‘Ik geloof in jou!’

2013-05-04
  • Jaargang 57
  • nummer 9
In de geloofsopvoeding zijn de relaties die een kind heeft van essentieel belang. Met zijn vader, moeder, broers en zussen. Maar ook met opa en oma, met de vrienden van hun ouders die over de vloer komen, met eigen vrienden van school, enzovoort. En relaties met mensen uit de kerk? Kunnen gemeenteleden aan dit rijtje toegevoegd worden? Het is te hopen.

Ieder kind heeft mensen nodig die onvoorwaardelijk van hem of haar houden. Mensen aan wie het kind ziet hoe geloof en leven aan elkaar gekoppeld zijn. Mensen die zeggen: ‘Ik geloof in jou.’ Mensen die écht zijn. In zulke relaties kan het kind zich spiegelen, worden grenzen aangegeven en voorbeelden geleefd. Uit diverse onderzoeken weten we dat de relatie van een kind met zijn ouders de belangrijkste is in de geloofsontwikkeling. Daarnaast heeft ieder kind minimaal vijf andere relaties nodig om de geloofsboodschap die ouders geven te kunnen toetsen, vijf andere relaties die de geloofsopvoeding van ouders bevestigen en aanvullen. In Deuteronomium 6:4-9 lezen we over die relaties. Die tekst wordt vaak gelezen als het gaat over de geloofsopvoeding. Ouders krijgen de opdracht het geloof de hele dag voor te leven: thuis, onderweg, als ze naar bed gaan en weer opstaan. Vers 4 begint met ‘Hoor Israël’. Het hele volk werd aangesproken! Met andere woorden: de hele gemeente mag zich hierin aangesproken voelen. God geeft aan dat alle gemeenteleden een rol hebben in de geloofsopvoeding. De relatie die jij als gemeentelid hebt met kinderen en jongeren doet ertoe.

Overbruggen
Kinderwerk Timotheus heeft aan een aantal studenten van de Christelijke Hogeschool Ede opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de rol van kerk en gezin in de geloofsopvoeding. Het onderzoek richtte zich op de vraag wat kerk en gezin van elkaar verwachten en hoe dat er in de praktijk uitziet. Er is een aantal opmerkelijke resultaten. Ouders en kerk zijn het erover eens dat de eindverantwoordelijkheid voor de geloofsopvoeding thuis ligt. Ouders vinden de geloofsopvoeding thuis heel belangrijk. Echter, het onderzoek laat zien dat slechts de helft van de ouders daaraan toe komt. De kerk vervult haar rol in de geloofsopvoeding vooral door het organiseren van activiteiten voor kinderen. In de meeste kerken is dat het kinderwerk dat tijdens de dienst plaatsvindt. Opmerkelijk overigens dat de betrokkenheid van ouders daarin niet als heel groot wordt ervaren. Ouders hebben veel vragen over de geloofsopvoeding. Hoe doe je dat nu in het dagelijks leven? Opvallend is dat ouders met hun vragen niet naar de gemeente gaan.

Het onderzoek laat ook zien dat er nog heel wat te overbruggen valt tussen kerk en gezin. Als ouders en kerk samen willen bouwen aan de essentiele relaties die kinderen nodig hebben om te groeien in hun geloof, dan zijn er in heel wat kerken nog stappen te zetten. In veel kerken ontmoeten we elkaar
‘naar leeftijd’: kinderen gaan naar hun eigen dienst, jongeren ontmoeten elkaar door de week, de ouderen hebben hun eigen soos. Die segmentatie kom je bij Jezus niet tegen. Toen Hij de menigte toesprak, was dat een gemêleerd gezelschap, zonder scheiding in leeftijdsgroepen. De kinderen die daar rondliepen, zagen direct wat de woorden van Jezus bewerkte bij hun ouders. Ze zagen hoe zij omgingen met anderen en hoe mensen zich lieten dopen door Jezus. Daar werd het geloof met elkaar geleerd, geleefd en overgedragen.

Opvoedgroep
Gelukkig komen we ook nu nog mooie praktijkvoorbeelden tegen. Vaak zijn het kleine initiatieven. Een oudere vrouw die de lokale krant spelt om te zien welke kinderen uit de gemeente hun zwemdiploma hebben gehaald. Steevast krijgen zij per post een kaartje van haar. Of iemand die creatieve talenten heeft en voor ieder kind dat gedoopt wordt een naambordje maakt voor op de slaapkamerdeur. Of een gemeente die na de kerkdienst naar een open veld gaat om te picknicken en een balletje te trappen. Er zijn ook voorbeelden van kerken die structureel bezig zijn om gezin en kerk met elkaar te verbinden. We kennen gemeenten die opvoedgroepen starten, waarin ouders ervaringen uitwisselen en elkaar ondersteunen in de geloofsopvoeding. Wat doe je als je kleuter altijd vervelend doet tijdens het bidden? Of als je pre-puber begint te zeuren dat hij niet naar de kerk wil op zondag? Er zijn ook gemeenten waar op zondag expliciet aandacht is voor dit onderwerp. Eerst is er dan een korte gezamenlijke dienst (met alle leeftijden dus!), daarna volgen verschillende workshops en activiteiten waarbij jong en oud samen aan de slag gaan. Gedurende de hele ochtend wordt iedereen geprikkeld om na te denken over hun rol en aandeel in de geloofsoverdracht.

Schouders
In een gemeente die visie heeft voor de verbinding tussen gezin en kerk is ook ruimte voor verbindingen tussen generaties. Zoals uit de voorbeelden blijkt gaat het vaak om ontmoetingen tussen ouders onderling of tussen een kind en een willekeurig gemeentelid. Maar denk verder: leg verbindingen tussen ouders en ‘oudere ouders’, tussen jong en oud. Hoe kunnen we elkaar (praktisch) steunen en leren van elkaars ervaringen?
Ouderen kunnen jongeren coachen in hun groei. Laat ze op je schouders staan. Zorg voor ontmoetingen die leiden tot die essentiële relaties, relaties waar iets wederzijds ontstaat. Beiden leer en groei je hier immers van. In de kern draait het in die relaties om God, om Jezus. In 1 Korintiërs 12:27 staat dat wij het lichaam van Christus zijn, eenieder in het huisgezin van God maakt er deel van uit. Heel duidelijk wordt geschetst hoe we allemaal onze eigen plaats hebben, afhankelijk zijn van elkaar, elkaar steunen en met elkaar lijden, lachen en huilen. In dat samen lichaam zijn staat Hij centraal. In de gemeente horen we iedere keer weer uit het Woord, dat wijst naar Hem. En in ons eigen gezin wordt duidelijk hoe je dat Woord praktisch maakt in je leven: onvoorwaardelijk liefhebben, elkaar leren vergeven, wandelen met
Hem in alles wat je doet, je (levens)vragen en twijfels bespreekbaar maken. Maar ook in de gemeente wordt Jezus’ liefde, als het goed is, praktisch zichtbaar. Ziet de tiener in jouw kerk, in jouw wandel dat Jezus in je leeft? Hoe echt ben je? Kinderen en jongeren prikken er direct doorheen. In het huisgezin van God kunnen we onze levensvragen delen, hardop, om samen te zoeken. Juist in een tijd van gebrokenheid in gezinnen is de kerk bij uitstek een leefomgeving waar je van elkáár leert.

Vanuit die relaties, gebaseerd op Gods liefde, kan het kind groeien in zijn geloof, kan de jongere zijn vragen stellen, weten ouders zich gesteund en blijven ouderen groeien doordat ze zich inzetten voor de generaties onder zich. In zo’n kerk, waar je samen gezin bent, zegt oud tegen jong: ‘Ik geloof in jou!’ En… gebeurt dat andersom ook. Iedereen mag weten dat hij of zij ten diepste gekend is!

Marian Geeve is werkzaam voor de Stichting Opwekking, Annasjouk Nijhof werkt voor Kinderwerk Timotheus.

Wat kan ik doen? Het NGJ geeft tips.
Kinderwerk Timotheus richt zich op de geloofsopvoeding in kerk en gezin. Ze richten zich daarbij op beleidsmakers van kerken, kinderwerkers en ouders. Ze doen dit door opleiding en training, het uitgeven van divers (kinderwerk)materiaal en bij te dragen aan conferenties (onder meer de Pinksterconferentie Opwekking en www.Rondomhetkind.nl). Zie www.opwekking.nl.

Het onderzoek Kansen zien en keuzes maken dat Kinderwerk Timotheus heeft laten uitvoeren is gratis te downloaden van www. kinderwerktimotheus.nl. 490 kinderwerkers en 719 ouders van kinderen in de leeftijd tot twaalf jaar hebben deelgenomen aan het onderzoek. De deelname van kerken en gemeenten is gelijk verspreid over verschillende denominaties (reformatorisch, PKN, evangelisch).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief