"Eerherstel" (1)

1973-12-21
  • Jaargang 17
  • nummer 47
De zaak van het "eerherstel" van de proff. Greijdanus en Schilder is weer aan de orde gekomen. Een aantal predikanten van de Geref. Kerken heeft aan de nu zittende synode gevraagd deze beide hoogleraren dat “eerherstel" te geven.
In de laatst gehouden zittingen van deze synode is die zaak tel sprake gekomen. Maar ze werd niet afgehandeld. Dat zal in een volgende zitting gebeuren.
Nu deze kwestie weer urgent is geworden wil ik er wat over zeggen.
Uit mij zelf zou ik er nooit over begonnen zijn. Maar nu ze aan de orde is gekomen geloof ik dat het goed is er een paar opmerkingen over te maken.

Om daarmee te beginnen: Ik geloof dat een eigenlijk "eerherstel" in feite zinloos is.
In de eerste plaats omdat de beide mannen aan wie dat gegeven zou moeten worden reeds "bevorderd" zijn lot "heerlijkheid"! Wat betekent voor hen dan nog een postuum "eerherstel" op aarde?
En voorts: zou er wel iemand onder de nederlandse christenen zijn die in ernst meent dat Greijdanus en Schilder ten gevolge van de op hen toegepaste kerkelijke tucht hun "eer" hebben verloren? Is niet veeleer het omgekeerde het geval? Worden zij niet eerder "geëerd" omdat ze met de inzet van alles in een kritiek moment "neen" hebben gezegd tegen wat naar hun innige overtuiging niet uit God, niet naar Diens Woord was?

Van alle bijkomstigheden ontdaan was de daad die hun een schorsing en, wat Schilder betreft, zelfs een afzetting bezorgde de volgende: De synode had uitgesproken dat men de kinderen der gelovigen moest "houden voor wedergeboren en in Christus geheiligd, totdat het tegendeel zou blijken". Dat was volgens die synode een "goddelijke waarheid". En niemand mocht in de kerken iets leren dan wat daarmee volkomen in overeenstemming was. Wie dat toch deed maakte zich schuldig aan het breken van de belofte die hij bij de ambtsaanvaarding had afgelegd. En de kerken werden opgewekt nauwkeurig toe te zien dat alle ambtsdragers zich aan het synodale voorschrift hielden.

De professoren Greijdanus en Schilder konden aan dit synodale bevel niet gehoorzaam zijn.
Zij verklaarden "niet in staat en gerechtigd te zijn niets te leren dat niet in volle overeenstemming was met de synodale uitspraken". Die waren naar hun overtuiging innerlijk tegenstrijdig en deels ook onjuist.
Overeenkomstig het bij de Doleantie weer geldend geworden gereformeerde kerkrecht hielden Greijdanus en Schilder daarom de synodale leeruitspraken niet voor "vast en bondig". Uiteraard met de uitgesproken bedoeling zich over deze zaak tot de volgende synode te wenden.
De synode nam dit niet van die twee professoren!
Ze werden door de synode in hun ambt van predikant en hoogleraar geschorst. Met prof. Schilder kwam het zoals gezegd zelfs tot een afzetting!

Het is de moeite waard te horen hoe de synode over de "wandaad" van de beide hoogleraren oordeelde.
Ten aanzien van prof. Greijdanus sprak zij uit, dat hij zich schuldig had gemaakt aan "bestrijding van de leeruitspraken na de beslissing over zijn gravamina (bezwaarschriften), aan voortgaande onwilligheid om zich aan het oordeel der meeste kerkelijke vergaderingen (de synode) te onderwerpen, aan het aanrichten van scheuring en tweedracht in de Kerken, en aan herhaalde overtreding van het 5e en ge gebod."
Op grond daarvan besloot de synode hem "in zijn rechten" als emeritus-hoogleraar en als emeritus-Dienaar des Woords te schorsen "teneinde hem gelegenheid te geven tot verootmoediging te komen en van deze dwaalwegen terug te keren, waartoe de Heere hem genadig verlene wat hij in deze weg nodig heeft."
Men hoort het: dit is geen kleinigheid.
En de synode sprak dit zware vonnis uit in de Naam des Heren!

Omtrent prof. Schilder verklaarde de synode o.a.: dat hij "zich door zijn houding schuldig heeft gemaakt aan de in artikel 80 K.O. genoemde zonde van scheurmaking en aan wat in ons Avondmaalsformulier wordt omschreven als het begeren (!!!) aan te richten van tweedracht, sekten en muiterij in kerken."
De synode, zo verklaarde zij zelf, heeft "welbewust de grove zonde van openbare scheurmaking of van scheuring en openlijke verachting der kerkelijke orde bij Prof. Schilder willen constateren."
En daarom besloot de synode hem te schorsen "in zijn ambtelijke bediening als hoogleraar aan de theologische Hogeschool en als Emeritus-Dienaar des Woords van de Gereformeerde Kerk van Rotterdam-Delfshaven." De synode wekte hem daarbii op "zijn afdwaling te belijden" en zij verkIaarde dat ze de Here had, dat Hij hem geve alles wat hij in deze weg behoeft".
Ook het vonnis over Prof. Schilder werd in de Naam des Heren geveld!
Het moderamen van de synode schreef over de schorsing van prof. Schilder een lange brief aan de kerken waarin het o.a. zei: Het optreden van prof. Schilder is "in wezen muiterij in kerken", en er zon indien deze weg ook in de toekomst vrijelijk bewandeld wordt, geen kerkelijk samenleven meer mogelijk zijn" 1).

Voor een juiste beoordeling van deze vonnissen is het nodig goed te weten dat op het moment waarop deze uitspraken werden gedaan en deze vonnissen weiden geveld van een "vrijmaking" nog geen sprake was!
Er werd aan zo iets zelfs niet gedacht!

Maar de synode deed nog meer dan het schorsen van de professoren Schilder en Greijdanus.
Ze stootte ook een gehele kerk uit het verband der kerken! Namelijk die van Bergsenhoek. Dit staat wel niet in de Acta. Maar ze heeft dat wel degelijk gedaan.
En voorts schorste zij ds Lindeboom van Kampen en een groot aantal ouderlingen van deze kerk.
Sommigen van deze laatste zijn nog in leven.
Ongetwijfeld zijn ook nog enkele honderden ambtsdragers in 1944 en volgende jaren geschorst! Maar dat geschiedde door kerken en classes, niet door de generale synode.

Bovengenoemde tuchthandelingen werden door de synode van 1943-1954 verricht.
En ze zijn nog steeds van kracht.
De leeruitspraken die door de synode van 1943/45 als "Goddelijke waarheden" werden getypeerd zijn sindsdien naar de synodale prullenmand verhuisd. Maar de tuchtuitspraken bleven hun geldigheid behouden.
Het is nu de vraag of deze laatste synodale beslissingen onveranderd en dus als legitiem worden gehandhaafd - of dat ze, evenals de leeruitspraken, zullen worden geannuleerd.
Dat is de kwestie waar het om gaat!
De kwestie van "eerherstel" is van weinig betekenis en zoals ik reeds zei zinloos.
Maar de klemmende vraag is of de Gereformeerde Kerken zullen blijven de kerken die in haar meeste vergadering de bovengenoemde tuchtmaatregelen namen en ..... voor hun rekening blijven nemen.

Hoe over deze tuchtoefeningen algemeen werd en wordt geoordeeld is bekend.
Prof. Hendrik Kraemer was er door verbijsterd.
En een bezonnen en diepzinnig theoloog als dr. O. Noordmans verklaarde: "Ik acht zulk een tyrannie van de leertucht in een kerkorde, waarbij de kerk vergruizeld wordt, niet alleen ongereformeerd, maar ook onkatholiek en on-christelijk"

Natuurlijk bedoel ik met het bovengenoemde allerminst te zeggen dat de houding en het gedrag van de professoren Schilder en Greijdanus in verband met de kerkelijke crisis vlekkeloos is geweest! Dat waren die evenmin als die van de andere "bezwaarden." Ze waren dat ook evenmin als die van synodeleden en mensen die hun daden goedkeurden en uitwerkten.
Maar - van die fouten en gebreken in de wijze waarop de professoren Greijdanus en Schilder zich tegen de leeruitspraken verzetten worden in de officiële schorsingsbesluiten niets gezegd en die speelden daarbij geen rol.
Het ging daarbij uitsluitend en alleen om het afwijzen van de naderhand weggeworpen - leeruitspraken!

Met spanning wachten we af wat er door de synode in verband met die vraag om "eerherstel" zal worden gedaan.

1) Dat moderamen werd gevormd door dr G. E. Berkouwer, ds W. L. Milo, dr J. Hoek, dr E. D. Kraan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief