Een zoeker

2013-05-04
  • Jaargang 57
  • nummer 9
Het boek Handelingen is het boek van het prille begin van de christelijke kerk. Het boek van de pioniers, waarbij Petrus en Paulus het voortouw nemen. Het is een heerlijk boek vol verrassingen! Zoals in Handelingen 8 (26-40), waar je niet te maken krijgt met een Jood of een Griek, maar met een Afrikaan.

Niet alle verrassingen in Handelingen zijn prettig. Zo lees je in het begin van dit hoofdstuk over de eerste vervolging van de prille kerk. Bij Open Doors heb ik Ron van der Spoel wel eens horen zeggen dat het Nieuwe Testament een boek is dat geschreven is dóór vervolgde christenen vóór vervolgde christenen. Daar word je in het boek Handelingen al vroeg bij bepaald. Je leest over mensen die uit Jeruzalem moeten vluchten richting het platteland van Judea en Samaria. Wonderlijk genoeg zie je daardoor gebeuren wat Jezus had gezegd bij zijn hemelvaart, dat het Evangelie van Jeruzalem zijn weg zou gaan via Judea, Samaria naar de uiteinden van de wereld. Die beweging wordt dus ontketend door een vervolging! Als de grootste dreiging is weggeëbd, komt Filippus in beeld, een relatief onbekende uit de kring van de twaalf apostelen. Hij krijgt te maken met een verrassende pelgrim, die op één of andere manier – geen mens weet hoe – iets ervaren had van de God van Israël en in de geest van Jesaja 2 op bedevaart richting Jeruzalem was getrokken. Op zoek naar God en weer op de terugweg.

Achterdeur
Verrassend is het, hoe allerlei goddelijke zetjes en duwtjes een rol spelen in dit verhaal. Eerst is er een engel, die Filippus aanspoort om naar een doodstille plek te gaan, ver buiten de bewoonde wereld, en dat op het heetst van de dag. Zou ik zijn gegaan, denk je dan. Of had ik het afgehouden als verbeelding of een onwaarschijnlijke droom? Maar zo’n verrassingspakket als dat van Handelingen 8 gaat alleen open in ontvankelijkheid voor Gods impulsen. Filippus gaat!
De kans dat je op zo’n weg überhaupt iemand tegenkwam, was niet groot, laat staan dat je er een Afrikaan trof die als pelgrim Jeruzalem had aangedaan. En dat je die pelgrim ook nog eens zou horen lezen uit de profetie van Jesaja, was wel heel onwaarschijnlijk. Toch is dat wat hier gebeurt! Het leven heeft zijn achterdeuren met ongekende verrassingen.

Ik heb Otto de Bruijne op een Ontmoetingsdag van onze kerken wel eens horen zeggen dat er volgens hem in Nederland wel drie miljoen van zulke spirituele zoekers rondlopen. Als daar ook maar iets van waar is, dan zou er toch zo maar eentje in je buurt kunnen wonen. Of op je werk kunnen rondlopen. Iemand die op een onverwacht moment veel meer zoeker blijkt te zijn dan je ooit had gedacht. Misschien is het daarom nog niet zo gek om van tijd tot tijd eens te bidden: ‘Heer, ik ben bereid om een 21e-eeuwse Filippus te zijn voor iemand die veel meer op zoek is dan ik nu denk.’ Handelingen 8 is een hoofdstuk dat uitnodigt om je te laten verrassen. Zoals die eerste-eeuwse Filippus verrast werd op een kaal stuk weg, midden op een hete zomerdag.

Van boekrol naar Jezus
Na opnieuw een duwtje, nu van de Geest, gaat Filippus richting de exotische kar die voorbijkomt. En dan hoort hij de Afrikaan lezen, want ze lazen in die tijd altijd hardop. Hij las een even bekend als wonderbaarlijk stuk uit de profeet Jesaja, zo’n 500 jaar eerder geschreven. De pelgrim uit Morenland snapt er niet veel van. Was dat zijn zoveelste teleurstelling? Zoekers zijn niet zelden teleurgestelde zoekers. Filippus vraagt of hij wat kan met die profetie. Nee dus. Met zijn open vraag geeft Filippus de Ethiopiër de ruimte om hem uit te nodigen in te stappen. En ruimte is in zulke situaties heel belangrijk. Hier zie je hoe de ene mens met de ander in gesprek raakt over Jezus. Tot op vandaag is dat één van de mooiste dingen in en rond de christelijke gemeente: een geloofsgesprek met je man, met je kind of kleinkind, met je ouders of met een vriend, op een kring van de gemeente...

Wat kort kan de weg zijn van Jesaja 53 naar het hart van het Evangelie. Als je hoort dat de Afrikaan zat te lezen over een mens die zich als een schaap liet afslachten, was hij dus al voorbij aan de passage die ging over ‘onze ziekten die hij droeg en ons lijden dat hij op zich nam, striemen die ons genezen’. Dat had hij allemaal al gelezen en Filippus hoefde alleen nog maar te getuigen van Jezus. Zo verbond Filippus het leven van deze Afrikaan met Jezus. In de kracht van de Heilige Geest!

Uitnodiging
En dan is er dat watertje. Filippus zal wel verteld hebben over het gebruik om volgelingen van Jezus te dopen. Een doopformulier was er vast nog niet en de gemeente zou er wel van komen. Maar wat is ertegen? Niks natuurlijk. Het is een prachtig moment en misschien wel het begin van de Ethiopische kerk. Dankzij deze Afrikaan, die tot zijn vreugde Jezus had leren kennen als zijn redder. En dankzij een eerste-eeuwse Filippus, die onverwacht opdook en nog onverwachter uit beeld verdween. Het is een prachtige geschiedenis vol verrassingen. Eén en al uitnodiging om open te staan voor mensen om je heen. Voor zoekers, zoals deze Ethiopiër. Iemand met wie je aan de praat raakt, een vriend, een buur of één van je kinderen. En niet minder is dit verhaal een bemoediging voor spirituele zoekers, voor wie de ontmoeting met een 21e-eeuwse Filippus zo goed zou zijn. Nooit gedacht dat het zo zou gaan. Maar soms gaat het zo, zoals bij Filippus en die Ethiopische broeder van ons.

Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief