‘Het moet Nederland zijn’
2013-04-20
VREDENBURG – Een tekort aan predikanten in de Nederlands Gereformeerde Kerken. In Nederland kijkt niemand daar meer van op. Zorgelijk, ja. Er moet wat gebeuren, zeker. Maar de schok die Pierre en Celèste Momberg ervoeren toen ze erover lazen, behelsde meer dan zorgen over de toekomst. Er ging een deur open.- Jaargang 57
- nummer 8
Ongeveer anderhalf jaar geleden bladerde Celèste door het blaadje van de Nederduits Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika. En daar stond het: in Nederland zijn steeds minder predikanten beschikbaar. Een berichtje uit Opbouw, overgenomen in een Zuid-Afrikaans kerkblad.
Toen wist ze het. God roept haar naar Nederland. Naar dat land van platte polders, waar de wind vrij spel heeft.
Het land waar het levende water van de kerk langzaam wegsijpelt tussen de vingers van individualisme en ongeloof.
Maar ze weet het zeker: ‘Het moet Nederland zijn.’ Vanwege de stroopwafels, lacht haar man Pierre vanaf de achtergrond. Maar ook hij is inmiddels diep overtuigd van de roeping die zijn vrouw als eerste vond. ‘Het zou makkelijker zijn om te vertrekken naar een ander land’, erkent hij. Zeker voor een Zuid-Afrikaanse predikant.
Australië, Canada, heel wat collega’s zijn daarheen vertrokken, al was het maar vanwege de taal. ‘Ik ken niemand die naar Nederland wil’, zegt Pierre. ‘Maar ik geloof in die oude zegswijze dat God deuren opent en sluit.
Hier gaan ze dicht, misschien gaan ze in Nederland open.’
Friesland
Het Zuid-Afrikaans dat ze spreken is, met enige inspanning, goed te volgen. Celèste kent bovendien al heel wat Nederlandse zinnen. Samen leren ze nieuwe woorden uit een Nederlands woordenboek en kijken ze Nederlandse tv-programma’s. Ook lezen ze Opbouw.
In 2000 woonde en werkte Celèste enige tijd in de buurt van Rotterdam als au pair (‘mensen die mij hoorden praten, dachten dat ik uit Friesland kwam’). Die kennismaking met de Nederlandse cultuur houdt ze haar man voor als ze vertelt over hoe het ‘daar’ is. ‘Nederlanders zijn veel meer een eenheid dan Zuid-Afrikanen’, vindt ze. ‘Ze delen een cultuur, zijn daar zelfs trots op.
In Zuid-Afrika verwachten mensen dat ik op een bepaalde manier reageer om wat ik doe, in Nederland werd ik meer
gezien als persoon.’
Doodziek
Pierre en Celèste ontmoetten elkaar op de theologische faculteit in Pretoria, waar Pierre in 2006 en Celèste in 2008 afstudeerde. Celèste voltooide in 2011 nog een tweede meestergraad.
Pierre vond zijn roeping in Mozambique, op een stretcher en doodziek van de malariapillen. Van de evangelisatiecampagne daar maakte hij nagenoeg niets mee, maar God wekte het verlangen om dominee te worden. Zijn plannen om, net als zijn vader, een carrière in de bouw te beginnen, liet hij varen.
Celèste stapte wel in de voetsporen van haar vader. En in die van haar broers, ooms, opa en overgrootvaders. ‘In totaal zijn er 43 predikanten in onze familie. Het is een “family business”. Ik vind theologie leuk, ik ben er goed in.
Dit is wat ik wil.’ Pierre, grinnikend: ‘Het zijn vast de genen.’
Apartheid
De verschillen tussen Zuid-Afrika en Nederland zijn groot, dat beseffen Pierre en Celèste. Maar ze zien ook overeenkomsten, bijvoorbeeld in de problemen waar de kerk tegenaan loopt.
Pierre: ‘Mensen vinden de kerk niet meer relevant. En als ze dat wel vinden, is de verbondenheid minder sterk dan vroeger. “We kunnen overal terecht, dus hoeven we niet per se kerklid te zijn.” Die houding zie ik vaker opduiken.’ De oplossing? Was het maar zo gemakkelijk. Maar Celèste ziet wel lijnen waarlangs het anders moet. ‘Laten we persoonlijker zijn. De kerk als veilige plek, waar je gehoord en gezien wordt. Een grote familie, geen instituut.’ Pierre knikt instemmend.
‘Mensen zijn zo gefocust op hun eigen leven! Ze missen de gemeenschap van Christus.’
Voor hun gevoel lopen de maatschappelijke ontwikkelingen in Zuid-Afrika nu nog twintig jaar achter op die van het Europese continent.
‘Maar het gaat hier wel veel sneller. De ontkerkelijking die bij jullie veertig jaar duurde, vindt hier in tien jaar plaats.’
Het is de uitdaging van de kerk om zich aan die snel veranderende omstandigheden aan te passen, vinden beide predikanten. Ook al kleeft het verleden soms hinderlijk – en pijnlijk – aan de poorten.
De Nederduits Gereformeerde Kerk steunde de Zuid-Afrikaanse politiek van apartheid. In 1986 en later nog eens in 1990 werd deze theologische en morele steun herroepen, maar de verbinding met racisme wordt door buitenstaanders nog geregeld gelegd. Ook als de Nederduitse kerk er niet mee te maken heeft, wordt er bij incidenten naar de oude volkskerk gewezen.
Pierre: ‘Wij proberen buiten de politiek te blijven, maar wij zijn nu eenmaal van oudsher een witte middenklassenkerk.
Tegelijkertijd laten we niet na te onderstrepen dat iedereen welkom is.’ Soms wordt een kerk geholpen bij dat ideaal. De wijk waar Pierre en Celèste nu wonen – in Vredenburg, vlak boven Kaapstad – verandert langzaam maar zeker van samenstelling. ‘De blanken trekken weg en er komen zwarten voor in de plaats.
Dat plaatst ons voor de vraag wat voor kerk we willen zijn.
Blijven we bij onze bekende groep of richten we ons juist op anderen? Dat laatste klinkt mooi, maar hoe bereik je die
nieuwe mensen? Dat blijkt niet makkelijk te zijn.’
Stageplek
Op dit moment wachten Pierre en Celèste op een Nederlands Gereformeerde Kerk in Nederland die een stageplek heeft voor zes maanden. Het liefst gaan ze samen aan de slag, maar als er alleen voor Pierre plek is, vindt Celèste het ‘ook goed’.
‘Ik weet dat er in sommige kerken nog wat huivering bestaat voor vrouwen in het ambt. Wat dat betreft lopen we hier weer wat voor op Nederland.’ Na de kennismaking met de praktijk hopen Pierre en Celèste zich langdurig in Nederland te kunnen vestigen.
‘We willen ons graag verbinden met de Nederlands Gereformeerde Kerken. We brengen nieuwe ideeën mee, dat kan verfrissend zijn’, zegt Pierre.
Zes jaar zijn ze inmiddels getrouwd. Kinderen hebben ze nog niet, maar wel huisdieren.
‘Drie katten en twee honden’, zegt Celèste. ‘We moeten ze laten chippen als we naar Nederland komen, dat heb ik al
uitgezocht.’
| Commissie OPAK Pierre en Celèste Momberg worden bij hun overgang van de Nederduits Gereformeerde Kerk naar de Nederlands Gereformeerde Kerken begeleid door de commissie Overkomst Predikanten en kandidaten Andere Kerken (OPAK). Een nieuwe commissie waarin de Vertrouwens en Advies Commissie (VAC) en de Commissie Contact en Samenspreking met andere kerken (CCS) samenwerken. Deze commissie doet onder meer onderzoek naar antecedenten, bestudeert preken en voert diepgravende gesprekken met de predikanten. De stage waar Pierre en Celèste Momberg op wachten, maakt deel uit van de procedure. De stagevergoeding moet de overkomst naar Nederland en het verblijf financieel mogelijk maken. Indien een stageplek beschikbaar is in een vacante gemeente, willen de OPAK en de VAC zich inspannen om stagebegeleiding door een predikant van elders te organiseren. Na deze stage wordt besloten of er een toelatingsonderzoek voor beroepbaarstelling zal plaatsvinden. Kerken die interesse hebben om een stageplek aan te bieden, kunnen contact opnemen met ds. Peter Sinia van de OPAK (0318-795213 en petersinia@gmail.com) of Klaas Mollema van de VAC (molle229@planet.nl). Zij hebben ook een uitgebreid cv van Pierre en Celèste Momberg beschikbaar. |
| NGK en NGK De afkorting is hetzelfde, maar de geschiedenis van de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Nederduitse Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika loopt al snel uiteen. De Nederduitse Gereformeerde Kerk werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie in Zuid-Afrika geïntroduceerd. In Nederland werd de naam onder koning Willem I veranderd in Nederlandse Hervormde Kerk, in Zuid-Afrika bleef de oude naam bestaan. In 2008 telde de Nederduits Gereformeerde Kerk 1162 gemeentes, verspreid over Zuid-Afrika, Namibië, Zimbabwe, Zambia, Botswana en Londen. Saillant detail: in de beginjaren was er sprake van een groot tekort aan predikanten, waarna talloze Nederlandse en Schotse dominees afreisden naar Zuid-Afrika. ‘Nu is het dus andersom’, concluderen Pierre en Celèste Momberg. |