De verloochening
1973-04-06
Wanneer wij met aandacht lezen wat de evangelisten ons vertellen over de verloochening van Petrus, doen we een eigenaardige ontdekking: dat het zo volstrekt onheroïsch, onheldhaftig is toegegaan. Natuurlijk heeft het verloochenen zelf nooit ofte nimmer iets heldhaftigs, maar de situatie waarin het gebeurt kan er de trekken wel degelijk van dragen. Iemand verloochenen in het uur van het gevaar, wanneer het pistool je op de borst wordt gezet, mag dan een treurig falen genoemd worden, het is toch tegelijk een heroïsch falen. Er zit iets tragisch in, iets theatraals ook.- Jaargang 17
- nummer 14
Toen Petrus zijn Meester van verre volgde, heeft hem voortdurend zo'n beslissend uur van gevaar voor ogen gestaan. Een situatie, waarin het er op aan zou komen, waarin hij zijn leven zou riskeren door voor Jezus partij te kiezen. Toen hij met de andere discipelen de rechtszaal binnenging, heeft hij de kosten daarvan overrekend: dit kon hem duur komen te staan. Zijn woord: ik zal mijn leven voor U inzetten, was wel een groot woord, maar we moeten het toch volstrekt serieus nemen.
Jezus volgende, was Petrus begonnen, dit grote woord waar te maken. Wij mogen gerust eens letten op de grote persoonlijke moed van de Rotsman, om terwijl de meeste jongeren alle kanten uitgestoven waren, de Meester, zij het op afstand, te volgen. Dat volgen was eerder onderwerp van discussie geweest tussen Jezus en hem. Jezus had gezegd: gij kunt Mij thans niet volgen. Maar Petrus had dat niet genomen. Dat zullen we dan nog wel eens zien - heeft hij gedacht.
Dat Petrus geen lafaard was, blijkt ook wel genoegzaam in de hof bij de arrestatie, waar hij in z'n eentje tegenover een gewapende overmacht naar het zwaard grijpt en toeslaat.
We verstaan de gebeurtenissen dan ook niet juist, als we zeggen, dat Petrus tegenover het eerste het beste dienstmeisje al omgevallen is, omdat hij. op eigen hachje bedacht was. Immers, waarom is hij dan niet na de eerste vraag weggelopen? Zijn gaan naar het (voor)portaal wordt, wel zo uitgelegd, maar is dat terecht, vindt dat steun in de tekst? Lucas en Johannes missen dit détail; we mogen er dus niet te veel uit afleiden.
Nee, het eigenaardige is, dat Petrus zijn Meester verloochende, om straks in het uur van het gevaar, als echt de nood aan de man kwam, bij Hem te kunnen zijn, Hem trouw ter zijde te staan, voor Hem uit te komen, voor Hem te vechten en te sterven desnoods.
De vragen van die meisjes, dienstertjes, en andere omstanders vond Petrus niet belangrijk genoeg, daar wou hij zijn kruit niet op verschieten. Nee, straks, als de officiële autoriteiten hem gingen ondervragen of als de Meester na de ondervraging weggeleid zou worden, dan zou hij ingrijpen, dan zou hij naar voren komen. Maar de vragen van die meiden? Nee, dat kon je toch moeilijk een proef noemen, die je als volgeling van Jezus zou moeten doorstaan.
Petrus wilde dus het moment, waarop hij voor Christus zou uitkomen, zelf kiezen. Het moest een heroïsch moment zijn, waarop hij zijn huid zo duur mogelijk zou kunnen verkopen.
Terwille van dat denkbeeldige moment hield hij de werkelijke situaties voor oninteressant. Daar zat voor hem geen brood in. Vandaar dat hij door het hanengekraai en door Jezus' omkijken daarbij zo verpletterend verrast werd. Was nu alles al gebeurd?
Nog vóórdat het eigenlijke moest beginnen?
Geen sprake van, dat Petrus zijn drie verloocheningen zelf opgemerkt, laat staan geteld heeft en dat hij bijvoorbeeld tussen de tweede en de derde keer gedacht heeft: nu heb ik nog maar één kans.
Nee, zoals iemand, die een foto van zichzelf laat maken, zich in de houding zet en zijn gelaatstrekken plooit tot de pose en dan voordat hij klaar is tot de ontdekking komt, dat alles al gebeurd is - zo Petrus na de verloochening: hij voelde zich genomen. En het is te hopen, dat we daar iets van meevoelen, want er zal toch op zo een ontnuchterende wijze nee gezegd worden tegen onze heldhaftigheid!
Te voetstoots is het bitter wenen van Petrus, waar Mattheüs en Lucas melding van maken, uitgelegd als uiting van zijn groot berouw. Begrijpelijk: Judas moest een tegenvoeter hebben. Zo is de bitterheid van Petrus' tranen zonder erg opgevat als graadmeter van zijn verdriet. Maar moet het niet liever letterlijk worden opgevat? En hij ging naar buiten en weende bitter - moet dit niet tegen het licht gehouden worden van een woord als we bijvoorbeeld vinden in Efeziërs 4: 31: alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden gebannen ... ? Getier en gevloek nu daargelaten, maar zou er bij Petrus geen sprake geweest zijn van een gramstorig wenen, woedend als hij was vanwege het ...
oninteressante van zijn falen? Ik wil Petrus' berouwen de echtheid daarvan niet in twijfel trekken, maar is het nodig dit berouw direct na de daad van de verloochening in alle echtheid te laten beginnen. (Al zou ik de aria van Bach uit de Mattheüs-passie niet graag missen.) Het koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gewaad en Jezus heeft gezegd: wie in het kleine getrouw is... Hebben wij niet een weinig onderkende voorkeur voor het theater-stuk des geloofs? Terwijl ons leven naar de maatstaven van het theatrale voor negentig procent uit oninteressantigheden bestaat.
Inderdaad is ons voorzegd, dat wij voor stadhouders en koningen geleid zullen worden.
Maar wij zullen ook voor winkelmeisjes en cassières geleid worden.
Of kijken we die over het hoofd, terwille van het 'grote moment', de ure der verdrukking, de dag van de anti-christ? Dromen we ervan, dat die ons met het pistool op de borst naar ons discipelschap zal vragen? We zouden dan voor het gewone zo afgestompt kunnen raken, dat wij het niet eens meer merken, hoe wij de Meester talloze malen in het kleine verloochenen. Voor ons kraait daar dan geen haan meer na.
De haan heeft gekraaid opdat Petrus zou wakker worden. Opdat we allemaal zullen ontwaken uit onze romantische roes.