De kerkelijke Ban niet toegepast?
1973-01-26
Het is al weer een poosje geleden, dat ik in ons blad een aantal opmerkingen maakte aan het adres van prof. dr C. Trimp naar aanleiding van een aantal uitlatingen zijnerzijds in het blad Koers.- Jaargang 17
- nummer 4
Van een reactie van de kant van dr Trimp is mij niets gebleken, wel ontdekte ik bij het doorbladeren van een aantal Reformaties dat in de persschouw van 4 november brede citaten voorkomen uit een artikel van ds D. van Dijk in zijn kerkblad, waarin blijkbaar nogal uitvoerig is ingegaan op een opmerking mijnerzijds.
Intussen is op de synode van Hattem de verhouding tot onze kerken meermalen ter sprake gekomen.
Uit de discussies bleek dat er in de kerken binnen het verband nog veel verontrusting is over de scheiding en de wijze waarop deze tot stand kwam. Niet alleen de broeders en zusters met bezwaren, maar ook zij die volop aan de uitstoting hebben meegewerkt bleken bewogen te zijn over de scheuring die zich heeft voltrokken.
Voorop wil ik stellen dat we die bewogenheid positief moeten waarderen; zo ook het woord van ds F. de Vries in de genoemde persschouw: "De Here beware er ons voor, dat we de buitenverbanders zouden afschrijven!".
Het doet ons daarom leed dat er op de synode van Hattem geen nieuw geluid klonk: integendeel, de broeders zongen in allerlei toonaarden het oude, overbekende lied.
Weer werden kerkorde en belijdenis tegen ons in het geweer gebracht en nog steeds hebben de kerkelijke vergaderingen sinds Rotterdam-Delfshaven het gelijk aan hun kant.
Verandering ten goede moet komen in de weg van onze bekering.
De vraag hoe het mogelijk is "gelijk te hebben" en gelijk zo'n vijf en twintig duizend christ-gelovigen, geliefde broeders en zusters, te verliezen, zag ik niet aan de orde gesteld.
Ook blijft het voor mij een raadsel, hoe men er zo van overtuigd. kan zijn de goede strijd van de ware kerk te hebben gestreden, zonder op pad te gaan om het verlorene te zoeken; want er is in onze kring naar het woord van één van de voormannen niet maar wat gestruikeld op de goede weg, neen, er zijn er die publiek voorgaan op de brede weg, die naar het verderf leidt.
Men vraagt zich af wat er gebeuren moet om deze situatie te doorbreken. Het ziet er naar uit dat we steeds sneller uiteengroeien en straks het gezicht op elkaar helemaal kwijt zijn.
Dit gebeurt in een tijd van immense geestelijke crisis, die overal doorvreet; het is alsof op de muren van een belegerde stad de verdedigers elkaar naar het leven staan en de vijand voor de poort met groot plezier dit toneel aanziet.
Het heeft, dacht ik, weinig zin tegenover de bekende argumenten, die ter synode, in commentaren en in het artikel van ds Van Dijk voorkomen en die al zo dikwijls gewogen zijn, opnieuw de overweging onzerzijds te stellen. Toch sta je wel eens voor een verrassing, b.v. wanneer ds Van Dijk ingaat op mijn vraag hoe het toch mogelijk is de deur dicht te doen voor de kerken in Noord-Holland en die kerken vervolgens aan te spreken met "Geliefde broeders".
Ds Van Dijk vindt het, naar ik meen te mogen opmaken - ik beschik niet over het gehele artikel - evenals ik een vermoeiende zaak, maar wil er toch op ingaan en schrijft: "De zaak is toch zo duidelijk. De Synode van Hoogeveen heeft niet op u toegepast de "kerkelijke Ban". Zij heeft niet geoordeeld over uw persoonlijke staat voor de Here. Dat is trouwens nooit het werk van de Synode. Dat kan slechts een kerkeraad doen.
De Synode heeft alleen geoordeeld over uw gedrag als "Kerken" en zij heeft gezegd: "Wanneer gij als Kerken u van uw houding niet bekeert, is er voor u als "Kerken" geen plaats in een Gereformeerde Kerkverbandelijke samenleving. Lieten wij u daarin toch blijven, dan zouden wij de Gereformeerde Kerken en de leden van die kudde, in gevaar brengen. Willen wij dus als Kerken met Christus verder gaan, dan kunnen wij u als Kerken niet een plaats in onze Synode geven.
En als de Synode u dan toch toespreekt als "Geliefde Broeders", dan ligt alleen al in die aanspraak de vermaning tot u als Kerken, om toch van uw dwaalweg terug te keren en tegelijk een oproep gericht aan de gelovigen, die tot uw kerken behoren, om als hun kerkeraad naar de oproep van de Synode niet wil luisteren, zich vrij te maken en zich te voegen bij die Kerk, die wel waarlijk zich wil houden aan Schrift, Belijdens en Kerkenordening.
Van ganser harte begeer ik de hereniging met de Kerken, die buiten het Verband staan. Maar de éne buitenverbandse kerk is de andere niet en de éne buitenverbandse dominee of ouderling of diaken der kerk is de andere niet; dat geldt ook voor de gewone leden."
Ds Van Dijk is een man van gezag in de kerken.
In de dagen van de vrijmaking stond hij volop in de strijd tegen de machtsaanmatigingen van generale synodes.
Hoe is het mogelijk dat hij nu consequent synode met een hoofdletter en kerkeraad met een kleine letter schrijft.
Het betoog over de kerkelijke ban, die niet op ons zou toegepast zijn is dan ook het bekende, oppervlakkige, synodale verhaal.
Het is nog niet zo lang geleden dan aan de synodaal-gereformeerden werd verweten dat zij ons buiten het koninkrijk hadden gesloten en voor velen was het daarom niet langer mogelijk in school of organisatie met hen samen te werken.
Schilder en Holwerda wisten op het punt van kerkelijke vonnissen beter te onderscheiden, leest u de oude Reformaties maar.
Aan de merkwaardige exegese van de woorden "geliefde broeders" ga ik nu maar voorbij.
Volgens ds Van Dijk is de kerkelijke ban op ons niet toegepast en naar de letter kan hij gelijk hebben, daarover strijden we niet.
Maar niemand kan ontkennen dat de synode van Hoogeveen buiten-sluitende handelingen heeft verricht, toen de afgevaardigden van de kerken in Noord-Holland konden gaan en hun plaatsen door vertegenwoordigers van schismatieke groepen werden ingenomen.
En waarom werden onze afgevaardigden geweigerd?
Aangezien ds Van Dijk en ook ds De Vries mij met name aanspreken krijgt mijn betoog een wat persoonlijk karakter, waarbij ik toch graag zakelijk wil blijven.
Weet ds Van Dijk waarom er in Noord-Holland tot nieuwe constituering van gemeenten en tot een nieuw kerkverband is opgeroepen.
Drie oproep klonk niet vanwege de zaken die in zijn artikel worden genoemd: de leer van ds Telder, een brochure van br Roorda, en ook met over een boek van ds Vonk of opvattingen van ds v. d. Berg, of andere zaken die er steeds bijgesleept worden.
In de classis Haarlem kwam de breuk niet om de zaak Beverwijk.
Ds Oosterhoff en zijn kerkeraad hadden in die dagen geen toegang tot de classis, na de synode van Rotterdam-Delfshaven zijn de dolerenden ds Meilof c.s. in volle rechten aanvaard.
De scheiding is voltrokken omdat de kerk van Haarlemmermeer O.Z. niet wenste in te gaan op het verzoek van ds Meilof c.s. om maatregelen te nemen tegen haar predikant die de Open Brief had ondertekend, en omdat de classis Haarlem weigerde die predikant uit de vergadering weg te sturen.
Ds Van Dijk zal nog wel weten dat in het nieuwe kerkrecht naar het voorbeeld van de synode van Amersfoort, het mogelijk was van de in de kerkorde aangegeven schriftuurlijke weg van tucht-oefening over predikanten af te wijken door hen eenvoudig weg heen te zenden uit de vergadering.
Het lukte op de betreffende classis-vergadering niet de broeders uit Beverwijk ervan te overtuigen dat onze gereformeerde kerkregering zo'n maatregel niet kent, ja dat dit een caricatuur is van tuchtoefening en een uitnemender weg duidelijk staat voorgeschreven.
Nadat de classicale vergadering het voorstel van Beverwijk had verworpen weigerden de afgevaardigden van deze kerk aan de constituering van de volgende classisvergadering mee te werken; werd een scheur door verschillende kerken getrokken en zette men een nieuw kerk-verband op.
Namens de synode van Hoogeveen is een uitvoerig onderzoek naar het gebeurde in Noord-Holland ingesteld - zonder overigens de eerstbetrokkenen te horen! - en zijn door de commissie onder leiding van dr J. Douma de handelingen van ds Meilof c.s. piek-fijn in orde bevonden en werden de vertegenwoordigers van het nieuwe verband toegelaten.
Wanneer er dus geen kerkelijke ban is toegepast, is dit niet te danken aan Hoogeveen; de kerken in Noord-Holland werden o.a. juist buitengesloten omdat zij tegen mensen als ds Van der Kwast niet zijn opgetreden.
Het zal na het vorenstaande naar ik hoop ds Van Dijk e.a. duidelijk zijn hoeveel zijn betoog over de kerkelijke ban mij waard is.
Het ligt mij nog goed in het geheugen wat er in de bezwaarschriften en de discussie ter vergadering allemaal is beweerd.
Men moet vandaag de oorzaak van de geslagen breuk niet gaan camoufleren door allerlei zaken aan te voeren, die al lang in de kerken leefden en evenzeer de moeiten zijn van de kerken binnen het verband als van de kerken die buitengesloten werden.
Zou het inzicht dagen dat er niet juist gehandeld is, laten de broeders het eerlijk zeggen, maar kom ons niet aan boord met verhalen dat de éne buitenverbandse dominé de andere niet is, dit soort geluiden heb ik meer gehoord en ik weet heus wel hoe wij buitenverbandse dominé's worden ingedeeld.
Deze dingen had men moeten bedenken, voordat een synode op eigen initiatief een voorgaand veroordelend vonnis uitsprak over vijf en twintig broeders tegelijk, zonder dat zij gehoord waren.
En dit komt ervan, wanneer op zo'n rigoreuze wijze schoon schip wordt gemaakt en de oude, vertrouwde, schriftuurlijke regels van de kerkorde niet in acht genomen worden, omdat die niet van toepassing zouden zijn wanneer naar het oordeel van individuele scribenten de belijdenis van de kerk in het geding zou zijn.
Op deze wijze wordt de verwarring in de hand gewerkt.
Want er bestaat ook binnen de kerken van Hoogeveen geen overeenstemming over de zaken die in geding zijn.
In het nummer van de Reformatie, waarin ik de citaten uit het artikel van ds Van Dijk aantrof, is J.D.(ouma) in gesprek met ds Goedhart o.a. over de vraag of er in Nederland voor iemand buiten de vrijgemaakte gereformeerde kerk zaligheid is.
Volgens J.D. zal er nauwelijks iemand gevonden worden die de conclusie aandurft dat er buiten de vrijgemaakte kerken geen behoud is, nauwelijks, want er is een briefschrijver die de "ijzingwekkende conclusie trekt dat alle svnodalen en hervormden zolang zij zich niet vrijmaken geen deel hebben aan Christus", Het spijt mij voor J.D. maar deze briefschrijver is helemaal in de geest van de synoden van Amersfoort en Hoogeveen.
In wat J.D. schrijft 'over de woorden dat buiten de kerk geen zaligheid is kan ik mezelf goed vinden. In ons blad schreef ik meerdere malen in deze geest. Daarbij toonde ik aan dat dit geen vlucht in een "onzichtbare kerk" betekent en we geroepen zijn de schriftuurlijke normen voor de kerkvergadering te handhaven.
Maar waarom dan indertijd die felle veroordelingen toen wij in de O.B. er tegen opkwamen dat het "tot een confessionele aangelegenheid werd herleid dat de bedding van Christus' kerkvergaderende activiteit via de vrijgemaakte kerken loopt. Zodanig, dat wie in deze stroom wil meegenomen worden zich met de vrijgemaakte kerken heeft te verenigen".
Nu zou ik kunnen zeggen: de éne binnenverbandse dominé is de andere niet en dit met meer voorbeelden kunnen staven.
Zo kunnen we elkaar de zwarte piet blijven toespelen, maar zou het niet beter zijn onze verantwoordelijkheid voor elkaar op te nemen en een weg te zoeken om gemeenschappelijke moeiten te overwinnen.
We zoeken immers geen capitulatie voor elkaars inzichten, maar een gezamenlijke overgave aan Hem, die ons kocht met zijn bloed en Die een scheiding onder geliefde broeders niet begeert.
Daarover heb ik nog iets te zeggen in onze eigen situatie, dat komt naar we hopen een volgende keer.
Amstelveen, 29.12.72