Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen
1973-01-12
• Verre tijd - Jaargang 17
- nummer 2
Ja, je moet wel een zoon van Abraham zijn om voor de zonen van Abraham de levensgeschiedenis van dé Zoon van Abraham zo te kunnen beschrijven.
Mattheüs-Levi geeft geen losse, incidentele feiten zelfs van een geslachtsregister maakt hij een boeiende, levende geschiedenis. Zowel wat de opzet, als de figuren en de groepering betreft.
Op de groepering in 3 x 14 (en dus ook 6 x 7) geslachten attendeerde ook prof. B. Holwerda met zijn artikel: "De week van Gods verlossingswerk". God telt tot zeven.
Misschien hangt ook hier mee samen "het getal van een mens", 666, aangevend dat de mens altijd onder Gods maat blijft.
Wat de figuren betreft - met weinig woorden kun je veel zeggen, bijv.: Boaz verwekte Obed bij Ruth. En welke zoon van Abraham heeft niet onmiddellijk door dat Ruth een dochter van Lot was, een Moabietische?
Elke groep van veertien heeft zijn eigen saillante détail.
En de opzet? Simpel: geslachtsregister van Jezus Messias,de zoon van David, de zoon van Abraham. Dat spreekt om zo te zeggen voor zichzelf, zeker voor een zoon van Abraham.
• Wijde ruimte
Zo kan een zoon van Abraham dé Zoon van Abraham zien in historisch perspectief, met een kunstige getallensymboliek waarvan de sleutel ontleend is aan de Schrift zèlf. Geen kabbalistische getallenspeculatie, geen duizelingwekkend telwerk als van F. Weingreb (De Bijbel als Schepping). Alleen maar een drie-dimensionale blik in de diepte van tijd en historie.
Maar dat is Mattheus nog niet genoeg. Nauwelijks heeft hij de diepte van de tijd doorlicht of hij gunt zijn lezers een blik op weidse verten. De coulissen van het toneel zet hij zo wijd als de wereld - alweer niét zonder de geschiedenis te vergeten!
Anders dan bij Lucas vormt bij hem de geboorte van Jezus Messias wel en niet een hoofdstuk apart. Dán pas volgt de eerste aardrijkskundige aanduiding: te Bethlehem in Judea. Dat is de centrale plaats van handeling.
Dáár heeft de Zoon van David "het levenslicht" aanschouwd.
Vlak bij Bethlehem ligt Jeruzalem te schitteren in de zon. Maar Jeruzalem is hier de stad van Herodes, de Edomiet, de niet-verkorene.
En in dat Jeruzalem arriveren de magiërs uit het Oosten.
Hun interesse verraadt dat zij niet alleen astronomen- sterrekundigen, maar ook astrologen - sterrewichelaars waren. Om verschillende redenen denken we bij het "Oosten" aan Babylonië of het land der Chaldeeën.
Nog maar amper zijn dezen in Bethlehem gearriveerd of Mattheüs haast zich naar de andere kant van de wereld: Egypte. Dáárheen zal Jozef het Kind en zijn moeder in veiligheid brengen.
• Lees maar ...
Aan de ene kant "Babel".
En daartegenover Egypte!
Daartussenin Bethlehem - de stad Davids en Vlakbij: Jeruzalem de stad van Herodes. Toch is het niet Mattheüs dië als romanschrijver deze achtergrond van Jezus Messias fantaseert.
God zèlf lokt ."Babel" door zijn Woord in natuur naar het vleesgeworden Woord (K. Schilder). En door het woord van een engel dirigeert Hij Jozef met "het Kind en zijn moeder" naar Egypte.
Mattheüs. heeft de voorhanden feiten gesorteerd. God zelf heeft voor het feitenmateriaal gezorgd: Hij, de God van psalm 2, 72, 87, brengt de einden der aarde in zicht rond Bethlehem. Wat een panorama, een rondschouw, een uitzicht!
Waren Babel en Egypte niet altijd voor Israël in zicht geweest aan de uiteinden van het aan Abraham beloofde rijk (Gen. 15 : 18)? En was Abrahams naam niet met beide rijken verbonden?
Lees maar: er staat niet wat er staat. Dat is niet alleen de titel van een bundel poëzie. Het is ook de simpele verklaring van het moeilijke woord "typologie" wanneer het over namen als Egypte, Babel of Jeruzalem gaat. Niet de stenen, maar de steden en landen spreken voor een zoon van Abraham. Namen zijn nu eenmaal veelzeggend.
• . .. er staat méér dan er staat !
Nu komt Babel ons belangrijk voor: geschenken worden aangedragen. Maar vormt de heimelijke, haastige vlucht naar Egypte geen schril contrast met die eerbewijzen van het Oosten? Een vlucht nog wel voor Herodes, de nazaat van Ezau, Israëls bloedsbroeder ...
Jacob is al eerder smadelijk gevlucht voor Ezau's bloeddorst. En 't bleef niet bij die ene keer: omdat hij zijn broeder met het zwaard heeft vervolgd en zijn medelijden heeft verstikt, zodat zijn toorn eeuwig verscheurt ... (Am. 1 : 11).
In Mt. 2 volgt de finale: de niet-verkorene stikt van afgunst op de verkorene: de Koning der Joden, in wie hij géén heil ziet maar zijn ondergang.
God wijst naar Egypte: daar moet Jozef zijn heil zoeken. Hij, het Kind en zijn moeder. Hoe vaak hadden Abrahams kinderen (na Abraham zelf) daar hun heil al niet gezocht? Israël in Jozefs dagen. Jerobeam. Israël opnieuw na de moord op Gedalja - ze stichtten er een nederzetting. De profeet Uria - tevergeefs (Jer. 26: 21 v.v.). Nog eens Israël, in de tijd van Mascabeeën: in Leontopolis hadden zij zelfs een tempel, zo talrijk waren ze. Nee, Jozef stond er niet alleen en als vakman was hij er vast en zeker welkom. Met het goud uit het Oosten kon hij de tocht naar Egypte financieren voor het Kind en zijn moeder.
Voor alles had God weer gezorgd. Anders dan wij gedacht zouden hebben. Niet wordt Herodes geliquideerd, maar Jozef - ja wéér een Jozef! - wordt naar Egypte gestuurd. Soms wil God heel pertinent dat de geschiedenis zich herhaalt.
En nu zou de Prediker niet kunnen zeggen: ijdelheid. Want (met excuus voor het onvertaalbare duits) terecht zegt een schrijver: "damit biegt die Geschichte des Messias in die Bahnen ein, die einst die Geschichte der Väter und des Volkes verzeichnete".
• Het staat er toch?
Dit alles gebeurt niet zonder opzet. Want straks moet deze Messias herkenbaar zijn. 't Enige herkenningsmiddel voor Israël is de Schrift, waarin Gods grote daden beschreven staan. Als zij die lezen, en wij met hen, moeten zij kunnen zeggen: 0 ja, natuurlijk! Vandaar dat Mattheüs steeds weer spreekt van het "opdat vervuld zou worden wat de Here door de profeet gesproken heeft ... "
Wat had de Here onder andere gesproken? Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen (Mt. 2 : 15). Zo stond het in Hbs. 11 : 1. Een vreemde wijze van citeren?
Ja. Maar wel doel-bewust. Tot viermaal toe schrijft Mattheüs nadrukkelijk: het Kind en zijn moeder (2 : 13, 14, 20, 21). Het Kind gaat voorop!
En lees er nu Hosea nog eens op na! Daar gaat het over Israël? Inderdaad.
Even zo goed als bij Jesaja de ene keer Israël, de andere keer één persoon blijkbaar "de knecht des HEREN" heet. Om nóg meer moeilijke woorden te voorkomen: we zien wel vaker hoe in Gods spreken een volk zich kristalliseert in één persoon. Wanneer Hij sprak, zei Hij meer dan Hij zei. En dus: lees maar - er staat meer dan er staat.
Zegt Hij, uit Egypte ... , dan gaat heel de geschiedenis resoneren, meeklinken.
Vonden Abrahams kinderen hun heil in Egypte? Ze vonden hun heil in Hem, die hun zei: Ik ben de HERE uw God, die u uit Egypte, het diensthuis geleid heb! We moeten het hier bij laten. Maar niet zonder met Mattheüs nog eenmaal op de "einden der aarde" te letten. Want tot Gods grote daden hoort ook dit, dat dit Kind, zijn Zoon, verklaart: van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels (Mt, 26 : 64). Gelukkig wie van Hem heil verwachten. Zij heten Abrahams kinderen en God noemt hen: mijn kind, mijn zoon. God - onze Vader.