Alleen door het Woord

1973-01-05
  • Jaargang 17
  • nummer 1
In één van de vele kerstartikelen die in de vorige week de kranten en weekbladen vulden werd geattendeerd op de, ik mag wel zeggen: beroemde, preek van prof. Schilder over de Wijzen uit het Oosten.
Schilder sprak daarin over de Wijzen uit het Oosten in het Woord van God. En hij schilderde daarin hoe die wijzen gelokt werden door het Woord van God in de natuur, daarna werden geleid door het Woord van God in de Schrift en ten slotte geknield lagen voor het Woord van God in het vlees.
Dit is inderdaad een rake, een prachtige weergave van de boodschap die God ons in de historie van die Wijzen geeft!
In het genoemde artikel werd er speciaal op gewezen dat de Wijzen uit de Schrift moesten horen wie en wat de Christus was en waar zij Hem konden vinden.
De ster had hen ook wel rechtstreeks naar Bethlehem en het huis waar de kleine Jezus toen was kunnen leiden. En God had hun ook wel een engel kunnen sturen om hun de weg te wijzen en het nodige te verkondigen. Maar noch het één, noch het ander gebeurt. De Wijzen moeten eerst uit de Schrift - en dat nog wel door de dienst van een stel hyperorthodoxe èn ongelovige theologen - onderwezen worden om de Christus te leren kennen. Pas dáárna en dáárdoor kunnen ze de Heiland vinden, in Hem geloven en voor Hem knielen.
Het bewuste artikel besloot met er op te wijzen dat steeds de enige weg om tot Christus te komen die is van het horen naar, het geloven in het Woord van God, zoals dat in de Schrift tot ons komt; het Woord waarmee God zelf ons door middel van de Schrift toespreekt.

Ik wil nu op dit uiterst belangrijke thema nog wat voortborduren.
Ik zou namelijk in dit verband ook willen wijzen op het verhaal dat gewoonlijk "de twijfel van Johannes de Doper" wordt genoemd.
Ik doe dat ook omdat ik onlangs in een radiopreek dat gebeuren hopeloos heb horen verknoeien.
Men kent de geschiedenis.
Jezus is publiek opgetreden en trekt door zijn prediking en wonderen grote volksmassa's.
De mensen lopen van Johannes de Doper weg en naar Jezus toe .. En na een poosje verzeilt Johannes zelfs in de gevangenis van Herodes.
En dan gebeurt er niets met hem. Jezus steekt geen hand naar hem uit, laat hem "rustig" in de gevangenis. Jezus doet grote wonderen en helpt massa's mensen uit de ellende, maar Johannes laat hij in de misère zitten. En dan komt bij Johannes de martelende vraag op: Is die Jezus nu wel de Verlosser, de Messias wiens komst ik heb aangekondigd?
Waar is dan de bijl waarover ik sprak? En wanneer gaat het wannen beginnen waardoor de Messias de dorsvloer zou zuiveren?
Wat er zo in Johannes groeit is het zich ergeren aan Jezus. Dat wil zeggen: het struikelen, het vallen over Hem. Jezus wordt voor hem het "struikelblok" op de weg naar de beloofde Messias, naar de door hem aangekondigde, de nu inderdaad gekomen Verlosser.
In die benauwenis stuurt nu Johannes een paar van zijn discipelen naar Jezus met de scherpe vraag: "Zijt Gij de Komende of hebben wij een ander te verwachten?"
En dan gebeurt het wonderlijke: Jezus gaat niet zichzelf en zijn werk op eigen gezag en met eigen autoriteit verdedigen.
Neen, hij geeft aan de discipelen van Johannes een paar teksten mee! Jes. 35: 5, 6 en 61 : 1. En daarmee moet Johannes het dan doen! Daarmee moet hij over de ergernis heen komen.
Ook Johannes moet door de Schrift naar de Christus komen, door de Schrift Hem leren kennen.
En dat nota bene terwijl Jezus in levenden lijve op de aarde rondloopt!

Nog indringender komt dit op ons af in de geschiedenis van de Emmaüsgangers.
Die twee mannen zijn op de Paasdag volkomen de kluts kwijt. Aan hun verwachtingen is door de kruisdood van Jezus de bodem ingeslagen!
En als ze dan uit Jeruzalem op weg naar huis gaan komt de Opgestane naast hen lopen.
Zij vertellen Hem hun nood, hun wanhoop.
Je zou nu verwachten dat Jezus hen door elkaar zou schudden en zeggen: kijk nu eens goed uit je ogen, zie je dan niet wie Ik ben?
Of dat Jezus hun zijn handen, voeten, zijde met de littekenen zou laten zien.
Maar noch het een noch het ander gebeurt.
"Hun ogen werden verhinderd Hem te kennen." Jezus gaat hen onderwijzen uit de Schriften. Een paar uur duurde de wandeltocht.
En al die tijd legt Jezus hun de profeten uit in wat dezen over de beloofde Messias hadden gezegd.
Wat zal dat een onderwijs geweest zijn!
Om van te watertanden.
En dan in huis, aan de maaltijd, dan gebeurt het: Nadat zij de door God beloofde Christus uit de Schriften hebben leren kennen, herkennen zij Hem in de mens Jezus die bij hen zit.
Zelfs terwijl Jezus lichamelijk, en nog wel als de Opgestane, náást hen staat en met hen meeloopt, kunnen zij Hem, blijkens het eigen onderwijs van de Christus, alleen echt leren kennen uit de Schrift.
Maar - daardoor gebeurt het dan ook!

En ten slotte wil ik nog wijzen op wat er op de grote Pinksterdag voorviel.
Op die dag wordt de Heilige Geest door Christus in de gemeente uitgestort. De Geest komt dan als de Geest van Christus in de gemeente wónen.
Er gebeuren dan wonderlijke dingen. Het geraas van een storm wordt gehoord. Maar het is bladstil in de natuur. Er komt vuur van omhoog dat zich op de hoofden van de honderd en twintig verdeelt. Maar er verbrandt niets. Er komt het spreken in "tongen" en tegelijk ook het verstaan van die "tongen".
Maar dat alles is niet meer dan het begin, Het is niet meer dan de ouverture van het feest. Dat alles is alleen maar het signaal dat er iets groots gaat gebeuren. Het is het luiden van de klokken om aan te kondigen dat het eigenlijke, het beslissende, het voornaamste nu pas komen gaat!
En dat eigenlijke is ... een preek!
Een preek van de Petrus die vol is van de Heilige Geest.
Daarvan wil ik nu twee dingen zeggen In de eerste plaats dat die preek in hoofdzaak bestaat uit geciteerde stukken ontleend aan het Oude Testament, de Heilige Schrift.
Voorop gaat een passage uit de profetie van Joël. En daarna komen fragmenten uit de psalmen 16 en 110.
De mensen moeten uit de Schrift horen en verstaan wat er aan de hand is.
De uitstorting van de Heilige Geest en de boodschap die Hij brengt kunnen alleen dóór en uit de Schrift worden gekend. Anders blijven die een raadsel. Of nee, ik moet het anders zeggen: Als de Heilige Geest als Geest van Christus werkelijk in de gemeente .komt wonen en werken, dan komt en werkt Hij met de Schrift, dan bindt Hij de mensen aan de Schrift, dan opent Hij voor hen de Schrift, dan doet Hij de Schrift voor hen leven en doet Hij hen in de Schrift geloven.
Waar de Geest komt, komt Hij altijd met en in en door de Schrift. Die is zijn werk, zijn taal, zijn spraak, zijn boodschap, zijn "zaad", zijn kracht.
Maar ook omgekeerd: Waar de Schrift open gaat - gelezen, gehoord - wordt, daar is altijd ook de Heilige Geest. Daar spreekt Hij. Daar spreekt Hij aan. Daar roept, lokt, werkt Hij. Daar waarschuwt en dreigt Hij ook.
En zalig zijn zij die de Heilige Geest "in zich laten werken."
Dat was het eerste dat ik wilde zeggen.
Het tweede is dat de Heilige Geest op de Pinksterdag niets anders doet dan op Christus wijzen, Christus verkondigen.
Juist op de Pinksterdag verschuilt zich de Heilige Geest om zo te zeggen helemaal achter de Christus. Hij doet zijn uiterste best de mensen zo ver te krijgen dat ze met niemand en niets bezig zijn dan met de opgestane en verheerlijkte Heiland, dat ze alles en allen - ook de Geest zelf! - vergeten om geheel en al van Christus vervuld te zijn.
Maar - dit doet de Heilige Geest weer uitsluitend en alleen door de Schrift.
Door het aanhalen en verklaren van teksten uit psalm 16 en 110.
Het grote werk, het grote geschenk van de Heilige Geest op de Pinksterdag is een stuk Schriftverklaring - vroeger zouden ze zeggen: een "voorwerpelijke" preek voor "teksten" - waardoor "bewezen" wordt dat de Jezus, die een week of zeven geleden aan het kruis werd geslagen, de beloofde en nu opgestane Here en Christus is.
Het slot, de kern van de preek is immers: "Voor heel het huis van Israël moet dus onomstotelijk vast staan dat God Hem èn Heer èn Christus heeft gemaakt, die Jezus, die gij gekruisigd hebt."

Zo predikt God ons dat Christus, de Verlosser met zijn Geest alleen in en door de Schrift tot ons komt, zich alleen zo door ons laat kennen, zich alleen zo aan ons heeft alleen zo in ons komt wonen en werken!
Prof. Greijdanus zei eens dat de Schrift het doorzichtige kleed is waarin Christus door de Geest tot ons komt, aan ons verschijnt en onder ons werkt.
We zouden het met een ander beeld ook zó kunnen zeggen: de Heilige Schrift is het venster waardoor we Christus kunnen zien en waardoor Hij naar ons kijkt en in ons werkt.
En daarom is het zo erg, zo fataal, dat in onze dagen dat venster door allerlei theologen, op allerlei manier, ondoorzichtig wordt gemaakt.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief