"Kindercommunie"

1973-03-09
  • Jaargang 17
  • nummer 10
Er is in de laatste paar jaar enorm veel geschreven over de z.g. "kindercommunie", d.w.z. over de vraag of kinderen aan het Heilig Avondmaal mogen deelnemen.
In verband met deze vraag zou ik de volgende opmerkingen willen maken in de hoop dat men die welwillend zal overdenken.
1. Het is onjuist te beweren dat het Heilig Avondmaal de voortzetting is van het Israëlitische Paasfeest. Om meer dan één reden.
Onder andere hierom: het Paasfeest werd in de kring van het gezin gevierd en was onlosmakelijk verbonden met een offer. Het H. Avondmaal moet in de samenkomst van de gemeente gevierd worden. Het is ook altijd dáár gevierd, En het is de "toeëigening" van !het offer dat Jezus Christus voor ons bracht.
Het Avondmaal is de vervulling van dat Paasfeest.
2. Bij de doop is de dopeling volstrekt passief. Als een kind gedoopt wordt is dat zonder meer duidelijk Maar ook de volwassen dopeling is passief. Hem kan wel allerlei gevraagd worden, maar dat gebeurt. vóór de doop. En ook moet hij bereid zijn zich te laten dopen. Maar ten slotte wordt hij gedoopt.
In de eigenlijke doophandeling is hij volstrekt passief. Bij het Avondmaal zijn wij actief. Wij vieren het Avondmaal, wij nemen het brood en de beker. Deze gelovige activiteit is een wezenlijk element in de Avondmaalsviering.
3. Bij de instelling van het Heilig Avondmaal zei onze Heiland: "doet dat tot mijn gedachtenis". Dat wil zeggen dat tot de goede viering van het Avondmaal behoort dat wij onze Heiland kennen en door het geloof verstaan de betekenis van zijn lijden en sterven.
Wij moeten in het bijzonder verstaan wat het zeggen wil dat het brood zijn lichaam is en zijn bloed het bloed van het Nieuwe Testament. De Roomsen hebben de leer ingevoerd dat het brood en de wijn "ex opere operato" werkt, dat wil zeggen "krachtens de handeling die voltrokken wordt". Er hoeft geen kennis of geloof aan te pas te komen om de genade van het sacrament te ontvangen.
Maar dat is een fundamentele miskenning van het Avondmaal.
4. Tot de gelovige viering van het Avondmaal behoort ook het belijden. Het Avondmaal is ook - niet alleen, niet in de eerste plaats maar toch ook - belijdenis akte. Daarover mag bij mensen die naar Gods Woord willen luisteren geen twijfel bestaan. Als wij Avondmaal vieren, in en met ons Avondmaal vieren, moeten wij - beter gezegd: mogen wij! - de dood des Heren verkondigen. Dat verkondigen is ook een wezenlijk deel van de Avondmaalsviering. Die is niet, die mag niet zijn, een traditionele, een mechanische, een automatische, een sleurhandeling. In de oude kerk werd de Avondmaalganger toegeroepen: sursum cordal - de harten omhoog!
En het antwoord van de gemeente was: Wij hebben ze bij de Heer!
5. Tot de gelovige Avondmaalsviering behoort ook de zelfbeproeving. Wij mogen niet met onbeleden zonden bij des Heren Avondmaal komen. Wij moeten gelovend in Gods genade in Christus gaan aanzitten aan de dis des Heren. Wij moeten met een ernstig voornemen om in de wegen des Heren te wandelen het brood en de beker ontvangen.
Daarom kan zonder zelfbeproeving het Avondmaal niet "heilig" worden gevierd.
Dit alles behoort tot de goede, Gode welgevallige Avondmaalsviering.
De vraag wanneer, op welke leeftijd dit kan geschieden is een secundaire vraag.
Maar van het bovenstaande, ons duidelijk in Gods Woord aangewezene, mag niets worden afgedaan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief