Een bundeltje eerstelingen
2013-05-18
Wie dacht nog een plekje te kunnen bemachtigen bij de presentatie van het nieuwe liedboek op 25 mei in Monnickendam, komt bedrogen uit. De 1800 plaatsen waren veel sneller dan verwacht bezet. Een volle bak dus. Wat er in dat liedboek allemaal te vinden is, blijft tot die datum officieel nog geheim. Maar er zijn inmiddels wel wat tipjes van de sluier opgelicht.- Jaargang 57
- nummer 10
In grote lijnen is de inhoud van het nieuwe Liedboek wel helder. De psalmen uit het Liedboek voor de Kerken (1973) worden integraal overgenomen, net als meer dan de helft van de gezangen. Maar de overige 700 liederen (en teksten!) zijn in zekere zin nieuw. Niet fonkelnieuw, want het leeuwendeel is bijeengegaard uit tal van liedbundels die na 1973 verschenen. Daarover meer in het volgende nummer van Opbouw, wanneer het liedboek verschenen is en u onze overwegingen kunt toetsen met het liedboek op schoot.
In dit artikel kom ik met een paar liederen die volgens mij wel een plekje verdienen in de Nederlands-gereformeerde liedcultuur. De liederen hebben nog niet de nummering van het nieuwe liedboek. De eerste vier komen uit een proefbundeltje met veertig liederen, de laatste uit Zingende Gezegend. De liederen zijn alle vijf op www.opbouwonline.nl te beluisteren, inclusief een powerpointpresentatie ter projectie.
Dit is een morgen
Ik begin met een ochtendlied, ‘Dit is een morgen als eens de eerste’, dat qua tekst en melodie een heerlijke frisheid ademt. Het lied is een vertaling van ‘Morning has broken’, bekend geworden door Cat Stevens, op een melodie van Keltische komaf. Dat zingt allemaal als vanzelf!
Het lied sluit aan bij de ervaring van een dag, die weer als nieuw aan je voeten ligt: de merel in de schemer, het eerste licht, de nevel van de ochtend. Denk je op zo’n moment nooit eens aan de heerlijkheid van de allereerste dag die uit Gods hand kwam? Toen Hij het licht tevoorschijn riep en al dat andere dat er nog op zou volgen? Het was avond geweest en het was morgen geweest, de eerste dag.
Het lied – in een vertaling van Andries Govaart – zingt vrijwel ongebroken door vanuit die eerste dag naar vandaag.
Een dag als vers gevallen sneeuw, waar nog geen mens doorheen gebanjerd heeft. Heerlijk dat ongebrokene, waarin je ook het verlangen kwijt kunt naar de jongste dag, waar alle dingen nieuw zullen zijn.
Dat geeft dit ochtendlied iets ongecompliceerds, met in het eerste couplet een knipoogje naar Psalm 19, de vogels die de dag weer doorgeven. Iets verderop valt het licht op het woord, waardoor niet alleen de nieuwe morgen, maar ook het lied wakker wordt geroepen. Beide schepping van God!
Mooi om een zondagmorgen samen te beginnen met dit lied, dat zo krachtig inzet bij de dag als geschenk van God.
‘Leer ons zo onze dagen te tellen’, zegt psalm 90. Zeker als je leven te gevuld is en de dagen lijken te vliegen. Dan word je met dit lied even stilgezet bij de dag als surprise van God.
Heel deze nacht
Even weldadig vind ik één van de nieuwe avondliederen uit het liedboek: ‘Goede herder, als wij slapen.’ Het is een lied van de PKN-predikant Gert Landman, van wie meer moois te vinden is in het nieuwe liedboek. De taal is transparant en de tekst ademt warmte en rust. De melodie is een bekende traditional uit Wales.
Beeldend vind ik de inzet met de metafoor van de herder, die ’s nachts de wacht houdt over de schapen. Die pastorale sfeer hangt ook nog rond het tweede couplet. Als mensen mogen we ons geborgen weten bij God, ook in de donkerte. En zelfs in de schaduw van de dood, want ook de doden delen in Gods beschutting. ‘Voor God zijn allen in leven’, zegt Jezus (Lucas 20:37). Teruglezend in het lied is het goed om te merken dat we de beschermende hand van God niet alleen nodig hebben in de donkerte van de nacht, maar ook in de het licht van de dag (couplet 2, regel 2,4).
Het vele, de Ene
Een verrassend lied uit de proefbundel vond ik de vertaling van een Scandinavisch gezang, ‘Vlammen zijn er vele’. Het motief van de veelheid en de eenheid brengt je als vanzelf in de sfeer van het avondmaal. Ik dacht aan het (oude) avondmaalsformulier: de vele graankorrels, die vermalen en gebakken worden tot het ene brood, en de vele druiven (beziën), die geperst samenvloeien in de ene drank.
Veelheid en eenheid zeggen veel over schepping en gemeente in verbondenheid met God. Dat vind je terug in dit lied, met de vele vlammen en het ene vuur, de vele ranken en de ene stam. En zo loopt het door tot in de gemeente, met de gaven en het dienen, als leden van de gemeente van die ene Heer. De melodie van dit lied is nieuw, maar niet moeilijk en fijn om te zingen.
Uit de diepte
Al wel bekend in veel Nederlands-gereformeerden kerken is Psalm 130 in de versie van Psalmen voor Nu. Ik vind deze psalm zelf één van de allermooiste uit het inmiddels bijna voltooide project van Rien van den Berg en anderen.
De tekst komt heel dichtbij door sprekende, korte zinnen en de herhalende momenten aan het slot van elk couplet.
Wat is deze psalm een gebed! Die sfeer van gebed doortrekt de hele psalm, maar vooral de tweede regel roept dat op, met maar drie woorden en (niet te vergeten!) drie noten. Ook in de slotregels merk je hoe de melodie van Sergej Visser de tekst versterkt.
Ik vind het een heerlijke psalm om te zingen en ben blij dat deze 130e ook in het nieuwe liedboek is opgenomen en zo breder beschikbaar komt.
De psalm is opgenomen als een aanvullende versie op de van oudsher bekende Geneefse versie van deze psalm.
Zoals gezegd is het hele Psalter uit het Liedboek voor de Kerken overgenomen, maar nieuw is dat bij veel psalmen andere versies zijn toegevoegd. Daarvan is PvN 130 er dus één. En zeker niet de minste!
Pinksterliederen
Als het gaat om de aanwinst aan liederen voor de feestdagen springt Pinksteren er voor mij uit. Daar zitten mooie liederen tussen. Eén van die pinksterliederen is van de hand van André Troost, van wie in menig NGK al liederen gezongen worden.
‘Als de wind die waait met vlagen’, zo begint dit lied. Die vlagen zijn karakteristiek voor het hele lied. Je merkt dat de Geest niet voor één gat te vangen is en ook wel raad weet met de ups en downs in ons geloof. Het is niet altijd laaiend in praise en worship, niet standaard tongentaal en gebedsgenezing, maar niet zelden ook gekreun en gezucht en soms de stilte. Zo trek je in dit lied langs hoogtes en dieptes, door de droogte en aan bronnen voorbij. Bemoedigend in zowel persoonlijke als gemeentelijke zin!
De laatste regels van het lied glanzen van de werkzaamheid van de Geest en dat is iets om je naar uit te strekken – juist ook in de lege en dorre momenten van geloof. Weldadig dat in dit pinksterlied niet aan de geloofsdroogte en -leegte voorbij wordt gelopen, maar dat het tegelijk prikkelt om te verlangen naar meer.
Heel mooi ook is die combi van ruimte en richting in het derde couplet. Want zo is het werk van de Geest. Juist met Pinksteren word je uitgenodigd om ruimtelijk te gaan denken, zonder dat je daarmee de richting kwijtraakt.
Een vijft al liederen uit het nieuwe liedboek. Ik schrijf ‘boek’ maar denk meestal ‘beamer’, vooral als het over onze kerkdiensten gaat. Want als NGK zijn we een beamerende kerk geworden en dat zullen we wel blijven ook. Maar via de digitale versie van het liedboek is er tussen die meer dan duizend liederen vast wel een aantal dat in onze kerken een plekje zal vinden. Daarover meer in het volgende nummer.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.