Amerika en Europa: Tweespalt of eendracht? (2)

1973-03-16
  • Jaargang 17
  • nummer 11
In het artikel van vorige week was te lezen dat Amerika zijn internationale verplichtingen grondig zou herzien. In 1961 verklaarde Kennedy nog dat Amerika "iedere last zou dragen en iedere vriend zou helpen bij het behoud van de vrijheid." Nu ziet men dit als een laatste opbloei van de extreme internationalistische politiek sinds 1948. Onze belangen moeten voortaan onze verplichtingen gaan bepalen, vond Nixon, en niet andersom.

We waren het vorige artikel geëindigd met de Amerikaanse troepen in Europa. Niet alleen Amerika, ook Rusland heeft een grote troepenmacht gestationeerd in dit gebied.
Men denke slechts aan de Russische legers in Oost-Duitsland en Tsjecho-Slowakije. Dit is evenzo een zware last voor de Russische ekonomie. Daarnaast moeten we niet vergeten dat de Sovjet-Unie nog steeds een hevig konflikt kent met China. Wat minder troebelen en wat meer rust in het territoriale raakvlak van Oost en West is daarom een belangrijk Russisch doel. In dit licht moeten we mede de bekende verdragen van de diverse Oosteuropese landen met West-Duitsland zien. Men bedenke hierbij eveneens dat Amerika en Rusland het op het ogenblik uitstekend met elkaar kunnen vinden. Uit Moskou kwamen slechts flauwe protesten tegen de kortstondige maar uiterst krachtige bombardementen op Noord-Vietnam. Deze doorbraak in de betrekkingen tussen beide landen dateert zo ongeveer vanaf de overeenkomst ter beperking van strategische wapenen. Nixon's bezoek aan partij sekretaris Breznjef versterkte deze band nog. Kortom: de verwachting lijkt gewettigd dat - hoe uiterst ingewikkeld en moeilijk de onderhandelingen ook zijn zullen - beide grootmachten in de nabije toekomst een deel van hun troepen naar eigen huis zullen halen.
Dit betekent voor West-Europa dat, nu Amerika steeds meer veiligheidstaken gaat afstoten, wij zelf een deel hiervan op ons moeten gaan nemen. Niemand kan en kon trouwens redelijkerwijs verwachten dat Amerika ten eeuwigen dage een dergelijke omvangrijke bijdrage aan onze veiligheid zou blijven leveren. Te meer niet nu Amerika in ekonomisch opzicht met grote moeilijkheden kampt. Daarom is de huidige situatie een goede gelegenheid tot een grondige bezinning over de Westeuropese veiligheid. Zal Europa inderdaad bereid zijn meer verantwoordelijkheden op zich te nemen dan het nu wenst te dragen? Wat zullen hiervan de gevolgen zijn?
Amerika heeft steeds gepleit voor een verenigd Europa, dat minder van zijn bondgenoot afhankelijk behoefde te zijn. Betekent dit ook aanmoediging van een Europese kernmacht?
Zo zijn er heel wat problemen en de antwoorden hierop lijken nog niet in zicht te komen. Een grotere bijdrage in de defensiekosten is, om een .enkel voorbeeld te noemen, in vele NAVO-landen een onhaalbare kaart.

• De Europese Gemeenschap

Naast de veiligheidsrelatie, willen we ook even stil staan bij de ekonomische betrekkingen.
Amerika beleeft in dit opzicht moeilijke tijden. Het Vietnamese avontuur kostte al meer dan driehonderd miljard gulden. Deze steun werd niet goed gemaakt door extra verdiensten uit handel en industrie. De betalingsbalans staat al jarenlang op rood. De waarde van de eens zo onaantastbare dollar duikelde tientallen centen omlaag. Werkloosheid en inflatie waarden rond door de Verenigde Staten. Amerika staat er dan ook op dat het tekort op de handelsbalans drastische verminderd wordt. Het heeft daartoe onder andere aangedrongen op een revaluatie, een duurder worden van andere munten, opdat de eigen konkurrentiemogelijkheden zouden verbeteren.
In dit verband dient men de uiterst kritische houding van Amerika ten opzichte van de Europese Ekonomische Gemeenschap te zien. De lidstaten van de E.E.G. kennen elkaar namelijk handelsvoordelen toe, die nietlidstaten ontzegd wordt. Welnu, met de toetreding.
van Engeland, Ierland en Denemarken is de reikwijdte van deze organisatie nog weer toegenomen. Daarnaast is met een groot aantal landen rondom de Middellandse Zee een aantal voordelige handelsakkoorden afgesloten.
Het gevolg van dit alles is dat hierdoor de vraag naar Amerikaanse produkten in deze landen afneemt, precies op een moment dat Amerika deze ekonomische aktiviteiten niet kan missen vanwege de grote financiële moeilijkheden in eigen huis.
Bedenken we bij dit alles nog de versterkte anti-Amerikaanse stemming in Europa van de laatste maanden, dan wordt het duidelijk dat de verhouding tussen deze twee in alle opzichten aan smeulend vuur doet denken.
Dr Mansholt, de oud-voorzitter van de Europese Commissie heeft over bovengenoemde problemen enkele zinnige dingen gezegd.
Hij erkent dat "wij als Europa nog maar drommels weinig doen om Amerika bij te staan". Er wordt vaak op Vietnam gescholden, zo zegt hij, maar er is in Europa nog maar nergens het begin van een gemeenschappelijk buitenlands beleid. Ook dient meer begrip gekweekt te worden voor elkaars problemen. Er heersen nog velerlei misverstanden omtrent elkaars vraagstukken.
die door een duidelijker en betere informatie vermeden had kunnen worden. Tenslotte zegt hij in dit verband nog enkele rake opmerkingen aan het adres van Europa. Het moet haast maken om zich tot een politieke gemeenschap te ontwikkelen. Heeft Europa ooit politieke kracht opgebracht ten aanzien van internationale konflikten? Wat heeft Europa anders gedaan "dan leuteren" met betrekking tot het konflikt in het Midden Oosten? Zo dienen Europa en de Verenigde Staten samen hun gemeenschappelijke verantwoordelijkheden te verstaan!

• Betere verstandhouding

We zijn wat afgedwaald van onze oorspronkelijke opzet. Genoeg van Europa! We eindigen daar waar we begonnen: Amerika.
De belangen gaan voortaan de verplichtingen bepalen en niet andersom, schreven we eerder.
Onderhandelingsbereidheid - denk aan Nixon's bezoeken aan Moskou en Peking en deelgenootschap zijn de nieuw sleutelwoorden.
Deze herwaardering van de Amerikaanse buitenlandse politiek is ons inziens alleszins reëel. Kan men ervoor in Europa begrip opbrengen? De verstandhouding tussen beide deelgenoten is op het ogenblik slechter dan ooit. Het Vietnam-beleid was niet alleen zeer ongelukkig, maar vooral ook de finale hiervan beslist verwerpelijk. De laatste loodjes hebben voor een groot deel van dit volk uitermate zwaar gewogen. De stijl van Nixon's binnenlands beleid spreekt alevenmin erg aan. Maar laten we ons op deze dingen niet blind staren. De verhouding met Amerika moet niet alleen afhangen van een ons al dan niet welgezinde president, evenmin van een al dan niet geslaagd onderdeel - hoe belangrijk ook - van de buitenlandse politiek. In kritiek hoeft men elkaar beslist niet te sparen. Het zou echter onjuist zijn als deze slechts weg gelegd was voor Rusland of China. Maar 't zou verkeerd zijn bij deze kritiek te blijven staan. Een dialoog van doven moet voor alles vermeden worden.
Europa is immers ook niet altijd vrijuit gegaan.
Niet alle landen kwamen steeds de NAVO-verplichtingen na. Mansholt spreekt zelfs van een frustratiepolitiek van enkele Europese staatslieden. Daarom: er moet hard gewerkt worden aan een betere verstandhouding.
Het gaat om de toekomst van het Westelijke bondgenootschap en er staan enkele krachtmetingen voor de deur: dit jaar nog zullen keiharde handelsbesprekingen tussen beide partners van start gaan in het kader van het huidige wereldhandelssysteem.
Onlangs bracht de Engelse premier Heath een bezoek aan het Witte Huis. Hopelijk kan hij een bemiddelende rol spelen in de vertroebelde verhouding met Amerika. Engelands ervaring in de wereldpolitiek, het begrip voor de moeilijkheden van de afwikkeling van het Vietnam-beleid staan er borg voor dat naar de Engelsen geluisterd zal worden. Laat men tot slot niet vergeten dat alle Europese landen in het verleden grote kleerscheuren opliepen in de wereldpolitiek.
Hun koloniale verleden mag er zijn, om slechts een voorbeeld te noemen. West-Duitsland slaagde erin binnen nog geen dertig jaar na de beëindiging van de tweede wereldoorlog zijn harnas glanzend op te poetsen, zoals iemand een zei. Gunt men Amerika dat ook?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief