Jezus de Nazarener, de koning der Joden
1973-11-30
Uit: Met dank aan de Joden - Jaargang 17
- nummer 44
Uitgeverij G. F. Callenbach N.V. - Nijkerk
Het staat er wel
met kapitale letters,
alsof iemand zeggen wil:
overdekt dit
en mediteer,
maar al waren die letters
tweemaal zo groot,
Wij zouden ze niet
geloven,
want wie kan dat?
Wie herkent in
dit lichaam,
dit naakte,
dit geslagene,
in dit hoofd met een kroon
van doornen,
in deze tentoongehangen
Jood
de Messias?
Wat is er gebeurd,
en wat gedaan door
Zijn hand?
Gestorven is
Zijn volk,
vergast,
er verschijnen dagelijks,
dagelijks getuigen voor
de rechtbank,
zij vertellen van Eichmann,
Rajakowitsch,
en niet te vergeten van
de kamparts Lukas,
de man die de Joden
sorteerde:
jij links
en jij rechts.
Wie gelooft er in deze
Messias?
Wie kan dat?
Geen Jood en
geen Griek!
Nee gemeente,
ook gij niet,
gij niet beter
dan Israël;
ogen, verstand
en de Schriften,
zij worden geopend,
niets is
uit ons,
en alles moet wachten,
alles en allen,
totdat Israël zijn Messias
herkent.