VERSOBERING

1973-12-14
  • Jaargang 17
  • nummer 46
Onze minister-president heeft de alarmklok geluid. Het viel hem zichtbaar zwaar. Ons land moet versoberen. Onze jonge generatie gaat kennis maken met de versobering. Ja, dat is een vreemde gewaarwording voor velen, die alleen weelde hebben gekend; die van jongsaf begrepen hebben dat het toch nooit op kan. We kennen allen het menu van de welvaart: wegwerpkleding, wegwerpauto's, wegwerpeten en wegwerpemballage. Maar nu worden we zuinig: energiebewust.
Zuinig op vuilniszakken, zuinig met autorijden, zuinig op licht, energie en verwarming, zuinig wellicht straks ook
op eten. En op kleding!

Voor hen die "van voor de oorlog" zijn, zit er weinig verontrustends in. Die generatie kent de kneepjes van een reservevoorraadje, ruilen van onmisbare zaken tegen eten, een uitgekookt menuutje, uithalen en hergebruiken van breiwol, verzolen van schoenen, keren van kleding.
Het is erg veel werk voor onze huisvrouwen - ze zullen er van slijten - maar het geeft haar veel voldoening, de eindjes aan elkaar te knopen. Het stelt de huisvrouw, die van weinig veel kan maken, weer op het voetstuk, dat haar toekomt. De goede huisvrouw, zei Agur, vreest niet voor de winter, want haar huis is met dubbele klederen gekleed.

De jeugd tilt naar het schijnt niet al te zwaar aan de regeringsmaatregelen.
Een reeks Daf-arbeiders, geconfronteerd met de verminderde fabrieksproductie, verminderende werkgelegenheid, kans op werkloosheid, gaf blijmoedig ten antwoord: "nou, dan trekken we ook es van de WW, we betalen er genoeg voor!" En trouwens: onze tijd heeft nu al zo veel sensatie opgeleverd - alleen de sensatie van de versobering hadden we nog te goed.

Toch - de zaak is ernstig genoeg. Wanneer een socialistische regering de alarmklok luidt moet er wel iets aan de hand zijn. De PvdA, evenals vroeger de SDAP, weet vooral van beloven, van uitdelen en van sinterklaas spelen, Alle mensen hebben recht op hoger lonen, recht op meer vrije tijd, recht op alles waarop ze recht willen hebben. Maar nu gaat de wind keren. Er is geen werk meer voor ieder; reeds hebben honderden bedrijven werktijdsverkorting aangevraagd. Volgend [aar twee maal zoveel werklozen. De lonen worden bevroren. De 2 ½ % loonronde blijkt er niet in te zitten. De vrije tijd dreigt het karakter van werkloosheid aan te nemen. En voor veel rechten is geen plaats meer: de overheid gaat nu voor zwarte Piet spelen. En de WW-fondsen zijn lang niet onuitputtelijk!

De welvaart bracht ons veel, dat niet enkel een zegen is. Juist een dezer dagen somde een tijdschrift alle bezwaren op tegen het "tweede huis", dat velen moesten hebben. "Je bent steeds aan het inpakken en uitpakken; je moet nu twee huizen schoon houden; de kinderen zijn er niet blij mee: je mist alle huiselijkheid met die wekelijkse verhuizingen"
- zo zuchtten de huismoeders. Trouwens, wanneer de fiscale aftrek van hypotheekrente op eigen woonhuis al disputabel wordt, valt dat voordeel bij een tweede woning zeker weg.

En de motorboot, de caravan en de tweede auto? Er is een massaal aanbod waar te nemen; de prijzen gaan steil omlaag. Waartoe die tweede auto wanneer je voor de eerste al niet genoeg benzine krijgt?
Iemand heeft een Jaguar (rijdt een op vijf) maar koopt vandaag een kleine wagen (rijdt een op veertien). De restwaarde van de Jaguar mag u raden. En wie heeft nog aardigheid in een skiboot? Dat ding zuipt benzine. Al die luxe speelgoedjes verliezen hun attractie - nu de regering het mes er in moest zetten.

Geldontwaarding enerzijds, door de regeringen van de laatste jaren als politiek-economisch hulpmiddel gebruikt. Komende goederenschaarste door productiebeperking en exportverslechtering anderzijds. Een verwende koper daar tussen in. Problemen genoeg.

En toch moeten we "leren leven" met deze gegevens. Voorspoed en tegenspoed, vette en magere jaren, komen rechtstreeks uit Gods vaderhand.
Leren we elkaar. Gelukkig de man, die in vette jaren Gods voorzienigheid heeft geproefd. Die zal met de versobering geen moeite hebben.

Er is met de welvaartsbronnen omgesprongen op een wijze, die velen het hoofd deed schudden. Wie zich herinnert hoe gezinnen in de oorlogsjaren avond aan avond met een oliepitje genoegen namen - die verstaat niet, waarom verkeerspleinen tot na middernacht in het licht van miljoenen kaarsen moeten stralen. Waarom wij miljoenen broden per jaar wegwerpen. Waarom wij onze oude auto's de grachten in rijden. Toen wij in 1944 voor radio Oranje hoorden zingen: "Als op het Leidseplein de lichtjes weer gaan branden ... " dachten we toch in heel wat minder KWU's dan in 1973.

Maar die mindere luxe zal ons geen kwaad doen. Als wij eens wat minder van het vette der aarde genoten aan tafel, zouden we wellicht wat ziekten uitsparen. De tandarts zegt: uw vijand zit in de suikerpot.
Voor de snoepers geldt: ieder pondje gaat door 't mondje. Tal van ziekten hangen samen met ons rijke menu, onze welvoorziene wijnkelder, onze royale rookgewoonten.

En als het tweede huis, de tweede auto, de tweede secretaresse en de tweede vrouw van het toneel moeten verdwijnen ... komt er misschien ruimte voor wat meer huiselijkheid, gezinssfeer, levensharmonie, geluk.
Ook dit kan een winstpunt worden. Minder luxe leidt tot vindingrijkheid. Verminderend inkomen leidt tot het zelf-doen, inclusief de arbeidsvreugde daarvan. Een meer doordacht gebruik van de grondstoffen vermindert misschien ook wel ons schuldgevoel tegenover de onderontwikkelde landen, die van alles niets hebben.
En kom, laten we ook eens een gokje wagen. Misschien komt er ook wel wat meer tevredenheid over ons volk, als het wat versobert.
Iemand die hier korte tijd uit de Verenigde Staten over was zei: de mensen hebben hier allemaal ontevreden gezichten - in de States lachen ze veel meer. U hebt dat trouwens kunnen zien in de jubileumfilm van ons koninklijk gezin: het verschil tussen 1948 en 1973. In 1948 (alles was nog sober en zuinig) was er onverdeelde blijdschap op de gezichten. Maar de gezichten van het tweede deel van de film staan verveeld, ontevreden, sjagrijnig. Ook dit is ijdelheid.

Agur, van wie schone woorden in het boek der Spreuken staan opgetekend, sprak de bede uit: "geef mij geen rijkdom en geen armoede. Geef me liever net genoeg". Geen rijkdom - opdat hij God niet zou vergeten.
Geen armoede - opdat hij niet zou stelen. Net was nodig is, is al rijk genoeg. Schoon gebed van Agur.

Versobering kán ons tot zegen worden. Sparen is het verweermiddel der armen. Wie armoede gekend heeft is er niet zo bang voor. De verstandige huisvrouw heeft haar huis met dubbele klederen gekleed, zei Agur. Inclusief een spaarpotje voor de komende dag. Ze heeft haar wijsheid bij de mieren opgedaan.

En wij allemaal kregen het devies mee: ons schatten in de hemel te vergaderen. Daar zijn ze waardevast en hoogst rendabel belegd. Tijden van materiële versobering kunnen tijden van geestelijke verdieping worden, als het God behaagt. Want waar we ons kapitaal hebben, daar hebben we ons hart ook. Zei de Heiland.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief