"Christelijke politiek"
1973-03-02
Het zou niet vreemd zijn als er lezers waren die zich afvragen waarom uitgerekend in de rubriek "kerkelijk leven" over de politiek wordt geschreven.- Jaargang 17
- nummer 9
Tot hen zou ik twee dingen willen zeggen.
In de eerste plaats dit, dat het geestelijke leven van een volk de meest concrete uitdrukking ontvangt in de politieke opvattingen en daden daarvan. Je zou, met een variant op een bekende uitdrukking, kunnen zeggen: "Zeg mij welke politieke ideeën, idealen en praktijken in een volk leven en ik zal u zeggen wat voor volk dat is."
En het tweede is het volgende: In mijn studententijd waren er heel veel studenten die zich niet met de politiek wilden bemoeien.
Ze vonden die een "vuile zaak". Er was toen in het algemeen weinig belangstelling voor de politiek onder de studenten.
In die dagen hield oud-minister Heemskerk op een studentenconferentie een referaat over christelijke politiek. In de discussie die op dat referaat volgde zei één van de studenten nog al fel: "Ik bemoei me niet met de politiek!" De geestige Heemskerk reageerde op deze opmerking onmiddellijk met de woorden: "Dan hoop ik voor u dat de politiek zich ook niet met u bemoeit!"
Dit woord heb ik nooit vergeten.
En de diepe betekenis daarvan hebben we in later jaren allemaal maar al te pijnlijk ervaren!
Want het was "politiek" toen de kommunisten door een zee van bloed heen de Unie van Sovietrepublieken in het leven riepen waarin de mensen in de greep van een totalitaire staat tot staatsslaven werden "omgeturnd" en daardoor hun geestelijke vrijheid, hun ware mens-zijn werd kapot gemaakt.
Het was "politiek" toen Rusland een verbond met Nazi-Duitsland sloot waarna het een reeks volken tot slavernij bracht. Het was "politiek" toen het een vrijheidsbeweging in Hongarije neersloeg en Tsjechoslowakije tot een kolonie degradeerde.
Het was ook "politiek" die Hitler aan de absolute macht over Duitsland hielp, een afgrijselijke wereldoorlog ontketende, miljoenen joden de dood injoeg en ons volk vijf donkere jaren van bezetting-met-massamoorden deed beleven.
Het is ook weer "politiek" dat in ons land de democratie door en door verziekt is; een minderheid (de "progressieven") de greep naar de macht doet; men een onheilspellende inflatie ongehinderd laat voortkankeren; de polarisatie opjaagt en ons allen voortdrijft op de weg naar de anarchie die, naar innerlijke noodzakelijkheid, leidt tot de dictatuur van "een sterke man" of "het proletariaat".
Wie van dit alles ook maar een klein beetje besef heeft begrijpt dat "de politiek" zich op een ongelofelijk indringende manier met ons allen bemoeit. En dat het daarom voor iedereen ook ongelofelijk "stom en zondig" is zich er niet mee te bemoeien.
En, dit vooral vergete men niet, "de politiek" bemoeit zich altijd ook, en meestal op een verwoestende wijze, met de kerk.
Het is met de politieke activiteit van de positieve christenen in. ons land merkwaardig gesteld.
Voor ongeveer een eeuw "deden ze er niet aan".
Wanneer je je in de christelijke litteratuur uit die dagen verdiept, merk je tot je grote verbazing dat je daarin nagenoeg nooit een zinspeling op ingrijpende politieke gebeurtenissen aantreft.
In het midden van de vorige eeuw publiceerde b.v. de grote Nicolaas Beets, toen reeds een nationale figuur, periodiek prekenbundels, de "Stichtelijke Uren". Maar in die uit 1848 merk je er b.v. niets van dat heel Europa, ook ons land, dreunde van revolutionair gerucht en geweld!
De enige grote figuur onder de christenen die dan - en hevig! - politiek geëngageerd is, is Groen van Prinsterer. Maar dat werd hem door zijn "ethisch-irenische" vrienden, speciaal door de dominees onder hen, hoogst kwalijk genomen! Met innerlijke weerzin tegen Groens optreden werkten ze hem in zijn heldhaftige strijd tegen de alles verwoestende Revolutie permanent tegen. Als een sombere fuga klinkt in al Groens werken en brieven de klacht door over de onverschilligheid van zijn vooraanstaande medechristenen, speciaal van de predikanten, voor de hogere volksbelangen. Ze leden allen aan de ziekte van de "politicophobie", de vrees, de afkeer van de politiek.
Groen verklaarde op hoge leeftijd dat zijn politieke activiteit uit een lange reeks mislukkingen had bestaan die op de beslissende momenten daarvan door zijn "christelijke vrienden" waren veroorzaakt! 1) Ongetwijfeld had Groen van Prinsterer duizenden en duizenden trouwe geestverwanten.
Maar die waren ten gevolge van het, door de zeer weinig liberale "liberalen" ingevoerde, uiterst beperkte kiesrecht politiek machteloos. Zij vormden "het volk achter de kiezers". Met hen wist Groen zich verbonden.
En hun stem wilde hij bij zijn optreden in de Staten-Generaal doen horen.
Maar - en dat was de tragiek van zijn leven - Groen kon deze mensen met zijn geschriften niet bereiken. Ze waren veel te moeilijk voor hen. Hij klaagde er meermalen over dat hij de gaven van het populaire schrijven niet bezat.
Dit alles werd radikaal anders toen dr Kuyper optrad!
Hij was een man uit het volk, hij kende het bovendien uit eigen pastorale ervaring door en door, en meer dan iemand anders bezat hij de gave het hart van de mensen te raken.
Wat Kuyper in politiek opzicht deed was vóór alles tweeërlei.
In de eerste plaats wist hij de grote massa eenvoudige vromen, die tientallen jaren buiten het culturele en speciaal ook het politieke leven van ons volk hadden geleefd, ervan te doordringen dat christen-zijn, écht christen-zijn inhoudt dat men in alle verbanden en in alle situaties de HEERE mag - en ook moet! - dienen. Anders gezegd: hij brandde het in hun zielen dat er in het mensenleven geen enkel "neutraal terrein" bestaat, dat er "geen duimbreed" in het mensenleven is, waarvan Christus, die aller souverein is, niet zegt "het is mijn".
En in de tweede plaats ondernam hij het grootse en moeilijke werk om de christenen van zijn dagen te laten zien wat het dienen van God in de concrete politieke situatie van zijn dagen betekende.
Om het met een moderne term te zeggen: hij verstond de hoge kunst om het Woord van God, het Evangelie van Jezus Christus, -te "vertalen" met het oog op de politieke worsteling van zijn tijd. 2) En toen is er zo iets als een wonder gebeurt.
In 1871 brak Groen met alle halfheid, met alle compromissen in de politiek.
Hij maakte radikale ernst met zijn adagium: "in ons isolement, d.w.z. in onze zelfstandigheid, in onze beginselvastheid, ligt onze kracht." 3) Er waren toen maar drie mannen die hij als antirevolutionaire kandidaat-kamerleden wilde aanbevelen! En het resultaat was dat geen van drieën werd gekozen!
Maar vooral door de geniale arbeid van Kuyper is het toen geschied dat zeventien jaar later, in 1888, het eerste christelijke ministerie kon optreden met, nota bene, een antirevolutionair als minister-president!
Sociologen spreken er tegenwoordig van dat het door Kuypers arbeid gekomen is tot de "emancipatie van het gereformeerde volksdeel".
Maar daarmee raken ze de kern van de zaak absoluut niet!
Wat gebeurde was niet anders dan dit éne, dat het gereformeerde volk was gaan inzien dat christenen van God ook een politieke roeping ontvangen.
Het ging hun niet om macht of er of geld of emancipatie, maar om "de vreze des HEEREN" - ook in de politiek!
Wanneer men nu vraagt welke naar Schriftuurlijke opvatting de beheersende motieven in de politieke worsteling zijn dan moet op drie realiteiten worden gewezen.
In de eerste plaats deze, dat authentieke christelijke politiek moet gedragen doorgloeid worden van het rotsvaste geloof dat God de Souverein is van al het geschapene, van heel de kosmos. Dat betekent dat de wereld door zijn scheppingsdaad in het aanzijn is geroepen; dat die nu in de meest absolute zin van het woord zijn eigendom is; dat die door zijn almachtige kracht van seconde tot seconde in stand wordt gehouden en dat zij door Hem souverein geleid wordt naar het door Hem daarvoor gestelde doel.
Dat wil zeggen: wij leven in een wereld die van God is.
Als we door de dingen, de gebeurtenissen de ontwikkelingen van en in onze wereld konden heen zien zouden we daarin overal en altijd Gods hand ontdekken.
Het tweede is dat deze wereld, de totale mensenwereld, van God is afgevallen, tegen Hem in opstand leeft en van God de actieve en agressieve vijand is!
Jezus Christus heeft het ons op de ziel gebonden dat uit het hart van de natuurlijke mens, van de mens zoals hij geboren wordt, voortkomen: "boze gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht kwaadaardigheid, .bedrog, losbandigheid, afgunst, godslastering, trots, lichtzinnigheid. Al die dingen komen uit het binnenste en bezoedelen de mens." (Marc. 7 : 21-23) Al het "goede" dat nog in de gevallen mensenwereld gevonden wordt - en dat wordt er gelukkig vaak in gevonden - staat onder het voorteken, in de omklemming van deze fundamentele afval van en vijandschap tegen God! Daarom valt "deze wereld" uiteindelijk nooit méé, maar altijd gruwelijk tégen! De gehele mensheidsgeschiedenis laat ons dat op huiveringwekkende wijze zien.
Deze gesteldheid van de wereld is er voorts oorzaak van dat we vóór het einde van deze wereld niets méér mogen verwachten dan het minst slechte samenleven, de minst slechte maatschappij. Iedere hogere verwachting ten opzichte van "deze wereld" is een demonische, een dodelijk gevaarlijke een giftige illusie. "
Men bedenke hierbij dat zelfs de allerheiligsten" het in deze bedeling nooit eerder brengen dan een "beginsel" van de door God gevraagde gehoorzaamheid!
De derde realiteit die allesbeheersend is voor authentiek christelijke politiek is het feit dat het enige waarachtige heil, de enige waarachtige vrijheid, de enige waarachtige vrede - "sjaloom" - uitsluitend verkregen wordt door het geloof in het verzoenende lijden, sterven en opstaan uit de doden van Jezus Christus. En dat aan Hèm, "de middelaar Gods en der mensen de mens Jezus Christus" nu "alle macht" - alle bevoegdheid, volmacht. mandaat - geschonken is in hemel en op aarde.
Dat wil zeggen dat onze verheerlijkte "broeder" Jezus Christus "baas" is van deze wereld. "Baas" over Rusland en Amerika, over Vietnam en de derde wereld, en dat Hij alles wat daarin gebeurt opdrijft naar die dag waarop Rij een radikaal en totaal verloste, gereinigde, voleinde wereld overgeven zal aan zijn Vader opdat Deze alles zal zijn en in allen.
Alleen waar deze realiteiten waarachtig worden geloofd en heel het leven stempelen, doorgloeien en beheersen kan van christelijke politiek sprake zijn.
Als dat niet het geval is, is, "christelijke politiek" huichelarij, bedrog, een weerzinwekkende caricatuur ten opzichte waarvan allen "die buiten zijn" mogen en kunnen, ja, moeten zeggen: "Jezus ken ik, wie Paulus is weet ik ook - maar gij, wie zijt gij?" (Hand. 19 : 15).
1) Groen schreef toen "De geschiedenis van mijn eigen leven en van de richting waarvan ik leader geweest ben, kan beknoptelijk in twee zinsneden worden samengevat.
Mijn vrienden hebben mij, ten langen leste, uit het veld geslagen.
Een richting die haar leader verloochent, verliest veel van haar kracht" (Ned. Ged. II, 348).
2) Kuyper heeft zich daarbij ook vaak - hoe kan dat ook anders? - vergist. De A.R.P. heeft al een heel kerkhof van afgedankte beginselen.
3) Die zinspreuk van Groen van Prinsterer werd en wordt altijd weer misverstaan. Fabius spreekt ergens over "het ellendige gesel" met Groens isolementsleus. Een gesol dat hierin bestaat dat men deze grote staatsman toedicht levenslang de "onzin te hebben verkondigd "waarover reeds de baardeloze jongeling lacht", namelijk dat "eigenlijke kracht schuilt in het alleen-staan, liefst geheel alleen". En dan wijst Fabius er op dat Groen juist "zijn armen tot samenwerking heeft uitgebreid naar alle kant."
Groen van Prinsterer verklaart deze zinspreuk ergens nog zo: "Zelfstandigheid die, het heterogene afstotend, al wat homogeen is aantrekt; die zelf onwrikbaar, ter aansluiting bereidvaardig de hand reikt" (Ned. Ged. VI, 9).