Boekbespreking

1973-04-06
  • Jaargang 17
  • nummer 14
Dr L. Praamsma - Met de kerk van alle eeuwen (over confessionele trouw en ontrouw).
Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1971. Prijs f 5,90. Ichtusreelks, deel I.

Dit geschrift is bedoeld als een weerlegging van de stelling door dr C. Augustijn indertijd gepubliceerd en verdedigd in zijn cahier voor de gemeente: "Kerk en belijdenis", dat de binding aan de belijdenis, zoals de synode van Dordrecht van 1618-'19 die heeft ingevoerd door het zogenaamde ondertekeningsformulier ("dat de leer vervat in de drie formulieren van enigheid in alles met Gods Woord overeenkomt") in wezen niet reformatorisch is. Dit is een zeer krasse stelling in de gereformeerde wereld. Hoe dan ook, met het poneren van zulk een stelling plaats je jezelf in de hoek waar de Arminianen en Remonstranten zich in de tijd van genoemde Dordtse synode gesteld hadden. Dr Praamsma maakt dit overtuigend duidelijk.
Maar belhalve dit min of meer formele deel van de stelling van dr Augustijn is er meer. Dr Augustijn heeft in zijn bovengenoemd cahier ook gesteld, "dat de drie formulieren van enigheid hun tijd gehad hebben", ja, dat" het de ondergang van onze kerken zou zijn als de predikanten het ondertekeningsformulier in strikte zin moesten nakomen". Dit is nog krasser. In deze stelling wordt uitgesproken dat de gereformeerde kerken hun confessioneel standpunt moeten prijsgeven. Dit is de mening van prof. Augustijn en niet alleen van hem. Met déze beweging hebben de synodes die in "de Blije Werelt" in Lunteren bijna zonder ophouden vergaderden te maken gehad. Het ging niet zozeer om de concrete punten, die daar aan de orde waren. Het ging niet zozeer over de exegese van Gen. 2 en 3. En de compromissen die men tot nu toe schijnbaar heeft weten te sluiten te Lunteren, kunnen niet verhullen dat de eigenlijke zaak, die de achtergrond van al die discussies over deze kwesties vormt, deze zaak is, die Augustijn aan de orde heeft gesteld, Zullen de gereformeerde kerken gereformeerd blijven of niet?
Augustijn zegt duidelijk: dit kan niet willen we verder. En mensen als Kuitert e.a. zijn dezelfde mening toegedaan. Augustijn is van mening dat men niet te veel druilde over deze zaak van de binding aan de confessie moet maken. De drie formulieren zijn niet meer actueel. Zij zijn in deze tijd dood. Uit de tijd. Welnu laten we dat zo laten. Laat de doden hun doden begraven, zegt hij in genoemd cahier.
Dr Praamsma geeft ter weerlegging van dit standpunt heel wat gezond historisch materiaal uit de tijd van de Dordtse synode aangevoerd.
Hij vestigt de aandacht op het feit dat de Geref.
Kerken door haar aansluiting bij de Wereldraad haar oorspronkelijk confessioneel standpunt hebben losgelaten en vestigt de aandacht op de afwijzing van deze aansluiting bij de Wereldraad door de Chr. Ref. Church in de Ver. Staten en in Canada in 1967. Deze kerken hebben toen uitgesproken, "dat in het licht van geschiedenis en huidig theologisch denken de grondslag (van de Wereldraad) ontoereikend was en is om radikaal onbijbelse interpretaties van het Evangelie uit te sluiten". "Het is om deze reden dat op deze grondslag zulke kerken worden toegelaten met welk een Gereformeerde Kerk geen kerkelijke gemeenschap (ikoinonia) mag hebben."
Verder bespreekt Praamsma enkele achtergronden van de kentering die in het laatste decennium in de Geref. Kerken (syn.) heeft plaats gevonden: hij wijst op historisme, barthianisme en horizontalisme. Hoofdstukken over Dordt en de belijdenis, Calvijn en de belijdenis en de oude kerk en de belijdenis completeren het geschrift.
Men ziet een rijke inhoud. We besluiten onze besprelking met een citaat van blz. 80: "Wanneer de Gereformeerde Kerken het advies volgen dat dr Augustijn haar gegeven heeft en Gods water over Gods akker laten lopen, zullen ze straks vrij zeker een "grote kerk" zijn, waarin het voor vele kinderen Gods moeilijk zal zijn te verkeren wegens geestelijke ademnood." .


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief