KERKELIJK LEVEN
1973-02-16
Er is dezer dagen een brochure verschenen die m.i. de volle aandacht verdient van alle christenen in ons land. Het is een studie die tot thema heeft het opschrift van dit artikel.- Jaargang 17
- nummer 7
Ze is van de hand van prof. dr W. H. Velema van Apeldoorn. Ze is de uitwerking van een rectorale rede die hij aan de Theologische Hogeschool van de Chr. Geref. Kerken heeft gehouden.
Laat ik aanstonds zeggen dat ik bizonder blij ben met deze studie. Want vooreerst snijdt ze een thema aan dat misschien wel het meest actuele en urgente is in de huidige kerkelijke en theologische situatie. Maar wat nog veel belangrijker is: ik geloof dat wat Velema over deze kwestie zegt voluit Schriftmatig is.
Ik wil graag wat van deze brochure zeggen.
En ik wil de bespreking ervan beginnen met te laten voelen waar het in die "politieke prediking" om gaat, hoe diep ingrijpend en vooral hoe riskant die voor een prediker is.
Ik wil dat niet doen in een theoretische beschouwing maar door enkele concrete situaties te tekenen zoals ik die zelf heb meegemaakt.
Ook van de zaak waar het hier om gaat geldt dat woorden wekken maar voorbeelden trekken.
• vredesconferenties
Ik denk, om daar maar mee te beginnen, aan de Vredesconferenties die rondom de eeuwwisseling, in 1899 en 1907, in Den Haag zijn gehouden. Die conferenties waren tot stand gekomen ten gevolge van een initiatief van de Czaar van Rusland. Ze waren destijds hèt onderwerp van gesprek. Een golf van enthousiasme ging door de volken. Zou eindelijk, eindelijk een serieuze poging ondernomen worden om aan de gruwel van de oorlog voor goed een einde te maken?
Wel werden voor de eerste van die conferentie, om Engeland te ontzien, de Boerenrepublieken van Zuid-Afrika niet uitgenodigd - Kuyper hield over deze kwestie een sindsdien beroemd geworden interpellatie in de Tweede Kamer - maar dit was in veler oog niet meer dan een schoonheidsfoutje! De Czaar werd hogelijk geprezen vanwege deze daad die van wereldhistorische betekenis kon worden. Vooral onder de christenen werd diens initiatief met grote dankbaarheid begroet.
Ze werd in de prediking besproken, geprezen en, als een uiting van nobele, waarlijk christelijke wereldpolitiek, soms bijna bejubeld. God werd ervoor gedankt en allerlei gouden dromen werden eraan verbonden.
Ik kan me nog heel goed herinneren met welk een hoog gespannen verwachting de opening van het Vredespaleis, dat als een tastbaar resultaat van die conferentie in Den Haag werd gebouwd, in 1913 in gebruik werd genomen! 1) In die dagen werden er heel veel politieke preken gehouden. De "politieke prediking" bloeide! Deed God geen grote daden in de dagen van die jaren?
Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik jaren later een artikel van prof. Anema las waarin hij onthulde dat dat prachtige initiatief van de Tsaar eigenlijk niet meer dan een politieke stunt was geweest! De russische regering zag in de laatste decenniën van de vorige eeuw met grote zorg hoe fantastisch Duitsland en andere landen zich bewapenden!
In. de toenmalige bewapeningswedloop kon Rusland bij lange na niet meekomen. En toen had de slimme russische minister van buitenlandse zaken, Witte, de Czaar geadviseerd een poging te ondernemen een vredesconferentie te doen houden! Misschien leverde die voor Rusland in ieder geval het voordeel op dat zijn mogelijke rivalen zich wat minder snel en sterk zouden bewapenen!
Ik denk dat predikanten die indertijd de vredesconferenties zo enthousiast "bepreekt" hadden bij het lezen van Anema's verhaal wel met enige spijt, en vooral met veel zórg, over hun preken rond 1900 zullen hebben gedacht! Zij hebben toen het gevaar van "politieke prediking" "aan den lijven" gevoeld.
Het valt niet mee te ervaren dat je een slimme politieke stunt zo ongeveer een goddelijke sanctie hebt gegeven!
• wereldoorlog I
Ik denk vervolgens aan de eerste wereldoorlog.
Over het algemeen waren toen de positieve christenen pro-duits. De Standaard van Kuvper ging - naast en met het socialistische "Het Volk" van Troelstra! - daarbij voorop.
Ik herinner me ook weer heel goed hoe toen in gereformeerde kringen over die oorlogwerd gesproken. Engeland was het "perfide Albion" dat pas een misdadige oorlog mei; Transvaal en de Oranje-Vrijstaat had gevoerd.
Engeland was de uitvinder van de afschuwelijke concentratiekampen waarin duizenden vrouwen en kinderen van de "Boeren" waren omgekomen. En Frankrijk was het land van de revolutie, het land ook van het lichtzinnige, goddeloze Parijs! De keizer van Duitsland daarentegen leek een vroom man. En van zijn gezin en hofhouding hoorde men nooit schandalen. Bovendien: Frankrijk en Engeland hadden keer op keer oorlog met ons gevoerd, Duitsland nooit. En stond op de koppelriemen van de duitse soldaten niet: Gott mit uns?
Dit alles klonk ook meer of minder sterk in de prediking en het gebed in de kerkdiensten door. Er was zo ook ten tijde van de eerste wereldoorlog veel "politieke prediking".
Heel veel dominees wisten precies aan welke kant van de oorlogvoerende partijen God stond. En door die wetenschap geleid bouwden ze hun prediking op en richtten zij hun gebed is.
Ik was in die dagen te jong om een zelfstandig oordeel te kunnen vormen. Later heb ik over die tijd véél gelezen. Ik denk met name aan een boek van P. van Paassen "De dagen onzer jaren". Met ontzetting heb ik daaruit leren inzien welk een ongehoord gemene, vuile zaak de wereldpolitiek van die dagen is geweest! Aan beide kanten van de frontlijn! En ik kreeg toen het vermoeden - dat God tegen allen is geweest.
En ik dacht toen ook weer speciaal aan de "politieke preddking" uit de jaren 1914/18!2)
• de Volkenbond
Na de eerste wereldoorlog kwam de Volkenbond!
Die was ook weer iets waarvan heel de wereld wonderen verwachtte. Ook die Bond heeft heel veel predikers een dankbare "stof" voor hun preken geleverd. Nu ging het gebeuren!
"Alle menschen werden Brüder!"
"Seid umschlungen Millionen"! Er werd zelfs serieus voorgesteld een nieuwe tijdrekening in te voeren die beginnen moest op de dag waarop de Volkenbond als een wonder, als een stralend licht voor de mensheid, als eeh verrukkelijke hoop voor de toekomst was opgericht.
Wat is er in die dagen weer "politiek" gepreekt!
Maar we kennen de geschiedenis van dit menselijk, àl te menselijke kreatuur!
De zwartste bladzij ervan is misschien wel de onverschilligheid en lafheid waarmee deze organisatie heeft toegekeken toen een schurk als Mussolini het weerloze Abessynië aanviel en keizer Haile Selassie in een vergadering van deze Bond op ontroerende wijze, maar tevergeefs, om hulp smeekte. 3) Er bestaat een aangrijpende balans over de wereldpolitiek welke in de jaren tussen de beide wereldoorlogen in en rondom de Volkenbond werd gevoerd. Ze werden in januari 1940 opgemaakt door prof. van Hamel, een van de grote figuren in de Volkenbond en een van de knapste experts in de wereld van het Volkenrecht en de internationale politiek uit die dagen, Hij schreef daarin o.a. het volgende: "Ik voor mij ben tot de slotsom gekomen - voor menigeen klinkt zij in onze 20 ste eeuw misschien wat middeleeuws, maar ik ben bereid haar als modern denkend mens uitvoerig en nauwkeurig te verdedigen - dat wat op het ogenblik over de wereld losgebroken is, niet meer het eigenlijke werk van de betrokken personen is, maar van den Boze en zijn demonische gezellen." Wie, zo luidde zijn vernietigend oordeel, de internationale loop van zaken sinds 1918 van dichterbij heeft meegemaakt, "weet, dat de grondoorzaak der mislukking gelegen heeft in een ontzaglijk gebrek aan oprechtheid. Handigheid, intrige, misleiding, comedie bepaalden van verschillende kant het geestelijk peil."
Ik geloof dat men geen scherper vonnis over wereldpolitiek kan vellen dan prof. van Hamel deed.
En wat moet in zo'n tijd, in zo'n wereldsituatie de prediking zijn? Kan, mag ze iets anders zijn dan de verkondiging dat Gods oordeel over de wereld raast en dat het vóór alles aankomt op een existentiële verootmoediging over eigen zonden en die van het volk en de oproep tot het ootmoedig gebed of God zich, "misschien", nog ontfermen wil over de diep verdorven, Hem verachtende, ja hatende wereld?
• het nationaal-socialisme
In de dertiger jaren viel ook de opkomst van het duivelse nationaal-socialisme.
Zeker er waren er die de monsterachtige misdadigheid van dit helse gedoe doorzagen.
Schilder had er in de jaren 1929/30 en 32/33 van nabij mee kennis gemaakt. In zijn brieven schreef hij er over. Wat hij toen in dat opzicht beleefde had hem tot in het diepst van zijn ziel geschokt.
Hij had in Erlangen op stormachtige vergaderingen van studenten tegen deze demonie gevochten. En hij kwam na zijn promotie in Nederland .terug met de wetenschap dat hij er tegen moest profeteren desnoods ten koste van zijn leven. En om niet meer te noemen, Janse van Biggekerke doorlichtte deze goddeloosheid met profetische scherpte en klaarheid. Mannen als Miskotte en Buskes stonden in dit opzicht naast hem.
Nooit zal ik vergeten de huivering die mij overviel toen ik Hitlers "Mein Kampf" en Rosenbergs "Der Mythos des zwanzigsten Jahrhunderts" las. Voor mij stond het vanaf dat moment vast dat, indien de ondermens Adolf Hitler en zijn gangsterbende niet verdelgd werden de wereld aan de vooravond van een katastrofe-met-bloedband stond als de wereldgeschiedenis nog nimmer had beleefd.
Maar er waren ook predikanten - ik noem maar geen namen - die deze "Ausgeburt der Hölle" niet onderkenden, maar haar "positief waardeerden". In Duitsland waren het er massa's. Zij beleefden het "Deutschland erwache!" als een geschenk èn een opgave van God.
Nota bene in "De Standaard" kon men in die dagen in een bespreking van het satanische boek van Hitler dit fraais lezen: "Een boek van betekenis, een vaak diepgaand, hier en daar ook een mooi boek... in rein (sic!) menselijke beoordeling kan ik eventueel (!) heel ver met Hitler accoord gaan."
En in "De Heraut" gaf prof. H. H. Kuyper toen de Jodenvervolging in ons land losbarstte, onder veel andere dergelijke fraaie uitspraken o.a. deze "politieke prediking": "De bewogenheid en het medelijden die een groot deel van ons volk heeft met onze Joodse medeburgers, die, al behouden ze hun salaris en hun ambtelijke titel, toch, zolang de bezetting duurt, van de uitoefening van hun ambt ontslagen zijn, mag ons niet verleiden tot misbruiken van teksten die met dit vraagstuk niets te maken hebben (Kuyper had dit zeggend het oog hierop dat in verband met het antisemitisme en de jodenvervolging dikwijls verwezen werd naar het paulinische woord dat in Christus noch Jood, noch Griek is). Met evenveel recht zou men zich van de andere zijde dan kunnen beroepen op uitspraken van de apostel zoals in 1 Thess. 2 : 15, 16, waar hij zegt dat de Joden Gode niet behagen en allen mensen tegen zijn en dat de toorn over hen gekomen is tot het einde, omdat zij de Heere Jezus hebben gedood en hun eigen profeten hebben vervolgd. Dat de Joden thans niet meer Gods uitverkoren volk zijn, maar omdat zij Christus hebben verworpen, zelf door God verworpen zijn en van den heiligen stam afgesneden, leert de Apostel uitdrukkelijk in Romeinen 11. Het ware Israël zijn niet de Joden, maar de Christelijke kerk uit heidenen, die Lo-Ammi niet Gods volk waren, maar nu Ammi Gods volk geworden zijn (1 Petr. 2 : 10)".4) Ja, dit was ook "politieke prediking". En het was er een waarnaar Seyss-Inquart en zijn trawanten ongetwijfeld met "stichting" zouden hebben geluisterd.
• evangelieprediking met politieke konsekwenties !
Maar er was in die dagen toch ook evangelieverkondiging!
Evangelieverkondiging die niets meer en niets minder dan verkondiging van het Evangelie was en die dáárom b.v.
ook voor de politiek geweldige konsekwenties bevatte, Ik denk, wat Duitsland betreft, hierbij o.a. aan de bekende twee "Barmer Verklaringen" waarin eerst de "Vrije Geref. synode" (gehouden op 3 en 4 jan. 1934 320 predikanten en ouderlingen uit 167 gemeenten in Duitsland aanwezig waren) en daarna de "Bekenntnis-synode" van de Duitse Evangelische Kerk (gehouden van 29-31 mei 1934) hun geloof in de concrete situatie van die dagen beleden.
Na een referaat van Karl Barth werd door die eerstgenoemde synode uitgesproken dat de Heilige Schrift de énige bron van Gods openbaring is waarnaast geen voor de mens toegankelijke Godsopenbaring in natuur en geschiedenis bestaat. Daarbij werd de totalitaire staat radikaal afgewezen en de zelfstandigheid der kerk tegenover de staat alsook haar uitsluitende gebondenheid aan de door Christus gegeven opdracht en inrichting krachtig gehandhaafd.
In de tweede verklaring, die van de "Bekenntnis-synode", werd van de staat dit getuigd: "De Schrift zegt ons, dat de staat naar Goddelijke beschikking in de nog niet verloste wereld, waarin ook de kerk staat, de taak heeft, naar de mate van menselijk inzicht en vermogen onder bedreiging en uitoefening van macht, voor recht en vrede zorgen.
De kerk erkent in dank en hulde voor God de weldaad van deze beschikking. Zij herinnert aan het rijk Gods, aan zijn gebod en gerechtigheid en daarmede aan de verantwoordelijkheid van regerenden en geregeerden.
Zij vertrouwt en gehoorzaamt de kracht van het Woord, waardoor God alle dingen draagt (1 Petr. 2 : 17).5) Zo predikte de levende kerk in Duitsland.
En ook in ons land waren er veel predikanten die in deze geest predikten. Met de inzet van hun leven.. Hun prediking was geen "politieke prediking", maar prediking van het volle Woord van God. En dat juist dáárom ook geweldige politieke konsekwenties had. Ze ontmaskerde o.a. het satanische karakter van de idee van een totalitaire staat.
Dit was een prediking waarop allen die in Gods Woord geloofden van harte "amen" zeiden!
Hier moet ik afbreken.
Volgende week D.V. verder.
1) De amerikaanse millionair Andrew Carnegie had een kapitale som voor de bouw van het Vredespaleis gefourneerd. Allerlei staten en vorsten, gaven voor de inrichting ervan fraaie geschenken.
2)In de gereformeerde wereld van die dagen lieten niet allen zich door Kuyper pro-duitse propaganda meeslepen. Mannen als Sikkel, Vonkenberg, Koffijberg stonden kritisch tegenover alle oorlogvoerende partijen! Wat duitse dominees in die dagen soms durfden presteren tart iedere beschrijving !
3) Tijdens de tweede wereldoorlog werd Abessinië door het Zuidafrikaanse leger bevrijd. Haile Selassie rnaakte na de bevrijding van zijn land een triumfale intocht in Addis-Abbeba begeleid door ere-escorte van Zuidafrikaanse gemotoriseerde troepen. Een hoofdstraat van Addis-Abbeba werd toen naar Generaal Smuts genoemd.
Onlangs werd dit straat herdoopt! 't Kan verkeren, zei reeds Bredero.
4) In mijn brochure "In den chaos" heb ik uitvoerig de treurige houding van deze zoon van Abraham Kuyper tijdens de oorlog gesignaleerd.
De man kreeg na de oorlog van de synode der Geref. Kerken ook nog een soort eerherstel.
Schilder en Greijdanus werden evenwel tijdens de oorlog door zo'n synode geschorst!
5) Vgl. Wilhelm Niesel, Bekenntnisschriften und Kirchenordnungen, Zürich, z.j., 328 v