Spanningen in de Gereformeerde Kerken

1973-03-23
  • Jaargang 17
  • nummer 12
Het is algemeen bekend dat er in de Gereformeerde Kerken momenteel grote spanningen heersen. Zij zijn 'n gevolg van de diepgaande theologische, ik meen zelfs wel te mogen zeggen: religieuze tegenstellingen, die daarin zijn opgetreden. Men heeft gesproken van een "aardverschuiving" die daarin plaatsvindt.
En die typering is niet overdreven.
Wie zich b.v. een tijd lang heeft verdiept in "Waarheid en Eenheid", het orgaan van de "verontrusten", en daarna enkele nummers van het "linkse" maandblad "Voorlopig"
doorkroop, krijgt het gevoel dat hij in een totaal andere wereld is beland, Wij beleven wat in de Geref. Kerken gebeurt niet als onverschillige toeschouwers, nog minder als rancuneuze kritikasters, maar als mensen die vurig hopen dat deze kerken, - in zoverre als dat in deze bedeling mogelijk is - echt "kerken van Christus" zullen zijn.
Omdat wij in deze houding staan tegenover wat zich in die kerken afspeelt is het nodig goed geïnformeerd te zijn omtrent wat er momenteel in de Gereformeerde Kerken voorvalt.
Dit artikel bedoelt enige informatie daaromtrent te geven. En wel door enkele spectaculaire feiten te memoreren die in de loop van de voorbije weken de aandacht trokken.

wordt de "identiteit" van de kerk bewaard?

In een paar artikelen in "Centraal Weekblad" besprak prof. Runia de ontwikkeling en de situatie in de Gereformeerde Kerken zoals die ná de laatst gehouden generale synode daarvan. geworden zijn. Hij wijst er daarbij op dat de spanningen die er in de kerken waren door wat deze synode uitsprak niet zijn weggenomen. En hij stelt dan de vraag: "Kunnen we zo doorgaan?"
Zijn antwoord luidt ontkennend.
Hij schrijft: "Persoonlijk geloof ik, dat we zo langzamerhand voor een beslissende keuze komen te staan. We zullen een antwoord moeten geven op de vraag wat we als kerken willen.
Willen we onze identiteit bewaren, zij het in een meer open vorm dan vroeger? Of willen we een tweede Hervormde ,kerk worden, zij het met minder extreme vleugels?
Met opzet voeg ik er in beide gevallen iets aan toe. In het eerste geval (het bewaren van onze identiteit) voeg ik er aan toe: 'meer open'. Ik dacht, dat we het daar allemaal wel over eens zijn. De strakheid van het verleden was wel eens wat te strak. Het nieuwe ondertekeningsformulier, dat een meer flexibele binding aan de belijdenis wil en dat een meer dynamische instelling verraadt (het formulier gebruikt de dynamische uitdrukking 'het belijden der kerk' in plaats van het statische 'de belijdenis'), is een vooruitgang. En voor zover ik het kan beoordelen, is het ook algemeen goed ontvangen.
Bij de tweede mogelijkheid (een tweede Hervormde Kerk) voeg ik er aan toe: 'met minder extreme vleugels'. Ik dacht dat maar zeer weinigen in onze kerken bereid zouden zijn om een uitgesproken vrijzinnige theologie en prediking een plaats te geven in de kerk."
Persoonlijk kiest prof. Runda voor het bewaren van de "identiteit" van de Geref. Kerken.
En dat niet om die "identiteit" te verabsoluteren, of om "gewoon traditioneel" te zijn, maar omdat hij gelooft, dat het "kerkbegrip" (kan men wel van een kerkbegrip spreken? - C.V.) dat achter de Gereformeerde traditie staat "meer in overeenstemming is met wat het Nieuwe Testament over de kerk zegt dan wat achter de andere versie ligt."
Het Nieuwe Testament kent namelijk géén kerk zonder tucht. Men kan niet belijden dat het kenmerk van de kerk de zuivere prediking van het Evangelie is, zonder daarmee tegelijk te zeggen dat de kerk er op moet toezien dat de prediking die in haar midden plaats vindt ook metterdaad "zuiver" is! Met andere woorden: zonder dat een kerk tucht oefent.

is er trouw aan Gods Woord?

In verband met de bekende reaktie van prof. Kuitert op de synodebesluiten waarin hij deze "dubbelzinnig" noemde en de geheel naar zich toehaalde, schreef prof. Runia: "Het lijkt me toe, dat we zo niet kunnen doorgaan, Als we niet oppassen, komt er een 'mist' over de dingen te liggen en mist is gevaarlijk voor het verkeer, ook voor het verkeer in de kerk! Zou het niet beter zijn, dat we, als dergelijke meningsverschhllen opnieuw op de tafel van de synode komen, wel eerst proberen om tot overeenstemming te komen, maar dat we ook, als dat niet lukt, de dingen dan maar bij wijze van spreken op een rijtje zetten en zeggen: daar zijn we het over eens en daar liggen de verschillen?
En dan zal de kerk zelf moeten bepalen of die verschillen van zo'n aard zijn dat ze toegestaan kunnen worden, of dat ze fundamentele punten van het belijden raken, die de kerk niet mag Loslaten."
Dit zeggend verklaart prof. Runia dat dit geen zaak van persoonlijke opinies is. Neen: "Midden in de kerk ligt het woord van de profeten en apostelen. Dit woord is aan de kerk meegegeven op haar tocht door de eeuwen. Bij dit woord moet ze leven. Dit woord moet ze verkondigen. Dit woord moet voor haar het eerste en het laatste woord blijven, Ja, dit woord is zo belangrijk, zo rijk en zo diep en zo betrouwbaar, dat de kerk het altijd met een hoofdletter geschreven heeft: het is het Woord - hier spreekt God zelf tot ons door de mond van zijn profeten en apostelen. Zij zijn getuigen en spreken van Hem in wie God zich geopenbaard heeft op een gans unieke wijze: het vleesgeworden Woord. Hier hebben we de bron voor het spreken der kerk. Hier hebben we ook het criterium van haar spreken."
Tot zover prof. Runia over deze fundamentele kwestie.

één Weg of vele wegen?

Een poos geleden verscheen er een nieuw boek van prof. Kuitert. Het heeft tot titel "Om en om" en bevat een aantal artikelen over allerlei onderwerpen.
Eén er van werd nog niet eerder gepubliceerd.
Het is m.d. het belangrijkste. Het behandelt het thema "De identiteit van kerk en christendom".
Kuitert gaat bij het schrijven van deze studie uit van het bestaan van de diepgaande geloofscrisis die in vele kerken te constateren valt. In verband daarmee stelt hij vragen ars: "Heeft het christendom wel een eigen boodschap die waarheid bevat?" M.a.w.: "Is er een openbaring en wat is die dan!" "Heeft de openbaring autoriteit en hoe weten we dat?" "Weten alleen christendom en kerk van openbaring?"
Deze vragen zijn voor prof. Kuitert geen retorische, maar werkelijke vragen, M.a.w. hij stelt de in die vragen genoemde zaken metterdaad problematisch. Anders gezegd: hij stelt daardoor de "absoluutheid van het Christendom" in reële discussie.
Kuitert beoogt dan dat hij in dezen een heel eind met Karl Barth kan meegaan, maar - deze ging niet ver genoeg. Barth zei: "God-in-Christus is ons heil, maar als zodanig is Hij buitenwerelds (er is geen algemene openbaring). Daartegenover stelt Kuitert dan: God-in-Christus en God-in-de-wereld zijn geen stellingen die elkaar uitsluiten.
Gods ervaring, wereld ervaring en waarheidservaring zijn niet van elkaar los te maken.
In de eerste plaats niet omdat de christenen de God van Jezus die zij in de kerk kennen ook in de wereld ontmoeten. En in de tweede plaats, omdat de niet-christenen de God van Jezus, die zich in en aan de wereld openbaart, óók ontmoeten en die daarom óók op andere wijze kan gekend worden dan kerkelijk of christelijk.
Zo vallen dan volgens Kuitert algemene en bizondere openbaring feitelijk samen.
In de laatste zin van het genoemde artikel trekt Kuitert de uiterste consequentie van zijn opvatting in deze woorden: "De godsdiensten der wereld zouden zich eveneens kunnen ontpoppen als wereldse wegen naar God." (p. 109) In overeenstemming met deze overtuiging schreef Kuitert op p. 106: "Wie met de wereld bezig is, aan de wereld werkt, aan haar zinvolle opbouw, aan haar toekomst, is op God betrokken, maar dan op wereldse wijze zoals het geloof op christelijke wijze op God betrokken is ... Er is een eigen christelijke boodschap, maar het thematisch weet hebben daarvan, resp. het verstaan daarvan is niet voorwaarde voor het toebehoren aan God of het leven van en meedoen aan Gods werk."
Prof. Runia schreef over deze opvattingen van Kuitert o.a.: "Het is duidelijk dat hier een enorme verschuiving plaats vindt t.a.v. de reformatorische visie op openbaring en werkelijkheid.
Hier vallen algemene en bijzondere openbaring ergens samen. Hier wordt geschiedenis in het algemeen tot heilsgeschiedenis.
Hier vallen 'Heil' en 'heil' uiteindelijk samen.
Misschien zou men het zo kunnen zeggen: 'Heil' is het herkenningspunt van het 'heil' dat overal kan plaats vinden en dat ook werkelijk plaats vindt waar mensen iets bevrijdends doen.
Het moeilijke voor een discussie is dat prof. Kuitert geen bijbelse verantwoording geeft. " Al lezende vraag je je telkens af: Op welke bijbelse gronden poneert prof.
Kuitert dat de God en Vader van Jezus Christus zien in en aan onze wereld "werelds' openbaart?
Dat God ook in de wereld aan het werk is en zich ook openbaart, zegt de bijbel op vele marueren.
Maar is deze openbaring identiek met de openbaring in Jezus Christus? Is het 'heils'-openbaring? Hand. 17 b.v. lijkt me een heel andere richting uit te wijzen.
Het lijkt me toe dat een bijbelse verantwoording het allereerste is wat we nodig hebben om de discussie over de uiterst belangrijke zaak aan de gang te krijgen. Ze speelt namelijk niet alleen in dit artikel, maar ligt ook achter Kuiterts visie op de kerk als kliniek, die we (nog) wel nodig hebben, maar eigenlijk zo gauw mogelijk zouden moeten verlaten. Ook ligt ze achter de hele problematiek van zijn visie op de verificatie in de dogmatiek."
Terecht zegt Runia in het slot van zijn beschouwing dat het in de opvattingen van Kuitert om "essentiële dingen" gaat. En dat daarbij zelfs de hele zending op het spel staat!
We moeten hierover evenwel nog méér zeggen: Wat Kuitert betoogt gaat eveneens rechtdraads in tegen wat ook zijn kerken belijden, n.l. dat de mensen door de algemene openbaring niet alleen niet tot de "zaligmakende kennis van God" kunnen komen en "zich tot Hem bekeren", maar dat zij die algemene openbaring "zelfs in burgerlijke zaken" niet "recht gebruiken", ja die "op verscheiden wijze geheel bezoedelen en in ongerechtigheid ten onder houden" en dat hun, dit doende, "alle verontschuldiging voor God" ontnomen wordt!
En, wat nog het meest zegt, het gaat ook rechtdraads in tegen het woord van Jezus Christus: "Niemand kent de Vader dan de Zoon en wie het de Zoon wil openbaren."
(Matth. 11 : 27).
Er zijn niet vele wegen tot God maar slechts één weg, de Weg, Hij die DE Weg, de Waarheid en het Leven is (Joh. 14: 6).
Hier is inderdaad van een geweldige "aardverschuiving" sprake!

komt Jezus Christus weer op "de jongste dag"?

Onlangs gaf de N.C.R.V. in de rubriek "Achter het nieuws" - die, dit tussen twee haakjes, één van de meest toegewijde propagandisten van de "nieuwe theologie" is, net zoals het Ikor - een interview met prof. Kuitert. Men wilde daardoor "misverstanden" over Kuiterts theologie opruimen.
Daarin trok vooral de aandacht Kuiterts uitspraak "Het kan best zijn, dat we straks ineens zullen ontdekken dat Jezus bij ons is."
Kuitert omschreef deze uitspraak nader nog zó, dat dan de vraag gesteld zal worden: ""Wil de ware Jezus opstaan?" - En dan zal blijken dat Hij er al is!"
Prof. Kuitert heeft deze opvatting reeds jaren geleden verdedigd. In een interview dat in het - nu niet meer bestaande - weekblad "De Spiegel" werd afgedrukt.
Op de vraag van de Spiegel-interviewer: "Zijn er mensen die, ook zonder dat ze de Bijbel kennen, denken aan een "nieuwe aarde"?", antwoordde Kuitert toen: "Dat zou ik al een hele vooruitgang vinden, vergeleken bij dat hemelgeloof, zoals we dat als kinderen meekregen."
Daaraan voegde Kuitert nog het volgende toe: "Ga je zeggen "de mens zal het doen", dan zeg je iets wat concurreert met God. Ik meen dat het zó is: God doet het, maar het gaat via de weg van de middelen; de mens is middel. Dat geweldige Koninkrijk komt er pas als we allemaal (!!!) keurige onderdanen van God worden: de hele wereld (!!!)moet gepacificeerd worden. Dàt is één van de toekomstvragen.
En een andere vraag is: Komt die nieuwe aarde er door catastrofe of duurt het duizenden jaren tot er in de weg van de geleidelijkheid een moment komt waarop we zeggen: nu hoeft het niet verder?
Het kan bijvoorbeeld doordat de voortplanting niet meer verder gaat. Ik stel me voor dat er een punt komt waarvan we zullen zeggen: dit is het! Het is in ieder geval voor mij duidelijk, dat de mens het door God gebruikte middel van die ontwikkeling is."
Op de vraag: "Is het begrip "hel" op de achtergrond geraakt?" antwoordde Kuitert toen: "Nu we op de aarde steeds meer in staat zijn christendom in praktijk te brengen, is er steeds minder behoefte aan de gedachte dat het heil ergens achter de horizon ligt. " of het onheil, de "he!". Beide liggen aan deze kant van de horizon."
Behalve dat Kuitert in deze zinnen een werkelijk verbijsterend cultuuroptimisme demonstreert - Kuyper is in dit opzicht daarbij vergeleken 'n liliputter! - zegt hij in deze woorden duidelijk dat "hel" en "hemel" zich aan deze zijde van de horizon van "onze tijd" bevinden. Ze worden binnen "deze bedeling"
gerealiseerd. Van een eindkatastrofe in en ván deze wereld, die gepaard gaat met de wederkomst van Christus op de wolken, wil hij niet weten.
In verband met de boven geciteerde uitspraken uit het genoemde artikel schreef dr Masselink in "Waarheid en Eenheid" dat daaruit inderdaad duidelijk blijkt dat Kuitert de wederkomst van Christus op de jongste dag loochent. En dan voegt hij aan deze woorden toe: "Hierdoor wordt meteen duidelijk waarom de Synode het helaas goed vond dat op voorstel van de Verbandsdeputaten in de z.g. overeenstemmingsformule opzettelijk "de wederkomst van Christus" vervangen werd door: "op de dag van Christus". Deze opzettelijke verandering blijkt nu een camouflage te zijn geweest van Kuiterts verloochening van Christus' wederkomst zoals Gods Woord daarvan getuigt. Voorts ontkent hij de historische zondeval, waardoor aan de ernst der zonde te kort gedaan wordt. Hij tast met zijn humaniteitsopvatting de absoluutheid van kruis en opstanding aan en hij loochent met zijn consequente horizontalisering het Koninkrijk van God.
Het is afschuwelijk om het te zeggen, maar met dit alles tast prof. Kuitert het hart van het Evangelie en het wezen van het christelijk geloof aan."
Prof. Runia schreef naar aanleiding van het genoemde interview in het Centraal Weekblad: "Om eerlijk te zijn begrijp ik deze uitspraak niet, met name niet na wat op de laatste synode overeengekomen is. Gedurende de laatste week heeft de synode zich nadrukkelijk bezig gehouden met het vraagstuk van de zgn. 'consequente horizontalisering van het geloof', mee naar aanleiding van bepaalde uitspraken van prof. Kuitert zelf.
De synode heeft na lang beraad, mee op grond van gesprekken van de Deputaten voor het verband met de V.U., uitgesproken: 'De voltooiing van de heilsgeschiedenis ligt voorbij ons tegenwoordig aards bestaan en vindt plaats in de dag van Christus'.
Deze uitspraak werd voorafgegaan door de prae-ambule: 'Uit de genoemde verklaring (nl. van de Deputaten. voor het verband) blijkt genoegzaam dat dr Kuitert zich ten aanzien van de 'realisering van het Koninkrijk Gods' en de 'humaniteit' geheel kan vinden in antwoorden die overeenstemmen met het belijden der kerk'.
Ik moet eerlijk zeggen, dat ik hetgeen tijdens het interview gezegd wordt in het geheel niet kan rijmen met de uitspraken van de synode.
M.i. staan ze gewoon haaks op elkaar.
Als ik prof. Kuitert's woorden tijdens het interview goed begrepen heb, dan gaat hij dwars tegen het ter synode overeengekomene in en handhaaft hij zijn oorspronkelijke visie.
Dan vraag je je toch af: Kan dat allemaal zomaar?
Hebben synodale uitspraken dan totaal geen zin meer?
Ik vindt dit een benauwend probleem."
Hier moet ik afbreken.
Mijn "ruimte" is al meer dan vol.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief