Het structuralisme (2)
1973-01-19
Het structuralisme is - als we grootvader Saussure (± 1900) buiten beschouwing laten - nu ongeveer 20 jaar oud, maar het heeft al veel invloed gehad. In de wijsbegeerte wordt het vertegenwoordigd door Foucault; Barthes past het toe op de literatuurkritiek, Lancan op de psychologie en Althusser op het marxisme. We laten de heren nu verder maar zwemmen om eens te zien, of er ook kritiek op dit denken is geuit. Het is immers voorwaar geen geringe zaak: Copernicus had indertijd de aarde uit het middelpunt gehaald en de zon daarvoor in de plaats gezet, maar het menselijk bewustzijn had dan toch zijn centrale plaats mogen behouden (bij voorbeeld in het "ik denk" van Descartes).- Jaargang 17
- nummer 3
Nu echter wordt het onbewuste onderstreept en het individu ondergeschikt gemaakt aan het systeem, de collectiviteit, de structuur!
Inderdaad, er zijn duidelijk protesten waarneembaar.
In de eerste plaats kan genoemd worden de beroemde taalkundige Chomsky, die de nadruk legt op het creatieve van het individu: de mens kan met een eindig aantal middelen een oneindig aantal zinnen vormen, eindeloos veel dingen zeggen; hij transformeert en genereert. (Het idee is eigenlijk van W. von Humboldt.) Chomsky weet natuurlijk ook wel van structuren, maar hij legt de accenten anders, hij komt weer op voor de vrijheid van het individu, dat gedetermineerd dreigde te worden en "geprefabriceerd" door het allesbeheersende systeem.
Men zegt wel eens, dat het studentenverzet van mei 1968 in Frankrijk tegen de gevestigde orde hieruit ook verklaard zou kunnen worden, althans mede. (Sartre, in wiens denken het begrip "vrijheid" centraal staat, deed mee aan die protesten.) Maar in de wijsbegeerte is waarschijnlijk belangrijker wat geschreven is door Dufrenne en Levinas als reactie tegen het structuralisme.
Om de mens heet het boek van Dufrenne, en dat zegt eigenlijk alles al. Dufrenne is verontwaardigd; nadat God doodverklaard is moet de mens ook nog sterven. En dat terwtille van het systeem! Dit is een anti-humanisme.
Het wordt tijd dat men zich weer gaat bekommeren om de mens in plaats van om de (onbewuste) structuren. Heidegger heeft het helemaal bij het verkeerde eind, zegt Dufrenne, want die heeft het steeds maar over het "zijn". Niet over het zijnde (het individu), maar over das Sein. En áls hij spreekt van het individuele, dan gaat het tóch nog weer over "das Sein" van het "Seiende". Hij kan het niet laten; het individu moet in de hoek gedrukt worden. Welnu, dit is wat Dufrenne hartgrondig verfoeit. Want dit is het Systeem met een hoofdletter, d.w.z. het dogmatisme dat de vrijheid om zeep brengt. Boven de denker zou de gedachte staan? Boven het zijnde zou men het zijn moeten denken? De mens zou instrument worden, een anoniem radertje in het systeem? Het individu een abstractie en het Grote Zijn de werkelijkheid?
Maar dat is onpersoonlijk, ja onmenselijk, anti-menselijk! Hier wordt de mens verloochend.
En dat terwille van het systeem, dat er eerder zou zijn dan de mens en waarin de individuen niet méér zouden zijn dan vervangbare, variabele elementen. Niet meer dan pionnen op het schaakbord: door de regels van het spel, door de "syntaxis" krijgen ze hun betekenis, maar daarbuiten zijn ze alleen maar onbelangrijke stukjes hout. Economisch gedacht zou de mens slechts een ingecalculeerde productie-factor zijn? Maar de productie kan toch niet bestaan ronder de producent? De mens mag toch niet tussen haakje gezet worden? Het logicisme van Wittgenstein, het analytische en formaliserende denken laten in wezen hetzelfde monster zien, het monster van het systeem dat voor ons denkt, dat zelfgenoegzaam is en waarin de concrete mens slechts een toevallige variëteit is. Het formele systeem heeft geen geschiedenis, maar ziet men dan niet dat mèt de geschiedenis de mens ontkend wordt?
Moet men niet protesteren, als het individu beschouwd wordt als een abstractie? Buiten het systeem geen heil! Het systeem of de structuur is formalistisch, onbewust en transindividueel net zoals de wetten van de taal.
Jawel, maar met dat al kan de mèns wel inpakken!
Maar zó zit het niet; het gaat Dufrenne om de mens! Laat de wetenschap de wereld maar verkennen, laat de techniek haar maar verbeteren. Een filosofie echter, die de mens kwijt geraakt is, is haar voornaamste object kwijt: ze kan er wel mee ophouden, ze is ten diepste zinloos geworden.
De mens, de concrete mens moet gerehabiliteerd worden; het is de hoogste tijd! Het systeem, de structuur wordt een plaag, een vloek. Zou de mens slechts spreken opdat er een taal kan zijn? Maar zonder het gebruik (parole) is het systeem (langue) immers nergens meer! Laten we de zaak toch snel weer omdraaien: taal is middel, geen doel; ze is gereedschap in dienst van de mens! "Do not ask for the meaning, ask for the use", zegt Wittgenstein; het gaat niet om de betekenis, maar om de regels voor het gebruik, niet om de semantiek, maar om de syntaxis. Maar beste mensen, als dat waar is, als het in de taal niet gaat om de betekenis, waarom zouden we er dan eigenlijk nog een taal op na houden? Is de mens er terwille van de structuur?
Gelukkig niet! De mens is onherleidbaar.
Sartre heeft gelijk: men moet de mens definiëren met behulp van zijn vrijheid en wel de concrete en onherleidbare mens. De mens is doel! Wat is filosofie zonder ethiek?
De technocraat denkt maar aan één ding: hoe houd ik de machine aan het draaien? Hij is als de tovenaarsleerling, die de formule vergat waarmee hij het proces kon beëindigen.
In het abstracte kunt u mooi theoretiseren over "het sadisme", zegt Dufrenne, maar wat doet u in een concrete situatie, als uw vrouw of uw dochter een sadist ontmoet? We leven in een tijd- van geprogrammeerde machines; eerst bootst de machine het menselijk denken na, vervolgens gaat zij dienen als model voor het menselijk denken! Dat is een gevaarlijke 'feedback'. Le Corbusier kon heel mooie flats bouwen, hij noemde huizen 'woonmachines' ; alles goed en wel, maar hij was paternalistisch ingesteld: hij zou uitmaken wat een mooi huis was en de bewoner kon het dan mooi vinden (als hij wou). Met de meeste Nederlandse huizen is het al net
zo. En wat te denken van de massamedia, van de 'opinion-makers' en 'opinion-leaders' van (bij voorbeeld) 'Achter het nieuws' en soortgelijke programma's? Is de mens nog vrij om te denken wat hij wil of is dat ook al 'prefab' geworden? Conformisme en ontpersoonlijking nemen hand over hand toe.
En men zweert bij de pax americana en de industriële beschaving. Laat de mens, zo zegt Dufrenne, toch afstand doen van het functionalisme en weigeren nog langer een appendix van de machine te zijn. Brecht had gelijk, toen hij zich bediende van de Verfremdungstechnik om de toeschouwers uit te dagen; zij moeten weer gaan denken. Wat wij nodig hebben is engagement. En happenings.
En humanisering van de wetenschap. Maar wat we beslist niet moeten doen is de zogenaamde waardenvrije wetenschap verabsoluteren met een beroep op de objectiviteit!
Wetenschapsbeoefening is niet onschuldig en niet vrijblijvend; dat geldt zeer zeker ook voor de techniek. Het individu moet zich staande houden tegenover de anonieme massaliteit, want die is manipuleerbaar en dat is gevaarlijk! Het structuralisme loopt uit op de liquidatie van de mens; het is anti-humanistisch en dogmatisch. Het laat de mens bestaan slechts voor zover hij past in het netwerk van het systeem. De mens moet dit niet toestaan, hij moet zijn wil tonen! Hij moet de structuren niet laten heersen, hem niet laten determineren. Wat drommel! Bij u en over u en toch zonder u? Maar dát kan niet! Maar daar komt men wel terecht, als de geschiedenis verwaarloosd wordt; het systeem is immers tijdloos en de logica absoluut, niet 'tijdgebonden'. De analytische filosofie en het logisch-positivisme gaan mank aan hetzelfde euvel. Dufrenne wil de wijsbegeerte niet los zien van de ethiek; het systeem echter staat onverschillig tegenover de moraal.
En nu Levinas. Ook bij deze filosoof gaat het om de ethiek, om de waarde van de onvervangbare Ander, om de prioriteit van het individuele "zijnde" boven het abstracte "Zijn".
De Europese wijsbegeerte, zegt Levinas. heeft nog nooit anders gedaan dan "totalitair" denken, vanaf Parmenides tot Heidegger. Het totalitaire denken wil heersen, annexeren, onderwerpen, het is egoïstisch. Kennis is macht, zegt men, en om de machtsuitoefening is het begonnen. In het gelaat van de Ander ontmoet ik evenwel het goddelijke; het is niet zo, dat God zich incarneert in het gelaat van de medemens, maar Hij openbaart zich er wel in. Zolang ik mij in egoïsme afsluit voor de ander ben ik atheïst, zegt Levinas; van nature ben ik een atheïst. Ik geniet dan van de wereld, waarin ik niet geworpen ben (zoals Heidegger beweert), maar waarin ik helemaal thuis ben; de wereld is niet de plaats van de angst, maar van het geluk. Als ik mijn atheïsme, mijn egoïsme laat varen en in altruïsme open sta voor de ander dan herken ik in zijn weerloosheid de naaste als mijn meester, mijn gebieder, die recht heeft op mijn gastvrijheid. Men spreekt hier wel van de "filosofie van het gelaat": de Ander is dus niet (zoals bij Sartre) een bron van conflicten.
Sartre zegt: de hel, dat zijn de anderen en de blik van de ander degradeert mij tot object. Neen, zegt Levinas, in het gelaat van de ander zie- ik niet de hel, maar daar is de plaats waar ik God ontmoet. In deze sociale relatie komt tegelijk de relatie met de Transcendente tot stand. De ander is mijn meerdere: daarom is Buber fout als hij zegt dat de ander een "du" is; hij is niet een du, maar een vous! Het individu is zeer belangrijk, Heidegger is helemaal mis met zijn "Sein" van het "Seiende", hij denkt totalitair: geen wonder dat hij tijdens het Hitler-regime in Duitsland bleef! Levinas is een orthodoxe Jood; zijn denken is sterk beïnvloed door het Oude Testament en door zijn belevenissen in het concentratiekamp: op het gelaat van de ander staat geschreven "Gij zult niet doden!"
De wereld is niet absurd, zoals de existentialist zegt. Het leven moet genoten worden, De ander is niet de vijand, hij bedreigt mijn vrijheid niet. Maar ik mag mij in mijn geluk niet opsluiten, ik moet mijn atheïsme afzweren; in de broederschap ligt de ethiek, die de Thora mij voorhoudt, De andere mens mag nooit opgeslokt. worden door het systeem, het persoonlijke mag nooit herleid worden tot het universele. Het gaat niet om de "totalisatie", maar om het zijn-voor-anderen. Ik moet mijn monoloog staken en luisteren naar de ander; dat gebiedt de ethische relatie. God zal onvindbaar blijven, als ik de andere mens voorbijzien. Het Westerse denken wordt gekenmerkt door geweld en loopt uit op rassenvervolging.
Ik moet eindelijk eens ophouden de ander te beschouwen als een heruitgave van het "ik"; hij moet als de ander gerespecteerd worden. De Joodse Bijbel leed ons de sociale rechtvaardigheid; Mozes en de profeten bekommeren zich niet om de onsterfelijkheid van de ziel, maar om weduwe, wees, vreemdeling en arme. In de relatie van mens tot mens voltrekt zich het goddelijke: God kan de plichten van de mens niet op zich nemen. De belediging God aangedaan, kan God vergeven, maar niet de belediging die de mens is aangedaan. De rechtvaardige samenleving is een godsdienstige zaak, de mens is volledig verantwoordelijk, Geweld roept geweld op; de kettingreactie moet gestopt worden. Wat de wereld nodig heeft is geduld en zachtmoedigheid. De ander mag nimmer als een element opgaan in een totaliteit; dit is geweld! Het gelaat verbreekt het systeem. We denken aan het "onverzadigbare medelijden" dat spreekt uit de ogen van Ionja Marmeladowa (in Dostojefsky's Schuld en boet); we denken aan La Pesta van A. Camus: het kan een schande zijn om alleen, in zijn eentje, gelukkig te wezen.
Ja, wat moeten we daar al van zeggen?
In de kritiek op het structuralisme lijkt Levinas degene die het diepst gegraven heeft.
Zijn ethiek verbiedt hem de naaste op te nemen in de totalitaire schema's en dat is goed. De mens is geschapen naar het beeld van God, hij is de kroon op de schepping en mag dus niet als 'quantité négligeable' behandeld worden. Maar in het denken van Levinas staan God en mens wel verwarrend dicht bij elkaar. Verder dan een - overigens zeer sympathiek - horizontalisme komt hij niet. Zeker, wij kunnen zonder het te weten engelen herbergen en geloof zonder werken is dood. Aan de vruchten kent men de boom.
We mogen ons niet met goedkope woorden van het gebod der naastenliefde afmaken.
Maar we mogen ook niet het christendom laten opgaan in maatschappelijk leven. En Levinas heeft zijn Bijbel te gauw gesloten; van een orthodoxe Jood verwachten wij misschien niet anders, maar het is toch wel heel jammer, want hij was zo goed op weg. Maar nu hij het Nieuwe Testament dichtgelaten heeft, mist hij de vervulling van de oudtestamentische voorspellingen, Helaas, deze zeer oorspronkelijke denker heeft gefaald, toen het erop aankwam. Immers, het is juist Christus die garant is voor de mens als individu en voor de kerk als collectivum door Zijn verlossingswerk aan het kruis. Dat moet Levinas nu missen. Jammer.
En hoe moeten wij nu aan met de structuren?
Want ze zijn er, ze vormen een realiteit.
Moeten ze zo snel mogelijk afgebroken worden?
Gaan we op de barricaden? Prediken ook wij de revolutie? Zeker niet! Maar we zullen wel op een kritische manier de bestaande systemen moeten toetsen. Er zijn goede en slechte, en nieuwe tijden kunnen andere structuren noodzakelijk maken. Verkeersvoorschriften bij voorbeeld zijn ook structuren en we mogen er blij mee zijn, want ze bedreigen onze vrijheid niet. Integendeel, ze bevorderen de veiligheid en men kan zich wel ongeveer voorstellen wat er zou gebeuren, als ieder maar door de rode lichten zou rijden en links zou houden met een beroep op zijn individuele vrijheid! Vrijheid?
Ja, maar in gebondenheid en óók vrijheid voor de ander. Maar slechte structuren moeten verdwijnen. Er zijn tijden geweest, waarin de werkgevers de arbeiders arm hielden, terwijl de geestelijken hen dom hielden.
Dat gebeurde dan ook nog met een vals beroep op de Bijbel. Zo kon men waarden laten voortbestaan en structuren sanctie verlenen.
Maar dat was vloeken, Structuren zijn er voor de mens, de mens is er niet voor de structuren. De Zoon des mensen is Heer, ook over de structuren. Ze moeten de vrijheid van individu en gemeenschap dienen, niet tegenwerken. Ze moeten de discussie bevorderen, niet dichtschroeven. Als ze ontaarden in een ,,-isme", dan zijn we op de verkeerde weg. En de kerk moet vooral niet denken dat ze immuun zou zijn voor dit gevaar.
Wijsgerig gedachtengoed pleegt niet halt te houden voor de kerkdeuren; het glipt mee naar binnen met de kerkmensen. Dat was zo met het platenisme van vroeger en dat is met het moderne denken niet anders.
Er zijn kerkgemeenschappen waarin alle structuren zo snel mogelijk worden afgeschaft om plaats te maken voor de chaos: dit kan niet goed zijn. Er zijn echter óók kerken, waarin met een beroep op de structuren de individuele kerkleden in de gewetensconflicten worden gejaagd of waar men niet terugschrikt voor massa-censuur of zelfs massa-executie. De kerkgeschiedenis is er helaas om dit te bewijzen. Helaas!