‘In de stilte heeft alles een plek’
2013-05-04
Zes jaar geleden was ze er voor het eerst, samen met haar man Matthias. Ze waren op vakantie in Frankrijk en wilden het weleens meemaken. Ze was nieuwsgierig: Wat maakte een verblijf in de kloostergemeenschap Taizé zo de moeite waard? Waarom gingen haar zusjes daar zo graag heen? Vanaf die tijd bleef ze komen. ‘Ik heb het nodig om af en toe op mezelf te zijn, op een plek waar niemand me stuurt, waar je niet per se iets hoeft te bereiken of daarover moet nadenken.’- Jaargang 57
- nummer 9
Stilte. Het is een woord dat lang niet iedereen zal aanspreken. Wie alleen al van de gedachte onrustig wordt, zal de weg naar Taizé niet snel inslaan. Voor Marijke Huijgen geldt het omgekeerde. Als kind al was ze vertrouwd met wat ze noemt ‘de stille ruimte in mijzelf’ en was ze graag even alleen. En daar heeft ze nog steeds behoefte aan. ‘Taizé is een plek die me helpt om tot mezelf te komen. En tot God, dat is daar wel heel nauw mee verbonden. Als ik er alweer langere tijd niet ben geweest, word ik steeds meer een “uitvoerend orgaan” van taken en dingen, en raakt de vanzelfsprekende verbinding met God meer op de achtergrond.’ Wat bedoelt ze met die vanzelfsprekende verbinding en wat heeft dat te maken met stilte?
Binnentuin
‘Als ik naar Taizé ga, breng ik de week het liefst door in stilte. Naast de gezamenlijke gebeden in de kerk is er elke dag een bijbelintroductie. Verder is er ruimte voor gebed, huishoudelijke taken en bijvoorbeeld een wandeling. En vooral is er stilte. Je praat niet. Ik ervaar daarin een grote verbondenheid met de mensen die daar ook zijn. Het leven is daar in al zijn eenvoud vanzelfsprekend. Je wordt niet gestuurd, je hoeft daar niks “diepzinnigs” om iets te “bereiken”, je kunt toelaten wat zich aandient.’
Marijke heeft ervaren dat ze dat nodig heeft. Het leven thuis, in haar gezin, op haar werk, in de contacten met anderen, vraagt om aanpassing. Dat is logisch, zo gaat dat. Een mens vervult zijn rol in verschillende situaties, neemt en geeft, en doet om contact te maken vaak een stap naar de ander toe. Het is prachtig dat je als mens zo naar je medemens toe kunt bewegen. ‘Maar er leven in mij ook behoeften die daardoor naar de achtergrond raken. In zo’n week van stilte krijgen die een stem en de gelegenheid om naar voren te komen. Na een paar dagen stilte verandert er echt iets. Mijn gedachten
komen tot rust. Er ontstaat een openheid in mij, ruimte om de dingen te duiden zoals ik ze beleef, zonder dat het beperkt hoeft te blijven tot wat woorden kunnen uitdrukken. Ik houd van taal, van woorden, van betekenis geven, maar juist in de stilte kom ik in aanraking met de betekenis van het meest basale: mijn verbinding met God. Die stille “binnentuin” in mezelf biedt ruimte voor meer dan woorden: ook gevoel, beelden, beweging, ervaring. Ik hoef daar niet bezig te zijn met vragen die niet wezenlijk over mezelf gaan, en of ik dat wel kan delen met anderen of uitleggen. Nee, ik bén. Heel concreet, heel natuurlijk.’
‘Datzelfde ervaar ik ook met de andere mensen in Taizé. Met hen ben ik verbonden, zonder dat het erover hoeft te gaan hoe dan. Achtergrond, temperament, karakter – al die dingen die in het alledaagse interessant zijn, maar ook voor spanning kunnen zorgen, zijn daar minder bepalend. Of misschien moet ik wel zeggen: hebben daar hun plek, zonder dat een ander daarvoor van zíjn plek moet komen. Ik kan tegelijk verbonden zijn met mijn eigenheid en met de anderen.’ Ze leerde er ook de Bijbel op een nieuwe manier lezen. ‘Ik heb er manieren gevonden om te lezen vanuit mijn eigen situatie, dus niet vanuit een vooropgezette interpretatie, zoals ik van jongs af gewend was. Ik hoefde niet meer uit te komen bij iets wat klopte met een idee van iemand anders over God. Ik heb ervaren dat God naar mij toe komt zoals ik ben, en dat doet zonder voorwaarden. Geen oordeel, geen turflijstje om alle “foute gedachten” te tellen. Nee, God is naar mij, naar onze wereld toe gekomen en komt nog altijd naar mij toe op de plek waar ik ben, in de situatie zoals ik die beleef.’
Omgekeerde beweging
In dit verband komt ook haar geloof in Jezus, Gods Zoon, ter sprake. ‘Juist in de stilte, waarin zelfs taal te beperkt kan blijken als middel om te duiden, kwam de betekenis van Christus’ komst naar de wereld op een heel bijzondere manier voor mij tot leven. In Genesis 2, het tweede scheppingsverhaal, staat dat God de mens uit stof, uit aarde vormde en hem de levensadem gaf. Zo werd de mens tot een bezield levend wezen. In Jezus zie ik God de omgekeerde beweging maken: Hij was hemels en koos ervoor om zich in onze stoffelijke wereld vorm te geven. Hij liet zelfs de levensadem gaan, de bezieling van God, en letterlijk tot in de aarde liet Hij zich begraven. Zo ver gaat God dus voor ons, dat Hij in de beperkingen van ons bestaan komt – om er vervolgens hernieuwd uit op te staan. Daarin gaat Hij ons voor in de vrijheid, in het achter ons laten van wat ons gebonden houdt. Zulke bewegingen, zulke beelden, komen juist in momenten van stilte en verstilling naar boven. Dat doet me verlangen naar meer.’ ‘Ik kom erachter dat veel dingen die ik heb geleerd over God en wat met Hem samenhangt, op zichzelf best “waar” zijn, maar dat Hij veel groter is dan dat. Ook veel groter dan mijn verbeelding.’ Marijke vertelt dat ze is afgestudeerd in de sterrenkunde, en misschien sluit dat daar ook wel bij aan. ‘Die immense ruimte! Het heelal is werkelijk royaal en rijk: hoe meer ik ontdek, des te groter mijn verwondering en het besef dat er nog zoveel meer overblijft om te ontdekken.’
Domkerk
Het betekent overigens niet dat Taizé Marijkes ‘thuis’ is en dat ze zich thuis ‘in den vreemde’ voelt. ‘Thuis is waar ik hoor, waar ik leef. Bij mijn man, mijn kinderen, mijn werk, de mensen in mijn omgeving, de ensembles waar ik in speel. Al die verbanden vormen mijn bestaan. Juist in de stilte in Taizé wordt me duidelijk hoe ik in het leven sta en ook hoe ik verbonden ben met Matthias en mijn kinderen Thomas en David. Als ik thuiskom na een week in Taizé, dan ben ik er weer helemaal.
Dit is het, denk ik dan. Dit is mijn leven. Dat geeft zo’n ruimte, zo’n openheid.’ Moet ze, eenmaal thuis, die stille kant dan weer even opbergen, om het zo maar eens te zeggen? Daar moet ze even over nadenken, maar dan is het antwoord ook heel beslist. ‘Nee. Die stille kant is er altijd, binnen in mij. En ook hier in Utrecht zijn er mogelijkheden om de stilte te beleven.’ Ze noemt de Domkerk, met iedere dag rond lunchtijd het middaggebed. Een halfuurtje in alle eenvoud, met een lied, een (bijbel)lezing, stilte, gebed. ‘Als ik daar zit, ervaar ik de “stilte rondom mijzelf”, een stille ruimte die me omgeeft en waarvan ik als kind al de overtuiging had dat dat wel “de heiligheid” moest zijn: heel nabij het allerwezenlijkste dat er is.’ Behalve de Domkerk is er ook de muziek. Vioolmuziek in haar geval; ze speelt al vanaf haar negende. Op het moment van dit gesprek – de Stille Week voor Pasen – is ze volop bezig met de Matthäus Passion van Bach, met uitvoeringen her en der. In het samen muziek maken ervaart ze een bijzondere vorm van communicatie. ‘Je kunt wel allerlei ideeën hebben over hoe het bedoeld is en hoe je het moet uitvoeren, maar als je de muziek samen vorm geeft, is het op dat moment zoals het is – zo scheppen wij het met elkaar, iedere keer weer nieuw. Dat geeft een grote verbondenheid, die niet in woorden maar alleen in de muziek van dat moment valt uit te drukken. Betekenisvolle muziek begint vanuit de stilte, eindigt met stilte en is omgeven door stilte. Muziek zoals de Matthäus Passion is voor mij ook een uiting van stilte.’
Alleen-zijn
Niet dat woorden er voor haar niet toe doen, integendeel. Ons gesprek is daar op z’n minst al het bewijs van. ‘Voor mij komen de meest rake woorden vaak later pas. Alsof ze langzaam moeten rijpen, ik eerst de dingen moet begrijpen met andere zintuigen voordat ik er woorden aan kan geven.’ Wie dat volgens haar heel goed – en dan wel in woorden – vertolkt, is Huub Oosterhuis. In zijn gedichten en gedachten vindt ze veel herkenning. ‘Niet dat wat voorgeschreven is, maar dat wat ik beleef is waar ik me op richt.’ Zo komt ze uit bij de openheid waar ze gedurende dit gesprek steeds op terugkomt: de klaarheid van het besef wie ze wezenlijk is, in zichzelf en als medemens, en in de verbondenheid met God.
‘Ben je eenzaam?’ vraag ik haar. Het komt zomaar in me op, en het klinkt misschien plompverloren, realiseer ik me te laat. Maar ze schrikt er niet voor terug. ‘Door de ervaringen in de stilte ben ik bepaald bij alleen-zijn. Maar dat is iets anders dan eenzaamheid. Juist in het alleen-zijn kan ik des te meer met God zijn. Ik ben wezenlijk nooit helemaal alleen. Ik heb wel vaak het gevoel gehad – en ik heb dat nog – dat ik anders denk, anders beleef dan veel anderen. Als mens kun je je vaak ongekend en onbegrepen voelen. Maar juist in de stilte heb ik ervaren dat God de Ene is die mij kent en erkent zoals ik ben.’
Afgelopen februari nam ze voor het laatst deel aan de stilteweek, omdat ze vlak daarna 30 is geworden – de leeftijd waarop je in Taizé niet meer als ‘jongere’ wordt aangemerkt. Het ‘gewone’ programma mag je altijd blijven volgen, maar het verblijven in stilte is voor jongeren. Jammer? Ze lacht. ‘Sommige jongeren die ik daar tegenkom, die blíjven maar 29… Nee, daar doe ik niet aan mee. En het mooie is, het werkt nog lang door. Sommige dingen die ik daar in februari heb beleefd, kan ik nu pas plaatsen. Er komt nog af en toe een luchtbelletje aan de oppervlakte. Het is goed zo, het past dat het ophoudt, het is tijd voor nieuwe manieren.’
Coosje Haan-de Jong is lid van de NGK Amersfoort-Noord en redacteur van Opbouw.