Licht
2013-04-20
Afhankelijk van het licht, dat zijn we! Als je een donker huis binnenkomt, zoek je als eerste het lichtknopje. En waar vind je kaars en lucifers als de elektriciteit onverhoeds uitvalt? Sterker nog, geen mens houdt het lang uit zonder licht. Zonder licht geen leven!- Jaargang 57
- nummer 8
Als je de ‘Ik ben’-woorden van Jezus hoort, dan proef je in bijna elk van die woorden iets van menselijke afhankelijkheid.
Brood, water, licht... Daar haakt Jezus op in als hij zegt: ‘Ik ben het water, ik ben het brood, ik ben het licht.
Zonder Mij geen leven!’ Of zoals hier, in Johannes 9: ‘Ik ben het licht voor de wereld.’
Handicap
In Johannes 9 lees je hoe Jezus het licht werd voor een man die vanaf zijn geboorte blind was. Je vindt dat wonder in een lang hoofdstuk met veel gepraat en gediscussieer.
Des te opvallender zijn de twee momenten waarop Jezus het leven van deze gehandicapte binnenkomt.
Jezus is trouwens de enige die de ontmoeting aangaat. Al is het natuurlijk ook lastig om goed te reageren op handicap en verdriet bij een ander. De leerlingen van Jezus komen niet veel verder dan gepraat over ‘hoe het zo gekomen is’. Iemand mist zijn vingers – vuurwerk misschien?
Iemand krijgt longkanker – rookte jarenlang? De leerlingen zoeken het in de richting van God. Iets van zonde en straf. Een prenatale zonde of zullen toch zijn ouders...?
Zulke verbanden halen enigszins de willekeur uit het leven en maken de narigheid wat beter te hanteren. Maar onderwijl loop je wel zo’n gehandicapte voorbij! Zo is Jezus de enige die de ontmoeting aangaat.
Downloaden
Je merkt aan alles dat Jezus zijn weg ging met Gods toekomst voor ogen. ‘De heerlijkheid van God zal zichtbaar worden in deze mens’, zegt Hij tegen zijn leerlingen. Best mogelijk dat die daarbij gedacht hebben aan de tijd die zou komen – alle dingen nieuw en Gods heerlijkheid die de aarde zou bedekken. Op een dag... Maar Jezus denkt aan nu. Hier en nu zal Gods heerlijkheid al zichtbaar worden.
Jezus kijkt vooruit en daar wordt het vandaag al anders van. Of zoals de evangelist Johannes het geregeld zegt: ‘Het zal zijn en het is nu.’ Jezus heeft het vermogen om de heerlijkheid van straks te downloaden naar vandaag.
Gek natuurlijk, dat het vervolg zo aards is. Jezus maakt met zijn spuug wat modder en smeert dat op de ogen van de man. ‘Ga je gezicht maar wassen’, zegt Jezus. En hij doet het, ook al loopt hij misschien wel een paar honderd meter blind voor joker met die modder op zijn ogen.
Maar hij wast het af en kan zien! Hij kan ineens wat al die mensen altijd al konden. Alleen is het voor hem een groot wonder!
Angst
Dat is de eerste ontmoeting. Dan volgt er veel gepraat.
Want zo’n genezing is heel ongewoon en dan zijn er treurig veel vragen bij te stellen. Was hij eigenlijk wel echt blind? En wat is dat voor man, die dat deed? Zou het van God zijn of komt het misschien bij de duivel vandaan? En kon het niet een dagje wachten?
Vreugdeloos gepraat, terwijl er toch iets van Gods heerlijkheid zichtbaar werd op aarde, dankzij Jezus. Maar daar gaat het niet over. Het blijft bij geredeneer in een sfeer van achterdocht en verwijt. Waarbij aan het eind de vreselijkste dingen worden gezegd. ‘Jij, sinds je geboorte één en al zonde.’
Het is een kerkelijk wereldje, dat ten diepste geregeerd wordt door angst. Luister maar eens goed naar die ouders!
Bijzonder dat Johannes later in één van zijn brieven schrijft: ‘De ware liefde bant de vrees uit.’ Misschien heeft hij dit soort momenten wel voor ogen gehad. Wat is echte liefde nodig. Nog steeds trouwens. Want je kunt op duizend manieren aan een mens voorbijlopen. En ten diepste is er maar één weg waarop je een mens werkelijk ontmoet.
Dat is de weg van de liefde. De liefde die de vrees uitbant.
Dat zie je gebeuren als Jezus, ook als enige, voor een tweede keer de ontmoeting met deze man aangaat.
Uitzicht!
Probeer je eens in te denken dat die tweede ontmoeting er niet was geweest. Natuurlijk was het geweldig dat die blindgeborene ineens kon wat al die andere mensen hun leven lang al konden: zien. Maar de vreugde daarover kon hij niet delen. Het isolement bleef. Nu niet door zijn handicap, maar door die wonderlijke genezing. Dat bracht verwijt en verwijdering. En wie zal zeggen hoe het diep van binnen met hem was – gevoelens van minderwaardigheid en schuld, onzekerheid en alleen zijn, afwijzing en zonde. Dat terwijl wel de heerlijkheid van God zichtbaar was geworden in het leven van deze man.
Heerlijk dus, dat die tweede ontmoeting met Jezus er kwam. Daarmee kwam de Heer ook echt zijn leven binnen, om nooit meer weg te gaan. De diepere lagen van nood en narigheid konden worden aangepakt. Dat gebeurt als hij zegt: ‘Ik geloof, Heer.’ Als hij de knieën buigt.
Dan valt het ware licht zijn leven binnen. Licht met een hoofdletter.
Niet gek om nog een stapje verder te gaan. Wat betekent die tweede ontmoeting voor u en voor mij? Als mensen die bij brood, water, licht en lucht maar zelden iets van afhankelijkheid voelen – gewoon als het is. Hoe goed is dan die tweede ontmoeting, als je Jezus hoort zeggen: ‘Geloof je in de Mensenzoon?’ Als Hij zegt: ‘Je kijkt naar Hem en je spreekt met Hem.’ Misschien ben je wel zestig of zeventig jaar kerkmens.
Maar geloof je echt in de Mensenzoon? Zeg je echt met je leven ‘Jezus, U bent Heer’? Pas dan valt het licht je leven binnen. LICHT!
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.