De zilverling

1973-02-16
  • Jaargang 17
  • nummer 7
Gart, onze tuinman voor een dag in de week, is jarig geweest. Alweer een jaar jonger. U hebt zijn vief en zeuventigste destijds meegevierd en u kent hem zo'n beetje; u zult dus wel op de hoogte willen blijven. Nu, het is weer een kostelijke verjaardag geweest. We hebben een deel van de avond mogen meemaken en dat zouden we niet graag missen.
De zakdoeken, dassen en overhemden rolden uit de pakjes: Gart kan nu wel met een handeltje de boer op, meent hij. En de patriarch temidden van zijn kinderen, kleinkinderen mitsgaders achterkleinkinderen - dat is een vorstelijk gezicht.

Wat wij hem deze keer hebben meegebracht, vraagt u? U mag drie maal raden. O weet u het al? Dan hebt u naar de titel gekeken. Jawel, we hebben onze Gart ditmaal geen fles meegebracht, maar een zilveren zilverling!

Stel u voor. De munt, die in heel het oude testament van Genesis tot Zacharia zijn rol speelt, en die in het evangelie als verradersloon voorkomt, is vandaag te koop. Door een zilverfabriek is een der fraaiste gevonden exemplaren nageslagen en beschikbaar gesteld. Tweeduizend jaar na dato, met Pasen 1972, kwam deze munt in de handel.
Alleen het cijfertje 1972 duidt aan dat uw exemplaar niet bij Nijmegen in de Waal gevonden is - maar in Voorschoten nageslagen. De zilverling is vandaag nog te koop - mits bij een nette bank. Hij wordt voor u op bestelling geslagen.

Welnu, dat was ons geschenk op Garts verjaardag. Betaalbaar hoor. Ja, als u geld teveel hebt kunt u hem ook in goud krijgen, maar vindt u dat niet smakeloos? Een zilverling moet in zilver zijn. Dat vond Gart ook. Hij zat er wat beteuterd bij - kon alles niet zo gauw vatten. Daarom vertelden we hem maar, wat we erover hebben gelezen.
Misschien interesseert het u ook wel.

De zilverling is van huis uit een zilveren betaalmiddel van standaardgewicht.
Hij werd in het oude testament sikkel genoemd; dat komt van het hebreeuwse sjekkel. In Exodus wordt de waarde van een slaaf uitgedrukt in dertig zilverlingen. Wanneer iemands rund de slaaf van een ander had doodgestoten, was dertig zilverlingen de schadevergoeding. Dat moet u onthouden - daar komen We op terug.
Jozef is door zijn broers voor 20 zilverlingen als slaaf verkocht. Dat was voor een koopje - maar ze moesten hem à tout prix kwijt.
Abimelech, de koning van Gerar, bij wie Abraham en zijn "zuster" Sara logeerden, zond Abraham met schapen en runderen weg; maar voor Sara gaf hij duizend zilverlingen: om uit te delen aan de slaven. "Dat zal voor u de ogen bedekken van allen die bij u zijn en ge zult in elk opzicht onberispelijk zijn".
Een vorstelijk geschenk, dat de ogen moest sluiten voor een kwade zaak.
De eer van je bruid te grabbel gooien, daar stond een boete van honderd zilverlingen op.
En een meisje verleiden kostte 50 zilverlingen plus levenslang. Abimelech, de koning van Sichem, zag kans een complete revolutie te financieren met 70 zilverlingen, waarbij nochtans zeventig hoofden in het zand rolden.
Delila kreeg 1100 zilverlingen om haar man Simson te verraden, De profeet Hosea kocht, voor 15 zilverlingen plus wat gerst, een hoer.

En dan komt Zacharia met zijn raadseltaal over een goede herder, die verwaarloosde schapen verzorgd heeft en die om zijn loon vraagt - als hij zijn meesters iets waard ·mocht zijn. "Toen wogen ze mijn loon af: dertig zilverstukken", zegt Zacharia. Maar de Heere zei tegen Zacharia: "Werp dat de pottebakker toe. Een heerlijke prijs waarop Ik (hoofdletter) hunnerzijds geschat ben!". Zacharia heeft de dertig zilverlingen genomen "en die in het huis des Heeren de pottenbakker toegeworpen".

Raadseltaal, die pas in het evangelie zijn vervulling en verklaring heeft gekregen. Want wel was bij Zacharia duidelijk, dat de Heere Zelf zich beledigd achtte door op de waarde van een slaaf getaxeerd te worden. Maar pas in Mattheus lezen we, dat Judas de Heiland voor dertig zilverlingen aan de hogepriesters verraden heeft. Dat was "toevallig" voor de prijs van een slaaf. En verder: dat Judas de bloedprijs in de tempel wierp. Even verder: dat de hogepriesters het geld gebruikten om "het land van dè pottenbakker te kopen als begraafplaats voor vreemdelingen". (Hebt u wel eens een stuk land gezien, waar het leem is uitgegraven? Wat achter blijft is "onland": putten, gaten, karresporen en dat alles half vol water - onbegaanbaar.)

En dan "is vervuld hetgeen gesproken is door de profeet Jeremia toen hij zei: ze namen de dertig zilverlingen, de geschatte waarde van de geschatte, die zij geschat hadden van de kinderen Israëls en gaven die voor het land van de pottenbakker, gelijk de Heere mij had opgedragen" .

We gaan nu even voorbij aan de merkwaardigheid, dat Mattheus meent Jeremia te citeren - terwijl niet Jeremia maar Zacharia deze woorden "door de Heere kreeg opgedragen".
Om te zien dat ook dit stuk heilsgeschiedenis lang te voren, hoewel in nevelen, was aangekondigd door een ziener. Met des te meer klem komt het feit naar voren: dat de Heiland door Gods hoogste dienaren getaxeerd is op de prijs van een slaaf. Deze heren taxateurs waren gewoon een offer in geld te taxeren, wanneer het niet in nature werd gebracht. Er is zelfs een Joodse theorie die zegt, dat de prijs van een oog, een hand of een voet, in geld kon worden vastgesteld.
Zoals ook onze ongevallenpolissen waarden taxeren voor verloren gegane lichaamsdelen.

Welnu, het grootste offer aller tijden, het offer dat de Goede Herder zelf aanbood voor zijn verdwaalde schapen, werd door de hoogste vertegenwoordigers van die gevallen mensheid geschat op 30 zilverlingen. De hogepriesters van dat jaar profeteerden: ze zagen in Jezus de lijdende Knecht des Heeren.
Want knecht (doulos) betekent slaaf.

Begrijpt u dat Gart de zilverling eerbiedig in de hand hield en nauwkeurig bezag? Aan de voorzijde staat de grove kop van keizer Augustus, die leefde van 63 v.C. tot 14 n.C., de eerste Romeinse keizer, wiens rijk tot aan de Rijn heeft gereikt. De man die de volkstelling uit Lucas 2 heeft uitgeschreven: de schepper van het eerste "dogma". En aan de achterzijde van de munt: de Romeinse adelaar met het cijfer 1972.

Een Judaspenning alzo. Maar Augustus is dood. Judas is dood. De adelaar is vleugellam geworden. En de gangbaarheid van de zilverling is afgelopen. Maar het cijfertje van de jaartelling is gebaseerd op Christus: in het jaar onzes Heeren 1972 is de Judaspenning tot nieuw leven geroepen. Want Christus leeft en de geschiedenis der eeuwen hangt zich op aan zijn geboortedag. Gart bezit een dertigste van de prijs van zijn Heiland. Hij bewaart de zilverling in de kast, naast het Boek.

En tenslotte wilt u weten: wat was vroeger de waarde van zo'n betaalmiddel? Vermoedelijk is de zilverling dezelfde als de Romeinse denarius en de Griekse drachme. In de statenvertaling heette hij penning en in de nieuwe vertaling is het een schelling. Van zo'n munt kon een gezin een dag leven. De prijs die Judas ontving komt dus neer op een maand salaris.

In het oude testament heette het betaalmiddel sikkel, waarmee eigenlijk "gewicht" werd aangeduid; zilvergewicht, wel te weten. Die sikkel kon verschillende waarden hebben. De meeste sikkels wogen 8 tot 12 gram. De zuiverheid van het gehalte, de landstreek en de nationaliteit van de kooplui zullen wel een rol hebben gespeeld. De standaardsikkel werd koninklijke sikkel genoemd, ook wel sikkel des heiligdoms. Er waren dubbele sikkels, er waren ook halve sikkels.

Dat doet me denken (mag het even?) aan de twintiger jaren, toen ds B. Knoppers te Amsterdam werd beroepen en op de preekstoel kwam van de beroemde ds J. C. Sikkel. In onze hoofdstad kende ieder plotseling de tekst uit Exodus: een beka nu is een halve sikkel. Je spreekt het net uit alsof er stond: een B.K. nu is een halve Sikkel. Maar dat heeft niets met de zilverling te maken.

Pas veel later, na de ballingschap, werd het zilver gemunt. De gevonden zilveren sikkel die lange tijd aan Simon de Makkabeër werd toegeschreven (139 v.C.) schijnt bij nader inzien uit de Joodse opstand van 66-70 n.C. te stammen. Die sikkel, alzo uit de Romeinse tijd, weegt 14.55 gram zilver. Dat komt in de buurt van onze zilverling, die 16 gram weegt.

En als u nog wat vergelijkbare cijfers wenst: onze zilveren gulden van voor de oorlog woog 10 gram; de oude rijksdaalder woog 25 gram. Daarvan was het zuivere zilver 16 gram. Zo, bent u een beetje georiënteerd?

- Zie dat u zo'n zilverling bemachtigt. Bijvoorbeeld om uw vrouw een plezier te doen, waarde broeder. Elke nette bank kan hem u leveren. En neem hem dan in de hand, zoals Gart doet. U voelt iets van de Romeinse tijd.
U hebt een betaalmiddel in handen uit Jezus' tijd. U ziet naar die grove kop van Augustus.
Daar heeft ook de Heiland naar gekeken, toen Hij vroeg: wiens beeldenaar is dat?
Gart is er blij mee. U zult er ook blij mee zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief