Redactioneel

2013-05-04
  • Jaargang 57
  • nummer 9
‘Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de HEER uit, die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de HEER bevond zich niet in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de HEER bevond zich niet in die aardbeving. Na de aardbeving was er vuur, maar de HEER bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries. Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht. Hij kwam naar buiten en ging in de opening van de grot staan, en daar klonk een stem die tot hem sprak.’ (1 Koning 19:11-13)

Het is één van die bijbelteksten die ik na lezing nooit meer vergeten ben. Hoe bijzonder en intiem, dat God zich niet bevindt in dat machtige na- tuurspektakel, maar in het ‘gefluister van een zachte bries’. In stilte, zou je haast kunnen zeggen.

Dat thema, ‘stilte’, willen we in dit nummer op deze manier benaderen. Stilte staat niet gelijk aan een korte adempauze, een pitstop om even bij te tanken, zoals Judith en Freddy Gerkema het stellen in een artikel met bijbelse overwegingen. Bijbelse stilte is meer dan dat. Die stilte is als een voorportaal waarachter Gods aanwezigheid ligt. Of het nu in een stiltedienst is of tijdens een bezoek aan Taizé, of het nu in een week in een klooster is of in de stilte tijdens een pastoraal gesprek, stilte brengt ons dichter bij God.

Jordi Kooiman, redactie Opbouw

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief