Negen herplantingen, evenzoveel observaties, één vraag

2013-04-20
  • Jaargang 57
  • nummer 8
Drie NGK’s sloten de afgelopen drie maanden hun deuren. Tegelijk konden in de afgelopen tien jaar negen kerken binnen de kleine oecumene een andere weg gaan. Hun weg van herplanting leidt tot negen observaties. Daarvan mag u zeker de laatste niet missen: ik ken geen voorbeelden van kerken binnen de kleine oecumene die opnieuw zijn begonnen en na verloop van tijd toch hun deuren moesten sluiten.

De afgelopen maanden sloten drie NGK’s op rij hun deuren. Voor mijn gevoel gebeurde dat zelfs binnen drie maanden tijd. Natuurlijk, het proces rond Den Haag speelde al een aantal jaren. En ook in Gorinchem kwam de opheffing niet uit de lucht vallen.
Maar aan de andere kant: Den Helder was toch vrij plotseling. En al met al kwam het wel binnen. Drie gemeenten die binnen drie maanden opgeheven worden; dat kan dus zomaar gebeuren.
Maar gezien de statistieken rond de krimp van kleine gemeenten binnen ons kerkverband en gezien het feit dat we met die gegevens weinig lijken te doen, hoeft het ons eigenlijk niet te verbazen.
Iemand vroeg zich af: is er niets positiefs te melden? Ietwat cynisch zou ik kunnen zeggen: het goede nieuws is dat het nieuwe Informatieboekje nog niet uit is en dat we de nieuwe cijfers dus nog niet weten, want ik verwacht niet dat de trend gekeerd is.
Wel echt positief zijn berichten uit bijvoorbeeld de NGK’s Steenwijk en Sliedrecht. Steenwijk doopte onlangs vier volwassenen en een kindje. En ds. Johan Ebbers doopt daar zo ongeveer elk jaar volwassenen. Iets om voor te danken en nieuwsgierig naar te zijn.
En in Sliedrecht mocht ds. Geert van Dijk vorig jaar met Pasen drie volwassenen en drie kinderen dopen.
Dat zijn twee voorbeelden van vitaliteit die mij hoop geven en blij maken.
Natuurlijk is de vitaliteit van een gemeente niet rechtstreeks af te lezen aan het aantal mensen dat tot geloof komt, maar het is er wel een teken van.
En er is meer positief nieuws te vertellen over gemeenten die bedreigd worden door sluiting. In de afgelopen jaren kon een aantal van hen namelijk een andere weg gaan. Ze werden herplant, stichtten een dochtergemeente of werden op een andere manier voortgezet. In dit artikel loop ik kort negen voorbeelden hiervan langs, allemaal afk omstig uit de kleine oecumene (CGK, GKv en NGK). Voorbeelden van negen kerken die op het spoor zaten van sluiten, maar waar iets moois is gebeurd.

Negen herplantingen
Twee gemeenten besloten om naast hun eigen gemeente iets nieuws te beginnen:

1. Naast de bloeiende, multiculturele zendingsgemeente Hoop voor Noord in Amsterdam-Noord bestaat nog steeds de oorspronkelijke CGK-gemeente.

2. De CGK/NGK-gemeente De Bron in Amsterdam is sinds september 2009 de moedergemeente van de multiculturele gemeente Oase voor Nieuw-West. Deze gemeente speelde overigens ook al een rol bij Hoop voor Noord.

In deze beide gevallen was één van de redenen om iets nieuws te beginnen het feit dat de moedergemeente zichzelf zag vergrijzen. Maar natuurlijk ook het verlangen om anderen met het Evangelie te bereiken.

Drie gemeenten sloten, maar gaven een erfenis door. Door hun sluiting kon iets nieuws beginnen:

3. De CGK Rotterdam-West hield op 1 juli 2009 haar laatste dienst, maar in de wijk Delfshaven wordt de gemeente in zekere zin voortgezet als diaconaal-missionair project ‘Thuis in West’.

4. In 2003 fuseerden de twee CGK’s Haarlem-Centrum en Haarlem-Noord. Na de fusie ontstond een zendingsgemeente in Haarlem-Schalkwijk: Het Open Huis. Een volledig nieuw initiatief, mede gefinancierd door fondsen die door de eerdergenoemde fusie ter beschikking kwamen.

5. In 2004 begon Tim Vreugdenhil in Amstelveen met zijn team opnieuw met de GKv Stadshartkerk (misschien hoort dit laatste voorbeeld meer bij de volgende categorie).

Gemeenten waar juist wel continuïteit was tussen oud en nieuw:

6. De leden van de kleine CGK in Zaanstad maakten in 2004 een nieuw begin. Ze lieten zichzelf herplanten als Menorah-Zaanstad.
De classis en de komst van ds. Paul den Hertog speelden hierbij een grote rol.

7. Ook de GKv Mijdrecht startte in september 2006 na een bezinningsproces opnieuw, nu als de Veenhartkerk. Bezochten eerst zo’n 35 mensen de diensten, nu zijn dat er zo’n 90.

8. Misschien wel het meest bekende voorbeeld: de Amstelgemeente van de CGK. Siebrand Wierda is in Amsterdam één van de aanjagers geweest van zowel herplanting als gemeentestichting. Hij was betrokken bij de Amstelgemeente, maar ook bij Via Nova.

9. Onlangs was de CGK Hillegom in het nieuws. Ook zij startten naast de moedergemeente een evangelisatie-
initiatief. Kort geleden zijn beide initiatieven samengevoegd en is de gemeente kerkrechtelijk gekwalifi ceerd als ‘zendingsgemeente’.

Negen observaties
Wie benieuwd is naar meer details en de inspirerende verhalen over deze herplantingen, kan op andere plaatsen in dit nummer zijn hart ophalen. Maar voor nu: wat valt op aan deze herplantingen?
Ik doe negen observaties:

1. Geografische spreiding. Het gaat niet alleen over stadsgemeenten, laat staan alleen gemeenten in Amsterdam. Nee, Hillegom is niet de grachtengordel en de Veenhartkerk niet stads. Kortom: dit is niet alleen een stadse mogelijkheid.

2. Diversiteit. Er ontvouwt zich een heel spectrum aan mogelijkheden: van een vloeiende overgang aan de ene kant tot sluiting en een volledig ander begin aan de andere kant.

3. Geld. Bij al deze initiatieven speelde geld een rol. Geld dat vrij kwam door de verkoop van gebouwen.
Geld dat werd geïnvesteerd door de landelijke kerken. Geld dat op andere manieren bijeen werd gebracht.
Dat klinkt niet zo geestelijk, maar je zou het ook anders kunnen formuleren: geld is een indicatie van de mate waarin mensen werkelijk toegewijd zijn aan een herplanting.
Geld vertelt over durf, geloof en vertrouwen.

4. Tijdigheid. Ds. Paul den Hertog vroeg eens: ‘Hoe ziet deze kerk er over twintig jaar uit, als er niets verandert?’ Het antwoord was: ‘Dan is dit een caravanstalling.’ Dat is hét moment om in te grijpen.
En waarschijnlijk is dat moment al veel eerder aangebroken. Wanneer verdwijnen de laatste gezinnen?
Wanneer verlaten de laatste kinderen de basisschool? Hoe ziet je gemeente er over vijf jaar uit, als er niets verandert? Geen van deze initiatieven is het resultaat van pappen en nathouden. Mensen waren doordrongen van de urgentie.

5. Externe hulp en advies vanuit het eigen kerkverband. Deze initiatieven zijn niet uit de duim van de eigen gemeenteleden gezogen. Zij hebben externe hulp en expertise gezocht – bij hun classis, bij deputaten, bij andere gemeenten. Het eigen kerkverband speelde telkens een grote rol.

6. Langdurige begeleiding. De meeste herplantingen, doorstarten of hoe je ze ook maar wilt noemen, krijgen begeleiding van een adviescommissie, of worden op andere manieren gesteund. Zo kunnen evangelisten, missionair-diaconaal werkers en andere betrokkenen klankborden met mensen die niet direct bij hun werk betrokken zijn.

7. Rond 2004. Zeven van de tien voorbeelden dateren uit de jaren rond 2004. Er is best een marge van een aantal jaren, maar het zwaartepunt ligt voor mijn gevoel toch wat meer in het verleden. Waarom toen wel en de laatste jaren minder?
Dat weet ik niet. Het is nader onderzoek waard. Ik weet wel dat die zeven voorbeelden dus al behoorlijk doorleefd en beproefd zijn.
Herplanten is redelijk beproefd en er is redelijk wat ervaring aanwezig.

8. Gelovige mensen en Gods zegen.
Mijn korte opsomming is nogal feitelijk, maar de verhalen die in dit nummer staan, vertellen over geloof van mensen en onverwachte zegen van God. Dat is een conclusie die ook al naar voren kwam in het onderzoek van Alrik Vos naar missionaire effectiviteit. Een belangrijk verschil tussen bestaande gemeenten en nieuwe gemeenten is – in mijn woorden – dat nieuwe gemeenten hun geloof in daden weten om te zetten en bereid zijn om daar een prijs voor te betalen.
Ze weten dat Christus winnen de echte prijs is voor henzelf en voor anderen, en dankbaar mogen ze vaak zien dat God hun werk zegent. Waar zij begieten, geeft God wasdom.

9. En nu de meest opmerkelijke observatie.
In gesprek met Bart Wallet vroeg ik of hij voorbeelden wist van mislukte herplantingen. Hij wist er geen te noemen. We somden samen negen voorbeelden van geslaagde herplantingen op, maar wisten geen mislukte herplantingen te noemen. We kennen geen voorbeelden van kerken die opnieuw begonnen en na verloop van tijd toch hun deuren moesten sluiten.
Ook andere kenners van dit veld kennen alleen geslaagde projecten. Dat vind ik hoopvol nieuws en dat is misschien wel het belangrijkste nieuwsfeit uit dit artikel.

Eén vraag
Mij viel nog iets op: in dit lijstje staan alleen kerken uit de CGK of de GKv, of op z’n best een samenwerking tussen CGK/NGK. Het is de CGK en de GKv in de afgelopen jaren klaarblijkelijk gelukt om succesvol te herplanten, terwijl de NGK, los van die samenwerkingsverbanden, nog geen pogingen ondernomen heeft. In het licht van alles wat hierboven staat, vraag ik me dan af: wat let ons?

Pieter Kleingeld is missionair consulent van de NGK en predikant van de NGK Maassluis.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief