WIE IS VAN HOUT?

1973-02-23
  • Jaargang 17
  • nummer 8




He was a most peculiar man
That's what Miss Reardon said
and she should know
because she lived upstairs from him
he was a most peculiar man.

He lived alone within our house,
within our room, within himself, a most peculiar man.

He had no friends, he seldom spoke,
and no one in turn ever spoke to him
because he was not friendly and he did not care
he was not like them, o, no ...
he was a most peculiar man.

He died last saturday,
he turned on the gas he went asleep,
with the windows closed
so he never wake up to a silent world,
in his tiny room.

Mrs. Reardon said: he has a brother anywhere
Hell, the people said: what a shame that he is dead

De lezing vanmiddag (gehouden op L'ABRI mei 1972), zal daarover gaan: over deze hoogst eigenaardige mensen en de roeping van de gemeente ten opzichte van hen. Ik spreek hierover aan de hand van het boek van Jan Foudraine: "Wie is van hout?". Dit boek is een neerslag van Foudraine's jarenlange omgang met inderdaad dat soort zeer bij zondere mensen, die Paul Simon inspireerden tot de song waarmee ik de lezing begon:

Hij was een hoogst merkwaardig mens,
Dat zei mevrouw Jansen en zij kon het weten,
want zij woonde boven hem,
hij was inderdaad een zeer merkwaardig mens!

Hij leefde alleen, in ons huis, in onze kamer,
in zichzelf, een hoogst merkwaardig man,
hij had geen vrienden, en sprak bijna nooit,
en iedereen zweeg op zijn beurt tegen hem
want hij was niet vriendelijk en gaf nergens om,
hij was zo anders dan hen,
hij was een hoogst merkwaardig man ...

Hij stierf zaterdag vorige week,
hij draaide de gaskraan open
en hij sliep in met de ramen gesloten,
en keerde niet terug uit zijn slaap
naar die zwijgende wereld,
in die kleine kamer van hem.

Mevrouw Jansen zei: hij heeft nog ergens een broer.
Vervloekt, zeiden de mensen, wat jammer dat hij dood is
- maar was hij niet een hoogst merkwaardig mens ... ?

Ironisch schetst hier Paul Simon hoezeer deze man als anders wordt aangevoeld door de "gewone" mensen ... en hun gebrek aan aandacht en liefde .. Dat kan in ieder geval niet van Foudraine gezegd worden die in grote liefde jaren van zijn leven gegeven heeft om hen te helpen.
Wie zijn die "hen"?, die hoogst eigenaardige mensen? In de volksmond worden zij schizofrenen genoemd. Een woord dat letterlijk betekent: schizos - frenos "gebrokenen van hart". Het is een naam die letterlijk genomen heel toepasselijk is voor die groep van mensen in onze samenleving die zo konsekwent afwijkend en abnormaal zijn in hun gedrag dat zij soms als ongeneeslijk zieken worden beschouwd.
Maar nu is juist deze naam tot een etiket geworden, dat klinkt als een doodvonnis als het eenmaal door de psychiater is gehanteerd.
Foudraine vindt dat nu een verschrikkelijke wan-praktijk en hij waarschuwt tegen deze "mythe van geestes-ziekten". Daarvoor schreef hij zijn boek "Wie is van hout?".
Kan je een geestes-ziekte oplopen, op dezelfde wijze zoals je griep kan krijgen - of kanker? Dat wil zeggen door fysieke lichamelijke chemische redenen? Die vraag op zichzelf genomen wordt door Foudraine negatief beantwoord. Over de discussie die hij daarmee ontketend heeft met andere vak-psychiaters, kan ik, als "leek", niet oordelen. Toch komt Foudraine met analyses die op mij grote indruk maakten en die ik hieronder laat volgen.
Daarvoor toch eerst nog even terug naar die vraag: wat is schizofrenie?
R. D. Laing, een Engelse psychiater zegt daarover in zijn boekje "Politics of Experience", blz. 86: "Van zijn geheimzinnigheid ontdaan is dit tenslotte duidelijk dat sommige mensen ertoe gekomen zijn om zichzelf te gedragen en zichzelf te beleven op een manier die voor de meeste mensen vreemd en onbegrijpelijk is. Als dit (afwijkend) gedrag en als deze (afwijkende) ervaring in een aantal globale categorieën is onder te brengen komen zij ervoor in aanmerking om te vanen onder de diagnose: Schizofrenie. Naar huidige berekening vallen een op de honderd kinderen die geboren worden op één of andere leeftijd voor hun 45e jaar onder die categorie en in Engeland alleen al zijn er vandaag 60.000 mensen die schizofreen heten".
Hij doet verder de onthulling dat een kind dat vandaag geboren wordt in Engeland tien maal meer kans heeft eens in een psychiatrische inrichting toegelaten te worden dan tot een universiteit.
Psychiatrische inrichtingen in Engeland worden dus tien maal meer , bezocht dan universiteiten. Natuurlijk geldt niet voor allen, die een psychiatrische inrichting bezoeken dat zij schizofreen genoemd worden, dat geldt alleen voor hen wiens afwijkend gedrag valt in bepaalde globale categorieën: een tamelijk vage omschrijving!
Foudraine noemt een paar voorbeelden: een jongen die niet en nooit meer praat, een ander die aan een stuk door ,liederen zingt, een derde die onberekenbaar agressief is etc. .
Waar het ons vanmiddag niet om gaat is, te spreken over die brede groep mensen die door een lichamelijke afwijking geestelijk gestoord zijn, na ziekten, van geboorte af of na een ongeluk, daar is duidelijk sprake van geestesziekten.
Nee, het gaat over de brede categorie andere mensen, waar velen voor een tijd bij behoren of moeten wij zeggen: waar wij allemaal wel eens een tik van mee hebben. Het gaat om die categorie medemensen, die een vasthoudend afwijkend gedrag hebben, dat ook henzelf bevreemdt en doet lijden.
Foudraine zegt in zijn eerste hoofdstuk: ik ben tot de conclusie gekomen dat wij deze mensen als psychiaters van etiketten hebben voorzien: 'neurotisch', 'psychotisch', 'schizofreen', 'psychopatisch', 'manisch-depressief', etc., uit verlegenheid, omdat het onverklaarbaar leek en omdat de gangbare mening van de psychiatrie sinds de vorige eeuw deze was, dat dit afwijkend gedrag moest worden verklaard en gezien als een ziekte, een ziekte van de geest. Hijzelf vertelt over een gesprek met de directeur van de inrichting waarin hij begon te werken en die zei: "Een radiotoestel heeft talloze draden. Gaat er een kapot, dan komen er van die rare geluiden uit het toestel. Welnu, een mens heeft miljoenen hersencellen. Gaan er een paar kapot, dan komen er ook uit mensen rare geluiden. Dat is schizofrenie. Ik denk dat het in de hersenen zit, misschien in de hormonen. Hoe dan ook, we zullen dit proces vinden, wellicht de biochemische oorzaak van deze "ziekte" en tot zolang moeten we de "lijders" aan deze "ziekte" 'n zo humaan mogelijk onderkomen bieden". Vandaar de eigenaardige afwachtende stemming die in vele klinieken heerst; een wachten op het ogenblik waarop biochemici, neurofysiologen, pathologen en endechrinologen uiteindelijk het 'ziekte-proces' zouden aantonen. Foudraine rekent op grond van zijn eigen ervaringen radicaal af met deze gedachte van ziekte als oorzaak van dit konsekwent afwijkend gedrag. Hij meent dat dit idee van geestesziekte geboren is in 'n tijd waarin men deterministisch dachten meende dat al het geestelijke, lichamelijke oorzaken moest hebben. Kraepelin, is de vader van dit soort psychiatrie - kenmerkend is: een fenomenologische houding. Die houding, is min of meer patriarchaal, onderzoekend en bekijkend. Het is een houding van uitvragen en opschrijven. Niet alleen Kraepelin, maar ook anderen tot vandaag toe: Jaspers. Rumke (in Ned.), hebben zo bekeken en ellenlange beschrijvingen gegeven over de wereld van de psychotische mens. Men heeft over deze 'statische fenomenologie' merkwaardig hoog opgegeven. Men zwelgt soms in bewondering, niet over wat een mens te zeggen heeft over zijn innerlijke leed, maar over de literaire begaafdheid van de psychiaters, die, observerend, zogenaamd 'invoelend' (maar veilig, niet menselijk geëngageerd), wel allemaal over hun cliënten te zeggen en te beschrijven hebben". Ludwig Binswanger schreef een groot werk, waarin hij het "zijn" en leven van zijn patiënten doorlichtte. Alleen deed hij het van achter zijn bureau en "Ellen West" één van hen pleegde zelfmoord. 1)
Juist tegen deze houding nu keert Zich Foundraine. Zijn ervaring is dat openheid en menselijkheid ons op een goed moment kontakt geven, en dat dan na uren, maanden, misschien jaren van praten de verwarde draden van de menselijke geest zich één voor één kunnen gaan ontwarren.
Hij vertelt van zijn kontakt met Walter, een jongen die opgenomen werd vanwege een bizarre zelfmoordpoging; hij sprak alleen nog in symbool-taal en at zijn eigen uitwerpselen op. Als Foudraine hem probeert in zijn eigen symbool-taal te begrijpen komt hij langzaam aan verder. Walter is een jongen die zodanig beschermd werd door zijn moeder - in zijn jeugd die hij doorbracht in een oorlogsituatie in Indië - die ook zó door zijn moeder aan zich gebonden werd, dat hij nooit leerde om in kontakt te treden met de buitenwereld en nooit geholpen werd te ontdekken wie hij zelf was!
Bij een andere man, nl. Jaap en een vrouw, nl. Claire, ontdekt Foudraine dat er allerlei redenen kunnen zijn voor het wegvluchten in de binnenwereld en ontvluchten van de buitenwereld, wat zo kenmerkend is voor wat men noemt schizofrenie. Dat zij zo zwak in de wereld staan en zichzelf zo onbeduidend voelen, kan komen doordat ouders of omgeving hen wegduwen in een minderwaardige plaats, zoals bij Jaap, of doordat ouders hun kinderen al in een heel vroeg stadium nodig hebben om hun eigen problemen op te lossen.
De band met vader of moeder, het als een pion heen en weer geschoven worden op het veld vol conflicten thuis, laat geen enkele ruimte over voor de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid. Zij voelen zich sociaal-cultureel incompetent, voortdurend falende redders, en offeren zo, onbewust, vaak hun eigen individualiteit ten koste van het welzijn van hun ouders, zij gaan leiden aan wat hij noemt: ik-zwakte, die hen doet vluchten in passiviteit, of overgave aan een fantasieactiviteit, die zo de weg baant naar waan-oplossingen, als het leven op hen afkomt met al zijn opgaven.
De weg, die de omgang met deze mensen Foudraine wees, wijst in een andere richting dan in de klassieke psychiatrie. Het is geen ziekte met een lichamelijk vrees, het is een diepe gebrokenheid van geest, die het gevolg is van moeilijke, intermenselijke verhoudingen!
Hij citeert hier Fromm-Reichmenn die zegt: wij kunnen als zgn. gezonden heel veel leren van die zogenaamde schizofrenen: juist mensen die zich zo teruggetrokken hebben uit ieder menselijk kontakt zijn ook verfrissend afkerig van de compromissen en de schijnheilige aanpassingen die de zogenaamde "gezonde" zich door onze cultuur laat opdringen.
Wij zouden met respect kunnen luisteren naar de mens die zich niet conformeert (en daarvoor de prijs moet betalen) en wij die in onze "right mind' 1) menen te zijn zouden wel eens de grond van ons bestaan, onze diepste gevoelens kunnen herontdekken in de directe confrontatie met de "geestesgestoorde", die uit -zijn- zinnen is getreden.
Het is echter alléén mogelijk van hen te leren, als geestelijk zieke en geestelijk gezonde mensen niet langer worden beschouwd als twee wezenlijk verschillende groepen, maar als één groep die onderling slechts door graduele verschillen onderscheiden zijn.
Fundamenteel blijft het inzicht dat zgn. schizofreen gedrag voor het grootste deel afweer is van overweldigende angst, ontstaan in de intermenselijke relatie.
Angst die voortkomt uit een zeer traumatiserende jeugdsituatie en later vooral naar voren komt bij de pogingen tot het bereiken van "volwassenheid".
Kortom, dit voortdurend afwijkend gedrag is het gevolg van een breuk in de intermenselijke verhoudingen.
Van hieruit komt Foudraine tot de conclusie, waarmee hij begint en dat is: Ik kwam in verzet tegen het plakken van etiketten op mensen met moeilijkheden en zag in dat die etiketten niets te maken hebben met een mysterieuze ziekte en evenmin met iets erfelijks!
Stel u een collegezaal voor waar een in witte jas gestoken professor een patiënt "demonstreert". De professor praat over het hoofd van de patiënt heen tot de studenten en legt hun uit welk "ziektebeeld" de patiënt vertoont. Hij beschrijft het gedrag en de belevingswereld van de patiënt in geuren en kleuren.
Dan roept de patiënt plotseling uit: "Lk ben van hout, ik ben van hout!" De professor kan nu in enthousiasme ontsteken en aan de studenten uitleggen dat deze uitdrukking eveneens zeer typisch is voor het ziektebeeld (b.v. de "schizofrenie"). Men kan zich inderdaad in een dergelijke situatie afvragen: "Wie is hier nu eigenlijk van hout, de professor of de patiënt? (wordt vervolgd) a.w., blz. 107.

1) a.w., blz. 107
2) Vertaling: Met ons gezond verstand.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief