kerkorde geschonden door het schorsen "onder eigen verantwoordelijkheid", het wegsturen van wettig afgevaardigde synodeleden, het buiten alle kerkelijke orde om verwerpen van een Z.g. "ontrouwe kerkeraad" goed te keuren.
We zullen dat steeds goed voor ogen moeten houden: de kerkelijke ellende waarin we in de laatste halve eeuw gedompeld werden vond juist óók haar oorzaak in de OVERTREDING van de geldende kerkorde. Als men die eerlijk, christelijk had gehanteerd zou veel ellende voorkomen zijn geworden.

3. Ik schreef zo juist dat de kerkelijke ellende van de laatste decenniën ook haar oorzaak vond in het overtreden van de onder ons geldende kerkorde. Ik deed dat expres. Want - en dit moet naar mijn overtuiging ons steeds voor ogen staan in heel de huidige discussie over een kerkorde - de eigenlijke, de eerste oorzaak van die ellende ligt heel ergens anders!
Die ligt in het confessioneel vaststellen van speciale dubieuze dogmatikale opvattingen, dus in het confessionalisme; in het wantrouwen; in het extremisme; het fanatisme; het koppig vasthouden van eigen particuliere meningen; in de onverdraagzaamheid; het zich tegen elkaar afzetten en (ook achter de schermen) tegen elkaar opzetten! Dát kwaad tierde allerwege. En daarom geschiedde er zoveel onheil! Men kan dit ook zó zeggen: er kwamen in de kerken maar al te veel "werken des vlees" voor: twist, afgunst, partijzucht. tweedracht, scheuringen. Dat, en dat alléén, was en is de oorzaak van de kerkelijke misère! Wie dat niet ziet is geestelijk bilziende of blind.

34. De overweging van de eigenlijke, de diepste oorzaak van de misère in de Gereformeerde en Vrijgemaakte kerken leidt als van zelf tot een andere kwestie. En wel deze dat die oorzaak in de eerste plaats in de plaatselijke kerken moet worden gezocht. En niet in het zeer zeker vaak kwalijke optreden van de "meerdere vergaderingen".
We hebben in onze kerken jarenlang gelaboreerd aan een slepende "kwestie-Kralingen". De eerste oorzaak daarvan lag uitsluitend en alleen in de kerk van Kralingen! En toen daar de harde koppen "zacht" waren geworden was de kwestie van de baan! We hebben de kwestie Van der Ziel gehad. Die vond ook haar eerste en diepste oorzaak in wat in Groningen-
Zuid gebeurde! En wij allen weten wat in Kampen plaatsvond.
Een paar ouderlingen, die met waanvoorstellingen omtrent ketterijen van onze predikanten waren behept hebben een paar jaar lang het kerkelijke leven op fatale wijze gefrustreerd en de kerkeraadsvergaderingen tot een verschrikking gemaakt. Het kwam zelfs tot een schandelijke verstoring van de openbare eredienst!
Ik zou een lang verhaal kunnen opdissen over het kwaad dat extremisten, maniakken, querulanten, fanatici, psychopaten door alle tijden heen in de kerkelijke wereld hebben aangericht! En dat geschiedde altijd éérst in de plaatselijke kerken.
En wat kwam er altijd veel tyrannie in de kerk voor! Van "dominees".
Maar ook van "ouderlingen" en gemeenteleden. Het gebeurde en gebeurt dat kerkleden strijden voor een of andere "vrijheid" maar dan zo dat wanneer men hun "vrijheid" niet accepteert zij verschrikkelijk tyranniek worden! Zij zijn niet tevreden als men hun hun "vrijheid"
gunt, neen, zij eisen dat hun "vrijheid" ook aan alle anderen "bindend" wordt opgelegd!
Het ontbreekt in de kerken helaas dikwijls aan de wijsheid, het geestelii.ke inzicht om al dit kwaad tot in de wortel te doorzien.
Het wordt namelijk bijna altijd - onbewust - "gerationaliseerd", d.w.z. gecamoufleerd met allerlei orthodoxe, quasi-Schriftuurlijke, vrome redeneringen.

35. In dit verband moet nog een andere opmerking worden gemaakt.
Ten gevolge van neomarxistische invloeden behoort het tegenwoordig tot de goede toon hevig af te geven op de "structuren". Deze kritiek richt zich op alle structuren. Die van de maatschappij, de staat, het gezin, het huwelijk enz. Precies hetzelfde - de "geest der eeuw" werkt altijd ook en zelfs bizonder sterk in de kerk door! - bespeuren we ook veel christenen. Het gróte kwaad in de kerk zit hem volgens hen ook in de kerkelijke "structuren". Men spreekt met afschuw over "kerkelijke organisaties" en "kerkelijk instituut", alsof daarin het grote kwaad schuilt. - Merkwaardig is dat deze lieden tegelijk dikwijls geen kwaad kunnen horen over de overgeorganiseerde Wereldraad van Kerken en de geweldige bureaukratie die zich aan de top van de Hervormde en de Gereformeerde Kerken ontwikkeld heeft en, naar een haar immanente wet, steeds dieper invreet in het kerkelijke leven! - Maar dit daargelaten: Zouden we niet de nuchterheid betrachten door te overwegen dat de concrete gesteldheid van alle structuren bepaald wordt door de mensen die op wat voor wijze ook in die structuren betrokken zijn? En dat als hei met de structuren fout zit men vóór alles de oorzaak daarvan bij die mensen zoeken moet? Het onheil dat synodes hebben aangericht was allereerst het effect van de woorden en daden van de mensen die die synode vormden!
We moeten in dit opzicht weer een Schriftuurlijke kijk zien te verwerven. Want in de Schrift worden altijd vóór alles de zonden en gebreken van deindividuele mensen, van de kerkleden aangepakt. Als die mensen tot bekering komen, komt alles goed.
Als die zich verharden loopt altijd alles mis.

36. In dit verband wil ik er ook nog even op wijzen dat men volgens de goed gelezen kerkorde van de Gereformeerde Kerken ten opzichte van de gezamenlijke kerken eigenlijk niet eens van "kerkelijke organisatie" spreken kan.
Er is wat dat betreft niets anders dan een af en toe samenkomende vergadering van "gezanten" van deze kerken! En wat deze kunnen doen is niets meer dan het uitbrengen van een "voorlopig oordeel" dat eerst rechtskracht verkrijgt als het door de vrije, zelfstandige kerken wordt overgenomen.
Als deze zo'n voorlopig oordeel in strijd achten met Gods Woord of de onderlinge afspraken leggen zij dat naast zich neer! Dit is uitdrukkelijk vastgesteld in art. 31 van de kerkorde!
Door de tegenstanders van deze gereformeerde kerkelijke orde werd altijd weer gezegd: "Hoe ter wereld kan men een kerk regeren, als men art. 31 van de K.O. zo hanteert?" Toen precies dertig jaar geleden in de kerkstrijd van die dagen mij deze vraag gesteld werd heb ik daarop letterlijk dit antwoord gegeven.
"Inderdaad, geoordeeld naar wereldse maatstaven is de gereformeerde kerkregering een volmaakt onding, een georganiseerde chaos. Maar naar de maatstaf des geloofs is zij de hoogste wijsheid.
Want zij heeft tot enige maar dan ook volstrekte vooronderstelling, het gemeenschappelijke buigen voor Jezus Christus, Die in zijn woord zijn wil bekend maakt. Omdat dit de grote vooronderstelling is van alle gereformeerde kerkregering, is die regering nooit dwingend, maar alleen overtuigend. Een gereformeerde kerkelijke vergadering mag en wil alleen zulk een aanvaarden van haar besluiten verlangen welke voortspruit uit de gehoorzaamheid aan Christus.
Wanneer de gehoorzaamheid aan Christus verdwijnt, moet een kerk een chaos worden, of, nog erger, een organisatie, die op wereldse wijze, d.w.z. door die "onderwerping" van de minderheid aan de meerderheid te eisen en in stand wordt gehouden.
De kerk wordt dan naar Sikkels woord een zaakje met een zakje.
In de gereformeerde kerkregering berust alles op eenheid in de belijdenis en het tezamen onderworpen zijn aan Gods Woord, zo betoogde eenmaal prof. Rutgers.
"Dat wordt altijd ondersteld; daarop rust de bruikbaarheid van de ganse ordening; en zo geheel is zij daarop ingericht, dat zij bij een andere toestand wel niet anders dan ontbindend kan werken.
Maar wel verre van een bezwaar te zijn, is dat juist in haar voordeel."
Ja, dat is inderdaad een deugd van de gereformeerde kerkelijke orde dat ze volkomen faalt als de kerk afwijkt van de gehoorzaamheid aan Jezus Christus. Ze is niet geschikt om een "kerkelijke organisatie", een "kerkelijk instituut" waaruit het leven des Geestes geweken is overeind te houden!
Ze faalt volkomen als ze met een kerkelijk lijk heeft te doen.

37. Een paar dingen wil ik ten slotte nog zeggen. Ze zijn deze: Ik vecht niet vóór de handhaving van de bestaande kerkorde! Ik vecht ook niet voor verandering daarvan. Ik vecht evenmin vóór de aanvaarding van de voorstellen van de commissie ad hoc. Ook niet er tegen. Want, zoals ik reeds eerder schreef: ik heb daarvan geen kennis genomen! Ik vecht er alleen voor dat men ten aanzien van de kerkorde-en-zo niet in een domme en gevaarlijke reaktie vervalt maar nuchter blijft.
Ik hoop op en bid om een innige broederlijke, christelijke samenwerking van de kerken. Zowel tussen de "onze" als ook en vooral tussen alle kerken waarin de "reine verkondiging van het Evangelie" gevonden wordt.
Men kan een kerkorde op tweeërlei manier overschatten. In de eerste plaats geschiedt dat door hen die daarvan het heil van de kerken verwachten! Maar niet minder door hen, die daarin alleen maar onheil zien! Een "orde" is echt niet meer dan een "orde". Een reeks afspraken door de kerken, geheel vrijwillig gemaakt, met het oog on een zo goed mogelijk volbrengen van de opdracht die de kerken, afzonderlijk en gezamenlijk, van God ontvangen.
Ik wijs er voorts op dat het meedoen van kerken aan een bepaalde samenwerking - anders gezegd: aan een bepaald kerk-verband - geheel vrijwillig is. En dat de kerken daarbij geheel vrij en zelfstandig blijven en ook moeten blijven. Ik zou er voorts voor willen pleiten dat de kerken bij het aangaan van een of andere samenwerking elkaar geheel vrij zullen laten. Dat geschiedde ook in de Doleantietijd. En in de tijd van de grote Reformatie. De kerken moeten elkaar in dit opzicht niet hinderen of lelijk aankijken.
Zusterkerken zijn en blijven alle kerken waarin de "reine verkondiging van het Evangelie" geschiedt en de sacramenten bediend worden "naar de instelling van Christus".
Voorts zou ik er een lans voor willen breken nooit professoren in de theologie of andere theologen als praeadviserende leden tot een kerkelijke vergadering uit te nodigen!
Wanneer ik een uitnodiging kreeg om als zodanig op te treden schreef ik dat ik niet van plan was de zittingen der synode bij te wonen. Dat ik uiteraard bereid was de synode - als ik er verstand van had - over een concreet punt van advies te dienen.
Dat ik dat liefst schriftelijk zou doen. Maar als de synode daaraan de voorkeur gaf ook wel mondeling, maar da ik dan niet zou deelnemen aan de besprekingen over die kwestie.

Ten slotte nog dit. En dat is het allerbelangrijkste, het volstrekt beslissende: Als in de kerken en de kerkelijke vergaderingen niet de "vrucht des Geestes" gevonden en openbaar wordt - liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, ingetogenheid - dan is alles wat de kerken en de kerkelijke vergaderingen doen verwerpelijk in de ogen des Heren. En dan is het beter die vergaderingen niet te houden of te staken - totdat er waarachtige bekering tot stand is gekomen in de weg van boete en berouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief