Een gezongen geloofsbelijdenis
1973-12-21
Bij de bespreking van onze Enige Gezangen is de opmerking al geplaatst: de gemeente wil terecht graag zelf haar geloof belijden. De kwestie van een gezongen Credo blijft brandend. Hier moest een oplossing worden gevonden. Hetzij via een onberijmde belijdenis; hetzij een verbeterde berijming, gezongen op de klassieke internationale melodie.- Jaargang 17
- nummer 47
Want als wij volstaan met het horen voorlezen van ons Credo "geloven wij het wel". Die belijdenis hoort eerder in ons aller mond dan in die van de voorganger. Het is de kans van ons leven om "met de mond te belijden tot zaligheid".
Reeds Luther gaf zijn gemeenten een Credo in gezongen coupletvorm in de mond. Calvijn nam dit gebruik over; eerst in 1539 onberijmd maar wel in een drievoudig herhaalde melodie; later in 1542 berijmd maar op een doorgecomponeerde melodie. Datheen volgde Calvijn op de voet; en voegde de coupletten van Jan Utenhove aan zijn werk toe. Deze laatste gebruikte de melodie van Luther (1526), die in werkelijkheid al een eeuw eerder (1417) voor een latijns gezongen credo werd gebruikt In 1773 werd de berijming van Voet gekozen op de voorreformatorische melodie van 1417; de alternatieve wijs uit ons kerkboek.
In 1933 verviel de eerste berijming en bleef die van Voet over. Daar zat de dorische melodie uit 1417 aan vast. Maar de deputaten zagen dat anders. Ze lieten de oude geneefse melodie vervallen en stelden voor de wijs van 1417 te vervangen door een gelijke-noten-wijs uit 1930. Dat is de onder ons veel gebruikte c-mol melodie, welke zelfs geen rusten kent. De maker wenste onbekend te blijven en dat is maar goed ook. De melodie fungeert eigenlijk als rijgdraad voor een aantal accoorden, zonder ooit de kwaliteit van zangwijs te verkrijgen: typisch harmoniumgeknutsel.
De uitgever Jongbloed vermeldt in sommige uitgaven deze c-mol melodie, in andere de oude dorische uit 1417. Gelukkig maar, deze verwarring; anders zaten wij ten eeuwige dage vast aan een reeks machinaal verpakte eenheidsnootjes, waarin alle kenmerken van de 19de eeuwse verwording aanwezig zijn.
Wilt u de geloofsbelijdenis bepaald onberijmd zingen, dan zijn er diverse mogelijkheden. Er zijn moderne doorgecomponeerde zettingen van Paul C. v. d. Westering, van S. Tiemersma, van Yme G. Visser en van wijlen ds L. W. Muns. Wij noemden ook de eerste Geneefse wijs uit 1539, die bizonder goede eigenschappen heeft.
Maar we moeten wel bedenken dat een onberijmde tekst om een doorgecomponeerde melodie vraagt. Dat komt hier op neer: dat de melodie niet in een beperkte coupletvorm herhaald wordt, maar net zo lang doorloopt als de tekst vraagt. Hetgeen de zaak aanmerkelijk moeilijker maakt dan bij een couplet-melodie. Bij de psalmen is het nooit gelukt.
Zelfs wanneer de eerste Geneefse melodie uit 1539 wordt gekozen, vindt u niet meer dan een schabloon-melodie, welke zich elastisch moet aanpassen bij het aantal lettergrepen Wanneer u echter vandaag het Credo berijmd en in coupletvorm zou willen zingen - zou ik met kracht de voorreformatorische melodie uit 1417 willen aanbevelen.
Waarom? Deze droeg reeds het latijnse credo, werd door Luther verkozen, door Utenhove, dooroet, door destatenberijmers van 1773 zelfs in 1933 blijkbaar niet geheel losgelaten. En deze melodie wordt in alle Lutherse kerken ter wereld gebruikt, ook in vele gereformeerde kerken: in Duitsland, Zwitserland, Engeland, Amerika, Met recht kan hier gesproken worden van een internationale melodie met de alleroudste papieren.
Reeds in 1961/2 heb ik in het maandblad Organist en Eredienst een aantal artikelen over dit onderwerp gespuid. Reeds toen heb ik alle psalmberijmings- en gezangendeputaten aanbevolen te zoeken naar een berijmd Credo op de klassieke melodie. Er is veel waardering maar geen enkel resultaat op gevolgd. Vandaar dat ik thans zelf maar eens met een proeve van een berijmd credo voor de dag kom; en deze bij u zou willen introduceren.
Vooropgesteld zij dat ik me nimmer tot de dichteren heb durven rekenen (behalve in de eerste week van december) maar wel vele jaren bij de arbeid van de "psalmberijming betrokken, ben geweest.
Heb dus talloze malen geworsteld met het probleem: een gegeven tekst in een gegeven melodie-vorm te gieten.
Hiernaast ziet u een berijmingsproef.
Het couplet telt 10 regels en het bleek, mogelijk de belijdenis in 2 coupletten onder te brengen.
Daarbij zijn enkele delen, te kort gekomen; de winst is echter 1 couplet: de belijdenis kan des te gemakkelijker en des te vaker worden gezongen. De volheid van een belijdenistekst (en van elke andere tekst) is toch nooit in een coupletvorm te wringen, zonder herhalingen of verminkingen te veroorzaken.
De taal staat vrij van de 18de eeuw van Voet - máar is toch beschaafde kerktaal te noemen, meen ik. De 2e naamval is als verouderd vermeden. Afkortingen, zijn tot het uiterste teruggebracht. Een enkele derde naamval is, als staande uitdrukking, gehandhaafd. De zinnen zijn kort en bondig. Het rijmschema luidt voor de eerste 4 regels a-b-a-b.
Dat wil zeggen: regels 1 en 3 rijmen op elkaar; regels 2 en 4 ook. De rest van het couplet rijmt volgens het schema: c-d-c-e-d-e. Dat wil zeggen: de regels gaan in paren, maar in een wat moeilijker constructie, die door de onregelmatige melodie is uitgelokt. Een lied is niet, altijd aangenaam om te reciteren; dat ziet u aan diverse psalmberijmingen.
Maar een lied is dan ook geen nummertje poëzie - doch een prosodisch zingbaar gemaakte tekst. Wilt u er zich eens op werpen?
En daarbij bedenken, dat deze zaken geen particuliere liefhebberij behoren te zijn, maar kerkelijk gemeenschappelijk bezit van de eerste orde Dank voor Uw aandacht en reacties.