Water
2013-04-06
Je komt ze alleen in het vierde Evangelie tegen, de ‘Ik ben...’-woorden. Op de stippeltjes vind je van alles: brood, water, licht, herder, weg, wijnstok, waarheid, opstanding en leven. Het aparte is wel dat je in bijna al die woorden iets voelt van menselijke kwetsbaarheid. Wat ben je zonder...? Vandaag gaat het over water (Johannes 4).- Jaargang 57
- nummer 7
Wat kan een koel glas water je goed doen als je dorst hebt.
Ook als je dorst niet veel meer is dan een droog gevoel in de mond. Maar is het je wel eens gebeurd dat je zo’n dorst had dat je aan bijna niets anders kon denken dan aan water? Dat zijn wel de momenten waarop je merkt hoe afhankelijk je als mens bent van je leefomgeving. Zonder drinken komt geen Opbouw-lezer een week door!
Jezus deelde dat kwetsbare bestaan en werd afhankelijk met de afhankelijken. En wanneer Hij bij de put van Sichem het gesprek opent met een vrouw, een Samaritaanse nog wel, dan is Hij de ‘have-not’. Of ze wat te drinken heeft...
Zij is een Samaritaanse en welke Joodse man verlaagt zich om daarmee te gaan praten? ‘Dorst... mannen... vertel mij wat’, heeft ze misschien wel gedacht.
Maar bij het eerste wat ze zegt, kantelt het gesprek en lijkt Jezus zijn dorst vergeten te zijn, zoals een sporter op weg naar de finish alles vergeten kan. Het gaat verder alleen nog maar over de dorst van deze vrouw. Dorst waarin de lange leegte van jaren zit. Wat heeft ze gehunkerd naar vervulling, naar aanvaarding en echte liefde. Want je zeilt toch niet voor je lol je leven met vijf mannen door?
Bijzonder zoals Jezus begint over dat andere water, dat bedoeld is voor háár dorst. Levend water. Ze stonden al aan een put met een wel, dus dat was al fris water, heel anders dan het stilstaande water dat na een tijdje ging stinken.
Maar Jezus heeft een dorstlesser die de dorst op de diepe lagen van ons mens-zijn aankan.
Agnus Dei
Wat gaan de ontmoetingen van Jezus vaak over gewone dingen. Zoals vermoeidheid, eenzaamheid, leegte en nog veel meer. Al zit dat bij mensen vaak heel diep weggestopt, zodat de vervulling van zulke leegtes ook veel vraagt. In het alledaagse leef je er zomaar aan voorbij – aan je eigen leegte en je eigen dorst, of aan die van je vrouw of kind of iemand in de gemeente.
Jezus raakt het aan. Bij Hem gaat dat in een flits – Hij weet wat er in deze vrouw leeft, dat is een inzicht dat Hem van boven gegeven is – bij ons is er vaak veel meer tijd voor nodig. Jezus raakt de leegte van de vrouw met de choquerende zin: ‘Ga je man eens halen.’ Daarmee zit Hij in één stap bij de dorst van deze vrouw. Bij haar dorst en leegte, niet zozeer bij haar los-vast-leven met een handvol mannen.
Jezus had en heeft het vermogen om langs al het goed en kwaad van een mens door te lopen naar zijn of haar dorst en gemis. Dat vind ik een fascinerend gegeven in de evangeliën.
Het zal alles te maken hebben met een kernwoord dat je twee keer in het begin van dit vierde Evangelie vindt: Agnus Dei, zie het lam van God dat de zonde van de wereld wegdraagt. Als de Heer dat weggedragen heeft, is er alle ruimte om eerst maar eens te vragen naar de dorst en de leegte bij een mens, even voorbij de vragen van goed en kwaad. Als een koele slok water op een zinderend hete dag.
Dat is echt iets om mee te nemen in het gemeenteleven, maar ook daarbuiten, en misschien wel om te beginnen bij de mensen met wie je dagelijks optrekt. Reken met de verzoening van Jezus, zodat je eerste aandacht voor die ander kan uitgaan naar zijn dorst en haar leegte. En misschien begint het zelfs wel bij je eigen leegte of dorst.
Weggetje
Wat een ontmoeting tussen deze man en deze vrouw, tussen een Jood en een Samaritaanse! Bij het begin zou je toch niet over het einde durven dromen, namelijk dat tal van stadgenoten dankzij die vrouw geloven dat Jezus de Redder van de wereld is. Man, vrouw, Jood of Samaritaan: Jezus tilt dat naar een nieuw niveau. Precies zoals Jezus het al tegen de vrouw had gezegd: ‘Er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden.’ Weg met de grenzen tussen mensen.
Wat een respons ook! Vergelijk dat eens met het vorige hoofdstuk, het gesprek van Jezus met Nikodemus. Tot diep in de nacht is de hooggeleerde bijbelvorser (onderzoeker) in gesprek, maar wat stuit je daar op een doolhof aan gedachten en theologische misverstanden. Nergens wordt het een gesprek van hart tot hart, zo lijkt het.
En dan hier zo’n waarschijnlijk ongeletterde vrouw, die aardig heeft zitten knoeien met haar leven.... Ze kwam Jezus tegen en besefte: dit is anders. Hij kent me en tegelijk aanvaardt Hij me als geen ander. Hij weet raad met de dingen waar ik volstrekt in vastgelopen ben en Hij weet van de leegtes in mijn leven. Dát ging ze vervolgens aan anderen vertellen, en zo werd deze vrouw het weggetje waarlangs veel meer mensen tot geloof in Jezus kwamen.
Dat bedenkt geen mens. Maar zo werkt het wel in het Evangelie van dorst en water.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.