KERKELIJK LEVEN

1973-02-23
  • Jaargang 17
  • nummer 8
In het nummer van de vorige week heb ik, in het kader van een bespreking van prof. Velema's brochure "Politieke Prediking", reeds een paar opmerkingen over die prediking gemaakt. Aan enkele concrete voorbeelden probeerde ik te laten zien hoe riskant een dergelijke prediking is. Daarbij ontkomt men bijna nooit aan de poging God voor zijn eigen politieke karretje te spannen! Men vergeve mij deze in feite. oneerbiedige en dwaze zin!
"Politieke prediking" pretendeert immers echte prediking te zijn. Dat wil zeggen: verkondiging van Gods Evangelie en Wet. Prediking staat onder de geweldige ernst en klem van het: "zo spreekt te HEERE". En "politieke prediking" is dan het bekend maken van Gods wil, Gods oordeel over een politieke partij, een politiek streven en handelen, een politieke situatie.
Een duidelijk en beangstigend voorbeeld van "politieke prediking" hoorde ik onlangs.
Volgens mijn zegsman had een predikant ergens in een preek geponeerd dat wie nu nog op de "confessionele" partij stemde. Christus verloochende! Een "politieke prediking" is het ook als men daarin verzekert dat het Gods wil is dat men in de kwestie-Vietnam vóór "Hanoi" en tegen "Saigon" moet kiezen of - omgekeerd - vóór "Saigon" en tegen "Hanoi"!
Inderdaad, zulk een prediking is riskant.
Want, om dat alleen maar te noemen: het is een keihard feit dat men om een politieke situatie te kunnen en mogen beoordelen men die dóór en dóór moet kennen.
En dat is tegenwoordig niet eenvoudig.
Ten gevolge van de thans opnieuw "in volle bloei" staande geheime diplomatie is dat momenteel zelfs onmogelijk. Weet men precies welke de activiteiten en plannen van de Vietcong, het Hanoi-regime en "Saigon"
zijn? Kent men precies de rol, de doeleinden van Rusland en China in deze? Is men op de hoogte van de achtergronden van de Amerikaanse politiek? Waarom protesteerden Rusland, China, India, Indonesië niet tegen de bombardementen van de Amerikanen?
Mevr. Klompe onthield zich van een oordeel over de gehele Vietnam-problematiek.
Zij protesteerde alleen tegen de laatste bombardementen op Hanoi en Haiphong. Maar màg, kàn men zo'n enkel aspect uit de gehele lugubere situatie uitlichten en die los van deze beoordelen? Bij het bombardement van het honderdduizenden inwoners tellende Hanoi kwamen volgens de officiële gegevens ruim 1600 burgers om. Bij de moordpartij in de stad Hue door de Vietcong 4800. Bij het bombardement van Dresden in de tweede wereldoorlog nog veel meer. Kan men zo'n gruwelijk gebeuren uitlichten uit de gehele worsteling tegen het Nazi-regime? En betekende de radikale afkeuring van zo'n afschuwelijk bombardement iets wezenlijks in de beoordeling van de noodzakelijke oorlog tegen het duivelse Hitler regime?
Maar zelfs als men alle feiten kent kan men dan nog met de zekerheid, die in de prediking vereist wordt, vaststellen voor welke partij ter weerszijde van de frontlijn Gód kiest?
Is er niet de mogelijkheid, misschien zelfs wel meestal, dat géén van de partijen mèt hun handelingen voor Gods oog kan bestaan?
Omdat ter weerszijde van de frontlinie goddeloosheid heerst. Omdat van alle partijen geldt: er is niemand die rechtvaardig is; allen zijn zij afgedwaald; niemandis er die het goede doet; geen van allen kennen zij de weg des vredes; niemand staat de vreze Gods voor ogen?
Met het in rekening brengen van déze mogelijkheden is het wel uiterst riskant in de prediking voor één van de partijen te kiezen.
Ik wil nu nog één voorbeeld geven ter illustratie van het riskante van de "politieke prediking".

