Persschouw
1973-11-23
• Het Tsjechoslowaakse drama - Jaargang 17
- nummer 43
Het was dezer dagen vijf jaren geleden dat Tsjecho-Slowakije door de russische kommunisten verpletterd werd en de nacht van de geestelijke slavernij over dat ongelukkige land viel.
Het Friesch Dagblad schreef er dit over:
De officiële Russische kerk, één van de aanzienlijkste leden van de Wereldraad, heeft deze bezetting zéér geprezen. Zij diende, om het Tsjechische volk te redden en zo de vrede in West-Europa te bewaren.
Het partij-orgaan van de communisten in Tsjecho-Slowakije heeft 'dezer dagen nog eens hetzelfde betoogd.
De Russen verdienen de dank van het Tsjechische volk voor deze redding-door-bezetting.
Intussen zijn twee feiten wel van zoveel belang, dat er eens nadrukkelijk de aandacht op moet worden gevestigd. Het Westen aanvaardt deze bezetting als een voldongen feit. En velen worden er in het minst niet door gehinderd bij hun vertogen, dat we nu wel de defensie kunnen verzwakken, omdat de Russen toch geen kwaad in de zin hebben.
Wie dat niet gelooft is een communistenhater of zo iets. In de tweede plaats staat het nu wel vast, dat de Tsjechen worden geterroriseerd.
De gevangenissen zitten vol politieke gevangenen en zij worden slecht behandeld. Hun rechtszekerheid is niets waard. Het meest worden zij geteisterd, doordat hun detentie maar voorlopig is, in afwachting van een "berechting", die al maar wordt uitgesteld. Er zijn strenge wetten tegen alle acties, die het regime ondermijnen. Elke in het openbaar geuite kritiek is alleen al doordat het kritiek is, een strafbare fout, dat met jaren gevangenisstraf kan worden vergolden.
Nu hebben sommigen in Nederland ons indertijd verteld, dat het lijdelijk, het ongewapend verzet, zou kunnen blijken, de grote kracht te zijn van een onderdrukt volk. Er werden in Nederland hele theorieën over verkondigd. En als de Russen ons land eens zouden bezetten, dan zouden wij ook geen wapens moeten gebruiken, want er zijn andere en betere wegen voor het verzet. Het zwijgende neen zou uit consequent volgehouden daden kunnen blijken.
Wij hebben toen onmiddellijk gezegd, dat men zich daar niets van moet voorstellen. De nationale wil tot verzet wordt verpulverd, doordat het volk zelf wordt verpulverd door dit soort totalitaire dictatuur.
De radio en de t.v, en het onderwijs en de pers, het is allemaal niet alleen koekoek-één-zang. maar er gaat ook een onweerstaanbare kracht van uit. De ouders zwijgen, de kinderen spreken, naar wat zij van de kleuterschool tot aan de universiteit hebben geleerd. Soms twijfelen de machthebbers, of het wel voldoende helpt. Of Inderdaad de jonge generatie wel afdoende wordt gelijkgeschakeld, geestelijk en politiek.
Maar dan wordt de aandacht van de jongere generatie stelselmatig gericht op de spelen. Niet zozeer op brood èn spelen, maar vooral op de spelen. Op de topprestaties van de communistische landen. En dal heeft succes.
Niemand in Nederland spreekt of schrijft nu nog over het ongewapend verzet, waarvan men zich zoveel meende te kunnen en mogen voorstellen. Alleen de erkenning, dat het een ongeloofwaardig verhaal was, en dat zulks nu is gebléken, laat nog op zich wachten. En die erkenning zal er wel nooit komen.
Inderdaad, de Russische kerk heeft in keurige, ernstige, overtuigende woorden aan de Wereldraad van Kerken duidelijk gemaakt dat zij zeer gelukkig was met de bezetting van Tsjecho-Slowakije. Het nobele, onzelfzuchtige Rusland had door die bezetting het broedervolk in Tsjecho-Slowakije uit de handen van de boosaardige machten uit "het Westen" gered!
In het Westen - men gelooft daar namelijk nog steeds aan de "ontspanning" tussen West en Oost is men altijd netjes tegen de Russische dictators, imperialisten en kapitalisten. En daarom verklaarde men daar dat men "teleurgesteld"
was over deze verklaring.
In Nederland, zo zei onlangs de secretaris van de organisatie die zich bezig houdt met de eerbiediging van de "mensenrechten", werken niet minder dan zeventien aktiegroepen. Maar, zo zei hij er bij, er is er niet één die zich bemoeit met wat er achter het ijzeren gordijn gebeurt.
De adressen van die aktiegroepen kan men vinden in "de linkse! - andere agenda 73/74" voor Havo en Mavo!
Men moest zich op deze scholen eens goed bezig houden met de geschriften van Lenin! Dan wist men water óók in ons land aan de gang is. Lenin heeft namelijk precies gezegd wat communisten in "kapitalistische" landen moeten doen. En we zien dat met uiterste precisie hier dar! aan dag gebeuren!
• Nog eens Israël
Het volgende artikeltje van ds A. Algra over Israël geef ik graag ter overweging door.
God werkt volgens een vast bestek.
Er is een duidelijke lijn in Zijn openbaring. Hij heeft zich indertijd teruggetrokken op Abraham en Abrahams nageslacht, maar Hij heeft meteen gezegd - en dit later ook door de profeten laten zeggen dat met Abraham alle geslachten des aardbodems gezegend zouden worden (Gen. 12: 3).
Je kunt moeilijk zeggen, dat alle volken op de aarde gezegend zijn met de staat Israël. Dit is allerminst een verwijt aan de Joden, maar wel een aanduiding dat we wat moeten nadenken, voordat we woorden van de HERE in vervulling zien gaan, wanneer Israël wordt aangevallen en zich verdedigt; en misschien op zijn beurt tot de aanval overgaat.
De HERE is na de opstanding van onze Heiland zich weer gaan richten tot alle volken, Toen een vrouw van een natie, die vijandig stond tegenover Israël, eens aan de Here Jezus vroeg waar je God eigenlijk moest 'aanbidden, in Jeruzalem of op de berg van Samaria, antwoordde Jezus: "Noch te Jeruzalem, noch op deze berg, maar in geest en in waarheid" (Joh. 4).
"Sinaï staat op één lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij.
Maar het hemelse Jeruzalem is vrij; en dát is onze moeder" (Gal. 4: 26).
In Christus is noch Jood, noch Griek. Een bepaalde stad als Jeruzalem, met gebouwen en huizen, een spoorstation en taxi's, café's, kerken en moskeeën, heeft voor de Here geen prioriteit meer boven bijvoorbeeld Rotterdam.
Een bepaald vohk als Israël wordt niet meer vanwege zijn ras en zijn bloed door de Here hoger aangeslagen dan bijv. het Bantoe-volk. "Wie zijn de voorwerpen van ontferming, die de Here tot heerlijkheid heeft voorbereid? Dat zijn wij, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen" (Romeinen 9 : 23).
Tegenwoordig worden de woorden van profeten weleens zo geïnterpreteerd dat we eigenlijk nog eens weer naar de Stad Jeruzalem moeten om het mee te maken hoe het volle heil werkelijkheid wordt. Dat zou dan een belofte zijn die op vervulling wacht en te zijner tijd tot vervulling komt.
Dat is de klok terugzetten, dacht ik.
Onberouwelijk
In Romeinen 9, 10 en 11 behandelt Paulus niet het probleem "Israël", maar hij vermaant en vertroost de christelijke gemeente van Rome. En wanneer hij vrij uitvoerig over Israël geschreven heeft, komt hij tot de slotsom: "de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk".
Het is niet zo dat hij daarmee zeggen wil dat het uiteindelijk altijd goed komt. Jaar in jaar uit heb ik in een kerkbode gelezen, (in de tijd dat de kerken in een conflictsituatie waren) dat de toestand wel ernstig was, maar er kon de kerk eigenlijk niets gebeuren, want de poorten der hel zouden haar niet overweldigen en God hield zijn werk in stand. Zo hebben ook de Joden wel gedacht. Toen in het jaar 70 al bijna heel Jeruzalem in straatgevechten gevallen was en de Romeinen nog een enkel laatst bolwerk bestormden, hield een priester vol dat die toren niet vallen zou. Dat zou God niet gedogen. Het is wel anders uitgepakt.
Paulus bedoelt het zó: de Israëlieten mogen altijd terugkomen op Gods beloften. Zoals het gebeuren kan in een huiselijk conflict. Een zoon wordt de deur uitgezet vanwege zijn wangedrag. Vader moest tot dit besluit komen. Wanneer moeder dan een brief aan die jongen schrijft: "Je weet dat je altijd terug mag komen", dan gaat ze daarmee niet tegen haar man in. Ook niet als hij gezegd heeft: "Je komt er nooit meer in". Die moeder gaat er dan van uit dat de zoon zal terugkomen wanneer er bij hem iets veranderd is. Ze weet wel dat ook haar man er zo over denkt: het is en het blijft onze jongen. Daar mag hij op terugkomen.
En dat "onberouwelijke" van de genadegaven en de roeping, blijft ook gelden voor de kinderen van het verbond uit onze families.
Ze zijn soms ver weg, maar ze mogen altijd terugkomen. Ze weten zelf wel hoe.
(We plaatsen dit stuk opnieuw omdat in een vorig nummer abusievelijk een groot gedeelte was uitgevallen.)
P.S. Om alle mogelijke speculaties te voorkomen wil ik meedelen dat de Persschouw over een "Stichting"
geschreven werd vóór ik iets van het geprojecteerde Geref. Seminarie afwist.
Het stuk werd sindsdien met instemming overgenomen door het "confessionele" herv. weekblad. e.v.