Theologie van het Oude Testament
2013-05-04
Het is een interessant boek dat Hendrik Koorevaar en Mart-Jan Paul onder de titel Theologie van het Oude Testament op de markt hebben gebracht. Maar door het te presenteren als opvolger van het befaamde werk van Th.C. Vriezen (Hoofdlijnen der theologie van het Oude Testament) hebben ze hun hand overspeeld en zullen ze meer kritiek dan bijval oproepen.- Jaargang 57
- nummer 9
Het boek bevat bijdragen van diverse auteurs die verbonden zijn aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven. In hun studies volgen ze een op de Hebreeuwse Bijbel georiënteerde canonvisie. Consequent onderscheiden ze een Priestercanon (Genesis-Koningen), een Profetencanon (JeremiaMaleachi) en een Wijsheidscanon (Ruth-Kronieken). Opvallend aan deze benamingen is dat alle Geschriften (inclusief Ruth, Psalmen en Kronieken) onder de Wijsheid worden geschaard. Nu is de wijsheid in ontwerpen van de oudtestamentische theologie vaak wat stiefmoederlijk bedeeld. Dat lijkt hier te worden ondervangen door steeds aandacht te vragen voor wat een ruim gedefinieerde Wijsheidscanon over een thema zegt, maar dat is schijn. Ook in dit ontwerp komen de echte wijsheidsboeken nauwelijks aan de orde.
Confessioneel
Koorevaar en Paul kiezen in het boek voor een combinatie van een literaire en thematische benadering van het Oude Testament (OT). Dat is een zinvolle aanpak. Maar dat vervolgens slechts één voorbeeld wordt gegeven van een literaire benadering – namelijk die van het als één boek gelezen Exodus-Leviticus-Numeri – is wel wat mager, alle leerzame waarnemingen ten spijt. Wat de thematische insteek betreft veronderstellen de auteurs dat alle theologische thema’s van het OT ‘in nuce’ al in het boek Genesis kunnen worden aangewezen. Dat vraagt bij sommige thema’s dan wel om een wat ruime definitie, want David en Sion komen bijvoorbeeld pas later in beeld. Koorevaar en Paul maken graag gebruik van het werk van B. Holwerda, C. Vonk en C. Wright. Deze namen zijn illustratief voor het confessioneel karakter van hun theologie. In dit verband is het jammer dat het werk van Henk de Jong kennelijk aan hen voorbij is gegaan. Daar hadden ze hun winst mee kunnen doen, zeker bij de thema’s David en Sion en bij het hoofdstuk over ‘De beweging van het Oude naar het Nieuwe Testament’. De Jong had ook als gesprekspartner kunnen dienen voor hun kijk op het boek Deuteronomium, gelet op hun strikte scheiding tussen Exodus-Leviticus-Numeri als openbaring van God en Deuteronomium als theologisch werk van Mozes. Deze onderscheiding vraagt om een nadere doordenking met betrekking tot het schriftgezag, maar die wordt niet geboden. Wel wordt gepoogd om bij de Tien Woorden ‘Gods eigen letterkundige stijl’ te ontdekken, één van de toch wat biblicistische curiosa in dit boek...
Historisch-kritisch
De auteurs zijn behoorlijk negatief over het historisch-kritisch bijbelonderzoek. Terecht kritiseren ze het gesloten wereldbeeld dat daaraan ten grondslag ligt. Toch doet hun defensieve opstelling geen recht aan de vele waardevolle inzichten die de moderne bijbelwetenschap heeft opgeleverd en waar zij ook zelf op voortbouwen. Hun eigen hypothese van de eindredactie van het OT is evenzeer een vorm van historisch-kritische wetenschap. Ze veronderstellen dat het boek Kronieken mede is ontworpen als afsluiting van de canon en om één grote theologische structuur te verwezenlijken. Ze typeren dit als het ‘ballingschapsen terugkeermodel’. Dat is een boeiende hypothese, maar impliceert een afwijzing van de gangbare gedachte dat het boek Daniël later dan Kronieken is ontstaan. Dit laatste had dan wel mogen worden besproken. Dat de situering van het boek Ruth in de Richterentijd (Ruth 1:1a) intussen als een latere toevoeging wordt aangemerkt (anders past het niet in het eigen canonmodel?), is natuurlijk ook een historisch-kritisch oordeel...
Verhaalgegevens
De thematische bijdragen, waaraan ook andere auteurs hebben meegewerkt, bevatten boeiende waarnemingen. Toch verschilt de kwaliteit nogal en is de toon soms wat moraliserend. Zo wordt het sterven van de man van Noömi en haar zonen verklaard als Gods oordeel over hun poging om de hongersnood in Betlehem te ontvluchten. Deze redenering wordt onderbouwd vanuit de vloekbepalingen van het verbond, maar doet denken aan de vrienden van Job. Het is beter om verhaalgegevens gewoon als verhaalgegevens te laten staan, zoals Eveline van Staalduine-Sulman in haar bijdrage doet ten aanzien van Gods afwijzing van het offer van Kaïn. Al met al biedt deze Theologie van het Oude Testament een boeiende inkijk in de theologische benadering van de ETF te Leuven.
Koorevaar, H. en M.J. Paul (red.) (2013), Theologie van het Oude Testament. De blijvende boodschap van de Hebreeuwse Bijbel, Boekencentrum 2013. 438p. € 39,50.
Dr. Jaap Dekker is predikant van de NGK Enschede en docent bijbelvakken aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.