• de Indonesische kwestie

Ik heb dit zeggend het oog op de bekende "Indonesische kwestie".
Die behoort nu tot het verleden.
Men kan er nu over spreken zonder dat de hevige emoties losbarsten die vroegere discussies daarover opriepen.
Toen deze kwestie het meest acuut was, zo'n twintig jaar geleden, kon men ten opzichte daarvan duidelijk tweeërlei "absolutistisch"
standpunt onderscheiden.
Aan de éne kant stonden zij die, zonder enige reserve of aarzeling dachten en zeiden: "Sla die revolutie in Indonesië neer! Met alle mogelijke middelen! Nederlands Oost-Indië moet Nederlands blijven!"
Aan de andere kant stonden zij die met even grote beslistheid vóór de revolutie van Soekarno en de .zijnen kozen en Indonesië zonder meer onafhankelijkheid wilden verlenen.
Aan beide zijden hoorde men ook het: "God wil het!"
En aan beide zijden klonk dat natuurlijk ook in de prediking door.
Onlangs vertelde dr Buskes voor de televisie dat voor hem de politionele actie in Indonesië een dieptepunt in zijn leven was geweest.
Hij was er toen zelfs na aan toe als lid van de P.v.d.A. te bedanken omdat ook deze partij voor die aktie verantwoordelijk was.
Tussen deze scherp tegenover elkaar staande groeperingen stonden o.a. zij die er van overtuigd waren dat Indonesië ongetwijfeld onafhankelijk moest worden en dat er alleen een nauwe band tussen Nederland en Indonesië kon blijven als beide rijken dat wilden ..
Maar die zich tegelijk afvroegen of de weg die Soekarno bij de door hem ontketende revolutie.
insloeg de goede weg was. Of, sterker nog, die de overtuiging waren toegedaan dat deze weg een verkeerde, een vampzalige was.
Deze mensen kregen het benauwd met de vraag wat zij op een verantwoorde wijze in de prediking van Gods Woord over de "Indonesische kwestie" moesten zeggen - gesteld dat zij dat moésten doen!
Men weet hoe het met de verhouding Nederland-
Indonesië is gegaan.
Het slot was het drama-West-Irian met de karikaturale volksstemming over de aansluiting van dit halve eiland bij de republiek Indonesia! 1) Een tijd geleden nu las ik in Antirevolutionaire Staatkunde een verhaal over de Indonesische kwestie dat mij er weer opmerkzaam OP maakte hoe riskant het is over zulke zaken in een preek verantwoorde dingen te zeggen.
Ik vond dat in een artikel van R. Gosker, getiteld: "Vóór de Bocht." 2) Gosker heeft het daarin over de situatie waarin de "Gereformeerde Gezindte" verkeert.
Hij kijkt daarbij kritisch naar de rechter- èn naar de linker vleugel daarvan.
Naar zijn oordeel zijn er wat "rechts" betreft in die Gezindte geschillen en zelfs scheuringen opgetreden die niet verantwoord zijn. Hij acht voorts de tegenstelling tussen het accentuëren van het individu ten opzichte van de collectiviteit of, omgekeerd, van de collectiviteit individu, zoals die binnen het kader van die "Gezindte" wel gemaakt wordt, niet dreigend. Collectivisme of Individualisme?, zo verzekert hij, daarmee komen we wel klaar!
Neen, àls er een scheiding der geesten komen moet dan moet het gaan over de vraag of er de bereidheid is om te luisteren naar wat de bijbel ons te zeggen heeft. Daaraan, en daaraan alleen, heeft de Antirevolutionaire partij houvast.
Wanneer hij zich tot de linker vleugel van de partij richt- zegt hij: "Het is zaak te onderzoeken waarin het vurig pleidooi voor ontwapening en het overtrokken gepraat over rassendiscriminatie hun oorsprong vinden." Is daarbij sprake van een nieuw verstaan van de Bijbel. Of hebben we daarin te doen met dopers dualisme? Zal het gelukken om met onze handen een - of misschien zelfs het Koninkrijk der gerechtigheid op te bouwen?
Of blijft het "ten dele" van kracht?
En dan vervolgt Gosker zo: "Als er een scheiding der geesten komt zal het op dit front moeten zijn. Die scheiding der geesten gaat dan vermoedelijk niet door middel van nieuwe kerkscheuringen en zo. Maar het zal gaan door een gefluisterd woord: "Naar uw tenten, 0 Israël". Dan keert de teleurgestelde zich af en treedt ter zijde. Dan gaat de Gereformeerde Gezindte, beroofd van haar dagblad en haar universiteit de nachtschuit in."
We zouden er bij kunnen voegen: óók beroofd van haar partij, haar vakvereniging, haar scholen! Misschien gaat ze dan zelfs wel de katakomben in!
Zover is het nog niet, zegt Gosker.
Neen, maar er moet in deze zin wel een sterk accent gelegd worden op het woordje "nog". "Nog" niet! Wanneer - spoedig? wel?
In dit verband spreekt Gosker dan over de "Indonesische kwestie". En wel op deze manier: "Ook prof. dr J. Verkuyl zal toch wel eens moe worden van het hollen. Er zijn zoveel borden die hij sjouwen moet. En als hij op een rustig moment in zijn nog al onrustig leven nog eens nadenkt over de grievende bejegening die hij prof. Beel - en met deze allen die een vroegtijdige soevereiniteitsoverdracht bedenkelijk vonden heeft aangedaan, zal hij daar wel spijt over hebben. 3) Door zo te ijveren voor een snelle overdracht van de soevereiniteit als hij deed komt het bloed van enkele honderdduizenden communisten en de scherpe rassendiscriminatie tegen de Chinezen in Indonesië mee voor zijn verantwoordelijkheid. Het is nu eenmaal niet anders! Dan zal ook hij in dat smartelijk bewustzijn dat ons aller deel is, verstaan dat met een maximum aan kennis ook een klein beetje verantwoordelijkheid moet worden aanvaard. Immers herinner ik mij nog heel goed een conferentie, die plaats vond in het gebouw van de Tweede Kamer - tussen de leiding van de Antirevolutionaire Partij en de heren Verkuyl en Zuidema, beiden toen met kort verlof in Nederland, ter bespreking van de Indische kwestie. Aanwezig waren de heren Schouten, mr De Wilde, prof. Anema, dr Rutgers, dr Donner, dr Bruins Slot. Bij die gelegenheid heeft dr Verkuyl zijn mening niet onder stoelen of banken gestoken.
Hl] heeft nog al duidelijk laten zien wie Soekarno en de zijnen waren. Hij heeft onomwonden doen blijken dat we zo ongeveer met een stel gangsters te doen hadden, in zo sterke bewoordingen, dat daarbij vergeleken wat dr Bruins Slot toen in de krant schreef nog maar kinderspel was. Maar daarom ook heeft vrees voor de gevolgen van een te vroege soevereiniteitsoverdracht een zo grote rol gespeeld en zeker bij intern beraad...

Is er dan bij prof. Verkuyl nooit een moment van twijfel over de juistheid van Zijn standpunt toen hij met de consequenties daarvan werd geconfronteerd? Indien niet, wat een gelukkig mens moet hij dan wel zijn!
We worden niet uit onze werken gerechtvaardigd.
Wie zal oordelen? Zullen we ooit verder komen dan het motief van ons handelen?
Mag ik het dan opnemen voor dr Bruins Slot, die door het verhaal van prof. Verkuyl voor de televisie en in "Voorlopig" wel erg moet zijn getroffen? Mag ik het voor hem opnemen? En tegen prof. Verkuyl zeggen: de motieven van dr Beel en van dr Bruins Slot waren gaaf! Ook die van Schouten?
En wilt u daarvan afblijven! Wij allen handelen naar de mate van kennis en wijsheid die ons gegeven is. Of is dit teveel gevraagd in de onderlinge omgang?"

Tot zover Gosker.
Ik geloof dat ook zijn verhaal ons laat voelen hoe riskant het is over concrete politieke situaties, programma's activiteiten te spreken met de geweldige klem van het: "Zo wil God het".
Om het dan en zo ook op te nemen in de prediking van het Woord van God!



*) Zoals de lezers zien geeft drs Woldring in dit nummer een recensie van prof. Velema's boek.
De bedoeling van deze artikelen in Kerkelijk leven is het betoog van prof. V. in een breder kader te bezien. De kwestie waarom het daarbij gaat is van uitzonderlijke betekenis voor kerken volk!


1) Een zendeling vertelde mij eens dat het bij een "volksraadpleging" eens zo was toegegaan: een funktionaris hield voor een vergadering Papoea's in hun eigen taal een toespraak over de aansluiting van West-Irian bij Indonesië. De controlecommissie verstond daar niets van. De spreker beëindigde zijn speech met de vraag: "Wie wil er tabak?" Een enthousiaste reaktie volgde. De handen van allen gingen ten teken van instemming omhoog. Zo werd instemming betuigd met de "aansluiting". Velen, niet alleen in ons land, bleven met de vraag zitten waarom b.v. de UNO vóór de aansluiting van West-Irian met Indonesië pleitte en tegelijk voor het Australisch Oost-Irian onafhankelijkheid eiste.
2) Zie het nummer van april 1969, 39e jaargang no. 4.
3) Gosker zinspeelt hier op een televisie-uitzending waarin prof. Verkuyl zich zeer scherp uitliet over allerlei mensen, die bij de "soevereiniteitsoverdracht" een rol hadden gespeeld.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief